Podcast met Tineke over de Geestelijke Oefeningen

“Oog in oog staan met Jezus”

In de podcastserie over de Geestelijke Oefeningen en de spiritualiteit van Ignatius van Loyola, spreekt Ben Frie met Tineke Renkema, psychotherapeut en geestelijk begeleider bij de gemeenschap De Hooge Berkt.

Uit het interview:

U bent geestelijk begeleider bij de gemeenschap De Hooge Berkt. Wat is De Hooge Berkt?

‘Een christelijke leefgemeenschap die 55 jaar geleden begonnen is met drie mensen, waaronder een jezuïet. De opzet was: met elkaar liefde en geloof leven in het dagdagelijkse. Al vrij snel sloten zich meer mensen aan. Protestanten en katholieken. Zelf heb ik hier voor het eerst een retraite gedaan. En daarna heb ik dat een jaar of acht ieder jaar gedaan, een retraite van acht dagen. En daarin heb ik veel ontvangen.’

‘Toen het geven van de retraite voor jezuïet Jan Berger moeilijk werd, ben ik de opleiding gaan volgen. Ik wilde het begeleiden van retraites voor onze gemeenschap bewaren, omdat ik zelf zo geraakt was door wat je daarin kunt ontvangen.’

U bent ook psychotherapeut. Hoe verhouden therapie en spiritualiteit zich?

‘Dat was dertig jaar geleden voor mij een hele zoektocht: wat is nu wat? In de psychologische laag gaat het altijd om vrij worden, bevrijd worden van alles wat je blokkeert vanuit je geschiedenis. Ik zeg niet dat in een retraite of bezinning die problemen niet aan de orde zijn, maar dan gaat het om: waartoe word je bevrijd? Om die diepere laag, zo beschouw ik het wel, te ontvouwen en te ontdekken. Zonder al te zeer op de problemen zelf in te gaan, maar die mogen er natuurlijk wel zijn. Die doen mee in dat spel.’

God is in alles maar ook in jou, als diepste stem

‘Het ene gaat over de verbinding met wat groter is dan jijzelf, met God. Het ander gaat over de verhouding met anderen en met jezelf. Bij geestelijke begeleiding is er de begeleider met wie je spreekt. Tussen de retraitant en de begeleider is een tussenruimte, zo noem ik dat. En daarin is God. Je zegt dingen hardop als retraitant, waarvan je denkt: zeg ik dat? Daar waait de Geest dan doorheen. Dat is niet niets natuurlijk en het is ook niet altijd zo. Daarnaast is het in de retraite stil, acht dagen. Niets leidt af. Dat brengt soms dingen aan het licht waarvan je zelf niet wist dat je ze verborgen hield.’

Wat maken de Geestelijke Oefeningen voor u bijzonder?

‘De dynamiek van leven, sterven en opstaan. Dat kun je in je hele leven zien; je wordt geboren, je leeft en je sterft en daaruit komt iets voort. Maar het doet zich ook in golfbewegingen voor doorheen je leven. Door de diepte gaan en opstaan. Dat komt terug in de Oefeningen en dat vind ik er bijzonder aan.’

Maar God is abstract, je kunt Hem geen hand geven. Hoe openbaart Hij zich in die Oefeningen?

‘God is in alles maar ook in jou, als diepste stem. Daarmee kun je in verbinding staan. Wat beweegt er vanbinnen en waardoor kom je tot leven? Wat brengt vrede, wat geeft echte vreugde? En dat onderscheiden van alles wat oppervlakkig is.’

De Schrift gaat over mij en het wijst mij de weg

‘Wat mij ook geraakt heeft, is dat je in gesprek kunt met God en met de Mensenzoon. Dat de Schriftverhalen, het grote verhaal noem ik dat, in verbinding kunt brengen met je eigen kleine verhaal. Je kunt jouw ervaringen toetsen aan dat grote verhaal.’

Je ziet hier veel mensen die retraite doen. Wat gebeurt er met hen?

‘In eerste instantie zijn ze verwonderd, bijvoorbeeld omdat ze niet zoveel meer hebben met de Schrift. In de tijd is dat ook mijn verwondering geweest, vanuit mijn gelovige opvoeding werd het draadje met de Schrift steeds dunner, tot ik hier ontdekte: het heeft met mij van doen. En daardoor kun je je geborgen weten. Dat is ook de ervaring die ik hier zie: het gaat over mij en het wijst mij de weg.’

Hoe gaat een evangelieverhaal iets over mij zeggen?

‘Dat is een kunst. Het zijn Geestelijke Oefeningen, het hoeft niet meteen te lukken, je mag het langzamerhand leren. Het belangrijkste is dat je je verbindt met dat verhaal. Wat is mijn plek erin? Bijvoorbeeld in het verhaal waarin Jezus de vrouw bij de put ontmoet. Ik zeg dan altijd: ga ook maar eens een uur bij die bron zitten en ga met Jezus in gesprek, of niet. Misschien ga je gewoon bij Hem zitten, misschien kijkt Hij je aan, of niet. Ik doe sterk een beroep op dat je in dat verhaal een plek kunt vinden. En ook: oog in oog staan met Jezus. Dat is voor mij iets wonderlijks geweest, dat je met de ogen van je verbeelding je kunt voorstellen dat Jezus daar is en dat Hij iets tegen jou zegt. Veel mensen staan verbaasd over hoeveel dat opent.’


Tineke biedt de volgende retraitevormen in onze gemeenschap aan:

Luc. 17, 5 – 10

Je weerstand doorbreken, onszelf verliezen en ingaan op de uitnodiging

Vorige week zondag hebben we al gehoord dat Jezus volgens het evangelie van Marcus op weg is naar Jeruzalem en dat hij, ondanks het lijden dat hem te wachten staat, trouw wil blijven aan zijn roeping. Dat is geen gemakkelijke weg, maar wel een radicale keuze. Iets van die radicaliteit horen we nu in het evangelie van vandaag.

In het begin van het verhaal komt er een jongeman naar Jezus toe en vraagt: Wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven? In die vraag hoor je een verlangen, een echt verlangen naar goed en rechtvaardig leven, of om het met de woorden van de eerste lezing te zeggen: een verlangen naar de geest van wijsheid die alles te boven gaat. Jezus geeft hem dan als antwoord de Tien Woorden, zoals Mozes die al heeft gegeven, en vooral wat hij moet doen tegenover zijn naaste: niet doden, geen echtbreuk plegen, niet stelen enz.

Dat op zich is dus al een goede richting: dat je leert als een goed mens te leven, in de juiste verhouding tot je medemens en tot God. Maar de jongeman deed dit al en zoekt een weg verder. Op dat moment kijkt Jezus hem liefdevol aan en zegt:
Aan één ding ontbreekt het je nog: ga verkopen al wat je bezit en geef hetaan de armen, en je zult een schat in de hemel hebben. Kom dan terug om mij te volgen.

Jezus roept hem op tot een keuze: enerzijds alles los te laten wat hij bezat en anderzijds te leren delen in de goddelijke liefde, die Jezus zelf present stelde. Dat is inderdaad een radicale keuze, die niet zomaar voor iedereen geldt, maar die Jezus hier persoonlijk tegen deze man richt. Jammer genoeg gaat hij er niet op in, omdat hij veel bezittingen heeft.

Op die keuze gaat het evangelie verder, wanneer Jezus spreekt tot zijn leerlingen. De jongeman was rijk en kwam er niet toe om alles te verkopen. Hij was bezet, bezeten. Jezus laat nu horen: Wat is het toch moeilijk voor een rijke om binnen te gaan in het koninkrijk van God. Wat is dat toch? We kennen die ervaring wel. Als je rijk bent en veel geld hebt om allerlei dingen te kopen, heb je ook macht tegenover andere mensen en trek je gemakkelijk veel vrienden aan. Je staat in feite zelf in het centrum. Hoe anders is het, als je je leven laat bepalen door een ander, als je bereid bent iemand te volgen die je inspireert. Dan gaat het om andere waarden, zoals solidariteit, rechtvaardigheid of gemeenschap. Jezus wijst erop hoe moeilijk het is, ja bijna onmogelijk, zeker als je rijk bent, om op die roep in te kunnen gaan. Toch zijn er mensen die de roep horen, ook onder ons. Die los laten wat ze daar, elders, aan leven hebben opgebouwd en bereid zijn dat op te geven om te verhuizen hier naar toe, naar deze gemeenschap en de weg van de goddelijke liefde te gaan, met alle onzekerheid die dat meebrengt. Ik heb respect voor hen.

Die oproep om alles los te laten geldt niet alleen voor jongeren die nog een groot deel van hun leven voor zich hebben, of voor mensen die pas begonnen zijn de weg van Jezus te volgen. Die oproep wordt vandaag ook tot ons gericht, die al geraakt zijn door Jezus en begonnen zijn aan die weg van de liefde. Wat wordt er dan tot ons gezegd? Toen ik de oproep hoorde: Aan één ding ontbreekt het je nog, voelde ik eerst een weerstand. Wat moet ik nu weer loslaten, wat is er dat mij tegen houdt om die weg van Jezus verder te gaan? Dat is misschien niet zo radicaal en toch.

Ik denk concreet bijvoorbeeld aan de veranderingen binnen de gemeenschap vanwege een nieuwe structuur. We worden uitgenodigd mee te gaan in de nieuwe dagteams, maar er is ook weerstand om de goede band met iemand zomaar los te laten en weer nieuwe contacten met anderen te maken. Ik denk ook aan onze samenleving, met nieuwe bepalingen vanuit het klimaatakkoord. We zullen grote veranderingen meemaken, en moeten gaan kiezen voor minder gas in onze woning en minder benzine voor de auto. Om tot de juiste houding te komen wordt van ons gevraagd een omslag te maken in denken en doen.

Hoe dan ook, ik denk dat het mogelijk is om de weerstand te doorbreken, onszelf te verliezen en in te gaan op de uitnodiging. Als die jongeman in de ogen van Jezus had gekeken en de liefde gevoeld, had hij die stap misschien kunnen maken. Of zoals op het eind Petrus kon zeggen: Wij hebben toch maar alles achter gelaten. Bidden wij om die geest van wijsheid.

Luc. 16, 1 – 13

Je weerstand doorbreken, onszelf verliezen en ingaan op de uitnodiging

Vorige week zondag hebben we al gehoord dat Jezus volgens het evangelie van Marcus op weg is naar Jeruzalem en dat hij, ondanks het lijden dat hem te wachten staat, trouw wil blijven aan zijn roeping. Dat is geen gemakkelijke weg, maar wel een radicale keuze. Iets van die radicaliteit horen we nu in het evangelie van vandaag.

In het begin van het verhaal komt er een jongeman naar Jezus toe en vraagt: Wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven? In die vraag hoor je een verlangen, een echt verlangen naar goed en rechtvaardig leven, of om het met de woorden van de eerste lezing te zeggen: een verlangen naar de geest van wijsheid die alles te boven gaat. Jezus geeft hem dan als antwoord de Tien Woorden, zoals Mozes die al heeft gegeven, en vooral wat hij moet doen tegenover zijn naaste: niet doden, geen echtbreuk plegen, niet stelen enz.

Dat op zich is dus al een goede richting: dat je leert als een goed mens te leven, in de juiste verhouding tot je medemens en tot God. Maar de jongeman deed dit al en zoekt een weg verder. Op dat moment kijkt Jezus hem liefdevol aan en zegt:
Aan één ding ontbreekt het je nog: ga verkopen al wat je bezit en geef hetaan de armen, en je zult een schat in de hemel hebben. Kom dan terug om mij te volgen.

Jezus roept hem op tot een keuze: enerzijds alles los te laten wat hij bezat en anderzijds te leren delen in de goddelijke liefde, die Jezus zelf present stelde. Dat is inderdaad een radicale keuze, die niet zomaar voor iedereen geldt, maar die Jezus hier persoonlijk tegen deze man richt. Jammer genoeg gaat hij er niet op in, omdat hij veel bezittingen heeft.

Op die keuze gaat het evangelie verder, wanneer Jezus spreekt tot zijn leerlingen. De jongeman was rijk en kwam er niet toe om alles te verkopen. Hij was bezet, bezeten. Jezus laat nu horen: Wat is het toch moeilijk voor een rijke om binnen te gaan in het koninkrijk van God. Wat is dat toch? We kennen die ervaring wel. Als je rijk bent en veel geld hebt om allerlei dingen te kopen, heb je ook macht tegenover andere mensen en trek je gemakkelijk veel vrienden aan. Je staat in feite zelf in het centrum. Hoe anders is het, als je je leven laat bepalen door een ander, als je bereid bent iemand te volgen die je inspireert. Dan gaat het om andere waarden, zoals solidariteit, rechtvaardigheid of gemeenschap. Jezus wijst erop hoe moeilijk het is, ja bijna onmogelijk, zeker als je rijk bent, om op die roep in te kunnen gaan. Toch zijn er mensen die de roep horen, ook onder ons. Die los laten wat ze daar, elders, aan leven hebben opgebouwd en bereid zijn dat op te geven om te verhuizen hier naar toe, naar deze gemeenschap en de weg van de goddelijke liefde te gaan, met alle onzekerheid die dat meebrengt. Ik heb respect voor hen.

Die oproep om alles los te laten geldt niet alleen voor jongeren die nog een groot deel van hun leven voor zich hebben, of voor mensen die pas begonnen zijn de weg van Jezus te volgen. Die oproep wordt vandaag ook tot ons gericht, die al geraakt zijn door Jezus en begonnen zijn aan die weg van de liefde. Wat wordt er dan tot ons gezegd? Toen ik de oproep hoorde: Aan één ding ontbreekt het je nog, voelde ik eerst een weerstand. Wat moet ik nu weer loslaten, wat is er dat mij tegen houdt om die weg van Jezus verder te gaan? Dat is misschien niet zo radicaal en toch.

Ik denk concreet bijvoorbeeld aan de veranderingen binnen de gemeenschap vanwege een nieuwe structuur. We worden uitgenodigd mee te gaan in de nieuwe dagteams, maar er is ook weerstand om de goede band met iemand zomaar los te laten en weer nieuwe contacten met anderen te maken. Ik denk ook aan onze samenleving, met nieuwe bepalingen vanuit het klimaatakkoord. We zullen grote veranderingen meemaken, en moeten gaan kiezen voor minder gas in onze woning en minder benzine voor de auto. Om tot de juiste houding te komen wordt van ons gevraagd een omslag te maken in denken en doen.

Hoe dan ook, ik denk dat het mogelijk is om de weerstand te doorbreken, onszelf te verliezen en in te gaan op de uitnodiging. Als die jongeman in de ogen van Jezus had gekeken en de liefde gevoeld, had hij die stap misschien kunnen maken. Of zoals op het eind Petrus kon zeggen: Wij hebben toch maar alles achter gelaten. Bidden wij om die geest van wijsheid.

Luc. 14, 24 – 35

Je weerstand doorbreken, onszelf verliezen en ingaan op de uitnodiging

Vorige week zondag hebben we al gehoord dat Jezus volgens het evangelie van Marcus op weg is naar Jeruzalem en dat hij, ondanks het lijden dat hem te wachten staat, trouw wil blijven aan zijn roeping. Dat is geen gemakkelijke weg, maar wel een radicale keuze. Iets van die radicaliteit horen we nu in het evangelie van vandaag.

In het begin van het verhaal komt er een jongeman naar Jezus toe en vraagt: Wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven? In die vraag hoor je een verlangen, een echt verlangen naar goed en rechtvaardig leven, of om het met de woorden van de eerste lezing te zeggen: een verlangen naar de geest van wijsheid die alles te boven gaat. Jezus geeft hem dan als antwoord de Tien Woorden, zoals Mozes die al heeft gegeven, en vooral wat hij moet doen tegenover zijn naaste: niet doden, geen echtbreuk plegen, niet stelen enz.

Dat op zich is dus al een goede richting: dat je leert als een goed mens te leven, in de juiste verhouding tot je medemens en tot God. Maar de jongeman deed dit al en zoekt een weg verder. Op dat moment kijkt Jezus hem liefdevol aan en zegt:
Aan één ding ontbreekt het je nog: ga verkopen al wat je bezit en geef hetaan de armen, en je zult een schat in de hemel hebben. Kom dan terug om mij te volgen.

Jezus roept hem op tot een keuze: enerzijds alles los te laten wat hij bezat en anderzijds te leren delen in de goddelijke liefde, die Jezus zelf present stelde. Dat is inderdaad een radicale keuze, die niet zomaar voor iedereen geldt, maar die Jezus hier persoonlijk tegen deze man richt. Jammer genoeg gaat hij er niet op in, omdat hij veel bezittingen heeft.

Op die keuze gaat het evangelie verder, wanneer Jezus spreekt tot zijn leerlingen. De jongeman was rijk en kwam er niet toe om alles te verkopen. Hij was bezet, bezeten. Jezus laat nu horen: Wat is het toch moeilijk voor een rijke om binnen te gaan in het koninkrijk van God. Wat is dat toch? We kennen die ervaring wel. Als je rijk bent en veel geld hebt om allerlei dingen te kopen, heb je ook macht tegenover andere mensen en trek je gemakkelijk veel vrienden aan. Je staat in feite zelf in het centrum. Hoe anders is het, als je je leven laat bepalen door een ander, als je bereid bent iemand te volgen die je inspireert. Dan gaat het om andere waarden, zoals solidariteit, rechtvaardigheid of gemeenschap. Jezus wijst erop hoe moeilijk het is, ja bijna onmogelijk, zeker als je rijk bent, om op die roep in te kunnen gaan. Toch zijn er mensen die de roep horen, ook onder ons. Die los laten wat ze daar, elders, aan leven hebben opgebouwd en bereid zijn dat op te geven om te verhuizen hier naar toe, naar deze gemeenschap en de weg van de goddelijke liefde te gaan, met alle onzekerheid die dat meebrengt. Ik heb respect voor hen.

Die oproep om alles los te laten geldt niet alleen voor jongeren die nog een groot deel van hun leven voor zich hebben, of voor mensen die pas begonnen zijn de weg van Jezus te volgen. Die oproep wordt vandaag ook tot ons gericht, die al geraakt zijn door Jezus en begonnen zijn aan die weg van de liefde. Wat wordt er dan tot ons gezegd? Toen ik de oproep hoorde: Aan één ding ontbreekt het je nog, voelde ik eerst een weerstand. Wat moet ik nu weer loslaten, wat is er dat mij tegen houdt om die weg van Jezus verder te gaan? Dat is misschien niet zo radicaal en toch.

Ik denk concreet bijvoorbeeld aan de veranderingen binnen de gemeenschap vanwege een nieuwe structuur. We worden uitgenodigd mee te gaan in de nieuwe dagteams, maar er is ook weerstand om de goede band met iemand zomaar los te laten en weer nieuwe contacten met anderen te maken. Ik denk ook aan onze samenleving, met nieuwe bepalingen vanuit het klimaatakkoord. We zullen grote veranderingen meemaken, en moeten gaan kiezen voor minder gas in onze woning en minder benzine voor de auto. Om tot de juiste houding te komen wordt van ons gevraagd een omslag te maken in denken en doen.

Hoe dan ook, ik denk dat het mogelijk is om de weerstand te doorbreken, onszelf te verliezen en in te gaan op de uitnodiging. Als die jongeman in de ogen van Jezus had gekeken en de liefde gevoeld, had hij die stap misschien kunnen maken. Of zoals op het eind Petrus kon zeggen: Wij hebben toch maar alles achter gelaten. Bidden wij om die geest van wijsheid.

Dertigdaagse retraite, een ervaring

Dè 30-daagse retraite van Ignatius is een begrip. Het gaat dan om een individueel begeleide retraite van 30 dagen in stilte waarbij het programma van de Geestelijke Oefeningen van Ignatius van Loyola gevolgd wordt. In de bedding van De Hooge Berkt gemeenschap kan deze 30-daagse retraite als individueel traject (bijna) heel het jaar gevolgd worden. 

Voor Nederland is Gemeenschap De Hooge Berkt de enige plaats waar je dat intern kunt doen op het moment dat het voor jou passend is. In de maand juli is het ook mogelijk om deze 30-daagse retraite te doen in de Oude Abdij in Drongen in België.  

Een van de leden van onze gemeenschap, Mariek de Jong, deed deze dertigdagen retraite afgelopen juli. Over haar ervaringen schreef zij het volgende verslag.

Een dertig daagse retraite - een persoonlijke ervaring

In de maand juli verbleef ik 30 dagen in de Oude Abdij in Drongen (België) voor een Ignatiaanse retraite ook wel ‘de ‘geestelijke oefeningen’ genoemd. Na afloop stelde Joke, vanuit de werkgroep publiciteit en communicatie, de vraag of ik er iets over kon schrijven voor op onze website. Hoe is dat nou zo’n retraite?

