In gesprek met Marjan Hoeijmakers
In het weekend van 6 en 7 februari vieren we de heropening van onze Herberg met de vernieuwde kapel. En binnenkort draagt de coördinator Dagelijks Gebed na zes jaar haar taak over. Een mooie aanleiding voor een gesprek.
Zes jaar de organisatie van de liturgie, hoe kwam je daar in terecht?
Ik ben geen theoloog hoor, en studeer ook niet veel op spiritualiteit. Wij noemen het trouwens liever ‘dagelijks gebed’, dat is breder dan liturgie of ‘vieringen’, het gaat minder hoog over de mensen heen. En het is van en met de mensen die hier dagelijks komen. Ik zou eerst tijdelijk wat taken overnemen voor de organisatie omdat mijn voorganger in een burn-out raakte door een veeleisende baan elders. Maar al gauw werd ik coördinator voor alles wat met de kapel te maken heeft
Je had ook wat anders kunnen doen hier op de Hooge Berkt?
Ja, misschien wel. Over een paar maanden word ik lid van het bestuur. Maar dit werk is toch op mijn lijf geschreven. Alles wat in de kapel gebeurt, heeft mijn hart. Ik beleef er veel aan: de stilte, de bezinning, mijn relatie met God. Samen aanwezig zijn, zodat ieder die binnenkomt hier iets aan kan beleven. Na een vakantie ga ik ook vaak eerst even naar de kapel. Ik heb heel weinig met het idee dat als je thuis vakantie viert, je dan niet in de kapel komt. Ik kom thuis in de kapel. Dat had ik als kind al, en ook als tiener. We moesten allemaal mee naar de kerk. Niemand wilde eigenlijk, maar ik wel. Ik ben een echte ‘Jezus-liefhebber’.
Oei, Jezus-liefhebber! Met dat woord kom je niet ver bij de slager.
Dat woord kwam bij mij op toen we geloof ik twee jaar geleden met de gemeenschapsdagen in een bibliodrama een plek moesten kiezen in de kapel. Ik ging toen bij het kruisbeeld staan. Dat leven van Jezus, in zijn lijden. Ik voel mij in mijn leven geroepen om daar dicht bij te zijn. Ik kon in de wijkverpleging ook gemakkelijk zijn bij mensen in een levensbedreigende ziekte. Op de HBO-V schreef ik mijn scriptie over stervensbegeleiding. Het is niet alleen het lijden, hoor. Het gaat om wat Jezus was en deed. Zijn eerlijkheid en waarachtigheid, de eenvoud en de dienstbaarheid. Ja, en ook de genezingsverhalen. Jezus leefde niet voor zichzelf.
En daar is een kapel voor nodig?
O, nee hoor. Elke dag begin ik thuis mijn ochtendgebed met ‘God, hier ben ik voor jou.’ En als ik zo weer thuis kom, dan kan het in de stilte daar ook gebeuren. Maar in de kapel gebeurt het samen met anderen die allemaal ook hun eigen leven hebben, en ook aandachtig willen blijven.
Wat gebeurt er dan?
Nou, ja, eh, het onbenoembare, het diep stille.
Wat heeft het je gebracht, dit coördinatorschap dagelijks gebed?
Ik houd van nature van aanpakken: Ha, ík ga dit of dat doen! Hier in de gemeenschap heb ik meer geleerd: Niet alles zélf doen, maar we gaan het sámen doen. Uiteindelijk heb ik mijn kracht veel meer gevonden als facilitator, als katalysator. Toch gaat het mij vooral om de inhoud. Daarin heb ik steeds meer plezier gekregen. Nee, ik zou geen coördinator ‘Samenleven’ of ‘Gastvrijheid’ willen zijn. Ik vind dat ik hier de mooiste job heb, nu dus: heb gehad.
Ha, werkplezier, daar willen we wel meer over horen!
Neem nu zo’n onderwerp als de Psalmen in onze gebedsbijeenkomsten. Zo’n onderwerp roept heel tegenstrijdige emoties op. Wat moeten we met die oude teksten! Nee, we kunnen er niet zonder? Maar die ouderwetse taal! Nee zeg, maar dat is toch poëzie die je niet in dagtaal kunt omzetten!
