Luc. 11, 1 – 13

Je weerstand doorbreken, onszelf verliezen en ingaan op de uitnodiging

Vorige week zondag hebben we al gehoord dat Jezus volgens het evangelie van Marcus op weg is naar Jeruzalem en dat hij, ondanks het lijden dat hem te wachten staat, trouw wil blijven aan zijn roeping. Dat is geen gemakkelijke weg, maar wel een radicale keuze. Iets van die radicaliteit horen we nu in het evangelie van vandaag.

In het begin van het verhaal komt er een jongeman naar Jezus toe en vraagt: Wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven? In die vraag hoor je een verlangen, een echt verlangen naar goed en rechtvaardig leven, of om het met de woorden van de eerste lezing te zeggen: een verlangen naar de geest van wijsheid die alles te boven gaat. Jezus geeft hem dan als antwoord de Tien Woorden, zoals Mozes die al heeft gegeven, en vooral wat hij moet doen tegenover zijn naaste: niet doden, geen echtbreuk plegen, niet stelen enz.

Dat op zich is dus al een goede richting: dat je leert als een goed mens te leven, in de juiste verhouding tot je medemens en tot God. Maar de jongeman deed dit al en zoekt een weg verder. Op dat moment kijkt Jezus hem liefdevol aan en zegt:
Aan één ding ontbreekt het je nog: ga verkopen al wat je bezit en geef hetaan de armen, en je zult een schat in de hemel hebben. Kom dan terug om mij te volgen.

Jezus roept hem op tot een keuze: enerzijds alles los te laten wat hij bezat en anderzijds te leren delen in de goddelijke liefde, die Jezus zelf present stelde. Dat is inderdaad een radicale keuze, die niet zomaar voor iedereen geldt, maar die Jezus hier persoonlijk tegen deze man richt. Jammer genoeg gaat hij er niet op in, omdat hij veel bezittingen heeft.

Op die keuze gaat het evangelie verder, wanneer Jezus spreekt tot zijn leerlingen. De jongeman was rijk en kwam er niet toe om alles te verkopen. Hij was bezet, bezeten. Jezus laat nu horen: Wat is het toch moeilijk voor een rijke om binnen te gaan in het koninkrijk van God. Wat is dat toch? We kennen die ervaring wel. Als je rijk bent en veel geld hebt om allerlei dingen te kopen, heb je ook macht tegenover andere mensen en trek je gemakkelijk veel vrienden aan. Je staat in feite zelf in het centrum. Hoe anders is het, als je je leven laat bepalen door een ander, als je bereid bent iemand te volgen die je inspireert. Dan gaat het om andere waarden, zoals solidariteit, rechtvaardigheid of gemeenschap. Jezus wijst erop hoe moeilijk het is, ja bijna onmogelijk, zeker als je rijk bent, om op die roep in te kunnen gaan. Toch zijn er mensen die de roep horen, ook onder ons. Die los laten wat ze daar, elders, aan leven hebben opgebouwd en bereid zijn dat op te geven om te verhuizen hier naar toe, naar deze gemeenschap en de weg van de goddelijke liefde te gaan, met alle onzekerheid die dat meebrengt. Ik heb respect voor hen.

Die oproep om alles los te laten geldt niet alleen voor jongeren die nog een groot deel van hun leven voor zich hebben, of voor mensen die pas begonnen zijn de weg van Jezus te volgen. Die oproep wordt vandaag ook tot ons gericht, die al geraakt zijn door Jezus en begonnen zijn aan die weg van de liefde. Wat wordt er dan tot ons gezegd? Toen ik de oproep hoorde: Aan één ding ontbreekt het je nog, voelde ik eerst een weerstand. Wat moet ik nu weer loslaten, wat is er dat mij tegen houdt om die weg van Jezus verder te gaan? Dat is misschien niet zo radicaal en toch.

Ik denk concreet bijvoorbeeld aan de veranderingen binnen de gemeenschap vanwege een nieuwe structuur. We worden uitgenodigd mee te gaan in de nieuwe dagteams, maar er is ook weerstand om de goede band met iemand zomaar los te laten en weer nieuwe contacten met anderen te maken. Ik denk ook aan onze samenleving, met nieuwe bepalingen vanuit het klimaatakkoord. We zullen grote veranderingen meemaken, en moeten gaan kiezen voor minder gas in onze woning en minder benzine voor de auto. Om tot de juiste houding te komen wordt van ons gevraagd een omslag te maken in denken en doen.

Hoe dan ook, ik denk dat het mogelijk is om de weerstand te doorbreken, onszelf te verliezen en in te gaan op de uitnodiging. Als die jongeman in de ogen van Jezus had gekeken en de liefde gevoeld, had hij die stap misschien kunnen maken. Of zoals op het eind Petrus kon zeggen: Wij hebben toch maar alles achter gelaten. Bidden wij om die geest van wijsheid.

Luc. 10, 38 – 42

Je weerstand doorbreken, onszelf verliezen en ingaan op de uitnodiging

Vorige week zondag hebben we al gehoord dat Jezus volgens het evangelie van Marcus op weg is naar Jeruzalem en dat hij, ondanks het lijden dat hem te wachten staat, trouw wil blijven aan zijn roeping. Dat is geen gemakkelijke weg, maar wel een radicale keuze. Iets van die radicaliteit horen we nu in het evangelie van vandaag.

In het begin van het verhaal komt er een jongeman naar Jezus toe en vraagt: Wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven? In die vraag hoor je een verlangen, een echt verlangen naar goed en rechtvaardig leven, of om het met de woorden van de eerste lezing te zeggen: een verlangen naar de geest van wijsheid die alles te boven gaat. Jezus geeft hem dan als antwoord de Tien Woorden, zoals Mozes die al heeft gegeven, en vooral wat hij moet doen tegenover zijn naaste: niet doden, geen echtbreuk plegen, niet stelen enz.

Dat op zich is dus al een goede richting: dat je leert als een goed mens te leven, in de juiste verhouding tot je medemens en tot God. Maar de jongeman deed dit al en zoekt een weg verder. Op dat moment kijkt Jezus hem liefdevol aan en zegt:
Aan één ding ontbreekt het je nog: ga verkopen al wat je bezit en geef hetaan de armen, en je zult een schat in de hemel hebben. Kom dan terug om mij te volgen.

Jezus roept hem op tot een keuze: enerzijds alles los te laten wat hij bezat en anderzijds te leren delen in de goddelijke liefde, die Jezus zelf present stelde. Dat is inderdaad een radicale keuze, die niet zomaar voor iedereen geldt, maar die Jezus hier persoonlijk tegen deze man richt. Jammer genoeg gaat hij er niet op in, omdat hij veel bezittingen heeft.

Op die keuze gaat het evangelie verder, wanneer Jezus spreekt tot zijn leerlingen. De jongeman was rijk en kwam er niet toe om alles te verkopen. Hij was bezet, bezeten. Jezus laat nu horen: Wat is het toch moeilijk voor een rijke om binnen te gaan in het koninkrijk van God. Wat is dat toch? We kennen die ervaring wel. Als je rijk bent en veel geld hebt om allerlei dingen te kopen, heb je ook macht tegenover andere mensen en trek je gemakkelijk veel vrienden aan. Je staat in feite zelf in het centrum. Hoe anders is het, als je je leven laat bepalen door een ander, als je bereid bent iemand te volgen die je inspireert. Dan gaat het om andere waarden, zoals solidariteit, rechtvaardigheid of gemeenschap. Jezus wijst erop hoe moeilijk het is, ja bijna onmogelijk, zeker als je rijk bent, om op die roep in te kunnen gaan. Toch zijn er mensen die de roep horen, ook onder ons. Die los laten wat ze daar, elders, aan leven hebben opgebouwd en bereid zijn dat op te geven om te verhuizen hier naar toe, naar deze gemeenschap en de weg van de goddelijke liefde te gaan, met alle onzekerheid die dat meebrengt. Ik heb respect voor hen.

Die oproep om alles los te laten geldt niet alleen voor jongeren die nog een groot deel van hun leven voor zich hebben, of voor mensen die pas begonnen zijn de weg van Jezus te volgen. Die oproep wordt vandaag ook tot ons gericht, die al geraakt zijn door Jezus en begonnen zijn aan die weg van de liefde. Wat wordt er dan tot ons gezegd? Toen ik de oproep hoorde: Aan één ding ontbreekt het je nog, voelde ik eerst een weerstand. Wat moet ik nu weer loslaten, wat is er dat mij tegen houdt om die weg van Jezus verder te gaan? Dat is misschien niet zo radicaal en toch.