‘Ik heb geen idee!’ was mijn eerste reactie. Natuurlijk er zijn wat praktische gegevens: dertig opeenvolgende dagen met gebedstijden en eucharistieviering en een gesprek met je begeleider die je één of meerdere teksten uit de Bijbel aan de hand doet, waar je vervolgens over nadenkt, schrijft en bidt, zodat die teksten hun betekenis voor jou, op dit moment in je leven, gaan openbaren. Daar is dan wel zo goed als alles mee gezegd. Buiten je begeleider praat je met niemand, je onderhoudt geen contacten met de buitenwereld en leest alleen de Bijbel.

Hoe dat is? Mijn tweede reactie was dat ik eigenlijk niet goed wist waar ik geweest was; dat het net was of ik níet weggeweest was… in ieder geval toch niet zo lang. Natuurlijk, ik kon vertellen over de ruimtes in het klooster, de tuinen met de bloemen en de bomen, de vogels en de eekhorens en de bever in de vijver, over mijn begeleider en de andere retraitanten die hun eigen begeleiders hadden, over het dagritme, de gebedsdiensten en het eten… daar kon ik best wel een tijdje over vertellen en de suggestie wekken dat het over de retraite ging. Maar vanbinnen, in mijn beleving, had het eigenlijk niet zo veel te maken met waar ik al die tijd was. Waar ik geweest was leek meer op een wat wazig gebied, best heel helder… zonnig zelfs, ja. Het leek wel boven de wolken te zijn. Er waren geen andere mensen en je kon er geen vormen onderscheiden en ik lag er te dromen, dacht na, hoorde stemmen, zag beelden voorbijtrekken, werd er gewekt en worstelde er in stilte. Een niemandsland? Misschien. Ik ervoer het als een onbegrensde ruimte in de eeuwigheid. Aan het begin van de laatste week schokte die beleving me ruw in een opkomend tijdsbesef: mijn eeuwigheid zou nog maar zeven dagen duren!

Er was een andere gewaarwording die ik me één keer tijdens de retraite bewust werd maar die in de dagen na terugkeer, meer betekenis kreeg. Gebeurtenissen die vóór de retraite plaatsvonden en onaf gebleven waren, bleven zich herhalen in mijn eeuwige bewustzijn. Gelukkig was dat niet al te veel maar er was genoeg dat zich bijna iedere dag weer in kersverse vorm meldde. Ik vond het vervelend omdat het een lastige ervaring was maar toch ook weer niet zó lastig om daar nu bijna iedere dag mee bezig te zijn… vond ik. Totdat ik besefte dat mijn alledaagse leven in feite ‘stopgezet’ was en, als ik deze stap naar de eeuwigheid niet gemaakt had, dit gebeuren zich mogelijk opgelost of verdund zou hebben in daarop volgende ervaringen. Feitelijk waren er immers aldoor ervaringen die uit het verleden terug kwamen, meer en minder moeilijke en heel plezierige. Ervaringen die me hadden gekwetst of juist verlicht en dat deden ze weer in die mate dat de geschiedenis ermee gewerkt had.

Ik dacht: zo gaat dat dus met alles wat we doen en meemaken. Niets gaat verloren. In de eeuwigheid blijft alles steeds weer gebeuren. Wat onaf is blijft onaf; wat voltooid is vindt zijn weg in de Ene. ‘Rusteloos blijft ons hart, totdat het rust vindt in God’, zei Augustinus. We zijn niet alleen mede verantwoordelijk voor de aarde maar ook voor dat oneindige universum; de eeuwigheid die onze tijdelijkheid ontsluit. Je zendt een toon uit: ‘hu’ en in de eeuwigheid klinkt de echo eindeloos door: ‘huhuhuhuhuuuuuuuuuuuuuuuuu…’ Zo keert ze weer bij ons terug om herhaald te worden. Of gekeerd. Oorlogen en geweld in onze wereld laten zien hoeveel er nog gekeerd moet worden. Een waarachtig liefdeslied heeft grote eeuwigheidswaarde.   

Dat is de geestelijke realiteit waarmee we te maken hebben, besloot ik en ik vond het schrikbarend. Schrikbarend omdat het me liet beseffen hoe belangrijk we zijn in al ons doen en laten en hoeveel effect we daarmee hebben op onszelf, elkaar en de eeuwigheid. Hoe grandioos van betekenis is alles dat we de kosmos in slingeren; woorden en daden die de Eenheid dienen of die juist verdeeldheid zaaien. Schrikbarend ook is de verantwoordelijkheid die daarmee op ons rust om het pad dat we gaan een pad van vrede te laten zijn. Dat we elkaar die vrede kunnen schenken. Dat we, tot aan ons einde toe, af kunnen dalen in ons hart en in het hart van de Ene en kunnen zeggen: het is goed, ja zeer goed.

Zo mocht de 30-daagse retraite zijn: zeer goed.  

Mariek de Jong

Luc. 14, 1 – 14

Je weerstand doorbreken, onszelf verliezen en ingaan op de uitnodiging

Vorige week zondag hebben we al gehoord dat Jezus volgens het evangelie van Marcus op weg is naar Jeruzalem en dat hij, ondanks het lijden dat hem te wachten staat, trouw wil blijven aan zijn roeping. Dat is geen gemakkelijke weg, maar wel een radicale keuze. Iets van die radicaliteit horen we nu in het evangelie van vandaag.

In het begin van het verhaal komt er een jongeman naar Jezus toe en vraagt: Wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven? In die vraag hoor je een verlangen, een echt verlangen naar goed en rechtvaardig leven, of om het met de woorden van de eerste lezing te zeggen: een verlangen naar de geest van wijsheid die alles te boven gaat. Jezus geeft hem dan als antwoord de Tien Woorden, zoals Mozes die al heeft gegeven, en vooral wat hij moet doen tegenover zijn naaste: niet doden, geen echtbreuk plegen, niet stelen enz.

Dat op zich is dus al een goede richting: dat je leert als een goed mens te leven, in de juiste verhouding tot je medemens en tot God. Maar de jongeman deed dit al en zoekt een weg verder. Op dat moment kijkt Jezus hem liefdevol aan en zegt:
Aan één ding ontbreekt het je nog: ga verkopen al wat je bezit en geef hetaan de armen, en je zult een schat in de hemel hebben. Kom dan terug om mij te volgen.

Jezus roept hem op tot een keuze: enerzijds alles los te laten wat hij bezat en anderzijds te leren delen in de goddelijke liefde, die Jezus zelf present stelde. Dat is inderdaad een radicale keuze, die niet zomaar voor iedereen geldt, maar die Jezus hier persoonlijk tegen deze man richt. Jammer genoeg gaat hij er niet op in, omdat hij veel bezittingen heeft.

Op die keuze gaat het evangelie verder, wanneer Jezus spreekt tot zijn leerlingen. De jongeman was rijk en kwam er niet toe om alles te verkopen. Hij was bezet, bezeten. Jezus laat nu horen: Wat is het toch moeilijk voor een rijke om binnen te gaan in het koninkrijk van God. Wat is dat toch? We kennen die ervaring wel. Als je rijk bent en veel geld hebt om allerlei dingen te kopen, heb je ook macht tegenover andere mensen en trek je gemakkelijk veel vrienden aan. Je staat in feite zelf in het centrum. Hoe anders is het, als je je leven laat bepalen door een ander, als je bereid bent iemand te volgen die je inspireert. Dan gaat het om andere waarden, zoals solidariteit, rechtvaardigheid of gemeenschap. Jezus wijst erop hoe moeilijk het is, ja bijna onmogelijk, zeker als je rijk bent, om op die roep in te kunnen gaan. Toch zijn er mensen die de roep horen, ook onder ons. Die los laten wat ze daar, elders, aan leven hebben opgebouwd en bereid zijn dat op te geven om te verhuizen hier naar toe, naar deze gemeenschap en de weg van de goddelijke liefde te gaan, met alle onzekerheid die dat meebrengt. Ik heb respect voor hen.

Die oproep om alles los te laten geldt niet alleen voor jongeren die nog een groot deel van hun leven voor zich hebben, of voor mensen die pas begonnen zijn de weg van Jezus te volgen. Die oproep wordt vandaag ook tot ons gericht, die al geraakt zijn door Jezus en begonnen zijn aan die weg van de liefde. Wat wordt er dan tot ons gezegd? Toen ik de oproep hoorde: Aan één ding ontbreekt het je nog, voelde ik eerst een weerstand. Wat moet ik nu weer loslaten, wat is er dat mij tegen houdt om die weg van Jezus verder te gaan? Dat is misschien niet zo radicaal en toch.

Ik denk concreet bijvoorbeeld aan de veranderingen binnen de gemeenschap vanwege een nieuwe structuur. We worden uitgenodigd mee te gaan in de nieuwe dagteams, maar er is ook weerstand om de goede band met iemand zomaar los te laten en weer nieuwe contacten met anderen te maken. Ik denk ook aan onze samenleving, met nieuwe bepalingen vanuit het klimaatakkoord. We zullen grote veranderingen meemaken, en moeten gaan kiezen voor minder gas in onze woning en minder benzine voor de auto. Om tot de juiste houding te komen wordt van ons gevraagd een omslag te maken in denken en doen.

Hoe dan ook, ik denk dat het mogelijk is om de weerstand te doorbreken, onszelf te verliezen en in te gaan op de uitnodiging. Als die jongeman in de ogen van Jezus had gekeken en de liefde gevoeld, had hij die stap misschien kunnen maken. Of zoals op het eind Petrus kon zeggen: Wij hebben toch maar alles achter gelaten. Bidden wij om die geest van wijsheid.

Broederschap, wees er niet bang voor II

Ben ik mijn broeders hoeder?

Onze vijf leefregels* staan niet op zichzelf. In iedere leefregel is de andere werkzaam. Samen worden ze een weg. We worden wie we zijn (de eerste leefregel) in de broederschap die we aandurven (tweede leefregel). Zonder een ander (een ‘broeder’) in ons leven gaat dat niet. We gaan met hem of haar, op een of andere wijze, een weg (derde regel) en ontdekken gaandeweg onze verantwoordelijkheid voor elkaar, voor onszelf of de situatie waarin we terechtkomen (vierde regel). Het verbond (vijfde regel) ligt al in de broederschap besloten maar kan zich steeds meer verdiepen en hernieuwen.   

Bij het uitbreken van de oorlog schaart Europa zich achter Oekraïne. Individuele mensen, instanties en landmachten ervaren de innerlijke drang om dit verbond te maken en steeds meer te concretiseren. Voor Syriërs en het kwaadaardige geweld waar zij al 11 jaar aan blootgesteld worden, sloot Europa lange tijd de ogen en vervolgens, nog hermetischer, haar grenzen. Er wordt in dit geval kennelijk geen of minder broederschap ervaren waarin we ons verbonden weten. We durven het niet aan en willen geen verantwoordelijkheden ontdekken en verbond te maken. We hebben nogal wat redenen om bang te zijn voor broederschap. Er is ‘kwaad’ buiten ons maar ook ín ons.  

Pannikar** buigt zich over het kwaad en stelt de altijd en overal terugkerende vraag die nooit en nergens naar volle tevredenheid beantwoord wordt: hoe komt het dat de mens kwaad doet terwijl hij door God toch ‘goed’ geschapen is. Hij stelt dat het kwaad onze schema’s openbreekt waarbinnen wij God geplaatst hebben. Hij ziet het kwaad als een mysterie dat ons dwingt tot nederigheid en realisme. Er is, zegt hij, niet alleen een gemeenschap van heiligen maar ook een gemeenschap van zondigen. Als Christenen hebben we de opdracht ons nooit bij het kwaad neer te leggen maar het altijd te bestrijden. Ook en vooral het kwaad in onszelf. Volgens Pannikar is het niet nodig om het mysterie van het kwaad te doorgronden om er werk van te maken. Waar het om gaat is dat we de gewonden verzorgen.

Na dit gezegd te hebben maakt Pannikar een overgang naar wat hij tempiternité noemt. Dat betekent dat tijd en eeuwigheid één geheel zijn. Dit bevatten is al net zo moeilijk als het woord. Het wil níet zeggen dat het tijdelijke opgeheven wordt in het eeuwige, zoals wij vaak denken dat dat straks in de hemel gebeuren zal. Integendeel. We moeten het eeuwige niet zien als een verlenging van het tijdelijke. Wat dit woord zeggen wil is dat álle momenten van ons bestaan zowel tijdelijk als eeuwig zijn. Het eeuwige is dus besloten ín het tijdelijke. Het is zogezegd, de dieptedimensie van het tijdelijke. Dit gegeven maakt het mogelijk voor ons om (met ons derde oog als het ware) zowel het kwaad als onze onmacht overstijgen. Tja, het vraagt wat om Pannikar te volgen, maar hier zitten we nu dan toch weer terug bij onze leefregel ‘broederschap wees er niet bang voor’ en het mysterie van het kwaad. Door dit gegeven, van de aanwezige eeuwigheid in ieder moment, waarmee wij onszelf kunnen overstijgen kan niets ons tegenhouden bewust te worden wie we ten diepste zijn en de keuze die we daarbij hebben om er gehoor aan te geven en het kwaad te bestrijden.

Hoe zeer het kwaad ons blijft bezighouden blijkt ook uit het baanbrekende werk van Hannah Arendt toen zij in 1961 het proces van Adolf Eichman volgde. Zij stelde zij zich de vraag: ‘Hoe komt het dat een zo ontstellend kwaad in zo’n onbenullige uitvoerder van bevelen kan huizen? Haar antwoord was: omdat die man weigerde een ‘persoon’ te worden, omdat hij weigerde te denken’.*** Zo kwam ze tot het inzicht dat het kwaad niet radicaal is maar uiterst banaal! Het kwaad wordt uitgevoerd door banale mensen die niet kritisch hoeven, willen of mogen denken. ‘Denken’ is overigens volgens Arendt de ‘geluidloze innerlijke dialoog’. Bij jezelf te rade gaan of de weg van inkeer gaan; contempleren dus. Zo kunnen we deel uitmaken van het mysterie en ‘persoon’ worden. Dat is de mens worden die we, in die dieptedimensie, zijn. Arendt wijst ook op onze vrijheid te worden wie we zijn en noemt het: waarachtige mensen; vrije, geestrijke personen die met open ogen en zonder voorbehoud de eeuwigheid zoeken in ieder moment. Net als Pannikar dus.  

Dit geeft nog geen antwoord op de vraag óf we inderdaad onze broeders hoeders zijn zoals Kaïn vraagt aan God.  ‘Kains woorden zijn symbolische geworden voor de onwil van mensen om verantwoordelijkheid te nemen voor het welzijn van de ander,’ lees ik bij Alan Morinis**** en ook: ‘…ja, wij [zijn] onze broeders hoeders, en niet alleen in het belang van onze broeders’.

Morinis gaat specifieker in op de vraag naar onze verantwoordelijkheid ten opzichte van de ander. Bijzonder dat ook hij hierbij spreekt over het fenomeen tijd en het samengaan van het toekomstige en het voorbijgaande. Hij zegt dat zo: ‘De Toekomstige Wereld is de binnenste van de binnenste werelden! God zit diep binnen de Toekomstige Wereld. Om naar de Toekomstige Wereld te komen moet je je eigen innerlijke wereld gedurende je leven opbouwen en het is met die innerlijke wereld dat je de Toekomstige Wereld zult binnengaan.*****

Hebben we het niet alsmaar over het Koninkrijk Gods waarvan Jezus zegt dat het niet hier of daar is maar ín ons en ónder ons; binnen ons bereik? Ik denk dat we mogen verstaan als ‘binnen het bereik van ieder van ons’. Dat doet helemaal niets af aan overgeërfde zonden, beschadigingen die we oplopen en lasten die we moeten dragen en alle pijn en verdriet die daarbij geleden worden. Wellicht zetten die ons aan om op weg te gaan. Broederschap, hoe hard hebben we dat nodig!

We weten allemaal hoe we het samenleven vredig te houden. Het gaat om daadwerkelijke zorg voor anderen en voor onze relaties want ‘de fundering voor spiritueel leven ligt tussen een mens en zijn vriend’, zegt Morinis. Hoe dat werkt? Door het lijden van de ander mee te dragen, onze ziel los te maken uit de greep van het ego dat altijd schreeuwt om bevredigd te worden maar het nooit is. Het gaat om het ontwikkelen van een gevoeligheid voor de ander en diens lijden, want alleen een gevoelige ziel kan een verheven ziel zijn. ‘Iedere handeling van ondersteuning die je doet is een gelegenheid om meer gevoeligheid te ontwikkelen en de ziel die je bent te verheffen’. Hij raadt ons aan geen dag voorbij te laten gaan zonder iets voor iemand te doen.

Dat lijkt me even genoeg op de vraag of ik mijn broeders hoeder ben. We kunnen natuurlijk gerust ‘nee’ daarop zeggen, maar dat is wel banaal.

Te denken geeft nog een vraag die Morinis aanhaalt en van Hillel****** komt:

Als ik er niet ben voor mijzelf, wie zal er dan voor mij zijn?
Maar als ik er alleen maar ben voor mijzelf, wat ben ik dan?’

Vanuit ’t Verdiep,

Mariek

*) In onze gemeenschap leven we met een ‘leefregel’. Deze bestaat in feite uit vijf regels die als wegwijzers op onze weg staan, zowel als gemeenschap als op persoonlijk niveau. Dit is een tweede tekst bij de 2e leefregel. De vijf regels zijn:

  1. Word wie/wat je bent
  2. Broederschap, durf het aan
  3. Ga je weg
  4. Ontdek je verantwoordelijkheid
  5. Waag het (Gods) verbond te maken.

**) Marc van Tente: Vensters op het mysterie, een pelgrimstocht met Raimon Pannikar, blz. 127,128.
***) Idem. Blz 129
****) Alan Morinis: Het heilige in het alledaagse. Het Joodse spirituele pad van Mussar. Blz. 253 e.v.
*****) Idem blz. 250
******) Idem blz. 255

Deel je verwondering – een oproep

Verwondering als weg van verbinding

Gods mooie en bedreigde schepping, onze aarde met haar wonderschone natuur, heeft het nodig dat wij ervan doordrongen worden dat wij als mens met deze natuur verbonden zijn, daar deel van zijn en er onderdeel van uitmaken, zo dat wij haar kracht zien, er door geraakt worden en haar recht doen.

Wie in staat is met verwondering de natuur te beleven heeft een sleutel in handen om iets van die verbinding te ervaren. Verwondering schept openheid om dat wat je ziet, hoort, ruikt, voelt, meemaakt, tot je door te laten dringen tot in je diepte binnenste.

Van verwondering tot verbinding

Laten we via de weg van de verwondering ons verbinden met de natuur; de aarde, alles wat leeft, beweegt en aanwezig is en op onze eigen kleine schaal een halt toeroepen aan de vernietiging van de aarde die ons draagt, voedt en leven geeft. Laten we via de weg van de verwondering meer en meer in het alledaagse van de gewone dag geaard zijn in ons doen en laten.

Door onze verwondering met elkaar te delen kunnen we groeien in groene spiritualiteit.

Deel je verwondering

We nodigen je van harte uit om je eigen verwondering te delen met de werkgroep Groene Gemeenschap. Dat kan door verhalen, gedichten, foto’s en/of filmpjes te delen van wat jou raakt in de natuur. 

Afhankelijk van de ingezonden reacties zoeken we naar een geëigende manier om dat weer te delen met elkaar.

Bijdragen kunnen tot 1 november a.s. gestuurd worden naar penc@hoogeberkt.nl  o.v.v. Verwondering.

Antoinette  – Groene Gemeenschap
Joke – PenC

Verwondering op de Hooge Berkt – foto’s gemaakt door Frank Boomers

Luc. 13, 22 – 30

Je weerstand doorbreken, onszelf verliezen en ingaan op de uitnodiging

Vorige week zondag hebben we al gehoord dat Jezus volgens het evangelie van Marcus op weg is naar Jeruzalem en dat hij, ondanks het lijden dat hem te wachten staat, trouw wil blijven aan zijn roeping. Dat is geen gemakkelijke weg, maar wel een radicale keuze. Iets van die radicaliteit horen we nu in het evangelie van vandaag.

In het begin van het verhaal komt er een jongeman naar Jezus toe en vraagt: Wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven? In die vraag hoor je een verlangen, een echt verlangen naar goed en rechtvaardig leven, of om het met de woorden van de eerste lezing te zeggen: een verlangen naar de geest van wijsheid die alles te boven gaat. Jezus geeft hem dan als antwoord de Tien Woorden, zoals Mozes die al heeft gegeven, en vooral wat hij moet doen tegenover zijn naaste: niet doden, geen echtbreuk plegen, niet stelen enz.

