“Hoe doen jullie dat in de gemeenschap met Pasen, versieren jullie de boel met paastakken en gekleurde eieren?” vroeg Monique een paar weken geleden aan mij. Ik mompelde een beetje van “nou, ik geloof niet dat dat hier erg leeft” en murmelde er nog iets achteraan dat “het misschien niet zo gebruikelijk is, maar er is natuurlijk ook niks op tegen”. Later dacht ik: volgens mij heb ik ooit wel geverfde eieren bij het paasontbijt gezien, en sowieso, als iemand zin zou hebben om de boel te versieren, alleen maar leuk toch?
Maar zo makkelijk is dat niet. Misschien is er al wel iets over besloten in het dagteam of in het paascomité. Of misschien is een paar jaar geleden wel vastgesteld dat het gebruik van eieren verven een heidens ritueel is en daarom beter afgeschaft kon worden, of heeft de groengroep uitgezocht dat de gekleurde eierschillen bij het chemisch afval thuishoren en dat het dus te gek voor woorden is dat we dat nog doen en trouwens, voor kinderen en ouderen is het contact met de verfstoffen ook bijzonder gevaarlijk. Of “die van de liturgie” hebben in al hun wijsheid besloten dat kleuren van eieren godslasterlijk is, mooier dan de schepper ze gemaakt heeft kunnen ze immers nooit worden.
Waar het ook vandaan komt, om één of andere reden had ik het gevoel dat het niet zo paste. Maar waarom? En belangrijker nog: moesten we ons conformeren of werd het tijd om het eens anders te doen? En dat laatste: met welk risico? Veroordeling? “dit kan toch niet?/ zo doen we dat hier niet/ dat snap je toch zelf ook wel? / je hebt er ook helemaal geen gevoel voor/ je hebt geen smaak” etc etc. En nog vervelender: het maakt ook nog uit wie het inbrengt. Van de één wordt het gezien als humoristisch en origineel, terwijl een ander de plank met hetzelfde idee volledig mis slaat.
Ongeschreven regels zijn lastig en verhinderen verandering. Maar als alle regels uitgeschreven worden wordt het echt benauwend. Op een beetje een andere manier kwam ik hetzelfde tegen afgelopen zaterdag bij de samenzang van het vertragingsweekend. Mag dat wel, al die kerstlichtjes en doekjes in de kapel? Mag dat wel, al die lieve teksten van peace en happiness. Ja gelukkig klonken er ook een paar bekende liederen, dat maakte het weer wat veiliger. Wat voor oordeel heb ík hier over. Wat voor ongeschreven regels worden voor mij overtreden. Of erger nog: volgens mij vindt die-en-die dit helemaal niks. Wat zou hij/zij ervan vinden?
En toch is dit wat vernieuwing ook oproept: het gaat anders, soms verrassend, soms afstotelijk, soms allebei tegelijk. Zo vind ik een vegetarische barbecue een super goed idee, maar ik vind niet dat de Jumbo goed is in vlees namaken. Maar dit is geen ongeschreven regel, geen vernieuwing, dit is gezemel.
Michiel van der Pol