Ik denk concreet bijvoorbeeld aan de veranderingen binnen de gemeenschap vanwege een nieuwe structuur. We worden uitgenodigd mee te gaan in de nieuwe dagteams, maar er is ook weerstand om de goede band met iemand zomaar los te laten en weer nieuwe contacten met anderen te maken. Ik denk ook aan onze samenleving, met nieuwe bepalingen vanuit het klimaatakkoord. We zullen grote veranderingen meemaken, en moeten gaan kiezen voor minder gas in onze woning en minder benzine voor de auto. Om tot de juiste houding te komen wordt van ons gevraagd een omslag te maken in denken en doen.

Hoe dan ook, ik denk dat het mogelijk is om de weerstand te doorbreken, onszelf te verliezen en in te gaan op de uitnodiging. Als die jongeman in de ogen van Jezus had gekeken en de liefde gevoeld, had hij die stap misschien kunnen maken. Of zoals op het eind Petrus kon zeggen: Wij hebben toch maar alles achter gelaten. Bidden wij om die geest van wijsheid.

Verkeershinder A2 en N2 Eindhoven

A2/N2: ernstige verkeershinder in beide richtingen tussen knooppunten Batadorp en Leenderheide; 28 juli-22 augustus 2022

Vanwege de bouw van een tunnel, krijgt het verkeer op de A2/N2 Randweg Eindhoven te maken met ernstige verkeershinder tussen de knooppunten Batadorp en Leenderheide. Deze hinder vindt van 28 juli tot en met 22 augustus 2022 plaats in beide richtingen.

De extra reistijd kan in drukke periodes oplopen tot 60 minuten.

Het doorgaande verkeer wordt geadviseerd om via de snelweg A73 en de snelweg A16 te reizen. Voor bestemmingsverkeer geldt het advies om zoveel als mogelijk op rustige momenten te reizen, of om te kiezen voor alternatief vervoer. Houd de actuele verkeersinformatie(externe link) in de gaten en ga goed voorbereid op reis.

Aangepaste verkeerssituatie

Tijdens de werkzaamheden is er in beide richtingen op de A2/N2 Randweg Eindhoven sprake van een aangepaste verkeerssituatie tussen de knooppunten Batadorp en Leenderheide. Er zijn rijstroken verschoven en minder rijstroken beschikbaar die ook nog eens smaller zijn. Daardoor geldt er ook een lagere maximumsnelheid.

Luc. 10, 25 – 37

Je weerstand doorbreken, onszelf verliezen en ingaan op de uitnodiging

Vorige week zondag hebben we al gehoord dat Jezus volgens het evangelie van Marcus op weg is naar Jeruzalem en dat hij, ondanks het lijden dat hem te wachten staat, trouw wil blijven aan zijn roeping. Dat is geen gemakkelijke weg, maar wel een radicale keuze. Iets van die radicaliteit horen we nu in het evangelie van vandaag.

In het begin van het verhaal komt er een jongeman naar Jezus toe en vraagt: Wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven? In die vraag hoor je een verlangen, een echt verlangen naar goed en rechtvaardig leven, of om het met de woorden van de eerste lezing te zeggen: een verlangen naar de geest van wijsheid die alles te boven gaat. Jezus geeft hem dan als antwoord de Tien Woorden, zoals Mozes die al heeft gegeven, en vooral wat hij moet doen tegenover zijn naaste: niet doden, geen echtbreuk plegen, niet stelen enz.

Dat op zich is dus al een goede richting: dat je leert als een goed mens te leven, in de juiste verhouding tot je medemens en tot God. Maar de jongeman deed dit al en zoekt een weg verder. Op dat moment kijkt Jezus hem liefdevol aan en zegt:
Aan één ding ontbreekt het je nog: ga verkopen al wat je bezit en geef hetaan de armen, en je zult een schat in de hemel hebben. Kom dan terug om mij te volgen.

Jezus roept hem op tot een keuze: enerzijds alles los te laten wat hij bezat en anderzijds te leren delen in de goddelijke liefde, die Jezus zelf present stelde. Dat is inderdaad een radicale keuze, die niet zomaar voor iedereen geldt, maar die Jezus hier persoonlijk tegen deze man richt. Jammer genoeg gaat hij er niet op in, omdat hij veel bezittingen heeft.

Op die keuze gaat het evangelie verder, wanneer Jezus spreekt tot zijn leerlingen. De jongeman was rijk en kwam er niet toe om alles te verkopen. Hij was bezet, bezeten. Jezus laat nu horen: Wat is het toch moeilijk voor een rijke om binnen te gaan in het koninkrijk van God. Wat is dat toch? We kennen die ervaring wel. Als je rijk bent en veel geld hebt om allerlei dingen te kopen, heb je ook macht tegenover andere mensen en trek je gemakkelijk veel vrienden aan. Je staat in feite zelf in het centrum. Hoe anders is het, als je je leven laat bepalen door een ander, als je bereid bent iemand te volgen die je inspireert. Dan gaat het om andere waarden, zoals solidariteit, rechtvaardigheid of gemeenschap. Jezus wijst erop hoe moeilijk het is, ja bijna onmogelijk, zeker als je rijk bent, om op die roep in te kunnen gaan. Toch zijn er mensen die de roep horen, ook onder ons. Die los laten wat ze daar, elders, aan leven hebben opgebouwd en bereid zijn dat op te geven om te verhuizen hier naar toe, naar deze gemeenschap en de weg van de goddelijke liefde te gaan, met alle onzekerheid die dat meebrengt. Ik heb respect voor hen.

Die oproep om alles los te laten geldt niet alleen voor jongeren die nog een groot deel van hun leven voor zich hebben, of voor mensen die pas begonnen zijn de weg van Jezus te volgen. Die oproep wordt vandaag ook tot ons gericht, die al geraakt zijn door Jezus en begonnen zijn aan die weg van de liefde. Wat wordt er dan tot ons gezegd? Toen ik de oproep hoorde: Aan één ding ontbreekt het je nog, voelde ik eerst een weerstand. Wat moet ik nu weer loslaten, wat is er dat mij tegen houdt om die weg van Jezus verder te gaan? Dat is misschien niet zo radicaal en toch.

Ik denk concreet bijvoorbeeld aan de veranderingen binnen de gemeenschap vanwege een nieuwe structuur. We worden uitgenodigd mee te gaan in de nieuwe dagteams, maar er is ook weerstand om de goede band met iemand zomaar los te laten en weer nieuwe contacten met anderen te maken. Ik denk ook aan onze samenleving, met nieuwe bepalingen vanuit het klimaatakkoord. We zullen grote veranderingen meemaken, en moeten gaan kiezen voor minder gas in onze woning en minder benzine voor de auto. Om tot de juiste houding te komen wordt van ons gevraagd een omslag te maken in denken en doen.

Hoe dan ook, ik denk dat het mogelijk is om de weerstand te doorbreken, onszelf te verliezen en in te gaan op de uitnodiging. Als die jongeman in de ogen van Jezus had gekeken en de liefde gevoeld, had hij die stap misschien kunnen maken. Of zoals op het eind Petrus kon zeggen: Wij hebben toch maar alles achter gelaten. Bidden wij om die geest van wijsheid.

Gemeenschap De Hooge Berkt 55 jaar

Ter gelegenheid van dit 11 lustrum schreef een van de leden een brief van uit het heden aan de inmiddels overleden oprichters van onze gemeenschap. 1967, het was in de tijd net na het tweede Vaticaans concilie dat de gemeenschap werd opgericht. Het was eigenlijk nooit de bedoeling om een gemeenschap te stichting en er was geen vooropgezet plan hoe het zou moeten lopen. En dan, we bestaan nog steeds na 55 jaar. Dat willen we niet zomaar voorbij laten gaan! Een van de vaste gewoontes is dat om de veelkleurigheid van de gemeenschap te laten zien iedereen bij de viering op zondag een bloem meebrengt waardoor er prachtige boeketten ontstaan om onze verjaardag kleur te geven.

Brief aan Nada, Jan en Annunciata
bij de 55e verjaardag van de gemeenschap

Negentien jaar geleden overleden jullie, Jan en Nada, kort na elkaar. En vrij recent, nu drie jaar terug, voegde Annunciata zich bij jullie. Jullie stelden 55 jaar geleden de 9e juli vast als officiële datum van het ontstaan van de gemeenschap. Jullie zijn de laatste tijd meer in mijn gedachten. Dat maakt, dat ik bij gelegenheid van dit elfde lustrum de ingeving kreeg om jullie een brief te schrijven.