Dat op zich is dus al een goede richting: dat je leert als een goed mens te leven, in de juiste verhouding tot je medemens en tot God. Maar de jongeman deed dit al en zoekt een weg verder. Op dat moment kijkt Jezus hem liefdevol aan en zegt:
Aan één ding ontbreekt het je nog: ga verkopen al wat je bezit en geef hetaan de armen, en je zult een schat in de hemel hebben. Kom dan terug om mij te volgen.

Jezus roept hem op tot een keuze: enerzijds alles los te laten wat hij bezat en anderzijds te leren delen in de goddelijke liefde, die Jezus zelf present stelde. Dat is inderdaad een radicale keuze, die niet zomaar voor iedereen geldt, maar die Jezus hier persoonlijk tegen deze man richt. Jammer genoeg gaat hij er niet op in, omdat hij veel bezittingen heeft.

Op die keuze gaat het evangelie verder, wanneer Jezus spreekt tot zijn leerlingen. De jongeman was rijk en kwam er niet toe om alles te verkopen. Hij was bezet, bezeten. Jezus laat nu horen: Wat is het toch moeilijk voor een rijke om binnen te gaan in het koninkrijk van God. Wat is dat toch? We kennen die ervaring wel. Als je rijk bent en veel geld hebt om allerlei dingen te kopen, heb je ook macht tegenover andere mensen en trek je gemakkelijk veel vrienden aan. Je staat in feite zelf in het centrum. Hoe anders is het, als je je leven laat bepalen door een ander, als je bereid bent iemand te volgen die je inspireert. Dan gaat het om andere waarden, zoals solidariteit, rechtvaardigheid of gemeenschap. Jezus wijst erop hoe moeilijk het is, ja bijna onmogelijk, zeker als je rijk bent, om op die roep in te kunnen gaan. Toch zijn er mensen die de roep horen, ook onder ons. Die los laten wat ze daar, elders, aan leven hebben opgebouwd en bereid zijn dat op te geven om te verhuizen hier naar toe, naar deze gemeenschap en de weg van de goddelijke liefde te gaan, met alle onzekerheid die dat meebrengt. Ik heb respect voor hen.

Die oproep om alles los te laten geldt niet alleen voor jongeren die nog een groot deel van hun leven voor zich hebben, of voor mensen die pas begonnen zijn de weg van Jezus te volgen. Die oproep wordt vandaag ook tot ons gericht, die al geraakt zijn door Jezus en begonnen zijn aan die weg van de liefde. Wat wordt er dan tot ons gezegd? Toen ik de oproep hoorde: Aan één ding ontbreekt het je nog, voelde ik eerst een weerstand. Wat moet ik nu weer loslaten, wat is er dat mij tegen houdt om die weg van Jezus verder te gaan? Dat is misschien niet zo radicaal en toch.

Ik denk concreet bijvoorbeeld aan de veranderingen binnen de gemeenschap vanwege een nieuwe structuur. We worden uitgenodigd mee te gaan in de nieuwe dagteams, maar er is ook weerstand om de goede band met iemand zomaar los te laten en weer nieuwe contacten met anderen te maken. Ik denk ook aan onze samenleving, met nieuwe bepalingen vanuit het klimaatakkoord. We zullen grote veranderingen meemaken, en moeten gaan kiezen voor minder gas in onze woning en minder benzine voor de auto. Om tot de juiste houding te komen wordt van ons gevraagd een omslag te maken in denken en doen.

Hoe dan ook, ik denk dat het mogelijk is om de weerstand te doorbreken, onszelf te verliezen en in te gaan op de uitnodiging. Als die jongeman in de ogen van Jezus had gekeken en de liefde gevoeld, had hij die stap misschien kunnen maken. Of zoals op het eind Petrus kon zeggen: Wij hebben toch maar alles achter gelaten. Bidden wij om die geest van wijsheid.

Luc. 12, 49 – 53

Je weerstand doorbreken, onszelf verliezen en ingaan op de uitnodiging

Vorige week zondag hebben we al gehoord dat Jezus volgens het evangelie van Marcus op weg is naar Jeruzalem en dat hij, ondanks het lijden dat hem te wachten staat, trouw wil blijven aan zijn roeping. Dat is geen gemakkelijke weg, maar wel een radicale keuze. Iets van die radicaliteit horen we nu in het evangelie van vandaag.

In het begin van het verhaal komt er een jongeman naar Jezus toe en vraagt: Wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven? In die vraag hoor je een verlangen, een echt verlangen naar goed en rechtvaardig leven, of om het met de woorden van de eerste lezing te zeggen: een verlangen naar de geest van wijsheid die alles te boven gaat. Jezus geeft hem dan als antwoord de Tien Woorden, zoals Mozes die al heeft gegeven, en vooral wat hij moet doen tegenover zijn naaste: niet doden, geen echtbreuk plegen, niet stelen enz.

Dat op zich is dus al een goede richting: dat je leert als een goed mens te leven, in de juiste verhouding tot je medemens en tot God. Maar de jongeman deed dit al en zoekt een weg verder. Op dat moment kijkt Jezus hem liefdevol aan en zegt:
Aan één ding ontbreekt het je nog: ga verkopen al wat je bezit en geef hetaan de armen, en je zult een schat in de hemel hebben. Kom dan terug om mij te volgen.

Jezus roept hem op tot een keuze: enerzijds alles los te laten wat hij bezat en anderzijds te leren delen in de goddelijke liefde, die Jezus zelf present stelde. Dat is inderdaad een radicale keuze, die niet zomaar voor iedereen geldt, maar die Jezus hier persoonlijk tegen deze man richt. Jammer genoeg gaat hij er niet op in, omdat hij veel bezittingen heeft.

Op die keuze gaat het evangelie verder, wanneer Jezus spreekt tot zijn leerlingen. De jongeman was rijk en kwam er niet toe om alles te verkopen. Hij was bezet, bezeten. Jezus laat nu horen: Wat is het toch moeilijk voor een rijke om binnen te gaan in het koninkrijk van God. Wat is dat toch? We kennen die ervaring wel. Als je rijk bent en veel geld hebt om allerlei dingen te kopen, heb je ook macht tegenover andere mensen en trek je gemakkelijk veel vrienden aan. Je staat in feite zelf in het centrum. Hoe anders is het, als je je leven laat bepalen door een ander, als je bereid bent iemand te volgen die je inspireert. Dan gaat het om andere waarden, zoals solidariteit, rechtvaardigheid of gemeenschap. Jezus wijst erop hoe moeilijk het is, ja bijna onmogelijk, zeker als je rijk bent, om op die roep in te kunnen gaan. Toch zijn er mensen die de roep horen, ook onder ons. Die los laten wat ze daar, elders, aan leven hebben opgebouwd en bereid zijn dat op te geven om te verhuizen hier naar toe, naar deze gemeenschap en de weg van de goddelijke liefde te gaan, met alle onzekerheid die dat meebrengt. Ik heb respect voor hen.

Die oproep om alles los te laten geldt niet alleen voor jongeren die nog een groot deel van hun leven voor zich hebben, of voor mensen die pas begonnen zijn de weg van Jezus te volgen. Die oproep wordt vandaag ook tot ons gericht, die al geraakt zijn door Jezus en begonnen zijn aan die weg van de liefde. Wat wordt er dan tot ons gezegd? Toen ik de oproep hoorde: Aan één ding ontbreekt het je nog, voelde ik eerst een weerstand. Wat moet ik nu weer loslaten, wat is er dat mij tegen houdt om die weg van Jezus verder te gaan? Dat is misschien niet zo radicaal en toch.

Ik denk concreet bijvoorbeeld aan de veranderingen binnen de gemeenschap vanwege een nieuwe structuur. We worden uitgenodigd mee te gaan in de nieuwe dagteams, maar er is ook weerstand om de goede band met iemand zomaar los te laten en weer nieuwe contacten met anderen te maken. Ik denk ook aan onze samenleving, met nieuwe bepalingen vanuit het klimaatakkoord. We zullen grote veranderingen meemaken, en moeten gaan kiezen voor minder gas in onze woning en minder benzine voor de auto. Om tot de juiste houding te komen wordt van ons gevraagd een omslag te maken in denken en doen.

Hoe dan ook, ik denk dat het mogelijk is om de weerstand te doorbreken, onszelf te verliezen en in te gaan op de uitnodiging. Als die jongeman in de ogen van Jezus had gekeken en de liefde gevoeld, had hij die stap misschien kunnen maken. Of zoals op het eind Petrus kon zeggen: Wij hebben toch maar alles achter gelaten. Bidden wij om die geest van wijsheid.

Luc. 12, 13 – 21

Je weerstand doorbreken, onszelf verliezen en ingaan op de uitnodiging

Vorige week zondag hebben we al gehoord dat Jezus volgens het evangelie van Marcus op weg is naar Jeruzalem en dat hij, ondanks het lijden dat hem te wachten staat, trouw wil blijven aan zijn roeping. Dat is geen gemakkelijke weg, maar wel een radicale keuze. Iets van die radicaliteit horen we nu in het evangelie van vandaag.

In het begin van het verhaal komt er een jongeman naar Jezus toe en vraagt: Wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven? In die vraag hoor je een verlangen, een echt verlangen naar goed en rechtvaardig leven, of om het met de woorden van de eerste lezing te zeggen: een verlangen naar de geest van wijsheid die alles te boven gaat. Jezus geeft hem dan als antwoord de Tien Woorden, zoals Mozes die al heeft gegeven, en vooral wat hij moet doen tegenover zijn naaste: niet doden, geen echtbreuk plegen, niet stelen enz.

Dat op zich is dus al een goede richting: dat je leert als een goed mens te leven, in de juiste verhouding tot je medemens en tot God. Maar de jongeman deed dit al en zoekt een weg verder. Op dat moment kijkt Jezus hem liefdevol aan en zegt:
Aan één ding ontbreekt het je nog: ga verkopen al wat je bezit en geef hetaan de armen, en je zult een schat in de hemel hebben. Kom dan terug om mij te volgen.

Jezus roept hem op tot een keuze: enerzijds alles los te laten wat hij bezat en anderzijds te leren delen in de goddelijke liefde, die Jezus zelf present stelde. Dat is inderdaad een radicale keuze, die niet zomaar voor iedereen geldt, maar die Jezus hier persoonlijk tegen deze man richt. Jammer genoeg gaat hij er niet op in, omdat hij veel bezittingen heeft.

Op die keuze gaat het evangelie verder, wanneer Jezus spreekt tot zijn leerlingen. De jongeman was rijk en kwam er niet toe om alles te verkopen. Hij was bezet, bezeten. Jezus laat nu horen: Wat is het toch moeilijk voor een rijke om binnen te gaan in het koninkrijk van God. Wat is dat toch? We kennen die ervaring wel. Als je rijk bent en veel geld hebt om allerlei dingen te kopen, heb je ook macht tegenover andere mensen en trek je gemakkelijk veel vrienden aan. Je staat in feite zelf in het centrum. Hoe anders is het, als je je leven laat bepalen door een ander, als je bereid bent iemand te volgen die je inspireert. Dan gaat het om andere waarden, zoals solidariteit, rechtvaardigheid of gemeenschap. Jezus wijst erop hoe moeilijk het is, ja bijna onmogelijk, zeker als je rijk bent, om op die roep in te kunnen gaan. Toch zijn er mensen die de roep horen, ook onder ons. Die los laten wat ze daar, elders, aan leven hebben opgebouwd en bereid zijn dat op te geven om te verhuizen hier naar toe, naar deze gemeenschap en de weg van de goddelijke liefde te gaan, met alle onzekerheid die dat meebrengt. Ik heb respect voor hen.

Die oproep om alles los te laten geldt niet alleen voor jongeren die nog een groot deel van hun leven voor zich hebben, of voor mensen die pas begonnen zijn de weg van Jezus te volgen. Die oproep wordt vandaag ook tot ons gericht, die al geraakt zijn door Jezus en begonnen zijn aan die weg van de liefde. Wat wordt er dan tot ons gezegd? Toen ik de oproep hoorde: Aan één ding ontbreekt het je nog, voelde ik eerst een weerstand. Wat moet ik nu weer loslaten, wat is er dat mij tegen houdt om die weg van Jezus verder te gaan? Dat is misschien niet zo radicaal en toch.

Ik denk concreet bijvoorbeeld aan de veranderingen binnen de gemeenschap vanwege een nieuwe structuur. We worden uitgenodigd mee te gaan in de nieuwe dagteams, maar er is ook weerstand om de goede band met iemand zomaar los te laten en weer nieuwe contacten met anderen te maken. Ik denk ook aan onze samenleving, met nieuwe bepalingen vanuit het klimaatakkoord. We zullen grote veranderingen meemaken, en moeten gaan kiezen voor minder gas in onze woning en minder benzine voor de auto. Om tot de juiste houding te komen wordt van ons gevraagd een omslag te maken in denken en doen.

Hoe dan ook, ik denk dat het mogelijk is om de weerstand te doorbreken, onszelf te verliezen en in te gaan op de uitnodiging. Als die jongeman in de ogen van Jezus had gekeken en de liefde gevoeld, had hij die stap misschien kunnen maken. Of zoals op het eind Petrus kon zeggen: Wij hebben toch maar alles achter gelaten. Bidden wij om die geest van wijsheid.

Felicitaties voor Walle Nauta

Op zondag 25 juni bezochten een aantal leden van de gemeenschap de expositie van afgestudeerde kunstenaars aan de Kunstacademie in Neerpelt. Walle Nauta was een van de exposanten. Wij feliciteren hem van harte met zijn diploma.

Bij de foto’s van verschillende kunstwerken die daar getoond werden geeft Walle de volgende toelichting:

Uit het kader, beertje, kalong, en wachter. Figuren uit gesmeed ijzerdraad waar door het ijzer te smeden leven ingeslagen is.

Het beeld: uit evenwicht, ontstaan tijdens de klimaattop in Glasgow. De tafel als symbool voor de aarde, die ons consumeren niet meer kan dragen. (Het overmatig grote bord.)

Op de achtergrond het beeld De hurker.

Een mobiel De flamenco, van staaldraad.

Het beeld Confrontatie als klein model. Walle zou dit willen uitvoeren als groot beeld van 9 meter hoog of iets dergelijks…

… Bijvoorbeeld in het Ploegpark, dat er uit zou kunnen zien zoals op deze afbeelding.

Toont de twee bekende beelden die al een tijdje gestaan hebben op het terrein van de Hooge Berkt. 

Op de foto staan ze in het park achter het restaurant Oud Dommelhof.

Dit is het in de gemeenschap al bekende beeld Vasthouden of loslaten.

Een beeld wat we voorlopig even moeten missen op het terrein van de Hooge Berkt want tot en met Augustus staat het voor de kunstacademie in Lommel als één van de 100 geselecteerde werken van de Limburgse academies.

Broederschap, wees er niet bang voor

Relatie staat centraal

In onze stuurgroep Spiritualiteit merkte iemand op dat wij m.b.t. broederschap, uitgaan van de gebroeders Kaïn en Abel. Zo immers is het vastgelegd in onze leefregel. Hij wilde echter onze aandacht vestigen op Aäron en Mozes die eveneens broeders zijn en dat op een wijze waar wij een voorbeeld aan kunnen nemen. Het is zonder meer een kwestie die om aandacht vraagt. Het verschil is dat Aäron en Mozes broederschap áángaan waar Kaïn en Abel die stap niet zetten, niet aandurven. Nog niet. Waar zijn zij bang voor?

Daar stonden zij beide, alleen, als kinderen van hun uit het paradijs verdreven ouders. In al hun verscheidenheid zochten ze hun weg. Kaïn werd landbouwer en werkte op land waar hij zich gevestigd had. Abel werd een man van het veld. Als herder zwierf hij met zijn vee rond in de wildernis. Zo verschillend als zij waren, zo verschillend hielden ze zichzelf in deze wereld in leven. Hoe bar de omstandigheden ook mogen zijn, dat leven is het laatste dat je wil verliezen. Die ervaren noodzaak tot zelfbehoud kan je bang maken voor de zo andere ander.

Mozes en Aäron zijn evenzogoed heel verschillend van elkaar. In hun gezamenlijkheid, in hun relatie, verschillen zij van Kaïn en Abel. Zij erkennen hun verschillen en, wat belangrijker is, zij werken samen aan een opdracht die hen gegeven werd. Nadat God Mozes geroepen had om het volk uit Egypte weg te leiden, en Mozes terugschrok van die opdracht, gebood Hij Mozes om Aäron de hulp te vragen die hij nodig had. Zo gingen ze samen op weg, ontdekten zij hun verantwoordelijkheid en waagden het verbond te maken. Met het gouden kalf ging het helemaal de mist in maar hervatten daarna toch hun gezamenlijke weg naar het beloofde land. Ze durfden het aan met elkaar.   

Geschapen naar het evenbeeld van God zijn wij allemaal. Daarmee zijn alle mensen broer en zus van elkaar; kinderen van God. Dat betekent dat ook Poetin onze broeder is. Helaas ja, net als vele anderen die we liever niet tegenkomen. Laat staan dat we broederschap met hen aangaan of erger nog: onder ogen willen zien dat we zélf, op soortgelijke mensonterende wijze, broeder zouden kunnen zijn van onze medemens. Wie zouden wij zijn als inwoner van Aleppo, wie zouden we verraden in de martelkamer en hoe zouden we geworden zijn als deelnemer in de beweging van de Hitlerjugend of door onze ouders verkocht aan een kinderleger? Hoe diep kan de afgrond tussen ons zijn en hoe gegrond de reden om bang te zijn voor de broederschap die ons gegeven is.   

Als gemeenschap zijn wij een broederschap, niet omdat we elkaars broeder zijn en anderen niet, maar omdat we die broederschap áán willen gaan. Bang of niet. Dat aangaan doen we niet omdat we zoveel meer lef hebben dan onze andere broeders waar ook ter wereld, maar omdat we elkaar net zo hard nodig hebben als Mozes Aäron nodig heeft. Het is om dat wat we van het leven willen. Het is omdat we het leven als zodanig niet aanvaarden maar er iets in zoeken dat we niet zien of misschien ooit wel zagen maar dat steeds weer uit ons zicht verdwijnt. Omdat we geloven in de droom van vrede op aarde; omdat we, als Mozes en Aäron, op weg willen gaan naar dat beloofde land. Dat brengt de noodzakelijk om broederschap aan te gaan met wie weet wel een soort van Poetin onder ons. Dit is wat er is en daarmee zullen we het moeten doen.  

Zo staat geschreven: ‘Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen op te roepen, maar om zondaars aan te sporen een nieuw leven te beginnen’.  Lucas 5:32.  

Als dit het is waar we het mee moeten doen wordt niemand, niet ik of iemand anders, niet Mozes of Aäron, het centrum van alles, maar wordt onze relatie dat. Dat wil zeggen: die lege ruimte tussen ons in. Dat is de broederschap. Dat geldt voor al de ruimte tussen ons als personen en ook voor de ruimte tussen ons en de andere schepsels waar we de aarde mee bewonen. Het heeft m.i. ook betrekking op de gelaagdheid waaruit we zijn opgebouwd. Niet de Goddelijke wereld van vrijheid en oneindigheid staat centraal en evenmin het geestelijke bewustzijn en mentale know-how van onze menselijke wereld of de materialiteit van de zichtbare, fysieke wereld. Ook hier gaat het om de lege ruimtes ertussen in, de onderlinge verhouding en samenwerking van deze dimensies. Alles is met alles verbonden. Het aangaan van relatie, broederschap, geeft ons kansen op vrede en toekomst. Een belangrijk inzicht ten tijde van onze doortocht*. Het gaat altijd om relatie en in relatie gaat het altijd om liefde. Als er werkelijk relatie is, is er liefde.  

Pannikar betoogt dat de grootste ketterij van deze tijd is dat we kennis en liefde van elkaar gescheiden hebben waar communie (relatie) juist centraal moet staan. Om te realiseren hoe verstrekkend dat is:

Je kunt God niet liefhebben zonder de naaste lief te hebben, noch de naaste zonder God lief te hebben. Maar je kunt God noch de naaste liefhebben zonder ze te kennen, en je kunt ze niet kennen zonder in communie met hen te treden.’**

Onze betweterigheid opgeven en ons richten op relatie, waarachtige liefde, dat zal de inzet  op onze doortocht zijn. In een You-Tube filmpje hoorde ik Nikolaas Sintobin in alle eenvoud zijn geloofservaring terugbrengen tot haar essentie. Hij zegt daar:

‘… Wat gebeurt er daar? Moeten wij niet ingrijpen?
De confrontatie leidt tot strijd.
Het verlangen is er: houd van mij… houd van mij!’***

 Is het voorstelbaar dat we met deze bede indachtig in broederschap onze doortocht maken? Of een oorlog beslechten?

Of helpt het te contempleren op de meer gedetailleerde formulering van Pannikar?