En dan in gesprek gaan met een twaalftal mensen van ons. Niet altijd makkelijk, maar wel mooi. Op een Ontmoetingsavond kreeg ik tot twee keer toe de wind van voren over onze aanpak. We hebben toen ook iemand van buiten gevraagd over hoe om te gaan met de Psalmen en andere kerkelijke teksten. En nu hebben we bij de vernieuwing van de kapel ook vernieuwde bundels: geloofsbelijdenissen in heel verschillende formuleringen, een reeks van meer dan honderd gebeden voor onze dagelijkse gebedsbijeenkomsten met uiteraard ook de mogelijkheid van eigen gebed, meer meditatieve liederen uit verschillende kerkelijke tradities met oude en ook hedendaagse teksten.
Was er ook wel eens iets waar je niet blij van werd?
Ja, het dagelijks gebed is ook dágelijks gebed. Direct uit de kapel te horen krijgen dat juist dat lied waar iemand anders veel aan beleeft, toch echt niet meer kan. En al die 1001 dingen die geregeld moeten worden. De kaarsen zijn op, weer een nieuw liturgieboekje voor een bijzondere viering. Moeten we wel de vieringen in audio op de site zetten, enz., enz. O ja, en ook al die mailtjes om te communiceren over wie wat doet, en als het dan soms niet lukt. Maar dan toch samen met anderen die we niet zo veel horen of weinig binding hebben met kerkelijke tradities samen een thema voor advent of een viering voorbereiden, en nieuwe gebaren zoeken voor eeuwenoude symbolen van gelovig samenleven.
Wat vind je de grootste uitdaging voor ons dagelijks gebed?
Het spanningsveld tussen traditie en vernieuwing, en dat met een zo rijke veelkleurigheid aan voorgangers in onze oecumenische gemeenschap. Hoe kunnen we dan onze verscheidenheid blijven zien als iets positiefs? Kritisch blijven, en toch niet het kind met het badwater weggooien. We kunnen ook uit elkaar vallen, maar dan is er toch een bedding van traditie. Daarin zijn wel aan aantal dingen heilig. Bijvoorbeeld het gebruik van een Bijbeltekst in een gebedsbijeenkomst. Maar een kruisbeeld van Christus hoeft misschien niet prominent aanwezig te blijven. En misschien gebruiken we wel te veel woorden. Stilte en een gebaar kunnen ook veelzeggend zijn. Wij hebben niet allemaal dezelfde behoeften in de kapel. Dat is een uitdaging, maar dat is kenmerkend voor ons samenleven.
Wij zijn het gelukkig gewend om met elkaar in gesprek te blijven. We moeten de verschillen ook niet problematiseren. Ieder van ons moet gewoon kunnen laten zien, en vooral doen waar die voor staat. En je moet ook de intentie van een ander willen zien die het anders doet. Ja, ik denk dat dit het belangrijkste is: de ontvankelijkheid dat religieuze beleving op verschillende manieren vorm kan krijgen. En dan niet willen dat het altijd op jouw manier gebeurt. Dat we binnen de traditie al die diversiteit kunnen ontvangen.
De vernieuwde kapel, gaat dat ons dagelijks gebed veranderen?
Ik weet het niet, het is ook nog wennen. Ik hoop dat we niet in oude groeven blijven doorgaan in deze vernieuwde omgeving. Ik denk wel dat onze vernieuwing meer uitnodigt tot eenvoud. Niet meer zo’n rij iconen en andere symboliek. We hebben nu een altaartafel met daarachter een nis met veelkleurig licht, maar dat kan ook te ‘disco-achtig’ worden. Wat mij blijft intrigeren, is de halfronde wand. Nu staat daar de piano voor, en zitten de meesten van ons daar met de rug naar toe. Maar die halve ronding, het niet rechte in het leven! O, en dan alleen de icoon van gastvrijheid daar ophangen, in die prachtige ronding. Dat is voor mij de geborgenheid van het leven. Maar een ander zal dit weer anders ervaren. En toch komen wij hier dan, in al onze eigenheid en verscheidenheid, samen in deze kapel.
Jan Renkema





