Hoe ziet dat er dan uit?
Toen ik terugkwam uit Oostenrijk, na drie weken meegelopen te hebben met de Peacewalk, wist ik: ik ben nog niet klaar. Ik voelde het bruisen en het verlangen om onderdeel te zijn van deze beweging.
Tegelijkertijd voelde ik een tegenkracht: de kracht van wortels, van diepgang, van onderscheiden. Van Richard Rohr leerde ik dat actie en contemplatie geen tegenstellingen zijn, maar complementaire krachten die verbonden moeten blijven voor spirituele groei en vrede. In de gemeenschap leerde ik hoe die contemplatie eruit kan zien. Dus mezelf eerst eens de vraag stellen: Wat is dit verlangen?
En zoals altijd als ik een belangrijke beslissing te nemen heb, grijp ik terug op de Leefregel. Ik stap in de stilte en kijk welke Leefregel naar boven komt. En daar kwam: ‘Ga je weg’.
Ik stelde mezelf de vraag of mijn verlangen geworteld was, of enkel een bevlieging. Heb ik hier niet zinvoller werk te doen? Na een paar dagen voelde ik hoe diep het verlangen zat en kreeg het steeds meer vorm. Vervolgens kwam de vraag: wat betekent dit voor de mensen om mij heen? Daar zijn we nog niet helemaal uit.
Toen ik mijn motivatie eenmaal beter kon onderscheiden, doemde de volgende Leefregel op: ‘Waag het (Gods) verbond te maken’.
Want tot welk verbond word ik hier eigenlijk geroepen? Stijg ik niet boven mijzelf uit om in Gods schoenen te gaan staan? Is deze hele tocht niet een nieuwe vorm van witte suprematie? Een soort kruistocht van witte mensen die denken dat ze de vrede wel even komen brengen? Ben ik in staat nederig te zijn, mijn hoofd te buigen en te leren van de mensen die echte bruggen bouwen?
Ik denk het wel. Al loopt mijn ego gewoon met mij mee en zal ik vaak genoeg vanuit mijn veilige, witte perspectief redeneren. Dat is het verbond dat ik maak: ‘wijs mij op mijn privileges en mijn blinde vlekken.’ Ik beloof dat ik elke dag de tijd zal nemen om me voor die lessen open te stellen.
En nu? Een week voor vertrek ben ik bezig met ‘Broederschap, wees er niet bang voor’.
Ik weet niet wie ik ga ontmoeten, of ik me kan verbinden met de mensen die er zullen zijn. Ik vertrek vanuit vertrouwen, maar voel ook de angst aan me trekken. De neiging om ervandoor te gaan als het te spannend wordt. Dat wil ik oefenen. Een oefening in overgave.
Onderweg zal ik elke dag opnieuw moeten onderscheiden welke verantwoordelijkheid van mij is en welke van de ander. Kan ik dat ook als ik moe ben, slecht geslapen heb, honger heb? Of neem ik dan de wereld om mijn schouders? ‘Ontdek je verantwoordelijkheid’.
Of ik uiteindelijk onderweg zal ‘Worden wie ik ben’? Misschien een beetje meer dan nu. En dat is genoeg.
Ik dank jullie voor deze bodem en vraag: ‘blijf mij, op afstand, nabij’.
Lieve groet,
Irene van Ooijen