‘… zijn liefde roept mij op om met mijn eigen liefde te antwoorden, zij het op onvolmaakte wijze… De eenheid met God vindt haar meest volmaakte uitdrukking in gemeenschap van liefde, en vooral in de communie van personen. God is een ‘Ik’ die mij roept en me ‘jij’ zegt en die, door mij te roepen, me mijn ziel en mijn liefde schenkt, dit wil zeggen mijn eigen mogelijkheid om hem te antwoorden.’****

Hoe dan ook: zo gesteld kunnen we geen andere kant op dan het volgen van onze leefregel: broederschap, wees er niet bang voor.  

Vanuit ’t Verdiep, Mariek

*) Onze gemeenschap richt zich momenteel expliciet op de toekomst en wat er nodig is om die transitie te voltrekken. Overeenkomstig Bijbelse termen in het boek Exodus wordt deze fase de Doortocht genoemd.
**) Marc van Tente: Vensters op het mysterie, een pelgrimstocht met Raimon Pannikar. Blz 24
***) Nikolaas Sintobin sj te gast in “Geloofshelden”
****) Marc van Tente: Vensters op het mysterie, een pelgrimstocht met Raimon Pannikar. Blz. 50

Succesvol waterproject

Gemeenschap De Hooge Berkt is vriendschaps-donateur van de Stichting Humanitaire Hulp Syrië* (SHHS) en ondersteunt hiermee hulpprojecten in Syrië van deze stichting. Met onze bijdrage leveren we hoop, een druppel op de gloeiende plaat misschien, maar elke donatie gaat één op één naar dit goede doel voor steun en wederopbouw.

We zijn bijna verdoofd door wat er in de Oekraïne gebeurt, maar Syrië heeft onze hulp ook zo hard nodig. Voor degene die het project nog niet kennen onze diaconie is betrokken bij een project van SHHS, een project van hoop in de buurt van de zwaar getroffen streek rondom Aleppo.

Marieke van Schaik, directeur van het Rode Kruis in Nederland, bevestigde nog deze maand in de media dat 90 % van de mensen in Syrië onder de armoedegrens leeft, zo ook vaak verstoken van schoon drinkwater. Veertien miljoen mensen leven onder erbarmelijke omstandigheden en zijn afhankelijk van hulp. De extreme droogte van dit moment is funest, stuwmeren staan leeg, water-infrastructuur is vernietigd en nog niet hersteld.

Het eerste waterproject van SHHS (nl) zorgde dat New Start (uitvoerde organisatie) in Syrië projecten kan uitvoeren. Wij kunnen het ons niet voorstellen dat er al tijden geen water meer uit de kraan komt!  Nee, er is zelfs vaak helemaal geen schoon drinkwater! SHHS, gesteund door de Hooge Berkt, heeft geïnvesteerd in een drinkwaterproject in SWAIHA, met toepassing van zonnepanelen ook nog! Er is een opzichter/bewaker aangesteld om de waterproductie te verzekeren. De gezinnen in het dorp krijgen nu weer gratis schoon drinkwater, je kunt je voorstellen wat dit met je doet!

Via onze steun komen er wellicht ook meer projecten van de grond.

We wilden jullie dit gewoon eens onder de aandacht brengen, van moedige mensen die bergen verzetten en ieder dubbeltje goed weten te besteden! Trui Bolscher komt dit najaar weer naar de Hooge Berkt om verslag te doen.

Doneren kan via onze collecte na de zomer of steun:
Stichting Humanitaire Hulp Syrië NL33 TRIO 0781 3627 68

Werkgroep Diaconie Hooge Berkt

*) Deze tekst is een gedeelte uit het verslag van SHHS van maart 2022.

10 jaar Groene Kerken

Over geloof en een hoop zonnepanelen;
Naar een duurzame, groene geloofsgemeenschap

De GroeneKerken bestaan 10 jaar en dat vieren wij mee.  

Hoe bijzonder is het dat in de afgelopen jaren al bijna 400 kerken zich, net al wij, bij het netwerk van groene kerken hebben aangesloten, van protestants en katholiek tot gereformeerd en evangelisch. Ook zijn er vijftien groene moskeeën en een groene Joodse sjoel.

De Hooge Berkt is ondertussen al vijf jaar lid van dit netwerk. Als gemeenschap proberen we daar waar we kunnen een groene gemeenschap te zijn en de groene keuzes te maken bij alles wat we doen: afval scheiden, biologische schoonmaakmiddelen, groen tuinieren, groen bouwen, groene energie en zonnepanelen, waterbeheer en de maaltijden die we bereiden.   

We waren blij verrast met het bericht dat we kregen dat we als lid van het netwerk van de GroeneKerken het jubileumboek dat Kees Posthumus geschreven heeft cadeau zullen krijgen. Zie het onderstaande bericht uit de brief van het GroeneKerken team:


10-jarig jubileum vol verhalen

Ter ere van het 10-jarig jubileum, verzamelde theatermaker en journalist Kees Posthumus verhalen van kerken en geloofsgemeenschappen die duurzame stappen zetten.
In het boek Geloof en een hoop zonnepanelen zijn deze verhalen gebundeld, en aangevuld met interviews, prachtige verhalen en gedichten over Gods Schepping, passende liederen, gebeden en recepten en grappige cartoons van Martijn Cornelissen. Het boek schetst een beeld van kerken die in beweging willen komen voor Gods schepping en geeft kerken en kerkleden handvatten om zelf stappen te zetten. 

Op 30 juni verschijnt het boek Geloof en een hoop zonnepanelen, waarmee je als lezer wordt gestimuleerd om je eigen leven, en dat van je kerk of geloofsgemeenschap, te verduurzamen.

Cadeau voor jouw groene kerk
We bieden jullie als groene kerk graag dit boek aan. Als cadeau. Om jou en jouw kerk te helpen in jullie zoektocht naar een meer duurzame manier van leven. Want wie gelooft in een scheppende God, wil voor de prachtige schepping zorgen en deze bewaren. Maar hoe doe je dat als kerk? Hoe houd je duurzaam leven vol? En hoe blijf je, samen, geïnspireerd? Dit boek prikkelt en inspireert en brengt jullie verder.
Bij de druk van het boek hebben we gebruikgemaakt van papier waarvan het zeker is dat de productie niet tot bosvernietiging heeft geleid.

Voor wie in kerk, werkgroep of gemeenschap aandacht wil besteden aan geloof en duurzaamheid kan een beroep doen op Kees Posthumus. Hij komt graag langs om verhalen te vertellen, samen te koken en in gesprek te gaan. Je kunt zijn voorstelling, tegen een vergoeding, boeken via kees.posthumus@planet.nl

Geloof en een hoop zonnepanelen van Kees Posthumus is een praktisch boek om je eigen leven én je kerk te verduurzamen. Overal in Nederlandse kerken zijn mensen op zoek naar een meer duurzame manier van leven.

Want wie gelooft in een scheppende God, wil voor de prachtige schepping zorgen en deze bewaren als een kostbaar geschenk voor volgende generaties, ter ere van de Schepper.

De weg naar een duurzame wereld vraagt om een lange adem, om theologie en inspiratie, en om navolgbare voorbeelden. In dit boek vind je het allemaal, in de vorm van reportages en interviews, recepten en verhalen, gebeden en praktische tips. Met illustraties van Martijn Cornelissen.

Geloof en een hoop zonnepanelen
Naar een duurzame, groene geloofsgemeenschap

Kees Posthumus
Kokboekencentrum
EAN 9789043538176
Bindwijze: paperback
160 pagina’s
€ 17,50

Op bezoek in Klooster Nieuw Sion

Nieuwe wegen
In veel (katholieke) geloofsgemeenschappen zoeken mensen naar nieuwe wegen. Om van waarde te zijn voor de ander, om spiritualiteit vorm te geven, en anderen zich verbonden te laten voelen met de gemeenschap. Dit vraagt veel creativiteit van parochies, leefgemeenschappen en andere organisaties. Hoe kun je een vitale gemeenschap blijven of worden? Hoe kun je mensen ruimte bieden om Gods liefde te ervaren? Het is een zoektocht die vraagt om experimenteren en innoveren. Vanuit haar eigen missie en visie vindt Porticus het belangrijk dat dit gebeurt en met Space for Grace wil zij deze zoektocht ondersteunen.

In de afgelopen drie jaar waren er een dertigtal groepen die aan vitalisering hebben gewerkt met ondersteuning van Space for Grace.

Ontmoetingsdag
Vrijdag 17 juni organiseerde Space for Grace een uitwisselingsdag voor (kerk-)vernieuwers, geïnteresseerden, en oud-deelnemers aan het programma van Space for Grace.

Net als andere geloof- en leefgemeenschappen waren wij als Gemeenschap De Hooge Berkt voor deze bijeenkomst uitgenodigd. Twee van onze leden, Jules en Hans van Dijk, reisden af naar Diepenveen en bezochten deze dag die gehouden werd in het prachtige klooster Nieuw Sion, een oud klooster met een nieuwe bestemming.

Tijdens de bijeenkomst op Nieuw Sion werd stilgestaan bij die initiatieven die kansrijk zijn maar ook de mislukkingen werden genoemd. Duidelijk werd dat het tijd kost om succesvol te vitaliseren. Het was een prima dag om te netwerken en ervaringen uit te wisselen.

Opvallend was dat wij denken dat Gemeenschap De Hooge Berkt met haar 55 jarig bestaan wel bij iedereen bekend zal zijn, maar dat was dus niet zo. Slecht een enkeling had wel eens wat van De Hooge Berkt gehoord. Daar is dus nog werk te doen als we meer mensen willen bereiken en bekend willen maken met De Hooge Berkt als leefgemeenschap

Aan het einde van de dag keek theoloog en lekendominicaan Eric Borgman op deze Publieksdag terug met de opmerking: “Dit is de kerk van nu! En dat is een zooitje! Laat achter je de nostalgie en keer je tot: dit is het, en het is niet anders.”

Een andere mooie uitspraak deze dag was: ”We doen het niet omdat het moet, maar omdat het ons vreugde geeft.”

Broeder Joost Jansen van de abdij van Berne schreef een mooie terugblik op de dag.

Lees hier de terugblik van Broeder Joost.

Luc. 8, 26 – 39

Je weerstand doorbreken, onszelf verliezen en ingaan op de uitnodiging

Vorige week zondag hebben we al gehoord dat Jezus volgens het evangelie van Marcus op weg is naar Jeruzalem en dat hij, ondanks het lijden dat hem te wachten staat, trouw wil blijven aan zijn roeping. Dat is geen gemakkelijke weg, maar wel een radicale keuze. Iets van die radicaliteit horen we nu in het evangelie van vandaag.

In het begin van het verhaal komt er een jongeman naar Jezus toe en vraagt: Wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven? In die vraag hoor je een verlangen, een echt verlangen naar goed en rechtvaardig leven, of om het met de woorden van de eerste lezing te zeggen: een verlangen naar de geest van wijsheid die alles te boven gaat. Jezus geeft hem dan als antwoord de Tien Woorden, zoals Mozes die al heeft gegeven, en vooral wat hij moet doen tegenover zijn naaste: niet doden, geen echtbreuk plegen, niet stelen enz.

Dat op zich is dus al een goede richting: dat je leert als een goed mens te leven, in de juiste verhouding tot je medemens en tot God. Maar de jongeman deed dit al en zoekt een weg verder. Op dat moment kijkt Jezus hem liefdevol aan en zegt:
Aan één ding ontbreekt het je nog: ga verkopen al wat je bezit en geef hetaan de armen, en je zult een schat in de hemel hebben. Kom dan terug om mij te volgen.

Jezus roept hem op tot een keuze: enerzijds alles los te laten wat hij bezat en anderzijds te leren delen in de goddelijke liefde, die Jezus zelf present stelde. Dat is inderdaad een radicale keuze, die niet zomaar voor iedereen geldt, maar die Jezus hier persoonlijk tegen deze man richt. Jammer genoeg gaat hij er niet op in, omdat hij veel bezittingen heeft.

Op die keuze gaat het evangelie verder, wanneer Jezus spreekt tot zijn leerlingen. De jongeman was rijk en kwam er niet toe om alles te verkopen. Hij was bezet, bezeten. Jezus laat nu horen: Wat is het toch moeilijk voor een rijke om binnen te gaan in het koninkrijk van God. Wat is dat toch? We kennen die ervaring wel. Als je rijk bent en veel geld hebt om allerlei dingen te kopen, heb je ook macht tegenover andere mensen en trek je gemakkelijk veel vrienden aan. Je staat in feite zelf in het centrum. Hoe anders is het, als je je leven laat bepalen door een ander, als je bereid bent iemand te volgen die je inspireert. Dan gaat het om andere waarden, zoals solidariteit, rechtvaardigheid of gemeenschap. Jezus wijst erop hoe moeilijk het is, ja bijna onmogelijk, zeker als je rijk bent, om op die roep in te kunnen gaan. Toch zijn er mensen die de roep horen, ook onder ons. Die los laten wat ze daar, elders, aan leven hebben opgebouwd en bereid zijn dat op te geven om te verhuizen hier naar toe, naar deze gemeenschap en de weg van de goddelijke liefde te gaan, met alle onzekerheid die dat meebrengt. Ik heb respect voor hen.

Die oproep om alles los te laten geldt niet alleen voor jongeren die nog een groot deel van hun leven voor zich hebben, of voor mensen die pas begonnen zijn de weg van Jezus te volgen. Die oproep wordt vandaag ook tot ons gericht, die al geraakt zijn door Jezus en begonnen zijn aan die weg van de liefde. Wat wordt er dan tot ons gezegd? Toen ik de oproep hoorde: Aan één ding ontbreekt het je nog, voelde ik eerst een weerstand. Wat moet ik nu weer loslaten, wat is er dat mij tegen houdt om die weg van Jezus verder te gaan? Dat is misschien niet zo radicaal en toch.

Ik denk concreet bijvoorbeeld aan de veranderingen binnen de gemeenschap vanwege een nieuwe structuur. We worden uitgenodigd mee te gaan in de nieuwe dagteams, maar er is ook weerstand om de goede band met iemand zomaar los te laten en weer nieuwe contacten met anderen te maken. Ik denk ook aan onze samenleving, met nieuwe bepalingen vanuit het klimaatakkoord. We zullen grote veranderingen meemaken, en moeten gaan kiezen voor minder gas in onze woning en minder benzine voor de auto. Om tot de juiste houding te komen wordt van ons gevraagd een omslag te maken in denken en doen.

Hoe dan ook, ik denk dat het mogelijk is om de weerstand te doorbreken, onszelf te verliezen en in te gaan op de uitnodiging. Als die jongeman in de ogen van Jezus had gekeken en de liefde gevoeld, had hij die stap misschien kunnen maken. Of zoals op het eind Petrus kon zeggen: Wij hebben toch maar alles achter gelaten. Bidden wij om die geest van wijsheid.

Afscheid en welkom

Tijdens het pinksterweekend werd hartelijk afscheid genomen van Hans van Dijk als interim penningmeester en was er een warm welkom aan Theo van Bakel als nieuwe penningmeester in het bestuur van de gemeenschap.

Ter gelegenheid van deze wisseling van de wacht een terugblik en vooruitblik van deze beide penningmeesters.

Hans van Dijk – terugblik

Het was me het jaartje wel. 

Toen ik met Pinksteren 2021 in het bestuur kwam als interim penningmeester, kon ik gelijk aan de bak omdat er door omstandigheden allerlei zaken waren blijven liggen. Maar ik zal u niet vermoeien met alle ins en outs, regelgeving, testamentaire zaken, belastingkwesties en juridische haarkloverijen.

Het penningmeesterschap was wat betreft de centen een eitje. Een keurig op orde zijnde boekhouding en een prompte maandelijkse rapportage zorgde er voor dat er inzicht was over het reilen en zeilen van de gemeenschap op het financiële vlak. Door onderbezetting van onze panden was al het besluit genomen dat HB 25a in de verkoop zou gaan. Dat was dus een van mijn eerste taken, de afloop is bekend.
Het afnemend ledental maakte bezinning op onze toekomst urgent. Door het bestuur is die bezinning het afgelopen jaar ingezet en zo langzamerhand is een ieder er wel van overtuigd dat een koerswijziging nodig is om onze missie ook in de toekomst te kunnen leven. Dat valt natuurlijk niet mee, een mammoettanker zul je heel bijtijds moeten bijsturen om in de juiste haven te komen.  Zo is het ook met de gemeenschap. Gelukkig hebben we goede stuurlui die niet aan wal staan, maar volop mee varen en die de bemanning raadplegen bij alles wat zich kan voordoen, in de machinekamer, in de kombuis of waar dan ook.

We zijn dus onderweg, op “doortocht”. Mijn taak als penningmeester zit er op en is overgenomen door Theo die nu mede het stuurrad in handen heeft.

Theo van Bakel – vooruitblik

Onze gemeenschap is gestart met een noodzakelijk verandertraject, wij noemen dit de “Doortocht”. Het gaat om een fundamentele herbezinning op wie wij ten diepste willen zijn en welke consequenties wij hieraan verbinden op thema’s zoals cultuur, spiritualiteit, hoe we kunnen groeien en welke huisvesting en organisatie hiervoor nodig zijn.

Dit getuigt voor mij van een moedige en vitale gemeenschap en daar wil ik graag mijn bijdrage aan leveren als nieuwe penningmeester, kome wat komt!  

Theo (links) en Hans (rechts)

Gedachteniskapel Ben Leferink

Antoinette Zoontjens, lid van onze gemeenschap, bezocht op 2e pinksterdag de expositie “Feniks, uit de as herrezen, van afval naar kunst” georganiseerd door Stichting Vaart in Valkenswaard.

Zij schrijft over haar bezoek aan de tentoonstelling het volgende:

Het onderwerp van de tentoonstelling: “Van afval naar kunst” sprak mij in het kader van onze inzet als Groene gemeenschap uiteraard aan.  Maar… ik werd vooral verrast door een heel bijzonder herdenkingsplekje voor Ben Leferink (1946-2020) die men op deze tentoonstelling voor hem gemaakt had.

Ben Leferink, die tot zijn overlijden lid was van onze gemeenschap, was ook actief betrokken bij Stichting Vaart. Hij deed zelf ook altijd als kunstenaar mee aan de exposities die door Stichting Vaart georganiseerd werden en richtte dan zijn eigen tuin in als expositieruimte met eigen werk en gedichten. 

Ben had veel kruisbeelden verzameld en met deze kruisbeelden is ter nagedachtenis aan Ben door de andere kunstenaars een herdenkingskapel ingericht. Ben zou blij verrast zijn geweest bij met dit eerbetoon dat zo helemaal in zijn stijl is opgepakt.  

De rondleiding door Ad Baltussen, eigenaar van het terrein waar de tentoonstelling plaatsvond was hartverwarmend.  De tentoonstelling gaf mij inspiratie voor onze eigen tuin in relatie met ons verlangen om een groene gemeenschap te zijn.

Antoinette

Expositie Feniks

18 Kunstenaars uit de groep van de Valkenswaardse kunstenaars exposeerden  met werk gemaakt van afvalmateriaal. Website Stichting Vaart

Feniks 

Het idee om uit afval schoonheid te scheppen was het onderliggende idee bij het thema: “Feniks uit de as herrezen”. Veel kunstenaars hebben zich laten inspireren door deze positieve instelling en hebben op vele manieren laten zien dat kunst en schoonheid bijna letterlijk voor het oprapen liggen. 

Als je het maar ziet…

VA lkenswaard ART

Stichting VAART stelt zich ten doel het kunstklimaat in Valkenswaard voor beeldend kunstenaars te verbeteren.  De stichting wil opkomen voor de belangen van: schilders, beeldhouwers, edelsmeden, keramisten, fotografen, glaskunstenaars etc. Met name door het initiëren van activiteiten, het ondersteunen en begeleiden van initiatieven in het algemeen en van individuele kunstenaars. Ook het leggen en versterken van onderlinge contacten is een doel. Tevens wil het de kunstenaars en de kunstliefhebbers met elkaar in contact brengen.

Ben Leferink bij het kunstwerk dat hij maakte voor onze gemeenschap

Word wie je bent III

3. Worden wie wij zijn

Als het gaat om wie of wat wij samen in gemeenschap de Hooge Berkt zijn, onze gemeenschappelijke identiteit, dan zullen we het erover eens zijn dat we allereerst ‘christen zijn’. Christelijk leven concreet maken is waar onze missie naar verwijst.

Dat ‘christen-zijn’ kan betekenen dat we de historische Jezus volgen of de christelijke dogma’s aanhangen. Maar in dat geval is het niet zozeer een ‘identiteit’ maar meer een gedragscode of een bepaalde overtuiging. Als ‘identiteit’ betekent het dat we de ervaring van Jezus als de Christus zelf meemaken, in de diepte van ons bestaan, in een contemplatieve levenshouding.