Sinds de laatste Pinksterdagen zijn we op Doortocht. Een project om onszelf te vernieuwen. Weg te trekken uit de bestaande patronen. Waar gaat het ten diepste om in ons samenleven in Zijn Naam? Alles op losse schroeven zetten; eerlijk de gegroeide gewoontes en gebruiken aankijken en ons afvragen: hoort dit nu nog wel bij onze missie? Draagt het ertoe bij?

Jullie weten heel goed hoe dat is. Jullie hebben vaak genoeg de boel op de kop gezet, veranderd, aangepast aan nieuwe inzichten, nieuw aanvoelen, nieuwe projecten. Het zal er zeker mee te maken hebben, dat ik daarom vaker aan jullie denk, in deze periode van Doortocht. Het voelt een beetje ‘als vanouds’: het kan weer overal heen!

Er is ook wel het nodige veranderd sinds jullie het beleid voerden. We hebben nu themagroepen, klankbordgroepen, dagteams en ontmoetingsavonden, waar alles wordt besproken en becommentarieerd. Dat is wel echt een vooruitgang, als ik zo vrij mag zijn. Maar vooral denk ik, dat jullie trots op ons zouden zijn. Trots, dat we jullie droom van samenleven in Zijn Naam nog altijd doordragen, met alle beperkingen die we ook nu zeker hebben.

En nog steeds: omwille van een meer bewoonbare wereld. De noodzaak daartoe is er helaas nog steeds. Maar ook als dat niet zo was geweest, zouden we er nog zijn. Want we houden zelf zo van dit samenleven, van het samen doen, samen vieren, samen studeren en gasten ontvangen. En daarmee kom ik op het punt om jullie te bedanken voor het beginnen van deze gemeenschap, een eigenlijk onmogelijk initiatief, dat maar door blijft duren tot op de dag van vandaag.

Dankjewel voor jullie vuur, moed en vertrouwen. Dat jullie gekozen hebben voor een avontuur met elkaar, zonder daarvan zelf de grenzen te bepalen, steeds luisterend naar wat er tussen jullie in ontstond als volgende stap.

Wij brengen opnieuw een bloem mee naar de kapel, op de 9e juli. En we zullen toasten bij het diner, zoals jullie zo vaak en zo graag deden. Ditmaal, op dit elfde lustrum doen we dat speciaal met jullie in gedachten, de mensen van het begin, zonder wie deze gemeenschap er niet geweest zou zijn.

In dankbare herinnering,
Namens Gemeenschapszaken, Annet

Hieronder een foto van Mw. Klomp en pater Jan Berger en Zuster Annunciata

Tijdelijke Lockdown

Vanwege een Corona-uitbraak moesten we helaas beslissen om de gemeenschap tijdelijk te sluiten, zodat het aantal besmettingen niet verder verspreid wordt.

Dat houdt in dat er vanaf maandag 11 april geen gezamenlijke activiteiten zijn en er geen gasten kunnen komen.

We hopen hiermee te bewerkstelligen, dat we vanaf donderdag 14 april a.s. vanaf ‘s avonds 20.00 uur weer open kunnen gaan.

In dat geval kunnen we tenminste de Paasdagen weer samen vieren. Maar mochten de besmettingen zich de komende dagen toch nog verder uitbreiden, dan moeten we ook daarvan afzien.

Voor wie voornemens was om deel te nemen aan de vieringen rond Pasen: houd de berichtgeving op deze site in de gaten! Hier staat steeds de laatste update.

Waag het (Gods) Verbond te maken – Verbond wagen

Dit is de tweede bijdrage over de vijfde regel: Waag het (Gods) Verbond te maken.
De vorige bijdrage  kun je hier vinden.

Verbond wagen

In onze gemeenschap leven we met een ‘leefregel’. Deze bestaat in feite uit vijf regels die als wegwijzers op onze weg staan, zowel als gemeenschap als op persoonlijk niveau.

 De vijf regels zijn:

1.         Word wie/wat je bent
2.         Broederschap, durf het aan
3.         Ga je weg
4.         Ontdek je verantwoordelijkheid
5.         Waag het (Gods) verbond te maken.

Ik herinner mij Maarten. Maarten Dohmen. Hij was 18 jaar oud en ik 21 toen we klasgenoten werden. Al aan het begin van het eerste jaar kreeg Maarten de ziekte van Hodgkin. Hij kreeg een behandeling die zijn leven zou verlengen maar niet zo heel lang. Hij bleef bij ons in onze klas. We vergaten vaak dat het zo was. Maarten zelf misschien ook; dat weet ik niet. Hij speelde. In de schoolhal speelde hij op de piano, zong ‘Welcome to the hotel California’; thuis draaide hij platen van Queen; in de tuin van zijn ouderlijk huis pootte hij een wietstruik en na de zomer betreurde zijn moeder het dat Maarten die mooie plant weer meenam. Hij vertelde over de feeën in Findhorn die de spruiten lieten groeiden tot het formaat van kolen en imiteerde de loopjes of typische houdingen van onze docenten. Hij schoot propjes papier door de klas; schroefde pennen los en lanceerde het voorste deel als een raket; hij klopte links achter op je schouder en stond lachend rechts voor je te wachten terwijl je om je heen zocht naar wie je aandacht vroeg. Of hij fluisterde zachtjes in je oor: zijn wij niet allemaal even… en knalde dan luid en kort: BANG!

Ik heb nooit gemerkt dat Maarten bang was. Ik denk dat hij zomaar ‘jij’ zou zeggen als de grote Meester vroeg: ‘wie ben je’*. Al was het maar voor de grap of omdat ‘ik’ zeggen hem maar vreemd in de oren klonk. Maarten verliet ons aan het eind van het vierde en laatste jaar en overleed nadat wij examen hadden gedaan. Zijn moeder vertelde dat hij op een gegeven moment zijn rug naar haar had toegedraaid en stierf.

Zijn wij niet allemaal even BANG!?

Ik ben voor mezelf eens nagegaan hoe vaak ik aangeklopt heb bij groot licht en wanneer dat dan was en waarom ik dat deed. Ik kwam tot de ontdekking dat ik het licht maar al te vaak uit de weg ging (als ik het al zag en vertrouwde). Liever liep ik een straatje om en zocht mijn heil bij een minder licht. Eerlijk gezegd had ik pas de moed om te kloppen als de nood hoog was en het water me aan de lippen stond. Dan ging ik met de bibber in de benen af op het grootste licht dat ik maar vinden kon.

Waag het (Gods) Verbond te maken. Waar zijn we zo bang voor? Marianne Williamson zegt er dit over: Onze diepste angst is niet dat we onvolmaakt zijn. Onze diepste angst is dat we immens krachtig zijn. Het is ons licht, niet ons duister dat ons het meest beangstigt.** Zij noemt het valse bescheidenheid. Ze zegt dat we onszelf klein maken terwijl we toch talentvol zijn en bedoeld om te stralen.  

De moeilijkheid is m.i. dat het ‘wij’ van Williamson de meervoudsvorm is van het ‘ik’ dat niet kan bestaan (zie vorige stukje). Dat ‘ik’ zou licht zijn!? Ik ben ervan overtuigd dat zelfkennis de weg naar het Licht (God) is en dat jezelf klein maken die weg blokkeert. Maar volgens mij gaat het niet om ‘ons licht en ons duister’ maar gaat het om ‘hét licht en niet duisternis’ dat ons het meest beangstigt’. Niet ík ben dat licht, al kan ik (en al mijn ikken in mij) wel door licht verlicht worden. Ik betwijfel dan ook of mijn angst voor het licht ín mij groter is dan voor het licht elders. Hoe dan ook: er is genoeg reden om te zeggen dat het licht onze diepste angst is. Al was het maar omdat licht alles zichtbaar maakt en onze duisternis niet meer verborgen blijft als God, die licht is, overal is. Dat is misschien best om bang voor te zijn. Om ons te weren proberen we zelf het licht uit te doen maar dat is uiteindelijk is dat  ook heel erg eng. De ultieme angst is wel de angst voor de angst. Ontkenning van de angst is daarom een machtig wapen: boven je angsten gaan staan, jezelf heer en meester in jouw leven wanen en dat zo lang mogelijk volhouden. We zullen dat allemaal tot op zekere hoogte doen. In het extreme mate leidt het tot terrorisme en oorlogsmisdaden.

Er is zoveel dat we niet kennen. Reden genoeg om bang te zijn. In het ongekende kan ongeluk of gevaar schuilgaan en wij zijn kwetsbaar. Angst is een signaal. Voor ons fysieke bestaan is het van levensbelang. Voor onze zo teer besnaarde ziel is het al net zo belangrijk. Onbekend maakt onbemind. We willen gekend worden, we willen ons bemind weten. Angst staat ons in de weg om onszelf, de ander en de wereld te leren kennen en lief te hebben. Dus zullen wij onze angsten moeten leren kennen. Niet haat maar angst is vijand van de liefde. Bang zijn is een teken dat we op een punt staan onszelf of de ander beter te leren kennen. Kennis verlicht ons. In haar licht weten we ons geliefd.

