Met Wendy (Vluchtelingenwerk) en Nicole (Dorpsondersteuner) hadden Anne en ik een mooie opzet voor een iftar bij elkaar vergaderd. Op 5 maart was het zover. Rond het middaguur kwam er een vriendinnenclub van zes jonge Turkse vrouwen om voor in totaal 50 mensen te koken. Eéntje had al een gerecht van haar moeder meegebracht. Een ander had haar moeder zelf meegebracht om te helpen. Marjan en Michiel maakten de koks wegwijs in de keuken en het ging algauw lekker ruiken.
Onderwijl werden eetruimte en hal ingericht en versiert met ontelbare ballonnen in groen en goud; de kleuren waarin ook de tafellakens, servetjes, borden en soepbekers waren aangeschaft.
Toen ‘s middags ook nog een grote stapel verse Turkse broden arriveerden, was alles compleet. Vanaf 17.30 uur kwamen de gasten; uit diverse landen uit het Midden-Oosten, Bergeijkenaren die weleens een Iftar mee wilden maken of benieuwd waren naar onze gemeenschap en natuurlijk de onzen van het donderdagteam.
Er was een beamerpresentatie over de Ramadan en de Iftar, waarna om klokslag 18.26, het tijdstip van de zonsondergang, het eten werd binnengebracht. Volgens goed gebruik werd eerst de dadel gegeten die al op het bord lag. Daarna konden we naar hartenlust opscheppen van de buffettafel die vol met gerechten stond: rijst, kip, groenten, gekookt, gebakken, gefrituurd, noem maar op!
Het eten was heerlijk en de gesprekken geanimeerd. Er werd uitgewisseld over iftars, over de gemeenschap en over gemeenschappelijke bekenden uit het dorp. Voor diverse dorpelingen was het een openbaring om eens in die gesloten gemeenschap binnen te zijn. Zo werd bereikt wat we hadden gehoopt: meer verbinding tussen de verschillende groepen uit Bergeijk.
De integratie bereikte voor mij een hoogtepunt, toen een Syrische jongeman aan Ton vroeg of er ergens een plaats was om even te bidden. Ton wees hem de weg naar de kapel. Even later volgde een tweede moslim. Ik was er niet bij, maar mijn hart ging er sneller van kloppen; wat mooi!
Als toetje werd er Turkse thee geschonken en ging er verrukkelijke baklava rond. Ook de afwas en het opruimen was een feestje. Er ging Turkse muziek aan en één van de koks liep plotseling in een mooie lange jurk. De spanning van het koken was er duidelijk vanaf; tijd voor ontspanning.
En toen Wendy me bij het afscheid enthousiast vastpakte en zei: ‘er is alweer een nieuw project op komst wat we samen kunnen doen’ kon mijn dag niet meer stuk.
Annet