Pannikar, waar ik eerder over sprak*, benadrukt daarbij steeds dat Jezus, de profeet uit Nazareth, niet samenvalt met Christus. ’Christus,’ zegt hij, ‘is de naam die christenen geven aan het Mysterie dat zij in en door Jezus ontdekt hebben’. De Christus overstijgt de figuur van Jezus en werd al lang vóór Jezus en buiten zijn invloedsfeer gekend. Pannikar verdiept zich daarom uitvoerig in de identiteit van Jezus en onderzoekt daarin zijn persoonlijke ervaring van het Mysterie. Daarover zegt hij o.a.:

De ervaring van Jezus was niet dat hij een man was, of jood, nog minder christen, lid van een klasse, van een kaste, van een partij of religie – maar dat hij méns was, mensenzoon. Dat was zijn kenosis (ontlediging). Zo kon hij ons aanspreken vanuit de diepte van onze echte menselijkheid, hoe we de ware kern benoemen van wat we werkelijk zijn. Paradoxaal blijkt dat, hoe meer we ons ontdoen van om het even welke kentrek of rol, hoe meer we onszelf worden en onszelf ontdekken als helemaal mens en steeds meer goddelijk’.**

Daarmee mag duidelijk zijn dat ons ‘christen-zijn’ niet verwijst naar ons lidmaatschap van een christelijke kerk of gemeenschap maar direct verwijst naar onze persoonlijke ervaring van ‘mens-zijn’. Het betekent dat we in de kern van ons menselijke zijn de ervaring kennen die Jezus als de Christus had. In die kern zijn wij: Mariek als de Christus, Marjan als de Christus enz. Daar zijn we ‘evenbeeld van God’. De ervaring dat dit waar is (wat we ommekeer of bekering noemen) maakt ons tot christen en doet ons tegelijkertijd, net als Pannikar, beseffen: ‘En toch ben ik mij volop bewust van het feit dat ik nog ver van die volheid ben. Het is als een paradox: hoe dichter ik me bij dat ideaal voel, hoe verder ervan verwijderd ik mij zie’***.

Daarmee is het m.i. ook duidelijk dat onze gemeenschappelijke identiteit niet los staat van onze persoonlijke identiteit. Het ‘werken aan de toekomst is werken aan je identiteit van Christine Bruggemans is niet in de eerste plaats een opdracht van de toekomstgroep, stuurgroepen of het bestuur maar van ieder van ons als mensenzoon of -dochter. Dat is wat geroepenen nastreven te doen: worden wie ze ten diepste zijn, in navolging van Jezus de Christus. Ga er maar aanstaan.

Het eerste dat we ontdekken is dat we dat niet alleen kunnen. We hebben anderen nodig om te kunnen worden. Anderen zijn voor ons lichtdragers die hun licht op ons laten schijnen en daarmee zowel onze duisternis als ons licht naar voren brengen. Ze houden ons spiegels voor. Broeder/zusterschap ligt dan ook erg voor de hand. Dat heeft veel voordelen maar kent ook het grote nadeel van wat ik dan maar ‘institutionalisering’ noem. Vandaag de dag zijn we met zijn alle getuigen van een kerkelijk instituut dat ooit zoveel mensen samenbracht en nu ten onder gaat aan eeuwen van structuur, dogma’s, leerstellingen en aan voorgangers die zich vereenzelvigden met hun functie in dat instituut en die vergaten te ‘worden wie ze zijn’. Zo werden ze een radertje in een systeem dat anderen in hun wording kon belemmeren of zelfs beschadigen. In het grootse voor de Christus opgebouwde imperium wordt uiteindelijk het gouden kalf aanbeden.

Wat daar in het groot gebeurt, gebeurt overal in en om ons heen, in onze dierbare gemeenschap en diep in onszelf: we maken er systemen/instituten van. We vereenzelvigen ons met wat Pannikar in het citaat hierboven ‘kentrek of rol’ noemt en zijn erop uit dát systeem in plaats van onze goddelijkheid te behoeden en te bewaren. Het gebeurt altijd weer en overal en het is zó menselijk.

Dat was zijn kenosis (ontlediging)’ zegt Pannikar. In de weg die Jezus ging was ontlediging cruciaal en als wij dat ook doen zullen wij steeds meer onszelf worden en onszelf ontdekken als helemaal mens en steeds meer goddelijk. Deze weg willen wij gaan met onze leefregel: de mens worden die we, in een ten diepste door ons ervaren goddelijkheid, zijn. Daartoe krijgt de regel ‘word wie je bent’ richting in de vier volgende regels: Broederschap durf het aan… Ga je weg… Ontdek je verantwoordelijkheid… Waag het (Gods) verbond te maken… Zo worden we telkens opnieuw en steeds meer wie we zijn als we in broederschap je weg zijn, onze verantwoordelijkheid ontdekken en een nieuw verbond wagen te maken… om weer te worden…

‘Werken aan onze identiteit’ is dan niet anders dan waarachtig leven. Onze regel geeft voortdurend richting daarin. Ik sprak een zuster die hier was als gast en die me vertelde verbonden te zijn in een gemeenschap die de Annunciatie heet. Ze zei: ‘onze spiritualiteit is opgebouwd rondom de aankondiging’. Ik vond dat mooi geformuleerd en kan me daar veel bij voorstellen. Zo’n begrip als de Aankondiging (in Bijbelse context) kan, in een contemplatief leven, aldoor dieper ervaren en geleefd worden. Die diepgang is oneindig. De spiritualiteit van zo’n begrip waaiert uit over de christelijke spiritualiteit waarin je gemeenschap bent. Onze leefregel heeft diezelfde potentie. Ons verdiepen in die afzonderlijke regels en hun samenhang; ze eigen maken in denken en doen en ontdekken hoe we haar als mensen en als gemeenschap kunnen leven… dat is de weg…  Een hele weg te gaan; een weg die ons terug brengt bij het allereerste begin van onze gemeenschappelijke identiteit: ‘christen-zijn’****.

Mariek de Jong

*) Pannikar werd in 1918 geboren uit een Spaanse katholieke moeder en een Indiase hindoevader. Voordat hij doctor in de filosofie en in de theologie werd promoveerde hij tot doctor in de chemie om het bedrijf van zijn vader over te kunnen nemen. Het liep anders. Als priester van de ultrarechtse Opus Dei, raakte hij daar met iedereen en alles in conflict, reisde naar India en raakte in de ban van het boeddhisme en hindoeïsme maar vond uiteindelijk zijn heil in de oosters-katholieke Syro-Malabaarse kerk van India. Zijn zicht dat hij door Jezus op het Mysterie krijgt ontvouwt hij o.a. in het boek: De onbekende Christus in het Hindoeïsme. Hij overleed in 2010.
**) Marc van Tente: vensters op het  Mysterie, een pelgrimstocht met Raimon Pannikar blz. 87
***) Idem. Blz. 86
****) Met een verwijzing naar de derde alinea waarin gezegd wordt dat Christen zijn Jezus overstijgt in een ervaring die aan hem en zijn tijd en context voorbijgaat en verrwijst naar het Mysterie dat door anderen op andere plaatsen en tijden anders benoemd wordt.

Nieuwe getuige op getuigenkalender

Soms komt er een nieuwe getuige bij

Vanaf 1 juni  hebben we 2 getuigen op deze dag staan  in onze getuigenkalender: Thomas Berry die we dit jaar toevoegen en Nkosi Johnson die vanaf het begin al een plaats in onze getuigenkalender gekregen had.  

Thomas Berry

In ons zoeken naar een spirituele onderbouwing van de praktische vormen van duurzaamheid waarnaar wij streven, hebben we als gemeenschap in Thomas Berry een bijzondere leermeester gevonden,

Thomas Berry reikt ons een nieuw denkkader aan. Hij nodigt ons uit om niet te blijven hangen in het ons vertrouwde systeem. Dat is niet meer toereikend om met de mondiale problemen om te gaan. Durven wij te denken vanuit nieuwe uitgangspunten.

Onze wereld is een dorp geworden. Nog nooit konden volkeren en religies elkaar zo gemakkelijk ontmoeten als nu. Maar in plaats van dat we deze diversiteit in één groot gebaar omarmen, staan we elkaar vaak naar het leven. En nog nooit hebben de rijkdommen van de aarde zo voor het grijpen gelegen als nu, maar het leidt niet tot vrede. Integendeel. Er gaapt een kloof tussen rijk en arm.

Thomas Berry toont ons een weg om ondanks alle verschillen – juist met deze verschillen – te komen tot de opbouw van ons gezamenlijk huis. Een weg om niet mee te gaan met de mondiale onverschilligheid, maar om een visioen te volgen.

Thomas Berry 9 november 1914 – 1 juni 2009

Nkosi Johnson

My friend with AIDS is still my friend!

Xolani Nkosi Johnson werd geboren in Zuid-Afrika. Zijn moeder had aids en Nkosi werd HIV-positief geboren. Op een internationale conferentie over aids in Durban, heeft hij een indrukwekkend getuigenis gegeven: “Iemand met aids is een mens, een gewoon mens, kijk maar naar mij,” en bracht daarmee het probleem van aids op een onontkoombare manier onder de aandacht. Hij stierf op twaalfjarige leeftijd. Degenen die hem in zijn korte leven hebben gekend verklaren dat God een bedoeling met hem had.

Nkosi heeft de moed opgebracht zijn stem te verheffen en is opgekomen voor al die kinderen die er zo aan toe waren als hijzelf. Hem is de eretitel van “Strijder” te beurt gevallen, een onderscheiding die in Afrika alleen aan de aller-dappersten kan worden gegeven.

Nkosi Johnson 4 februari 1989- 1 juni 2001

Insecten- en vlinderhotel geplaatst

Het was een mooie toegift om de 1e prijs te winnen bij de afvalbingo bij de landelijke opschoondag van 19 maart jl.

Voor het geldbedrag van 300 euro dat we van de burgelijke gemeente Bergeijk kregen moest natuurlijk een door iedereen gedragen, milieubewuste en haalbare bestemming krijgen.

Hiervoor is o.a. aan de directe deelnemers van de opschoondag gevraagd of zij een goed idee hadden voor de bestemming van het prijzengeld. Ook anderen konden ideeën aandragen.

Voor de twee belangrijkste ideeën van een groot instectenhotel en een wilde bloemenstrook in de omgeving is overleg geweest met iemand van de gemeente waarna besloten is om het kleinschaliger aan te pakken.

Van de 300 euro die is ontvangen is daarom 100 euro aan de deelnemende buren geschonken en besteed aan de aanschaf van een insecten- , lieveheerbeestjes- of vlinderhotel en/of biologische zaadjes voor wilde bloemen rond hun eigen huis.

De overige 200 euro zal besteed worden aan vergelijkbare doelen op het terrein van de Hooge Berkt. Anne, die zorg draagt voor deze tuinen heeft als 1e aankoop ook 3 insectenhotels aangeschaft over de besteding van het restbedrag wordt nog nagedacht.

Stichting Humanitaire Hulp Syrië – update

Verslag vanuit Stichting Humanitaire Hulp Syrie (SHHS) voorjaar 2022

SYRIE, Je zou het bijna vergeten met die afschuwelijke beelden uit Oekraïne, maar ze zijn er echt nog onze mensen in Syrië en het project dat als diaconaal project mede ondersteund wordt door Gemeenschap de Hooge Berkt! En ze doen het fantastisch ondanks het tekort aan bijna alles! 

Hierbij een update van de situatie rond Aleppo via onze correspondente Trui Bolscher. We krijgen allemaal veel groeten van Trui en onze donatie is goed besteed, rechtstreeks ter plekke! En daarmee is heel bemoedigend weer een verslag te krijgen over deze moedige mensen die hun draad weer oppakken!

Wat is er op eigen kracht bereikt in de afgelopen tijd?

  • Vanuit het wijkcentrum in Al Bab is er gratis gezondheidszorg en psychosociale hulp. Hardnodig bij de vele oorlogsslachtoffers. Ook is er een corona hulppost waar veel gebruik van werd gemaakt (Al Bab, circa 200.000 inwoners).
  • De vrouwentuin, een plek waar vrouwen gynaecologische hulp kunnen krijgen en/of begeleiding bij hun zwangerschap.
  • De ambulances zonder grenzen hebben talloze ritten gemaakt naar het ziekenhuis en terug over vaak slechte wegen en over enorme afstanden.
  • Er waren weer naailessen en in het atelier werd genaaid aan een heuse modeshow met verkoop. Een groot succes. Op deze manier proberen vrouwen in hun eigen levensonderhoud te voorzien en bouwen ze een sociaal netwerk op.
  • Kinderopvang en onderwijs is er ook, hoewel kinderen regelmatig verzuimen omdat ze op de vuilnisbelten gaan zoeken naar spullen die een beetje geld opleveren.
  • Er is aan alles te kort, de prijs voor een brood is idioot hoog. Er zijn 5.115 voedselpakketten.
  • Dankzij de waterinstallatie, werkzaam m.b.v. zonnepanelen konden heel veel gezinnen van schoon drinkwater voorzien worden. 1100 gezinnen werden via tankwagens voorzien. anderen kwamen het zelf halen.
  • Als laatste en nieuw zijn de cursussen waar opgeleid wordt tot medisch assistent. Zij kunnen in noodgevallen adequaat handelen. Erg nodig in een oorlogsgebied.

Met al deze zorg en opleidingen geeft SHHS perspectief op een meer menswaardig bestaan. Het feit dat steeds meer mensen gebruik maken van deze diensten en de blije glimlach van de kinderen geeft telkens de energie om weer door te gaan met dit mooie initiatief.

“Hoop is bepaald niet hetzelfde als optimisme. Het is niet de overtuiging dat iets goed gaat komen, maar de zekerheid dat iets zinvol is, hoe dat uiteindelijk ook uitpakt.” Vaclav Havel

Voor meer informatie https://humanitairehulpsyrie.nl/

Achtergrondinformatie
De Hooge Berkt steunt de Stichting Humanitaire Hulp Syrië (SHHS) door de werkgroep Diaconie.

SHHS Probeert zo goed mogelijk hulp te bieden aan mensen in het gebied rond Aleppo. Samen met de organisatie NEW START werken ze vanuit Al Bab en Swaiha. Al Bab ligt vlak bij Aleppo waar ook veel vluchtelingen wonen. Swaiha ligt op het platteland. Er zijn een aantal vaste medewerkers nu en een grote groep van ongeveer 40 vrijwilligers

NEW START bestond oorspronkelijk uit een vriendengroep in Syrie (vrienden van Ido, mijn partner)  – allen Syriërs – die bij aanvang van de oorlog voor de vluchtelingen hulp verzorgden: eten, tenten, matrassen en andere noodzakelijke hulpgoederen

Zij kwamen in contact met een vergelijkbare vriendengroep in Al Bab die zich bezig hield met opvang van slachtoffers van bombardementen en zich richtte op patiëntenzorg door het wegvallen van gezondheidszorg-faciliteiten. Met hun samenwerking ontstond het huidige NEW START. Zij werkten toen en nu alleen in Noordwest Syrie, een voor hen zonder al te grote veiligheidsrisico’s bereikbare regio. Enkelen van hen wonen inmiddels in Turkije, net over de Syrische grens, maar kunnen wel heen en weer reizen tussen Turkije en Syrie – dat geldt ook voor Ido, die bovendien naar Nederland kan reizen. Communicatie met het bestuur van SHHS kan zeer regelmatig plaatsvinden: per telefoon, ZOOM of persoonlijk.

Alle projecten betreffen gezondheidszorg, educatie en opvang van vrouwen en kinderen. Noodhulp in Al Bab en Swaiha: maandelijks wordt daar een vastgesteld budget voor benut. De medewerkers ontvangen een vergoeding: van schoonmakers, leraren, verpleegkundigen tot arts ligt die vergoeding tussen € 50,- en € 450,- per maand. 

Aleppo, Al Bab en Swaiha
Aleppo is een stad in het noordwesten van Syrie, vlak bij de Turkse grens. Het is de hoofdstad van het gouvernement Aleppo. Met 2.738.000 inwoners is het de grootste stad van Syrie. Aleppo wordt minstens 8000 jaar bewoond en hoor daarmee tot de oudste constant bewoonde steden ter wereld. Bron: Wikipedia.

Bron: Nieuwsbrief SHHS

Word wie je bent II

2. Wie of wat?

Ik herinner mij Christine Bruggeman die, ik denk rondom de uitgave van het boekje ‘kerk van de toekomst’, zei: ‘Werken aan de toekomst is werken aan je identiteit’. Dat sprak mij erg aan. 

Zoals de meeste van ons heb ik het niet op planmatig toekomstbeleid. Toekomst gaat immers over war er naar ons toe-komt. Daar willen wij voor openstaan. Onze identiteit trekt, dat wat er naar ons toe wil komen, aan. Dus ‘worden we’ en maken we werk van wie we willen zijn. Zo immers trekken we aan wat bij ons hoort, want soort zoekt soort. Tegenwoordig dwingen de materiële omstandigheden ons grondig te werken aan die identiteit. Dat wil zeggen: te worden wie we zijn. Onze leefregel* is daar een uitstekend instrument voor. Maar… wie zijn we dan?

Op televisie hoorde ik Yuval Harari** beweren dat wij onszelf helemaal niet goed kennen. Het idee dat er ergens in onszelf het ‘echte ik’ verscholen ligt klopt helemaal niet, zei hij. Integendeel, mensen zitten vol met tegenstrijdigheden in gedachten en strevingen. Daartussen of daarachter is er niets. Wat de mens onderscheidt van andere levende wezens is dat hij verhalen maakt over zichzelf en alles om hem heen en daarin gelooft. Dat noemt hij mythes. Het meest verspreide geloofssysteem, mythe dus, is volgens hem: geld. Daar hechten we met z’n allen zoveel waarde aan dat het sinds de eeuwen der eeuwen en inmiddels wereldwijd functioneert. Zelf is Harari niet godsgelovig. Hij heeft het dan ook niet over ‘de bovennatuurlijke liefde’ waar Simone Weil het wel over heeft (zie: ‘waag het Gods Verbond te maken‘).

Net als Harari spreekt Weil over het niet bestaan van een ‘ik’ en over de vele losse delen (ikken) in ons die tegengesteld zijn aan elkaar en elkaar nauwelijks verstaan. Harari straalt overigens wel liefde uit en spreekt met liefde over zijn echtgenoot en hond. Bovendien mediteert hij dagelijks en brengt maandenlang in eenzaamheid en stilte door om in de confrontatie met leegte, het niets dat ten grondslag ligt aan ons zijn, zijn denken en zichzelf uit te zuiveren.

Ik heb ook altijd wat moeite met onze regel ‘word wie je bent’. Ergens lijkt het alsof ik een bepaald íemand zou zijn en ga ik me afvragen wie dat dan wel is. Ik moet echter toegeven dat ik mijzelf soms tegenkom op een manier waarvan ik dan denk: ja, dit ben ik… dit is mijn diepe aard. Maar vraag je me wie dat ís dan kom ik toch op het ‘wat’: een bepaalde energie, sfeer, lichtinval of kern, iets wat ten diepste bij mij hoort en onbenoembaar blijft. In de grondtekst van onze eerste leefregel staat dat wij ‘beeld’ zijn; evenbeeld. ‘Beeld, gelijkend op ons’, zo drukte de Schepper zich uit. In dat ‘ons’ zijn wij zelf inbegrepen, samen met Hem. Dat is Genesis 1:26. Dat ‘ons’ sluit mooi aan op de uiterlijke wereld maar dus ook op onze innerlijke structuur van veelheid en verdeeldheid. Die structuur waar Simone Weil het over heeft: al die losse delen in onszelf buiten dat ene diepste deel van onze ziel dat het dichtst bij God staat. Dat is het deel van waaruit wij onszelf kunnen omvormen. In Genesis 3 echter zijn we echter slechts stof: ‘Stof van de aardbodem waar we uit gemaakt zijn en waartoe we zullen wederkeren’. In Genesis 2 wordt dat maakproces uit de doeken gedaan met als ingrediënten: aarde en adem. ‘Adem’ is Geest. Adam is dus beademde of begeesterde aarde. ‘Adam’ is, als woord, gerelateerd aan het woord ‘mens’. Gods Adem/Geest maakt mij tot Adam=mens. Maar adem is ook ‘lucht’: van dit woord stamt de naam ‘Abel’ af. Beide namen beginnen met de ‘Alef’, de Hebreeuwse letter die naar God verwijst.

Wíe zijn wij? Abel moet Adam worden. Wát zijn wij? Evenbeeld, stof, adem, lucht…?

In de zondaglezing van 9 januari hoorden we hoe omstanders met herhaling en nadruk aan Johannes de Doper vragen ‘wie bent u dan?’ (Joh.1; 19-34) Dat is precies de vraag die ons bezighoudt. Johannes geeft het antwoord niet! Niet zoals die omstanders het willen namelijk: zijn identiteit zoals welke functie hij heeft of status of bij welke groep hij hoort. Dat vind ik ijzersterk. In plaats daarvan zegt hij wat hij doet: ‘ik ben een stem die roept in de woestijn’ en ‘ik doop met water’. Vervolgens wijst hij naar de onbekende, te midden van ons: ‘één die na mij komt’. Hij doelt natuurlijk op Jezus maar ik zie dat hij ons twee wegwijzers geeft om de mens te worden die we zijn: onze daden en onze gerichtheid op de ander.