In de verhalen van Thora en het evangelie luiden God en Jezus hun boodschap regelmatig in met: ‘vrees niet…’, ‘wees niet bang…’ Ze stellen ons gerust nog vóórdat ze gaan zeggen wat ze willen zeggen. Ze kennen ons en begrijpen onze angst beter dan wijzelf. Wij hebben geen idee wie Zij zijn maar ook niet wie wij zelf zijn in hun oogverblindend licht. In zoveel licht zien wij niets. Dus moeten Zij spreken en wij luisteren. Onbevreesd in stilte en met de ogen dicht. Komen we over onze angst heen? Kunnen we beetje bij beetje het Verbond gaan maken? Het blijft een waagstuk.

Ik moet zeggen dat mijn bibber niet minder werd naar de mate er meer licht in mijn leven kwam. De kloof van afgescheiden-zijn blijkt aldoor dieper dan ik dacht, genadeloos en onoverkomelijk. Maar ik leerde dat genade tot de mogelijkheden behoort en ik leerde, een beetje, lang niet altijd, de kunst verstaan mezelf gerust te stellen. En ik leerde kijken naar wat in schaduw en schemer zichtbaar kon worden en zag dat we stap voor stap de weg naar het Licht kunnen gaan. En dan, bij momenten, wordt het zonneklaar: ik ben jij.

Iemand staat te klungelen in de keuken, deksels kletteren op de grond. Het geluid galmt na in mij oren en wrevel wringt zich in mijn gemoed… ik ben jij.

Iemand zingt de sterren van de hemel, tranen van ontroering springen in mijn ogen… ik ben jij.

Iemands heeft een lelijke snee in zijn gezicht, ik voel de pijn, tast met mijn hand naar mijn gezicht en knijp mijn ogen dicht… ik ben jij.

De lelie in het veld slaat haar vleugels uit en reikt naar de hemel. Ik verdrink in haar kelk… ik ben jij.

Een foto in de krant van een huilende vluchtelinge na dagenlang zwerven door de bossen van Polen, uitgeput en aangerand. Ik verstijf, lees het artikel en raak ontzet…  ik ben jij.

Mijn kind, mijn vrouw, mij vriend, mijn geliefde… ik ben jij.

Maarten tikt op mijn linkerschouder. Ik zoek en draai mijn hoofd terug naar rechts voor. Ik ben er weer ingetrapt, ik lach terug in zijn lachende gezicht… ik ben jij en ja, ik denk net zo BANG.

Vanuit ’t Verdiep, Mariek

* Zie verhalen vorige stukje ‘Waag het (Gods) Verbond te maken 1. Ik ben jij’. Dit stukje sluit daarop aan.

** Uit ‘Onze diepste angst…’ gedicht van Marianne Williamson, voorgelezen door Mandela bij zijn inauguratie.

Lockdown

De persconferentie van 14 januari brengt helaas nog geen verruiming voor gezamenlijke activiteiten. Dat houdt in, dat we de eerder genomen besluiten zullen continueren tot in elk geval 25 januari, de datum van de volgende persconferentie. Dit betekent dat we nog geen gezamenlijke maaltijden gebruiken en ook geen gezamenlijke ontmoetingsmomenten hebben, met meer dan 4 gasten.

Echter op één punt is wel verruiming toegestaan, want het Centraal Interkerkelijk Orgaan (CIO) heeft een advies uitgebracht dat ruimte biedt voor eigen invulling aan kerken en gemeenschappen. Dat heeft tot het besluit geleid om weer samen te gaan vieren.

We openen met de lichtviering op zaterdag 22 januari om 19.15 uur.
Vanaf zondag 23 januari komen we om 11.00 uur weer samen in een viering van woord en gebed. Tot nader bericht is er geen Eucharistie of Avondmaal.
Vanaf dinsdag 25 januari nemen we het ritme weer op van onze dagelijkse vieringen (ochtend, middag en avond). Na de vieringen is er geen samenkomst met koffie en thee. Daarin volgen we de maatregelen voor de horeca en die zijn nog dicht.

De voorwaarden die wij in acht nemen:

  • We dragen een mondmasker bij binnen- en uitgaan van de kapel. Eenmaal gezeten kan het af
  • We ontsmetten onze handen, voor het binnengaan van de kapel
  • We houden 1.5 m afstand van elkaar
  • Cantors zingen maar de kerkgangers beperkt en op ingetogen wijze.
  • Maximaal aantal kerkgangers is bepaald op 50 mensen. Er wordt bezien of er voor de weekenden weer met een inschrijflijst gewerkt gaat worden.
  • De ventilatie van de kapel is goed op orde en borgt voldoende frisse lucht.

Waag het (Gods) Verbond te maken – Verbond maken

Dit is de eerste bijdrage over de vijfde regel: Waag het (Gods) Verbond te maken. De vorige bijdrage  kun je hier vinden.

Verbond maken

In onze gemeenschap leven we met een ‘leefregel’. Deze bestaat in feite uit vijf regels die als wegwijzers op onze weg staan, zowel als gemeenschap als op persoonlijk niveau.

De vijf regels zijn:

  1. Word wie/wat je bent
  2. Broederschap, durf het aan
  3. Ga je weg
  4. Ontdek je verantwoordelijkheid
  5. Waag het (Gods) verbond te maken.

Door het jaar heen belicht ik telkens een leefregel.  Bijgaande tekst is het eerste deel bij de regel: ‘Waag het (Gods) verbond te maken.‘

Ik las een chassidisch verhaal dat vertelt over een leerling van de grote Maggied uit Mezjritz. Hij bezocht zijn voormalige woonplaats en verlangde ernaar om de oude tsaddiek weer te zien, Rabbi Aharon. Hij klopte op diens venster en riep: ‘Aharon, doe open’. De Rabbi zat verdiept in zijn studie en toen hij het kloppen hoorde vroeg hij: ‘wie ben je?’ De leerling wist dat de Rabbi zijn stem zou herkennen en riep: ‘ik.’ Maar de Rabbi antwoordde niet en deed de deur niet open. De chassied klopte een tweede en een derde maal en riep toen: ‘Aharon, waarom wil je de deur niet voor me opendoen?’ Waarop de Rabbi antwoordde: ‘wie is bij machte ‘ik’ te zeggen? Alleen de Heilige Hij zij gezegend kan ‘Ik’ zeggen, maar anderen niet.’ Daarop zei de chassied: ‘als dat zo is dan heb ik bij mijn leraar nog niets geleerd!’ Hij draaide zich om en keerde terug naar Mezjritz.*

Ik ken een variant op dit verhaal, vanuit de soefitraditie. De leerling riep ‘ik’ en de Meester gaf het antwoord: ‘ga weg, er is hier geen plaats voor twee.’ Op een dag komt de leerling terug, klopt op de deur van de grote Meester en, op de vraag ‘wie ben je?’ zegt hij: ‘jij!’…. en de deur ging open.  

Wij nemen ons afgescheiden-zijn van elkaar veel gemakkelijker waar dan onze eenheid met elkaar. Dat is niet gek. We vallen als mens(heid) uit de Eenheid, worden geboren en komen wat versuft op deze aarde terecht. Noodzakelijkerwijs moeten we het verschil tussen ik en de ander leren kennen. Ofschoon de Eenheid waar we vandaan komen hier ver te zoeken is, duurt het jaren voordat we beseffen dat we op onszelf staan, los van anderen. Het is een revolutionair proces waarin we gaan beseffen dat de vinger, die we in onze babyhand geklemd houden, niet van ons is maar van een vrouw die zich onze moeder noemt -die alles van ons weet, veel meer dan we zelf weten- en dat we haar op een dag zullen verlaten. Onze fysieke gescheidenheid is een keiharde werkelijkheid. Met schade en schande worden we wijzer en leren we wat het allemaal aan verantwoordelijkheden en regels met zich meebrengt. En dat is goed en nodig want anders kwam er weinig terecht van ons aardse leven. We moeten een afzonderlijk ‘ik’ ontwikkelen om te gaan beseffen dat dit ‘ik’ ons in de weg staat en erger nog: niet eens bestaat. We zullen de symbiotische band met onze opvoeders los moeten laten om onze eenheid in God te leren kennen. Zonder ‘ik’ gaat dat niet, maar zo gauw ‘ik’ bén, moet het opgaan in ‘Jij’. Een hoogst verwarrende toestand.