Ja, het gaat om daden die voortkomen uit ons roepen en ons geroepen zijn. En om de ander die na mij komt, die mij roept of als geroepen komt. Ons tekort (roepen) en ons talent (roeping) geven betekenis aan degene die na mij komt: de ander die ik dien en de ander die mij verlost. Zo worden wij van Abel tot Adam: waarachtig mens.

Werken aan onze identiteit. Het is me wat met al die losse delen in mezelf en al die losse delen in onze gemeenschap. Bij Marc van Tente*** lees ik over ‘identiteit’. Het gaat over een jongen die een wandaad gepleegd heeft en door de politie opgepakt wordt. Daar worden zijn naam, leeftijd en alle andere gegevens opgenomen en die worden aan de rechter doorgegeven. Dat is identificatie, zegt van Tente en dan: ‘Alleen door existentiële ervaring ontdekken wij wie de andere persoon is. Die ontdekking transfigureert ons wederzijds’. Met andere woorden: zonder liefde gaat het niet. Door haar liefde kent, bijvoorbeeld de moeder van deze jongen, diens andere en diepere dimensies. Ze kent zijn wanhoop en verlangen, zijn eigenheid en uniciteit, zijn identiteit.

Dit geeft ons, wat mij betreft, een lichtend uitgangspunt voor het werken aan onze identiteit. We kunnen dus wel iets zéggen over onze identiteit maar dan moeten we die wel eerst leven en zo (in Verbond) vormen. Het volgende citaat van Pannikar**** beschrijft dat werk in kort bestek:

‘Om de identiteit van een persoon te kennen, is liefde nodig. Is geloof nodig, is een persoonlijke ontdekking nodig. In deze ontmoeting van gelaat tot gelaat, van persoon tot persoon, van jij tot jij, van beminnende tot beminnende, wordt de andere gekend in zijn uniciteit en in zijn eigenheid; en hij die gekend wordt omvormt hij die kent, en wie kent, omvormt hij die gekend wordt.’

Dat is bepaald geen sinecure waar ieder van ons in zijn menswording voor staat. En ieder van ons doet dat telkens weer 80 keer? (met hoeveel leden zijn we nu?) Onszelf en elkaar leren kennen vanuit liefde, geloof en persoonlijke ontdekking. Zo vormen we onze gemeenschappelijke identiteit.

‘Lichtdrager zijn’. Dat is een woord dat we horen klinken in onze gemeenschap. We willen lichtdrager zijn. Mooi: ieder draagt zijn eigen licht om daarmee de ander in het licht zetten. Zoals Johannes het doet: zonden wegwassen met water en wijzen naar de ander die na ons komt. Dat is genoeg.

‘want er moet licht op je schijnen wil iemand je zien,maar je hoeft niet uit licht te bestaan om er te zijn’.*****

Vanuit ’t Verdiep, Mariek

*) In onze gemeenschap leven we met een ‘leefregel’. Deze bestaat in feite uit vijf regels die als wegwijzers op onze weg staan, zowel als gemeenschap als op persoonlijk niveau. Dit is een tweede tekst bij de 1e leefregel.

De vijf regels zijn:

  1. Word wie/wat je bent
  2. Broederschap, durf het aan
  3. Ga je weg
  4. Ontdek je verantwoordelijkheid
  5. Waag het (Gods) verbond te maken.

**) Schrijver van ‘Sapiens’ en ‘homo Deus’ in gesprek met Janine Abbring in programma ‘wintergasten’ 27-12-‘21
***) Marc van Tente ‘Vensters op het mysterie, een pelgrimstocht met Raimon Pannikar’. Uitg. averbode. Blz 78
****) Idem.
*****) Uit: Ik wou dat ik een vogel was. Ploegsma-Amsterdan. blz.11. Sara Oortgijs over ons zijn in Sterrenstof:

Wat je moet weten is dit: sterren zijn van stof.

En hun afstand tot de aarde meet je niet in kilometers maar in lichtjaren.
Want licht gaat veel sneller dan geluid.
En verder: de maan bestaat niet uit licht; dat is de zon die op haar kraters schijnt.

Want er moet licht op je schijnen wil iemand je zien,
Maar je hoeft niet uit licht te bestaan om er te zijn.

Maar wanneer je ogen verder zien dan je oren horen,
Lichtjaren ver kijken, sterren hier halen.
Wie zegt dan dat sterren geen ogen zijn en wij de sterren waar ze naar kijken?

Boekpresentatie Mariek de Jong

Zaterdagavond 30 april was er een feestelijke avond rond de boekpresentatie van het boek van Mariek de Jong:  Latifa, een weg naar aanvaarding.

Tineke Renkema sprak Mariek hartelijk toe en feliciteerde haar met het uitkomen van haar boek. Woorden van vriendschap waren er van José die met regenboogkaarsen Mariek typeerde en van Harrie die zoals altijd een mooie limmerik voor Mariek geschreven had. Marjolein feliciteerde Mariek met het verschijnen van haar boek met mooie bloemen namens het eigen dagteam van Mariek.  

Het hoge woord was uiteraard aan Mariek zelf die de aanwezigen vertelden over het tot stand komen van haar boek en wat haar tot schrijven had doen komen.

De eerste exemplaren van het boekje werden uitgereikt aan de mensen die haar op verschillende manieren inhoudelijk en redactioneel hadden geholpen. Daarna kon het boekje ook aangeschaft worden. Er waren verrassend lekkere koekjes en heerlijke hapjes. 

                Latifa, een weg naar aanvaardlng
                Mariek de Jong

                Uitgeverij Van Warven Produkties
                ISBN 9789493288089
                Paperback, 110 pagina’s
                Prijs € 14,95

Bijdrage van Mariek zelf

Een boekje dat uitkomt; waar gaat het over?

Het gaat over een weg naar aanvaarding. Die weg ontleen ik aan een oefening (gebed) die al heel oud is en binnen het soefisme bewaard is gebleven. Dat is de Latifa. Het is een contemplatieve oefening opgebouwd rond zeven woorden. In ‘een weg naar aanvaarding’ neem ik die zeven woorden als uitgangspunt voor verdere verdieping.

Hoe heet het:

Het heet: Latifa, een weg naar aanvaarding.  Het had ook een weg naar hoop, geloof, liefde of dienstbaarheid kunnen heten maar voor mij is aanvaarding het sterkste begrip. We beginnen ons leven, en vervolgens ieder moment daarin, met de opdracht het te aanvaarden zoals het is. Ook het eind van ons leven hebben we te aanvaarden. Iedere stap naar aanvaarding is een stap vooruit of het ons nu lukt of niet. Want iedere poging tot aanvaarding is een onderkennen van de werkelijkheid zoals die is en daarmee op weg gaan.

‘Latifa’ betekent ‘subtiele energie’. Het gaat om een transformatieproces waarin de grove energie in ons (van woede of frustratie) tot de fijnere energie (van overgave en liefde) wordt. Dit proces ligt ook opgeslagen in onze leefregel. Zonder de Latifa zou ik de kostbaarheid en potentie van onze leefregel niet herkend hebben en er niet zo mee hebben kunnen werken als ik tot nu toe deed. Ik hoop dan ook dat de leefregel door ons net zo gekoesterd gaat worden als de Latifa door mij. Latifa is overigens in de Arabische wereld een veelgehoorde meisjesnaam. Het betekent zoveel als: lief, vriendelijk, aardig, fijngevoelig.

Wat betekent de Latifa voor jou:

In de loop van de bijna 30 jaren dat ik de Latifa ken is dat steeds anders geweest. Ik denk dat het in het begin vooral een openende en verbindende werking had. Ik was toen eigenlijk nauwelijks in staat de Latifa af te maken zonder daarin begeleid te worden. Later is het ook een herinnering geworden aan kostbare momenten en ervaringen waarbinnen de Latifa voor mij tot leven kwam. De laatste jaren is het ook een manier van observeren en ordenen geworden. En daarmee een instrument waarmee ik een openende en verbindende ervaring kan overbrengen aan anderen. Dat gebeurt nu onder andere in het programma van de Heilige Nachten. Het zal de basis worden van de individuele retraite die ik op onze site ga aanbieden. Dit zal, net als onze andere retraites, een stilteretraite zijn in de bedding van onze gemeenschap. Naast de Latifa zullen teksten en andere op inkeer gerichte bezigheden zullen er een onderdeel van uitmaken.

Viering Dodenherdenking 4 mei

Op woensdag 4 mei as. vervalt het avondgebed en is ieder genodigd om naar de Hofkerk te komen.

Vanaf 19.45 uur ben je welkom op de begraafplaats naast de kerk om samen met anderen de Dodenherdenking bij te wonen. En uiteraard kun je naar eigen keus het aansluitende programma in de Hofkerk volgen. 

5 jaar Groene Gemeenschap

Op 22 april 2017 werden we als gemeenschap lid van de Groene Kerken.

We beschouwen deze dag als de geboortedag van onze identiteit als Groene Gemeenschap. Dit jaar vieren we ons eerste lustrum als Groene Gemeenschap.

Om dit feit te vieren en bekendheid te geven aan de Hooge Berkt als Groene Gemeenschap is er een kaartje gemaakt voor het kaartenrek in de hal van de Lavra dat gasten en geïnteresseerden kunnen meenemen.

Wanneer we terugkijken op de afgelopen 5 jaar dan hebben we best wat stappen gezet richting verduurzamen. Gemeenschap breed laten we ons in onze keuzes steeds meer leiden door duurzame overwegingen, of het nu gaat om het gebruik van materialen, aanschaf van apparatuur, bemesting in de tuin, schoonmaak- en bestrijdingsmiddelen, afvalscheiding of het dagelijks voedsel. We maken bewust gebruik van onze zonnepanelen door vooral tijdens de zonuren bv de wasmachines te draaien. We zijn overgegaan naar een leverancier van groene energie en er is gezocht naar een milieubewuste bank.

We beseffen dat een ‘Groene Gemeenschap’ willen zijn een proces is van voortdurend leren en implementeren. Een proces dat nooit af is en een spirituele basis nodig heeft om de betrokkenheid te gronden. Daarom zijn we ook steeds op zoek naar een ecologische spiritualiteit die ons handelen en keuzes draagt. In 2019 hebben we ons door de encycliek ‘Laudato Si’ van paus Franciscus laten inspireren en in 2020 door Thomas Berry, Profeet van de aarde, verwoord in het boekje van Michiel van Doorn. In 2021 deden we dat door het bestuderen van de natuurmystiek van Thomas Merton in tijdens de online mystieke week van het Titus Brandsma instituut.  

Speerpunten voor 2022 zijn o.a. het optimaliseren van de waterhuishouding en het rapen van zwerfafval in de omgeving en b.v. het meedoen aan de landelijke opschoondag.

Zie verder hier.

Opheffing Lockdown

De maatregelen die we namen bij de Corona-uitbraak hebben goed uitgewerkt. Er zijn geen nieuwe besmettingen meer bijgekomen.

Dat houdt in dat we vanaf donderdagavond 14 april a.s. om 20.00 uur weer gasten kunnen ontvangen en onze vieringen rondom Pasen doorgang  kunnen vinden.

We nemen wel extra maatregelen in acht om nieuwe besmettingen te voorkomen. In de kapel zal er tussen iedereen 1 stoel vrij blijven en in de gemeenschappelijke ruimtes hernemen we opnieuw bewust extra onderlinge afstand. Maar deze aanpassingen wegen niet op tegen het feit dat we weer open kunnen gaan. We zijn blij en opgelucht dat dit weer mogelijk is!

Rondom vieringen in Goede Week en Pasen

In de afgelopen periode zijn we ‘Onderweg’ geweest, met Hem en met elkaar. Komende zondag, op Palmpasen, gaan we de Goede week in en worden we uitgenodigd om  ‘Bij Hem te blijven op zijn weg’. We trekken met Hem op, Jeruzalem in.

In de dagen die volgen horen we en beleven we alles wat toen gebeurde. Daardoorheen worden deze grote levensthema’s opnieuw actueel in ons, in ons leven en in onze wereld: Dienstbaarheid. Breken en delen. Trouw, vertwijfeling en angst. Lijden en dood. Om op de vroege Paasmorgen binnen te gaan in het mysterie van Leven door dood heen.

We wensen elkaar goede vieringen toe.

Vanuit de werkgroep liturgie,
Petra Speelman  

Overzicht diensten

Palmpasen

  • Zaterdag 9 april – 19.15 uur Lichtdienst
  • Zondag 10 april – 10.45 uur
    We beginnen op het terras bij de Eetzaal

Witte Donderdag 14 april      

  • 08.30 uur: ochtendgebed
  • 20.00 uur: Eucharistieviering

Goede Vrijdag 15 april

  • 08.30 uur: ochtendgebed
  • 12.30 uur: middaggebed
  • 15.00 uur: Kruisdienst
  • 20.00 uur: avondgebed

Stille Zaterdag 16 april

  • Geen diensten
  • 11.30 uur: inleiding op Pasen

Paasviering  zondag 17 april

  • 05.15 uur: rondom vuur en water
    We beginnen op terras bij de Eetzaal
  • 06.45 uur: rondom Licht +  Brood en Wijn
    We beginnen op terras bij de Eetzaal

Paasmaandag 18 april

  • Geen vieringen

Nationale Opschoondag 2022

Als Groene Gemeenschap van onze gemeenschap hebben we deelgenomen aan deze dag. Een 1e deelname als gemeenschap samen met ons buurtschap. En… tegelijk PRIJS. Een 1e prijs nog wel.

Op het filmpje kun je zien hoe we de prijs van de afvalbingo wonnen. De mensen uit de omgeving van ons buurtschap die meegelopen hebben zijn al in kennis gesteld hiervan door Berti en Harrie Verwijen. Immers we liepen met 15 personen!

De gemeente reikt de prijs uit. We ontvangen 300 euro. Het is op dit moment nog niet helder aan welk maatschappelijk doel we het bedrag gaan besteden (want we hadden dit helemaal niet verwacht!) en of het vrij besteedbaar is. Dat bericht komt nog. Wordt vervolgd. Groene groet vanuit het speerpunt zwerfafval.

Boekpresentatie Zondag 24 april 13.00- 14.30 uur

Heilige liederen, een lied komt niet zomaar uit de hemel vallen is de titel van het boek dat door Sybe Travaille geschreven is.

Van 1982 tot 2002 was Sybe Travaille (1946) cantor en verantwoordelijk voor het zingen in de dagelijkse liturgie van Gemeenschap De Hooge Berkt. Hij gaf zanglessen en schreef nieuwe muziek voor de liturgie. Daarvoor oriënteerde hij zich op verschillende tradities en stijlen. Kerkliederen bleken bij uitstek een teken van geleefde oecumene te kunnen zijn. Componeren van muziek op teksten is niet alleen praktisch werk, maar ook een spiritueel proces. Liederen komen niet zomaar uit de hemel vallen. Ze worden gedragen, soms jarenlang, door levende mensen die leven in een bredere bedding.  Sybe laat in dit boek zien wat hem heeft geïnspireerd, ook waar dat voor hem niet vanzelfsprekend was.

De presentatie van het boek zal plaatsvinden op zondag 24 april van 13.00 – 14.30 uur (Hooge Berkt 16, Bergeijk).

Voor wie de viering om 11.00 uur bezoekt en/of van ver komt zullen er broodjes bij de koffie zijn. Na afloop van de bijeenkomst in de kapel heffen we het glas om de boekpresentatie te vieren.

Je bent van harte uitgenodigd om hierbij aanwezig te zijn het is wel prettig als je laat weten dat je komt.

Aanmelden en informatie
Graag aanmelden met een mailtje aan bergeijk@hoogeberkt.nl onder vermelding van: boekpresentatie, naam en aantal personen. Hier kunt u ook informatie krijgen hoe u het boek kunt bestellen. 

Uitvoering van het boek: Hardcover, 128 pagina’s en rijk geïllustreerd met muziek, foto’s uit verleden en heden en kost € 18,50.

Opschoondag 2022

Een eigen opschoondag

Je bent een Groen Gemeenschap of niet.

De landelijke opschoondag van zaterdag 19 maart was een mooie aanhaker om ook een Hooge-Berkt-opschoondag te houden. Een oproep in het BerkenBlad en flyers in de brievenbussen bij onze buurtbewoners bracht afgelopen zaterdag een groep van 15 Zappers (zwerfafvalpakkers) bij elkaar. Voorzien van knijpstok en zak gingen zij vanaf de parkeerplaats van de gemeenschap op pad om in de buurt van de Hooge Berkt het zwerfafval op te ruimen.

Samen met Jelle en Antoinette mogen we heel tevreden zijn met de met de groep van 12 volwassenen en 3 kinderen die mee wilden doen. Van twee tot half vier struinden zij in kleine groepjes anderhalf uur lang de bermen af langs de Stökskesweg, de Hooge Berkt, de Nieuwstraat en andere straten in de omgeving op zaken die in de vuilnisbak horen. Na anderhalf uur rapen waren de bezochte bermen en straten geschoond.

De opbrengst was 10 afvalzakken gevuld met peuken, papier, blik en plastic in alle vormen en maten en enkele legen flessen. Voor deze kanjers was er na afloop nog een lekkere kom soep gemaakt door Antoinette als dank voor hun inzet. Met een opgeruimd gevoel keerden zij weer naar huis terug.

Word wie je bent

1. Waarom?

Aansluitend op ‘waag het (Gods) Verbond te maken’ komt de regel: ‘word wie je bent’.

We beschouwen het als de eerste van onze vijf leefregels* maar het is goed mogelijk om het als de laatste regel te zien. Het Verbond bezegelt de verantwoordelijkheden die we gaande onze weg, in gedurfde broederschap, ontdekten en op ons namen. Daarin of daardoor zijn we al aan het worden. In het Verbond zijn wij ver-ander-d; het nieuwe heeft zich in ons geopenbaard. Met Oosterhuis zingen we de woorden van Jesaja: ‘Zie, zegt Hij, ik ga iets nieuws beginnen. Het is al begonnen, merk je het niet?’ Het licht waarin we ons verbonden weten, schijnt al en houdt een belofte in. We willen dat licht worden.

Het ‘word wie je bent’ of ‘ken u zelve’ is de boodschap van iedere godsdienst. Waarom moeten wij hiertoe aangezet worden? Waarom zou ik überhaupt worden wie ik ben? Ben ik dan niet al wie ik ben? Is dat niet goed genoeg? Ja, dat is het hem juist: Je bent goed genoeg zoals je bent maar wat er óók is: je bent nog veel meer.

Godsdiensten gaan ervan uit dat God ons fundament is. God als ‘interior intimi meo’ zoals Augustinus dat formuleerde, ‘intiemer dan onze eigen intimiteit’. Of zoals men in de Islam zegt: ‘God is dichterbij dan onze eigen halslagader’. Het gaat niet om de beoordeling of we goed of niet goed zijn. Het is wezenlijker. Het gaat erom dat we God leren kennen: ons diepste fundament.

In deze wereld kennen wij tal van verlangens die gericht zijn op het zintuiglijke. Er zijn ontelbare zaken en dingen waar we ons toe aangetrokken voelen of die ons afstoten. Voor de ziel bestaat dat niet. Zij kent slechts één verlangen en dat is God. God is onkenbaar. In het Verbond zijn wij dus iets aangegaan dat we nooit zullen kennen en waar we toch bij willen blijven en aan willen gehoorzamen. Intuïtief ervaren we die ongekende God immers als iets dat waarachtig deel van ons uitmaakt.  

Welbeschouwd zijn we dus vreemden voor onszelf. In het scheppingsverhaal wordt precies -maar symbolisch- uitgelegd hoe dat zo gekomen is. In ons eigen levensverhaal herkennen we de slangen en de appels die ons op een dwaalspoor brengen en de beelden die we daardoor kregen van onszelf of voor ons belangrijke anderen. Beelden die onvolledig bleven of zelfs in geheel onwaar blijken. Als wij Verbond maken, erkennen we zowel die vervreemding van onszelf als die ongekende intimiteit in onszelf. Daarmee is Verbond-maken een moment van bekering of ommekeer. We sturen onszelf a.h.w. bij. We zuiveren onze koers uit en richten ons scherper op dat deel in onszelf dat het dichtst bij God staat. In dat licht kunnen we lichter worden.

‘Licht is liefde’, bleef Simone Weil herhalen. En dat facet moet er, wat mij betreft nog bij, om geheel en al doordrongen te raken van de noodzaak onszelf te worden of onszelf te leren kennen: het besef dat God liefde is. Johannes is hier heel uitgesproken over. 1.Joh 4:8: Wie niet liefheeft, kent God niet, want God is liefde. En 1.Joh. 4:16: ‘Gods liefde is in ons. God is liefde. Iedereen die in liefde leeft, hoort voor altijd bij God. En God blijft voor altijd in hem’. Het zijn evangelie-lezingen die op deze laatste dagen van de Epifanie** in ons leesrooster zijn opgenomen. Het besef dat God liefde is, sluit wellicht aan op een vermoeden van wie we te diepste zijn. Een citaat dat mij dieper liet verstaan waar ik God vinden kan en hoe ik daarin kan ‘worden’, is het volgende van Raimon Pannikar***:

De ervaring van God … is niet de ervaring van een ‘andere’, maar de ervaring van de werke-lijkheid waarvan wij een spiegelbeeld zijn, en deze werkelijkheid die wij in ons gespiegeld zien, is liefde. De liefde is relatie, en God is liefde, en de liefde is God. Als God relatie is, is hij geen substantie, maar een pool van de relatie waarvan wij de andere pool zijn.

Op laatste dag van de Heilige Nachten****, blader ik door de pagina’s van mijn schrift en schrijf dan: al deze tekens hier weergegeven in mijn tekeningen en aantekeningen; tekens die mijn blik openen en me aanwijzingen, terugblikken, strevingen, besluiten, inzichten en uitzichten bieden…..  ‘heb ik de liefde niet… dan is het niets dan rammelend oud roest, een galmend cimbaal’. Dat deed me stilstaan bij de vraag: wat is liefde in de werkelijkheid van vandaag? In deze regen en de lockdown; hier waar ik nu ben en waar ik nu in vast meen te lopen? Als God geen substantie is, is de liefde dat ook niet en kan ik haar onmogelijk bezitten. ‘Kijk’, zei ik toen, ‘kijk in de spiegel, schrijf me wat je ziet. Vertel het me’. Ik keek en: zie, zei hij toen, zie, ik ga iets nieuws beginnen. Het is al begonnen, merk je het niet?

Op Driekoningen scheen de zon.

* – *

Voor wie nog eens wil contempleren op de woorden van Johannes, citeer ik de poëtische vorm waarmee Pannikar zich erover uitdrukt:

Wie de liefde niet ontdekt – vindt God niet
Wie God niet vindt – onderkent niet het mysterie van de wereld
Wie het mysterie van de wereld niet onderkent – vindt geen ‘jij’
Wie geen ‘jij’ vindt – komt niet tot zijn eigenlijke Zelf
Wie niet tot zichzelf komt – leeft niet het leven
Wie het leven niet leeft – ontdekt de liefde niet.

Wie God niet vindt – ontdekt de liefde niet
Wie de liefde niet ontdekt – vindt geen enkel jij
Wie geen jij vindt – komt niet tot zichzelf
Wie niet tot zichzelf komt – vindt niet het mysterie
Wie het mysterie niet vindt – kan het leven niet leven
Wie het leven niet leeft – vindt God niet.

Vanuit ’t Verdiep, Mariek

*) In onze gemeenschap leven we met een ‘leefregel’. Deze bestaat in feite uit vijf regels die als wegwijzers op onze weg staan, zowel als gemeenschap als op persoonlijk niveau.

De vijf regels zijn:

  1. Word wie/wat je bent
  2. Broederschap, durf het aan
  3. Ga je weg
  4. Ontdek je verantwoordelijkheid
  5. Waag het (Gods) verbond te maken.

**) In het kerkelijke jaar is dit de tijd van Kerst tot Driekoningen. Epifanie betekent openbaring.

**)  Marc van Tente ‘Vensters op het mysterie, een pelgrimstocht met Raimon Pannikar’. Uitg. averbode. Blz 58

****) Een programma dat door de Hooge Berkt wordt aangeboden dat de periode van de Epifanie omvat.

Oekraïne

Wij delen in de verbijstering om de inval van Rusland in Oekraïne

Wij zoeken naar manieren om hier uitdrukking aan te geven: 

  • Zaterdagavond in de lichtviering hebben we allemaal een extra kaarsje aangestoken in verbondenheid met iedereen die direct en indirect betrokken is bij de gebeurtenissen in Oekraïne.
  • Zaterdag hebben twee leden de demonstratie in Amsterdam bezocht uit solidariteit met de bevolking van Oekraïne en uit bezorgdheid voor wat komen gaat.
  • Op zondag lagen doeken in de kleuren van de Oekraïense vlag in het liturgisch centrum.
  • De Raad van Kerken roept op om 2 maart van 17.15 tot 17.30 uur in heel Nederland de klokken te luiden voor vrede en recht. Dit is het kwartier voorafgaand aan een gebedsmoment in de Domkerk in Utrecht. Hier zullen mensen zich verzamelen voor een korte viering met de titel ‘Vrede is voor iedereen’. De viering is op TV te volgen. Iedereen die dat wil kan in deze tijd ook in onze kapel bij elkaar komen.
  • Als gemeenschap sluiten wij aan bij het gebed en de zorg van velen, zoals dat bijvoorbeeld in de brief van de Raad van Kerken is verwoord: 

Geschokt nam de Raad van Kerken in Nederland kennis van de Russische aanval op Oekraïne.

Een aanval die de aanduiding ‘oorlog’ officieel niet mag hebben, omdat Rusland geen oorlogsverklaring aan Oekraïne heeft doen uitgaan, maar die door de beschietingen en andere handelingen wel degelijk zo te kwalificeren is. Als Raad van Kerken voegen we ons daarom bij de vele stemmen wereldwijd die deze aanval ten scherpste veroordelen, waaronder die van de Wereldraad van Kerken.

Onze gedachten en gebeden gaan allereerst uit naar de bevolking van Oekraïne, die het slachtoffers wordt van deze ongebreidelde agressie. Maar ook naar de talloze Russische burgers die niet voor deze aanval gekozen hebben en getroffen zullen worden door de internationale sancties.

De Raad van Kerken roept op om, gezamenlijk of individueel, voor de bevolking van Oekraïne en alle anderen die lijden onder deze brute aanval te bidden. Dat zij, temidden van alle onzekerheid en nood, op de voortdurende trouw en de diepe vrede van de Eeuwige mogen blijven bouwen. Ook vragen wij te bidden voor wijsheid, moed en eensgezindheid van de Europese regeringsleiders en de NAVO, nu van hen een reactie verwacht wordt op deze inval.

Laat uw vrede, God, in de harten van alle mensen neerdalen, opdat zij zich openen voor de ander.
Laat de wil tot verzoening en het verlangen om in vrede met elkaar te leven de bron zijn van denken, spreken en handelen.

De Raad hoopt dat de oproep tot het luiden van de klokken als uitnodiging tot het gezamenlijk gebed breed gedeeld zal worden via de sociale media: #klokkenvoorvredeenrecht

Waag het (Gods) verbond te maken – (Gods) Verbond

In onze gemeenschap leven we met een ‘leefregel’. Deze bestaat in feite uit vijf regels die als wegwijzers op onze weg staan, zowel als gemeenschap als op persoonlijk niveau.

De vijf regels zijn:

  1. Word wie/wat je bent
  2. Broederschap, durf het aan
  3. Ga je weg
  4. Ontdek je verantwoordelijkheid
  5. Waag het (Gods) verbond te maken.

Dit is de derde en laatste bijdrage over de vijfde regel: Waag het (Gods) Verbond te maken.

  • De eerste bijdrage ‘Verbond maken’ kun je hier vinden.
  • De tweede bijdrage ’Verbond wagen’ kun je hier vinden.

(Gods) Verbond

Op mijn eerste stukje over ‘verbond maken’ reageerde iemand met: ‘Ik heb verbond vaak omschreven als een brug die de afstand, het verschil, het onderscheid tussen ik en jij verbindt.’

Ik vond dat een mooie nauwkeurige omschrijving. Wij mogen dan wel niet echt een ‘ik’ zijn maar wij zijn ook niet echt ‘jij’ en het ziet ernaar uit dat we, in dit lichaam, nooit helemaal samen zullen vallen. Willen wij als mensen bij de Eenheid komen die ons verbindt, dan moeten we een brug bouwen. Een brug die de afstand tussen ons overkomelijk maakt. Dat willen we als we eenheid verlangen of om al opgemerkt hebben en willen bewaren. De ervaren eenheid is broos en wordt gemakkelijk verstoord of vergeten. Zo’n brug bouwen vraagt dan wel wat en, omdat alles altijd veranderd, is het nooit klaar. Ooit had ik het voorrecht een week lang in een workshop van Kempler mee te doen. Hij is een beroemde relatietherapeut uit de VS die ons land regelmatig bezocht in de jaren ’80. Hij zei dat een relatie een soort van ‘one-leg-run’ is en stelde voor dat we naast onze partner zouden gaan staan en ons been aan zijn of haar been zouden vastbinden om dan vervolgens samen op te lopen.

Afijn, het ‘ik ben jij’ blijkt een zeer gecompliceerde zaak in onze wereld. Meestal. Dat wordt echt aldoor bruggenbouwen en dat ook nog ‘op goed geluk’.

Op zondag 14 november lazen we uit het evangelie van Johannes. Wandelend in het voorhof van de tempel onderwijst Jezus de aanwezigen. De farizeeën en Schriftgeleerden onder hen beginnen Hem te bevragen, maar geloven Hem niet. Tenslotte zegt Jezus: ‘Ik geef ze [de schapen] eeuwig leven: ze zullen nooit verloren gaan en niemand zal ze uit mijn hand roven. Wat mijn Vader mij gegeven heeft gaat alles te boven, niemand kan het uit de hand van mijn Vader roven. En de Vader en ik zijn één’. (Joh. 10, 29-30)

Jezus maakt duidelijk dat er tussen Hem en God geen brug nodig is en het blijkt duidelijk dat er tussen Jezus en de Schriftgeleerden nauwelijks een brug te bouwen valt. Als je in de context van het dispuut tussen Jezus en de Schriftgeleerden blijft, zul je denken dat het hier over de eenheid in verkondiging gaat: dezelfde geloofsleer of eenzelfde boodschap. In de preek werd ons een andere context aangereikt: die van de Tempelwijding. Daarmee staat niet de boodschap centraal maar de beweging van buiten naar binnen. Dat wil zeggen: de weg naar de heilige ruimte gaan. Daar plaatsnemen. Het gaat dan over ópen en stil zijn en over diepgang en de noodzaak van leegte. Want waar anders kan God ons ontmoeten? Durven we ons toe te vertrouwen aan die lege ruimte? Durven we ons, zonder het ooit zeker te weten, maar in vertrouwen, op Jezus te verlaten? Dat zijn de vragen die ons die zondag gesteld werden. Oftewel: waar en hoe kunnen we (Gods) verbond maken?

Dit werd me duidelijk: Jezus zegt ‘de Vader en ik zijn één’. Dat is létterlijk ‘één’: totaal! Zij zijn één wezen; één en dezelfde lege, heilige ruimte. Hun ‘Eenheid’ is het ultieme verbond: ‘Gods Verbond’. Daar komen wij niet zomaar of vanzelf. Meestal niet helemaal of zelfs helemaal niet. Ik heb wel eens horen vertellen dat hoogtevrees geen angst is maar doodsverlangen. Dat geloof ik niet. Het is Godsverlangen: verlangen naar deze ultieme overgave, naar die Eenheid van de Vader en de Zoon. Daar verlangen we bewust of onbewust allemaal naar. Als we dat écht willen, zit er voor ons mensen niets anders op dan bruggenbouwen: ons aldoor op weg begeven naar de tempelplaats, die levenslange weg van buiten naar binnen, en ons, zonder enig zeker weten, toevertrouwen.

Daarom staat in deze leefregel niet voor niets ‘Gods’ tussen haakjes: (Gods). ‘Want van God mogen we geen beeld maken’, staat in ons boekje over de leefregels. We kunnen het niet, al zouden we het willen. Ieder beeld dat we vormen, hoe heilig het ons ook is, is niet God. Wellicht is het daarom beter te leven alsof God er niet is. Van de Eenheid tussen Jezus en de Vader -die Eenheid waar we misschien een vermoeden van hebben en we ten diepste naar verlangen- weten we zo goed als niets af. Het gaat ons bevattingsvermogen te boven. Met ons verstand kunnen we het niet begrijpen.

Jezus wijst ons een weg: Maar als gij bidt, ga dan in uw binnenkamer, sluit de deur achter u en bid tot de Vader die in het verborgene is en uw Vader die in het verborgene ziet, zal het u vergelden. (Mattheus 6,6). Het loont de moeite de tempel in onszelf binnen te gaan en er te verblijven. Biddend bouwen we de brug. Dat houdt ons verlangen levend en dat kan nodig zijn met alles wat we hier op aarde ontberen. Zonder beelden te maken weten we ons, in die stille leegte van ons bestaan, verbonden met de Vader en zijn Zoon. Dan zullen we steeds weer inkeren, steeds weer naar binnen gaan. Zo vergroten we ons voorstellingsvermogen voor de wondere wereld van onvoorstelbare mogelijkheden.

En dan zal zich opeens ergens weer dat moment voordoen waarop we de eenheid ervaren en weten dat we niet alleen zijn; dat niets of niemand alleen is; dat er geen ‘ik’ is en dat alles met alles verbonden is. Dan kan het gebeuren dat we, net als Herman van Veen op een ochtend tijdens het ontbijt met zijn vrouw, bevangen raken door ervaren eenheid, de Geest krijgen en aan het dichten* slaan:

LS

De tuin
is geen tuin
maar de regen

de boom
geen boom
maar de wind

de stem
geen stem
maar de zee

God
geen God
maar het licht

het lied
geen lied
maar kleur

mijn angst
geen angst
maar pijn

het huis
geen huis
maar warmte

mijn rust
geen rust
maar dat ben jij.

Vanuit ’t Verdiep, Mariek

*) Herman van Veen. Dat kun je wel zien dat is hij. Herinneringen. Universal music books blz.199

Versoepelingen Corona

De persconferentie van 15 februari jl. bracht veel versoepelingen in de gedragsregels voor Corona. Daarmee versoepelden ook in de gemeenschap de afspraken. Vanaf 18.02.2022 zijn vervallen:

  • de mondkapjesplicht
  • de 1,5 m afstand van elkaar
  • de limiet bij groepsgroottes
  • de eindtijd van 22.00 uur voor samenkomsten in de Lavra

In de Lavra wordt op zondagen weer op één plaats samen koffie gedronken.

Vanaf 20 februari wordt weer we samen eucharistie en avondmaal gevierd. Wat het samen zingen betreft: de cantors blijven de (meerstemmige) voorzang verzorgen; verder zingen we weer samen.

In de Ruif eten er vanaf dinsdag 22 februari weer 30 mensen.

Gasten zijn weer ‘onbeperkt’ welkom, voor zover er gastenkamers beschikbaar zijn, zoals voorheen. De gasten worden wel vooraf gevraagd om een zelftest te doen.

Voorzichtigheid blijft nodig!

Corona is niet voorbij dus de algemene corona-gedragsregels houden we aan:

  • handen ontsmetten bij binnenkomst van een gemeenschappelijke ruimte;
  • hoesten/ niezen in de elleboog
  • vooralsnog geen handen geven
  • bij klachten een zelftest, voordat je je onder de mensen begeeft
  • bij een positieve testuitslag, je contactpersoon informeren en je bij de GGD laten testen

Viering Ignatiusjaar met Theater en Lezing

Zaterdag 12 maart om 14.00 uur

Gemeenschap De Hooge Berkt besteed aandacht aan het Ignatiusjaar met Theater en Lezing 

14.00: Voorstelling:  “De ridder maakt een knieval”

De Belgische acteur Kurt Defranc kruipt voor deze theatermonoloog in de huid van Ignatius en vertelt over zijn bijzondere leven en bekering, 500 jaar geleden. Na de voorstelling is er een pauze, gevolgd door: 

16:00: Lezing door Nicilaas Sintobin sj

De veel beluisterde en gewaardeerde internetpastor van de Krijtberg. Hij is expert in ignatiaanse spiritualiteit en de man achter de populaire podcast ‘Bidden onderweg’. In zijn bijdrage zal hij ingaan op het proces van onderscheiding,

 

Verdere gegevens:

  • Kosten: € 10,00 contant voor aanvang van de voorstelling. 
  • Plaats: Kapel van Gemeenschap De Hooge Berkt, Hooge Berkt 16  te Bergeijk
  • Parkeerplaats en kapel aan de achterzijde van de witte boerderij Hooge Berkt 16.
  • Aanmelden en vragen bij voorkeur via een mail aan: Kempenkerkenactief@pkn-dekempen.nl
  • Of via Whatsapp: 06 23 80 35 38 graag met naam, telefoonnummer en aantal kaarten.

Informatie bij de theatermonoloog:

In de theatermonoloog brengt acteur Kurt Defranc op aansprekende wijze het levensverhaal van Ignatius. Hij was een ridder, die droomde van edele vrouwen en bereid was zich helemaal in te zetten voor zijn Heer, de onderkoning van Spanje. Tot een kanonbal hem onderuit haalde en de ridder verplicht werd een knieval te maken.

Een genezingsproces wordt een bekeringsverhaal dat voert van Pamplona naar Loyola en verder via Manresa, Jeruzalem, Alcala, Parijs en Venetië naar Rome.

In dit verhaal gaat het over zijn zoeken naar vreugde, troost, vertroosting en zijn gevecht met pijn en lijden en troosteloosheid; over zijn vriendschap met Franciscus Xaverius en vele anderen.

Het grote thema van de monoloog is het aanpassingsvermogen van Ignatius: het loopt telkens anders dan hij aanvankelijk gedacht had. Dit vermogen leidde uiteindelijk tot het ontstaan van het Gezelschap van Jezus of de jezuïetenorde.

De theatermonoloog is geschreven door de jezuïet Dries van den Akker en wordt gespeeld door Kurt Defrancq.

Animatiefilm over Ignatius van Loyola

Deze animatiefilm vertelt het bekeringsverhaal van Ignatius van Loyola. 500 jaar geleden werd hij tijdens de slag om Pamplona door een kanonskogel geraakt. Zijn been lag in puin. Op zijn ziekbed deed Ignatius een ontdekking die zijn leven volledig op z’n kop zette. Of, zoals hij het in de film zegt: de ridder die een religieuze orde sticht, wat een bekering.

Informatie bij het Ignatius jubileumjaar zie: https://www.jezuieten.org/ignatius500jaar/ 

Terugblik Kempenkerken theater

Alle 7 goed!

Enthousiasme en ontroering afgelopen vrijdagmiddag 4 februari in de goedgevulde Immanuelkerk in Veldhoven bij de theatervoorstelling van Kees Posthumus rond de zeven werken van barmhartigheid.

De aanwezigen reageerden enthousiast en geraakt op de personages die door de acteur voor het voetlicht werden gebracht. Zijn compagnon muzikant Dirk Overbeek maakte dat het publiek loskwam en vrolijk meeklapte bij de swingende liedjes.

De naakte, de hongerige, de gevangene, alle zeven werden ze tot leven geroepen. Soms met een flinke scheut humor vaak ook de kern rakend om zo onze eigen barmhartigheid te onderzoeken.

Want zijn naturisten wel zo blij zijn met de opdracht de naakten te kleden. Het Adamskostuum bevalt hen doorgaans prima. En lang niet iedereen wordt even enthousiast bij het voorstel de vreemdeling te herbergen. Anders was ons asielbeleid wel humaner. Wie de hongerigen gaat voeden, moet rekening houden met diverse diëten. Weleens een gevangene bezocht? Iemand die dorst had te drinken gegeven uit uw eigen dopper?

Fijn dat er weer leven in de kerkelijke brouwerij is gekomen van de samenwerkende Kempenkerken waar ook de Hooge Berkt gemeenschap in meedraait.

Op naar volgende gezamenlijk gedragen activiteit:
Ignatius de knieval, een theatervoorstelling over de bekering van Ignatius van Loyola met aansluitende een lezing door Nicolaas Sintobin sj, de bekende internetpastor.

Datum: 12 maart, 14.00 uur in de kapel van de Hooge Berkt gemeenschap te Bergeijk.

Meer informatie treft u hier aan.

Op weg naar Kerstmis

Een stille tijd op weg naar Kerst met deze nieuwe lockdown

Voorlopig geen vieringen, geen bijeenkomsten, niet samen eten en geen gasten… toch wordt het kerst. De krans staat in onze eetzaal en elke week brandt er een kaarsje meer op weg naar het feest van Kerst. Vandaag is het zondag de 4e advent.

Lockdown

In vervolg op de persconferentie van premier Rutte op 18 december hebben we helaas moeten besluiten om de gemeenschap met ingang van 19 december opnieuw te sluiten.