En ook niet zomaar een stap. Nee, eerder een wereldreis; een levensweg; een waagstuk. Dat ‘ik-besef’ lijkt vaak nog wel te lukken maar gaan beseffen dat anderen niet tot mijn ‘ik’ behoren blijkt bijzonder pijnlijk te zijn. En dan ook nog ‘Jij’ gaan worden!? Oef! We geloven zo hard in ons ‘ik’. We werken er al zo lang en intensief aan en hebben er zoveel aan te danken; iedere dag weer…

En toch!

Simone Weil schrijft: ‘Ik zeggen is liegen’. En zij bidt: ‘Heer, ik ben enkel leugen. Leugen is niets dan enkel niets. Maak, Heer, dat geheel mijn ziel, alle delen van mijn ziel, en ook mijn lichaam, dit weten. Dat mijn ziel voor mijn lichaam en voor God alleen maar weze wat deze vulpen is voor mijn hand en voor het papier – middelaarster’.**

Weil legt de vinger op de zere plek. We zijn geen ‘ik’; we zijn niet eens uit één stuk. We zijn samengesteld uit vele losse delen; allemaal ‘ikken’ die elkaar nauwelijks verstaan en voortdurend tegenspreken. Weil spreekt in dit verband van ‘de natuurlijke vermogens van de ziel en het lichaam’. Al die delen zijn wat haar betreft ‘ondergeschikt aan de bovennatuurlijke liefde’. Dit aanvaarden is geloof, zegt zij.

In navolging van Plato definieert ze geloof verder als rechtvaardigheid. Rechtvaardigheid is dan: de beoefening van die bovennatuurlijke liefde. Geen woorden maar daden dus. Of, zoals we dat zeggen: geloven is een werkwoord. Geloof is het onderwerpen van alle vermogens van de ziel aan die bovennatuurlijke liefde die we God mogen noemen. Verbond maken?

Ik begrijp het zo: God drukt zich uit. Dat doet Hij in ons en overal in de schepping. Hij drukt zich niet alleen uit maar Hij incarneert ook. Hij is dus overal ín Zijn schepping aanwezig; in alle schepsels. We kennen, bij momenten, de  gewaarwording van een grote liefde die in ons woont; groter dan we zelf zijn. In onze leefregel staat geschreven dat God keer op keer het Verbond met de mensen aangaat. Dit uitdrukken en incarneren lijkt me de manier waarop Hij dat doet. Van Zijn kant uit is dat Verbond er al. Wij daarentegen moeten het nog maken. Nadat we uit de eenheid vielen, in die vreemde, verwarrende gebeurtenissen rond onze geboorte, en nadat we geleerd hebben in een lichaam te leven, moeten we opnieuw de eenheid zoeken en het verbond aangaan. We moeten ons verbinden aan een bovenaardse liefde. De één lijkt wat verder uit de Eenheid gevallen dan de ander of in veel meer stukjes uiteen gebarsten te zijn, maar het zal allemaal niet echt veel schelen. Gezien vanuit de eeuwigheid doet dat er maar weinig toe denk ik, al doet dat niets af aan menselijk lijden dat eruit voort kan komen: eenzaamheid, verlatenheid, verscheurdheid, wanhoop; ieder krijgt zijn eigen deel. Allemaal moeten onze af gescheidenheid gaan kennen en ervaren. Dat is nodig om verbond te maken: de stukjes bij elkaar vegen en terugkeren naar huis. Op weg naar de Ene, de grote Geliefde.

Om met de woorden van Weil te spreken: geloof is pas geloof (handelen in gerechtigheid) als alle vermogens in de ziel dienstbaar zijn aan die bovennatuurlijke liefde (aan God). Ik vind haar uitleg over wat ‘geloof’ is best belangrijk want het geeft ons zicht op wat Verbond nu eigenlijk is. Ik bedoel van binnen, in ons. Ons ja-woord voldoet in de uiterlijke wereld, waar het geldig is, op papier gesteld wordt en ondertekend, maar wat vraagt het van ons, van binnen? Wat is het innerlijke Werk dat wij te doen hebben? Hoe máken wij dat Verbond?

Het geloof,’ zegt Weil, ‘is geen contact met God’. Want als dat zo was zou iedereen gelovig zijn en zou er geen ‘nacht van de ziel zijn’, geen schaduwen en onvolkomenheden. Geloof is ‘onderwerping van de delen die geen contact hebben met God aan het deel van de ziel dat wel contact heeft.’

Als alle delen van de ziel, al die ‘ikken’ die van alles weten en kunnen en zeggen en doen, zich ondergeschikt weten aan dat éne deel van de ziel dat contact heeft met die boven-natuurlijke liefde, dan is dát het Verbond. In dat contact is geen ‘ik’ maar is liefde/licht. Daar is de ‘Jij’ in wie ‘ik’ ben. Verbond is onze ondergeschiktheid daaraan aanvaarden. Ten diepste ben ik een ‘jij’.

Zo maken we Verbond: ondergeschiktheid aanvaarden van alle ‘ikken’ opdat ze met elkaar in overeenstemming komen. Alle ‘ikken’ dienend deel laten uitmaken van de waarachtige en bovennatuurlijke liefde. Dat is onze innerlijke arbeid. Zo maken we verbond: ons richten op dat ene deel van de ziel waar Licht is. Het deel van de ziel in mij, in jou, in een bloem, boom, huis, de aarde, het werk, de crisis, de gemeenschap… Daar waar het Licht is. De hele schepping is oefenschool en we kunnen ons hele leven over dit Werk doen. Steeds weer: in gehoorzaamheid en met volharding alle ‘ikken’ verzamelen en richten op het Licht. Dat is het werk van een gelovige. En als je geen licht ziet: in gehoorzaamheid en met volharding alle ‘ikken’ verzamelen en gericht houden op het Licht.  

Nu klop je aan bij een groot licht, groter dan jij, en er wordt gevraagd wie je bent. Wat zeg je dan?

Mariek

De serie ‘waag het Gods verbond te maken’ komt in drie vervolgafleveringen:
maken; wagen en Gods Verbond.

* Een vleugje paradijs, chassidische vertellingen rond de joodse hoogtijdagen. Samenstelling Eli Whitlau

** Simone Weil, Liefde is licht, religieuze teksten blz 230

Kerstlied van verre

Annieke van Dijk (1955) is lid van Gemeenschap De Hooge Berkt en organiseert namens Interserve retraites op de Hooge Berkt voor mensen die crosscultureel werk doen in binnen-of buitenland. Ze woonde van 1993 tot 2013 in Jordanië. De eerste jaren werkte ze als arts in het anNoor Sanatorium in Mafraq, daarna op een polikliniek voor vluchtelingen in Amman. Na een opleiding voor geestelijk begeleider in Engeland in 2006 is zij begonnen met het aanbieden van stilteretraites voor zendingswerkers en was zij actief betrokken bij het opzetten van een member care netwerk in Jordanië. In maart 2013 keerde Annieke terug naar Nederland.

Luc. 1, 57 – 80

Je weerstand doorbreken, onszelf verliezen en ingaan op de uitnodiging

Vorige week zondag hebben we al gehoord dat Jezus volgens het evangelie van Marcus op weg is naar Jeruzalem en dat hij, ondanks het lijden dat hem te wachten staat, trouw wil blijven aan zijn roeping. Dat is geen gemakkelijke weg, maar wel een radicale keuze. Iets van die radicaliteit horen we nu in het evangelie van vandaag.

In het begin van het verhaal komt er een jongeman naar Jezus toe en vraagt: Wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven? In die vraag hoor je een verlangen, een echt verlangen naar goed en rechtvaardig leven, of om het met de woorden van de eerste lezing te zeggen: een verlangen naar de geest van wijsheid die alles te boven gaat. Jezus geeft hem dan als antwoord de Tien Woorden, zoals Mozes die al heeft gegeven, en vooral wat hij moet doen tegenover zijn naaste: niet doden, geen echtbreuk plegen, niet stelen enz.

Dat op zich is dus al een goede richting: dat je leert als een goed mens te leven, in de juiste verhouding tot je medemens en tot God. Maar de jongeman deed dit al en zoekt een weg verder. Op dat moment kijkt Jezus hem liefdevol aan en zegt:
Aan één ding ontbreekt het je nog: ga verkopen al wat je bezit en geef hetaan de armen, en je zult een schat in de hemel hebben. Kom dan terug om mij te volgen.

Jezus roept hem op tot een keuze: enerzijds alles los te laten wat hij bezat en anderzijds te leren delen in de goddelijke liefde, die Jezus zelf present stelde. Dat is inderdaad een radicale keuze, die niet zomaar voor iedereen geldt, maar die Jezus hier persoonlijk tegen deze man richt. Jammer genoeg gaat hij er niet op in, omdat hij veel bezittingen heeft.

Op die keuze gaat het evangelie verder, wanneer Jezus spreekt tot zijn leerlingen. De jongeman was rijk en kwam er niet toe om alles te verkopen. Hij was bezet, bezeten. Jezus laat nu horen: Wat is het toch moeilijk voor een rijke om binnen te gaan in het koninkrijk van God. Wat is dat toch? We kennen die ervaring wel. Als je rijk bent en veel geld hebt om allerlei dingen te kopen, heb je ook macht tegenover andere mensen en trek je gemakkelijk veel vrienden aan. Je staat in feite zelf in het centrum. Hoe anders is het, als je je leven laat bepalen door een ander, als je bereid bent iemand te volgen die je inspireert. Dan gaat het om andere waarden, zoals solidariteit, rechtvaardigheid of gemeenschap. Jezus wijst erop hoe moeilijk het is, ja bijna onmogelijk, zeker als je rijk bent, om op die roep in te kunnen gaan. Toch zijn er mensen die de roep horen, ook onder ons. Die los laten wat ze daar, elders, aan leven hebben opgebouwd en bereid zijn dat op te geven om te verhuizen hier naar toe, naar deze gemeenschap en de weg van de goddelijke liefde te gaan, met alle onzekerheid die dat meebrengt. Ik heb respect voor hen.

Die oproep om alles los te laten geldt niet alleen voor jongeren die nog een groot deel van hun leven voor zich hebben, of voor mensen die pas begonnen zijn de weg van Jezus te volgen. Die oproep wordt vandaag ook tot ons gericht, die al geraakt zijn door Jezus en begonnen zijn aan die weg van de liefde. Wat wordt er dan tot ons gezegd? Toen ik de oproep hoorde: Aan één ding ontbreekt het je nog, voelde ik eerst een weerstand. Wat moet ik nu weer loslaten, wat is er dat mij tegen houdt om die weg van Jezus verder te gaan? Dat is misschien niet zo radicaal en toch.

Ik denk concreet bijvoorbeeld aan de veranderingen binnen de gemeenschap vanwege een nieuwe structuur. We worden uitgenodigd mee te gaan in de nieuwe dagteams, maar er is ook weerstand om de goede band met iemand zomaar los te laten en weer nieuwe contacten met anderen te maken. Ik denk ook aan onze samenleving, met nieuwe bepalingen vanuit het klimaatakkoord. We zullen grote veranderingen meemaken, en moeten gaan kiezen voor minder gas in onze woning en minder benzine voor de auto. Om tot de juiste houding te komen wordt van ons gevraagd een omslag te maken in denken en doen.

Hoe dan ook, ik denk dat het mogelijk is om de weerstand te doorbreken, onszelf te verliezen en in te gaan op de uitnodiging. Als die jongeman in de ogen van Jezus had gekeken en de liefde gevoeld, had hij die stap misschien kunnen maken. Of zoals op het eind Petrus kon zeggen: Wij hebben toch maar alles achter gelaten. Bidden wij om die geest van wijsheid.

Gewoon je leven delen

Rapport over leefgemeenschappen

In 2021 heeft de vereniging van religieuze leefgemeenschappen (VRL) een onderzoek naar het veld van leefgemeenschappen in Nederland laten uitvoeren. Hoeveel van dit soort leefgemeenschappen zijn er? Wat voor mensen wonen er? Hoe zijn ze georganiseerd? Wat zijn hun uitdagingen?

De resultaten van dit onderzoek zijn gepresenteerd in het rapport ‘Wij delen gewoon ons leven’.

Als gemeenschap De Hooge Berkt zijn we vanaf het begin betrokken geweest bij dit netwerk van religieuze leefgemeenschappen. Wij hebben als gemeenschap ook meegedaan met dit onderzoek en delen het graag met geïnteresseerden. 

Luc. 1, 26 – 38

Je weerstand doorbreken, onszelf verliezen en ingaan op de uitnodiging

Vorige week zondag hebben we al gehoord dat Jezus volgens het evangelie van Marcus op weg is naar Jeruzalem en dat hij, ondanks het lijden dat hem te wachten staat, trouw wil blijven aan zijn roeping. Dat is geen gemakkelijke weg, maar wel een radicale keuze. Iets van die radicaliteit horen we nu in het evangelie van vandaag.

In het begin van het verhaal komt er een jongeman naar Jezus toe en vraagt: Wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven? In die vraag hoor je een verlangen, een echt verlangen naar goed en rechtvaardig leven, of om het met de woorden van de eerste lezing te zeggen: een verlangen naar de geest van wijsheid die alles te boven gaat. Jezus geeft hem dan als antwoord de Tien Woorden, zoals Mozes die al heeft gegeven, en vooral wat hij moet doen tegenover zijn naaste: niet doden, geen echtbreuk plegen, niet stelen enz.

Dat op zich is dus al een goede richting: dat je leert als een goed mens te leven, in de juiste verhouding tot je medemens en tot God. Maar de jongeman deed dit al en zoekt een weg verder. Op dat moment kijkt Jezus hem liefdevol aan en zegt:
Aan één ding ontbreekt het je nog: ga verkopen al wat je bezit en geef hetaan de armen, en je zult een schat in de hemel hebben. Kom dan terug om mij te volgen.

Jezus roept hem op tot een keuze: enerzijds alles los te laten wat hij bezat en anderzijds te leren delen in de goddelijke liefde, die Jezus zelf present stelde. Dat is inderdaad een radicale keuze, die niet zomaar voor iedereen geldt, maar die Jezus hier persoonlijk tegen deze man richt. Jammer genoeg gaat hij er niet op in, omdat hij veel bezittingen heeft.

Op die keuze gaat het evangelie verder, wanneer Jezus spreekt tot zijn leerlingen. De jongeman was rijk en kwam er niet toe om alles te verkopen. Hij was bezet, bezeten. Jezus laat nu horen: Wat is het toch moeilijk voor een rijke om binnen te gaan in het koninkrijk van God. Wat is dat toch? We kennen die ervaring wel. Als je rijk bent en veel geld hebt om allerlei dingen te kopen, heb je ook macht tegenover andere mensen en trek je gemakkelijk veel vrienden aan. Je staat in feite zelf in het centrum. Hoe anders is het, als je je leven laat bepalen door een ander, als je bereid bent iemand te volgen die je inspireert. Dan gaat het om andere waarden, zoals solidariteit, rechtvaardigheid of gemeenschap. Jezus wijst erop hoe moeilijk het is, ja bijna onmogelijk, zeker als je rijk bent, om op die roep in te kunnen gaan. Toch zijn er mensen die de roep horen, ook onder ons. Die los laten wat ze daar, elders, aan leven hebben opgebouwd en bereid zijn dat op te geven om te verhuizen hier naar toe, naar deze gemeenschap en de weg van de goddelijke liefde te gaan, met alle onzekerheid die dat meebrengt. Ik heb respect voor hen.

Die oproep om alles los te laten geldt niet alleen voor jongeren die nog een groot deel van hun leven voor zich hebben, of voor mensen die pas begonnen zijn de weg van Jezus te volgen. Die oproep wordt vandaag ook tot ons gericht, die al geraakt zijn door Jezus en begonnen zijn aan die weg van de liefde. Wat wordt er dan tot ons gezegd? Toen ik de oproep hoorde: Aan één ding ontbreekt het je nog, voelde ik eerst een weerstand. Wat moet ik nu weer loslaten, wat is er dat mij tegen houdt om die weg van Jezus verder te gaan? Dat is misschien niet zo radicaal en toch.

Ik denk concreet bijvoorbeeld aan de veranderingen binnen de gemeenschap vanwege een nieuwe structuur. We worden uitgenodigd mee te gaan in de nieuwe dagteams, maar er is ook weerstand om de goede band met iemand zomaar los te laten en weer nieuwe contacten met anderen te maken. Ik denk ook aan onze samenleving, met nieuwe bepalingen vanuit het klimaatakkoord. We zullen grote veranderingen meemaken, en moeten gaan kiezen voor minder gas in onze woning en minder benzine voor de auto. Om tot de juiste houding te komen wordt van ons gevraagd een omslag te maken in denken en doen.

Hoe dan ook, ik denk dat het mogelijk is om de weerstand te doorbreken, onszelf te verliezen en in te gaan op de uitnodiging. Als die jongeman in de ogen van Jezus had gekeken en de liefde gevoeld, had hij die stap misschien kunnen maken. Of zoals op het eind Petrus kon zeggen: Wij hebben toch maar alles achter gelaten. Bidden wij om die geest van wijsheid.

Corona update 28 november

Aan al onze vrienden, gasten en belangstellenden

Ondanks de nieuwe beperkende maatregelen blijft een beperkt aantal gasten welkom in ons midden. Zoals altijd in overleg met de gastvrouwen van onze “gastenontvangst”. Vragen hierover bij voorkeur via de mail gastenontvangst@hoogeberkt.nl.

Er zijn voor gasten en de eigen mensen de volgende regels afgesproken:

  1. we houden ons aan de bekende basisregels,

  2. we dragen mondkapjes in de gemeenschappelijke ruimtes als we lopen,

  3. we ontsmetten onze handen bij binnenkomst en vertrek uit de gemeenschappelijke ruimtes,

  4. alle activiteiten na 17.00 uur vervallen behalve de avondmaaltijd met de gasten, een enkele bewoner en de keukenploeg van het dagteam,

  5. bij gasten wordt de QR-code gecontroleerd en gevraagd om een negatieve zelftest voor hun komst.

Met de nieuwe maatregelen worden de adventsweken weer meer verstilde tijd waarin we met het adventsthema van dit jaar toch actief en hoopvol blijven ‘Uitzien naar toekomst, met Hem!’

Luc. 1, 5 – 25

Je weerstand doorbreken, onszelf verliezen en ingaan op de uitnodiging

Vorige week zondag hebben we al gehoord dat Jezus volgens het evangelie van Marcus op weg is naar Jeruzalem en dat hij, ondanks het lijden dat hem te wachten staat, trouw wil blijven aan zijn roeping. Dat is geen gemakkelijke weg, maar wel een radicale keuze. Iets van die radicaliteit horen we nu in het evangelie van vandaag.

In het begin van het verhaal komt er een jongeman naar Jezus toe en vraagt: Wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven? In die vraag hoor je een verlangen, een echt verlangen naar goed en rechtvaardig leven, of om het met de woorden van de eerste lezing te zeggen: een verlangen naar de geest van wijsheid die alles te boven gaat. Jezus geeft hem dan als antwoord de Tien Woorden, zoals Mozes die al heeft gegeven, en vooral wat hij moet doen tegenover zijn naaste: niet doden, geen echtbreuk plegen, niet stelen enz.

Dat op zich is dus al een goede richting: dat je leert als een goed mens te leven, in de juiste verhouding tot je medemens en tot God. Maar de jongeman deed dit al en zoekt een weg verder. Op dat moment kijkt Jezus hem liefdevol aan en zegt:
Aan één ding ontbreekt het je nog: ga verkopen al wat je bezit en geef hetaan de armen, en je zult een schat in de hemel hebben. Kom dan terug om mij te volgen.

Jezus roept hem op tot een keuze: enerzijds alles los te laten wat hij bezat en anderzijds te leren delen in de goddelijke liefde, die Jezus zelf present stelde. Dat is inderdaad een radicale keuze, die niet zomaar voor iedereen geldt, maar die Jezus hier persoonlijk tegen deze man richt. Jammer genoeg gaat hij er niet op in, omdat hij veel bezittingen heeft.

Op die keuze gaat het evangelie verder, wanneer Jezus spreekt tot zijn leerlingen. De jongeman was rijk en kwam er niet toe om alles te verkopen. Hij was bezet, bezeten. Jezus laat nu horen: Wat is het toch moeilijk voor een rijke om binnen te gaan in het koninkrijk van God. Wat is dat toch? We kennen die ervaring wel. Als je rijk bent en veel geld hebt om allerlei dingen te kopen, heb je ook macht tegenover andere mensen en trek je gemakkelijk veel vrienden aan. Je staat in feite zelf in het centrum. Hoe anders is het, als je je leven laat bepalen door een ander, als je bereid bent iemand te volgen die je inspireert. Dan gaat het om andere waarden, zoals solidariteit, rechtvaardigheid of gemeenschap. Jezus wijst erop hoe moeilijk het is, ja bijna onmogelijk, zeker als je rijk bent, om op die roep in te kunnen gaan. Toch zijn er mensen die de roep horen, ook onder ons. Die los laten wat ze daar, elders, aan leven hebben opgebouwd en bereid zijn dat op te geven om te verhuizen hier naar toe, naar deze gemeenschap en de weg van de goddelijke liefde te gaan, met alle onzekerheid die dat meebrengt. Ik heb respect voor hen.

Die oproep om alles los te laten geldt niet alleen voor jongeren die nog een groot deel van hun leven voor zich hebben, of voor mensen die pas begonnen zijn de weg van Jezus te volgen. Die oproep wordt vandaag ook tot ons gericht, die al geraakt zijn door Jezus en begonnen zijn aan die weg van de liefde. Wat wordt er dan tot ons gezegd? Toen ik de oproep hoorde: Aan één ding ontbreekt het je nog, voelde ik eerst een weerstand. Wat moet ik nu weer loslaten, wat is er dat mij tegen houdt om die weg van Jezus verder te gaan? Dat is misschien niet zo radicaal en toch.

Ik denk concreet bijvoorbeeld aan de veranderingen binnen de gemeenschap vanwege een nieuwe structuur. We worden uitgenodigd mee te gaan in de nieuwe dagteams, maar er is ook weerstand om de goede band met iemand zomaar los te laten en weer nieuwe contacten met anderen te maken. Ik denk ook aan onze samenleving, met nieuwe bepalingen vanuit het klimaatakkoord. We zullen grote veranderingen meemaken, en moeten gaan kiezen voor minder gas in onze woning en minder benzine voor de auto. Om tot de juiste houding te komen wordt van ons gevraagd een omslag te maken in denken en doen.

Hoe dan ook, ik denk dat het mogelijk is om de weerstand te doorbreken, onszelf te verliezen en in te gaan op de uitnodiging. Als die jongeman in de ogen van Jezus had gekeken en de liefde gevoeld, had hij die stap misschien kunnen maken. Of zoals op het eind Petrus kon zeggen: Wij hebben toch maar alles achter gelaten. Bidden wij om die geest van wijsheid.

Ontdek je verantwoordelijkheid – Neiging tot het kwaad

Dit is de tweede bijdrage over de vierde regel: Ontdek je verantwoordelijkheid. De vorige bijdrage  kun je hier vinden.

Neiging tot het kwaad

In onze gemeenschap leven we met een ‘leefregel’. Deze bestaat in feite uit vijf regels die als wegwijzers op onze weg staan, zowel als gemeenschap als op persoonlijk niveau.

De vijf regels zijn:

  1. Word wie/wat je bent
  2. Broederschap, durf het aan
  3. Ga je weg
  4. Ontdek je verantwoordelijkheid
  5. Waag het (Gods) verbond te maken.

Door het jaar heen belicht ik telkens een leefregel.

Bijgaande tekst is het tweede deel bij de regel: ‘Ontdek je verantwoordelijkheid.’

Ontdek je verantwoordelijkheid – Neiging tot het kwaad.

Het lijkt te mooi om waar te zijn: op weg gaan met onze talenten, gaven die we bij geboorte meekregen, je verantwoordelijkheid ontdekken en zo worden wie we zijn: beeld en gelijkenis van God. Natuurlijk moeten we er hard voor werken, onze talenten leren kennen en verder ontwikkelen, maar vroeg of laat zullen we er dan toch wel komen: bij onze Goddelijke staat van zijn en bij de vrede op aarde.

En dat is het dan ook: te mooi om waar te zijn. We leven immers niet alleen in de ‘Geest’ waar we ‘beeld en gelijkenis van God’ zijn. We leven ook in onze fysieke hoedanigheid en zijn daarmee ondergeschikt aan de wetten van de natuur, en dus kwetsbaar. Al sinds de eeuwen der eeuwen proberen we ons, kost wat kost, te weren tegen al die grillige onzekerheden die ons in ons bestaan kunnen bedreigen. Zonde is een beladen begrip geworden maar het is nooit anders geweest: kwaad geschiedt. Sterker nog: de tegenstander die we duivel noemen leeft ín onszelf als onze kwade aandrift. Daar belemmert hij ons om in verbondenheid met elkaar en God te worden wie we zijn.

Zonde staat voor: scheiding, het verbreken van relatie, je doel missen, een verkeerde gerichtheid/oriëntatie. Dat is eigenlijk meer jammerlijk dan kwalijk, al blijft het een verkeerde weg als je een andere had moeten gaan. Dat geldt ook voor het begrip ‘kwaad’. Het grootste kwaad is wellicht dat we menen te weten wat goed en kwaad is. We oordelen vaak liever over een situatie of persoon dan dat we onderzoeken wat er werkelijk aan de hand en nodig is.  

De realiteit is dat we op weg zijn naar God en behalve onze talenten ook voortdurend onze valkuilen bij ons hebben, hoe die zich ook manifesteren. Dat maakt het ontdekken van onze verantwoordelijkheid veelal tot een levenslang traject. Iedere deugd heeft een zonde als keerzijde in zich. Om in zuiverheid onze verantwoordelijkheid te ontdekken is het daarom ook nodig onze zonden te zien.

Al in de derde of vierde eeuw wisten de woestijnvaders zich door hun zonden belemmerd op hun weg naar God. Ze onderzochten die nauwgezet, rubriceerden ze en kwamen tot zeven hoofdzonden. Twee eeuwen later heeft Paus Gregorius ze opgenomen in de katholieke leer. Het zijn:

  1. Superbia (hoogmoed – hovaardigheid – ijdelheid)
  2. Avaritia (hebzucht – gierigheid)
  3. Luxuria (onkuisheid– lust – wellust)
  4. Invidia (nijd – jaloezie– afgunst)
  5. Gula (onmatigheid – gulzigheid – vraatzucht)
  6. Ira (woede– toorn – wraak – gramschap)
  7. Acedia (gemakzucht – traagheid – luiheid – vadsigheid)

Ieder van ons zou in het bijzonder behept zijn met één van deze hoofdzonden, die zich steeds weer voordoet, in verschillende gradaties en nuances. Ze weet zich totaal onherkenbaar te camoufleren en komt achter ieder masker weer tevoorschijn. Mijn hoofdzonde is woede of wrok en ze kan zich ongemerkt verborgen houden achter terughoudendheid of zelfs gehoorzaamheid. Het is niet gezegd dat je de andere zonden niet hebt. Integendeel: bij eerlijk zelfonderzoek zul je ze allemaal wel ergens tegenkomen. Maar er is er één die ons altijd weer beet heeft en te slim af is. Wellicht is juist die zonde de motor van ons bestaan en de aanzet tot veel van onze goede werken. Waarschijnlijk kun je wel wat verhalen vertellen over wat je hebt doorstaan om deze draak te temmen en hoe die je nog steeds weet te verleiden.

We kennen allemaal de neiging om zonden uit te willen roeien of te verwerpen. Soms is onze haat zo groot dat ze zich tegen onszelf keert. Maar daarmee zou ook de reden van ons talent verworpen zijn en de reden van ons bestaan én van het bestaan van deze wereld. Het is van belang ons niet te identificeren met onze zonden, net zomin als dat we ons zouden moeten identificeren met onze talenten. Zonden kun je zien als brandstof die nodig is om het vuur brandend te houden. Dat is geen verwerping maar dat is ze zíen, loslaten en aanbieden voor transformatie. Aan de andere kant van mijn woede staat een blijmoedige aanvaarding, misschien zelfs geduld. Gemeten naar de eeuwigheid weet ik niet waar ik nu ben op mijn traject. Ik troost me met de gedachte dat niemand me gezegd heeft dat ik deze klus voor het einde van mijn leven moet klaren. Bovendien gaat het in dit partnerschap met God niet om míjn talent en míjn opdracht, maar om die van ons allen samen, van heel de mensheid. Wij samen zijn de ‘mens geschapen naar evenbeeld en gelijkenis van God’. Onze inzet in dit Goddelijke project is van grotere importantie dan het resultaat.  

Je verantwoordelijkheid ontdekken vraagt om een groot onderscheidingsvermogen. Vaak komen we niet eens zover en hebben we de hulp nodig van iemand die ziet wat jij niet ziet. En dat kan dan weer alleen als je mogelijke blinde vlekken onderkent en de ander toelaat. Onmogelijk is het niet. Bij Simone Weil las ik dat ons verstand in staat is het kwaad in de ogen te zien en het te haten. We hoeven ons er niet van te ontdoen, zegt ze, we hoeven het alleen maar te onderscheiden. Vervolgens benoemt zij de wortel van alle kwaad. Dat is de dromerij. Dromerij, zegt zij, is de troost voor wie ongelukkig zijn; het is ‘hun toevlucht om niet verpletterd te worden door het loden gewicht van de tijd’. Het is ook ‘een onschuldige vorm van vlucht uit de realiteit’ en we kunnen geen van allen zonder. Dromerij heeft maar één nadeel: ze is niet reëel. ‘Waar gedroomd wordt, is liefde uitgesloten. Liefde is reëel’.*

Dat zegt Weil erover en het is niet nieuw. Illusies najagen, afgoderij, het hele arsenaal afweermechanismen en onze zonden in al hun gedaantes… We hebben er heel wat voor over om niet helder te onderscheiden en deze wordingsweg niet ten volle te gaan. Het ontdekken van je verantwoordelijkheid is daarbij een tamelijk lastige en confronterende onderneming en roept vaak weerstand op. Je weet immers niet wat je gaat ontdekken. Het kan prettiger lijken om dat zelf te bepalen.  

De Islam kent 99 namen van God en die staan voor de verschillende gezichten van God; voor Zijn kwaliteiten. Ya Sabur (geduld) is de laatste naam. Het is de laatste omdat geduld altijd en overal nodig is. Dat maakt haar zwaar en moeilijk. De 100ste naam, zo leerde ik, is jouw naam: jij bent een gezicht van God; beeld en gelijkenis. Laten we geduld beoefenen met onszelf en, tegen de stroom in en met vallen en opstaan, ontdekken wat onze verantwoordelijkheid is. De laatste weken klinkt steeds een lied in mijn hoofd op een bewerkte tekst van Mevlana Rumi:

Kom, kom, wie je ook bent,
Zwerver, minnaar van het heengaan,
Al heb je je belofte al duizendmaal verbroken
Kom, kom, wie je ook bent.

Vanuit ’t Verdiep, Mariek

 *) Liefde is licht, religieuze teksten van Simone Weil. KokBoekencentrum Utrecht. blz. 179

Verjaardag van onze gemeenschap

Een jarige gemeenschap: 1967 - 2021

Vrijdag 9 juli viert de gemeenschap haar 54e verjaardag. Dat is een eenvoudig gebeuren. Het is traditie geworden dat iedereen deze dag een bloem meeneemt naar de kapel waarmee grote boeketten gevormd worden in de vazen die hiervoor bij het altaar al klaarstaan. De verzamelde bloemen zijn op deze dag de fleurige getuigen van de veelkleurigheid van de gemeenschap.

We staan stil bij het verleden en gedenken dankbaar alle mensen die de gemeenschap mee hebben opgebouwd tot de gemeenschap zoals die nu is. We vieren het leven zoals het vandaag de dag is, met alle mensen met wie wij ons verbonden weten en we vragen Gods zegen voor de dag van morgen.  Dat we met de rijkdom aan ervaring uit het verleden nieuwe taal en nieuwe vormen vinden om als gemeenschap toekomst te hebben, voor onszelf en het uitdragen van onze missie: Christelijk leven concreet maken.

Als gemeenschap leven we samen praktische oecumene en daarin mogen wij in onze eigen veelkleurigheid een oefenplaats plaats zijn voor de oecumene tussen kerken. 

Dat onze veelkleurigheid mag uitgroeien tot een veelkleurigheid in alle kleuren van de regenboog.

Het kan weer!

Welkom

Je bent welkom in de diensten, bijvoorbeeld voor de zondagsviering om 11.00 met daarna koffiedrinken. We starten weer met samenzang en je hoeft je niet van te voren aan te melden. De 1,5m afstand houden we nog wel even aan.

Je bent welkom om gewoon maar weer eens langs te komen en aan te schuiven op onze koffie- en thee momenten. Heb je belangstelling voor de gastenprogramma’s volg dan de website en mail gastenontvangst@hoogeberkt.nl

Let op! De bereikbaarheid van de De Hooge Berkt is veranderd!

Komend vanuit Eersel is het niet meer mogelijk om binnendoor naar de Hooge Berkt te rijden. Deze weg, het deel na Hooge Berkt 24 richting Eersel, wordt fietspad. Onze gemeenschap is Dit betekent dat autoverkeer vanaf 5 juli ons alleen nog kan bereiken vanaf de Nieuwstraat.

Bij de foto van Christoffel:
Ons aller gebed is verhoord, met grote dank aan allen die een zware verantwoording hebben gedragen om deze pandemie onder de knie te krijgen.

Kunstenaar: V. Semeyn Esser datering: 1960
Locatie: Boschveldweg Den Bosch