Dit houdt in:

  • De gasten die hadden gepland om te komen zijn tot nader bericht afgezegd.
  • Vanaf 19 december zijn alle gezamenlijke activiteiten in de Gulden Driehoek vervallen:
    • De liturgische vieringen worden volledig omgezet naar video en/of audio opnames, te volgen via de website.
    • De ontmoetingsruimte is gesloten
    • Er zijn geen gemeenschappelijke maaltijden

Het is een hard gelag, dat er opnieuw een lockdown nodig is. Het roept ons tegelijk ook op om te blijven zoeken naar mogelijkheden om iets te ondernemen voor of (kleinschalig) met elkaar.

We willen daar creatief in blijven; juist nu!

Bij de kerstkaart van 2021

Voor de kerstdagen 2021 en het nieuwe jaar 2022 wensen we je veel licht

Welkom op de speciale pagina bij onze kerstkaart 2021

Op de kaart die we dit jaar verzonden hebben wordt in korte berichtjes iets verteld over wat ons bezighoudt en wat ons inspireert. Op deze pagina staat wat meer achtergrondinformatie en waar dat kan wordt verwezen naar andere pagina’s op onze website.

Lockdown op De Hooge Berkt

Alles op slot.

Net zoals in de winter het leven tot schijnbare stilte komt om in het voorjaar weer voluit tot leven te komen. Zo is het misschien ook wel in onze gemeenschap. Ons praktisch samenleven is door de lockdown maatregelen tot een minimum/maximum teruggebracht. Daardoor lijkt het alsof er maar weinig gebeurt. Niets is minder waar. “Ondergronds” is er van alles in beweging in verlangen naar toekomst en nieuw betekenisvol leven voor de gemeenschap. We zien uit naar de lente!

Gemeenschap in beweging

We zijn een gemeenschap in beweging, onze voorzitter van het bestuur, Judi Wiepkema, schrijft daarover ook in haar kerstgroet.

Lees hier verder over de verschillende thema’s: Leefregel, Spiritualiteit, Groene gemeenschap, Actualiteit, Oecumene en ons aanbod op deze onderwerpen.

Onze kerstkaart

Ontdek je verantwoordelijkheid – Antwoord zijn

Het vorige blog gaf wat meer informatie over onze leefregel.
Daaraan vooraf verschenen enkele blogs over de derde leefregel ‘Ga je weg’.  (1) (2) (3)
Deze bijdrage gaat het over de vierde regel: Ontdek je verantwoordelijkheid.

Antwoord zijn

Als Abram de stem van God hoort trekt hij uit Ur naar Kanaän. Als er hongersnood heerst trekt hij naar Egypte. Vanuit angstige vermoedens besluit hij zijn vrouw Saraï als zijn zus aan de farao te geven. Omwille van die leugen beveelt de farao hem uit Egypte te vertrekken. Terug in Kanaän heerst er een toenemende strijd tussen zijn herders en die van Lot. Op grond hiervan stelt Abram voor ieder zijns weegs te gaan en laat hij Lot de eerste keus om zijn richting te bepalen.

Nog altijd trekken mensen weg vanwege onvrijheid in geloof, honger of strijd. Wegtrekken als waarachtig leven niet mogelijk is behoord tot onze verantwoordelijkheid, ons antwoord op God. Wegtrekken uit angst en gedachten-spinsels maakt ons afhankelijk van vreemde heersers.

Wij kunnen ook wegtrekken om onze weg te gaan met een missie die het leven dient. Na zijn onderwijzingen zond Jezus zijn leerlingen weg om mensen tot leven te wekken, nieuw leven te geven. Jezus zelf was ook gezonden, door Zijn Vader naar wie hij terug zou keren.

Al blijven we ons leven lang op dezelfde plek, dan nog zijn we, net als Hij onderweg naar de Vader van wie we gekomen zijn. Want wij zijn antwoord-mensen, zoals Jan het uitdrukt in ons boekje over de leefregels. Alsmaar wordend, in broederschap en op weg naar de Ene, van wie we komen en naar wie we gaan.

Wij zijn antwoord op God. God verlangde ernaar gekend te worden, daarom schiep Hij de werelden, zo leerde ik in de traditie van Mevlana Rumi. En in Genesis lezen we hoe God, na vijf dagen scheppen besloot: Laten wij mensen maken, naar ons evenbeeld, die op ons lijken. Een tegenover, dat wilde Hij, een partner die antwoord gaf. Dat wilde Hij ook voor de mens. Nadat Hij hem geschapen had was dat Zijn eerste zorg: dat die mens een partner zou vinden, een tegenover die antwoord gaf. Hij wou voor ons wat Hij ten diepste voor zichzelf wil: partnerschap. Net als de mens vond hij die niet in al het geschapene.

Laten wij mens maken…’ Wij zijn al in dit Verbond opgenomen voordat God ons schept. Wij zijn al antwoord op Zijn vraag, al moeten wij zelf steeds weer ons antwoord-zijn ontdekken. Ieder van ons is het op zijn eigen wijze. Samen zijn we het antwoord dat Hij verlangt. Hoe ontdek je wat jouw deel is, dat antwoord dat jij bent? Die kernvraag wordt gesteld in ons boekje ‘Spiritualiteit in vijf leefregels’.

Hoe komt het dat we in de loop van ons leven steeds meer denken dat we het antwoord weten in plaats van dat we weten dat we antwoord zijn? Als kind zijn we antwoord. Jezus zegt niet voor niets ‘word zoals de kinderen zijn’. Toen ik in mijn geestelijke opleiding mijn ‘talent’ (roeping of antwoord) moest gaan benoemen was één van de tips die we voor ons zelfonderzoek meekregen: kijk ook naar wie je was toen je kind was: waar keek je naar, wat viel je op; wat deed je graag en als vanzelf; wat hoorde bij jou; wat zeiden de mensen over je? Hoe en waar is dat nog zo? Hoe maak je deze zin af: ik ben een geboren …?

Zo gaan we een stap verder op onze weg. We moeten niet alleen het antwoord zijn maar dat ook leren kénnen. Dat is iets heel anders dan wéten. ‘Kennen’ verondersteld een onderhouden relatie. Wie zichzelf kent, kent zijn Heer. Wij zijn immers geschapen naar beeld van God en op hem gelijkend. Als wij worden wie we zijn, ons antwoord-zijn kénnen en verder ontwikkelen doen we wat God wil: onszelf worden en Hem leren kennen door te worden wie wij ten diepste zijn.  Het is niet de bedoeling dat we kind blijven en alleen maar zijn. We moeten blijvend wórden en steeds opnieuw ons antwoord leren kénnen want God is oneindig. Zoals Petrus dat zegt: ‘Nu heb ik het kinderlijke achter me gelaten… maar straks zal ik volledig kennen, zoals ik zelf gekend ben.’ (1 kor. 13: 11-12)

Niet alleen kinderen maar heel de natuur kan niet anders dan puur zijn. Als we aandachtig aanwezig zijn, stilstaan en ernaar kijken, zien we de grootsheid van God en Zijn schepping. Zo zullen kinderen en de natuur ons steeds herinneren aan een Goddelijke wereld. Ze resoneren in ons op dat beeld-en-gelijkenis zijn; het antwoord dat we ten diepste zijn en dat we willen leven.

Want wij kunnen ver van onszelf en God vandaan zijn. Onze zorgen en beslommeringen voeren ons naar wereldse zaken en daar vergeten we die Goddelijke wereld en ons antwoord-zijn. Zo komt het dat we zonder pijn de natuur het veld laten ruimen voor onze eigen creaties. We gaan de natuur als winstgevend object zien voor onze eigen projecten. Terwijl we haar keihard nodig hebben om ons in te spiegelen en ons te herinneren aan wie we zijn.

Kijk naar de lelie in het veld en de vogel in de hemel*. Ze werken niet en hebben toch mooie kleren en genoeg voedsel. Het is absurd om te denken dat wij niet meer zouden hoeven werken en zelf mooi genoeg zijn om het zonder jurk of maatkostuum te kunnen doen. Waar het om gaat is dat we, door de lelie te zien in zijn pure zijn, herinnerd worden aan ons eigen pure-zijn. De lelie hééft geen kleding maar ís kleding. De vogel werkt niet maar ís vrij in zijn gebondenheid aan de wetten van de natuur. Wij hebben kleding nodig en zullen werken voor ons voedsel. Voor ons fysieke bestaan zijn wij, net als de lelie en de vogel, gebonden aan de natuur. Maar wij zijn óók geschapen als ‘beeld en gelijkenis van God’. Dat beeld-en-gelijkenis-zijn heeft geen betrekking op fysieke en wereldse zaken maar op de geestelijke wereld, die onzichtbaar is. Het heeft betrekking op dat Verbond met God, waarin wij geschapen zijn als Zijn partner. God is onzichtbaar: wij lijken op Hem in Zijn onzichtbaarheid, in de Geest/geest. Dáár is ons antwoord-zijn. Die mens verlangt God als Zijn tegenover. De natuur geeft op een zichtbare wijze grond aan een onzichtbare God, die een beroep doet op onze onzichtbare geest.

Een vrije geest, wonderschoon als de lelie, vrij als een vogel en dorstend naar eeuwig leven. In die onzichtbare wereld zijn wij antwoord op het diepste verlangen van God.

Als er geen natuur is die ons daar aldoor aan herinnert zullen we dat vergeten. We zullen lichamelijk geen lucht meer krijgen en geestelijk verkommeren. Door onszelf boven de natuur te stellen zullen we ons schepper van de wereld wanen en vergeten wie we zijn. We zullen doodgaan, doodgaan.

Daarom moeten we er alles aan doen om ons antwoord te leren kennen en te worden wie we ten diepste zijn. Welk talenten, welke roeping hebben wij bij onze geboorte meegekregen en hoe vinden we daarmee antwoord op dit moment en in deze situatie. In Zijn Geest. We moeten wakker blijven bij wat zich voordoet. We bevinden ons op een doorgaande weg.

Mariek

*) Leestip: Ik vond deze inspiratie in een lezenswaardige voordracht van Søren Kierkengaard: ’Er genoeg aan te hebben om mens te zijn’. Uit: Leren van de lelie en de vogel. Uitg. Buijten & Schipperheijn Motief Amsterdam.

Bijeenkomst met Trui Bolscher over Syrië

Zaterdagmiddag 23 oktober komt Trui Bolscher in de kapel van Gemeenschap de Hooge Berkt weer vertellen over de werkzaamheden van Stichting Humanitaire Hulp Syrië (SHHS).

Trui Bolscher is ambassadeur voor de organisatie en getrouwd met een Syriër. Zij is steun en toeverlaat voor de SHHS en komt persoonlijk verslag doen van de voortgang en uitdagingen van de projecten die met steun van SHHS lokaal worden opgezet door lokale mensen.  Haar enthousiasme en gedrevenheid werken aanstekelijk als zij vertelt over de kracht van lokale mensen en hoe zij met een beetje hulp wonderen kunnen verrichten!

Iedereen met belangstelling voor de situatie in Syrië is van harte uitgenodigd om deze lezing bij te wonen.  Na afloop van de lezing staat er een collectebus in de hal van de kapel, waarvan 100% naar het goede doel gaat!

Deze bijeenkomst wordt georganiseerd door de diaconie van Gemeenschap De Hooge Berkt. Als gemeenschap steunen wij het werk van de stichting Humanitaire Hulp Syrië (SHHS) en hiermee ook de bevolking en de vluchtelingen in Noord-Syrië (provincie Aleppo en de stad Al Bab).

Zaterdag 23 oktober 15.00-16.00 uur

  • Kapel Gemeenschap de Hooge Berkt, Hooge Berkt 16, Bergeijk
  • Parkeerplaats en kapel zijn te vinden achter de witte boerderij.
  • Aanmelden met een mail aan: gastvrijheid@hoogeberkt.nl  of telefonisch 0497 – 551 720
  • Kosten: geen

Stichting Humanitaire Hulp Syrië
SHHS steunt in haar kleine projecten vooral alleenstaande moeders en weeskinderen. Gezondheidszorg en onderwijs zijn de belangrijkste aandachtsgebieden, naast noodhulp en het verstrekken van voeding.

Projecten van SHHS op dit moment zijn o.a.: een dokterspost en coronahulppost in Al Bab,  opvang getraumatiseerde vrouwen en kinderen, naailessen- en kapperslessen, en opleidingen in de medische zorg zodat mensen in hun eigen onderhoud kunnen gaan voorzien.

Inspelend op de sluiting van de scholen werden voor de kinderen YouTube filmpjes gemaakt voor hun onderwijs. Ook werd er met Nederlandse hulp werd een eigen ambulancedienst opgezet, deze rijdt 7 dagen per week af en aan!

Het werk van  SHHS in cijfers: vanaf 1 januari 2021 werden met hulp van SHHS bijna 7.000 mensen geholpen, 232 kinderen werden opgevangen en 1.750 mensen ontvingen voedselhulp.

Bron: nieuwsbrief SHHS – in samenwerking met Wilde Ganzen23 okto

Verslag van een gast

Een paar dagen op de Hooge Berkt

Na meer dan een half jaar er niet te zijn geweest door corona kon ik in juli voor een week weer terecht op de Hooge Berkt. Als ik dan het terrein op rijd en de deur van de Lavra* open doe, dan voel ik me gelukkig. En het leuke is dat de mensen die mij ontvangen ook blij zijn me te zien. En ondanks de nog steeds gelden de coronaregels voel ik de warmte van de mensen. Samen een kopje thee drinken en even bijpraten. En dan mag ik naar de boerderij waar de komende dagen mijn kamer zal zijn. Wederom een hartelijke ontvangst. Ook al is het zo’n tijd geleden dat ik hier was, het voelt zo vertrouwd.

’s Avonds eten we met elkaar in de Ruif**. Wederom een moment om mensen te ontmoeten. En hoe gezellig is het om daarna te helpen met de afwas. Samen grapjes maken, samen kletsen, het werk is zo gedaan. En als ik naar buiten loop hoor ik het klokje al luiden. Tijd voor het avondgebed.

Bij het avondgebed merk ik hoe goed het me doet om samen stil te zijn, samen te zingen en te bidden. Ik merk dat ik onrustig ben vanbinnen. Maar tegelijk merk ik dat de rust die de leden van de gemeenschap uitstralen mij helpen om langzaam ook de rust in mijzelf te vinden. Het voelt goed om samen in stilte terug te kijken op de dag. Langzaam merk ik dat ik meer en meer begin te landen. Na het avondgebed blijf ik nog even een kopje thee drinken. En dan zoek ik mijn kamer op.

De volgende dag ga ik na het ochtendgebed helpen in de keuken en de ruif. De tafels dekken voor het avondeten, wat dingen schoonmaken. Niet dat ik moet helpen, maar ik vind het fijn om me op die manier even een beetje deel te voelen van de gemeenschap.
’s Middags bof ik met het weer. Ik hou van tekenen en dus zoek ik een plekje in het gras waar ik met mijn tekenboekje en wat potloden me de rest van de middag vermaak. Eindelijk neem ik weer eens de rust om te tekenen en te schrijven. Thuis is er altijd wel iets anders dat mijn aandacht vraagt, hier kan ik in alle rust creatief bezig zijn.

Zaterdagavond is het de lichtdienst. Ik geniet van de eenvoud van de viering. Het opstandingsevangelie wordt gelezen. En we geven het licht aan elkaar door. In alle eenvoud echt een feestelijke viering.

Zondagmorgen is het alweer tijd om in te pakken. Het is voorbij gevlogen en tegelijk voelt het alsof ik er al lang ben. De viering is een mooi moment om in alle dankbaarheid deze dagen af te sluiten. Samen brood en wijn delen, zoals de eerste christenen dat al deden. We zijn met elkaar en met Hem verbonden. Na afloop nog even een kopje koffie, en dan is het tijd om afscheid te nemen. Dankbaar voor de heerlijke dagen stap ik in mijn auto en ga op weg naar huis. Ik weet zeker dat ik nog eens terugkom.

Een vaste gast,
Een studente orthopedagogie

*) Ontvangstruimte en huiskamer van de gemeenschap
**) De Ruif was ooit een kippenhok, nu de eetzaal van de gemeenschap

Overleden: Jozef Driesen

Op maandagavond 20 september is Jozef Driesen na een kort ziekbed overleden. 

Jozef werd geboren met Allerzielen op 2 november 1939, en is priester gewijd in 1965 in het Bisdom van Breda. Hij is sinds 1977 verbonden aan Gemeenschap de Hooge Berkt. Hij was een bepalend gezicht in onze erediensten. Velen kennen Jozef uit Thorn, een wereldheer, een aimabele en een royale gastheer, genietend van cultuur maar ook van de vriendschap met de mensen om hem heen.

Bron van inspiratie voor Jozef was het geheim van de menswording van God. We tekenden op uit een brief: “…’menswording’ gebeurt in het ‘hier en nu’ in déze wereld. Een wereld die kan worden gezien als een ‘school van geloven’ waar mensen als broers en zussen leren samenleven en zo Gods liefde leren verstaan en leren vertalen.”

Erg dankbaar zijn we voor de mensen die Jozef steeds zo nabij waren, zeker in de laatste jaren waarbij zijn gezondheid van Jozef zo tanende was.

Met veel warmte omringd is er op passende wijze het afscheid gevierd in de kapel van de gemeenschap De Hooge Berkt. We gedenken Jozef als een hele dierbare vriend!

Werken aan de ziel

37 wonderen van geestelijke begeleiding

Voor wie meer wil weten wat geestelijke begeleiding kan betekenen geeft het boekje ‘Werken aan de Ziel’ dat eind juli verschenen is een goede indruk over wat zomaar kan gebeuren.

Gaandeweg het leven doen zich momenten voor waarop we het op eigen houtje niet redden. Soms biedt een geestelijk begeleider dan uitkomst. Een geestelijk begeleider is niet gericht op het fysieke, psychische of sociale, maar op een diepere, spirituele laag. Daarom is haar/zijn benadering anders dan die van een psycholoog, coach of therapeut.

Het boekje ‘Werken aan de Ziel’ biedt met 37 ervaringsverhalen van personen die geestelijke begeleiding zochten of boden een kijkje in de keuken van de geestelijke begeleiding. Elk hoofdstuk beschrijft een veelbetekenend moment, een inzicht, een omslag, highlight of doorbraak ontstaan tijdens het Werken aan de Ziel, vanuit het gezichtspunt van de begeleider of de begeleide. Elk van deze ervaringsverhalen beschrijf eigenlijk een klein wonder

In het boekje zijn meerdere bijdragen opgenomen van leden van de Hooge Berkt gemeenschap die aangesloten zijn bij de beroepsvereniging Gaandeweg en van mensen die zij in hun eigen pastorale praktijk persoonlijk begeleidde.

Van harte aanbevolen!

Het programma van de Hooge Berkt biedt een scala van mogelijkheden van geestelijke begeleiding en retraites. Het concrete aanbod is hier te vinden.

Het boekje ‘Werken aan de Ziel; 37 wonderen van geestelijke begeleiding’ is een uitgave van GAANDEWEG, vereniging van geestelijk begeleiders in België en Nederland.

Wijding Oud-Katholieke aartsbisschop van Utrecht

Op zaterdag 18 september wordt Bernd Wallet, gekozen als opvolger van emeritus aartsbisschop Joris Vercammen, gewijd tot aartsbisschop van Utrecht. De verkiezing gebeurde in januari 2020, maar als gevolg van de maatregelen rond Covid-19 is de wijding meerdere keren  uitgesteld.

Afgelopen week ontvingen we een uitnodiging om als ‘een van de gemeenschappen met wie de Oud-Katholieke Kerk verbonden is’ bij de wijding in Deventer aanwezig te zijn. Judi Wiepkema (voorzitter bestuur) en Sybe Travaille (voorzitter werkgroep oecumene) zullen ons vertegenwoordigen bij deze gebeurtenis.

Op zondag zal de gewijde bisschop geïnstalleerd worden op de zetel in de Gertrudiskathedraal in Utrecht.

Wie deze gebeurtenissen online wil volgen, kan dat doen via de volgende link: www.oudkatholiek.nl/bisschopswijding

Foto: remonstranten.nl

Ga je weg III

Een leefregel

In onze gemeenschap leven we met een ‘leefregel’. Al eerder schreef ik hoe we na de Pinksteren opnieuw weer op weg gingen met deze leefregel. Hier wil ik wat uitvoeriger op het leven met een leefregel ingaan.

Dat wil zeggen dat we een levenspad onderscheiden waarlangs processen in onszelf en in onze gemeenschap verlopen. De leefregel helpt ons bewuster aanwezig te zijn op de plaats waar we nu staan en ons te richten naar waar het licht is of noem het liefde; vrijheid of God en Zijn Verbond.

Dit pad bestaat uit vijf regels:

  1. Word wie/wat je bent
  2. Broederschap, durf het aan
  3. Ga je weg
  4. Ontdek je verantwoordelijkheid
  5. Waag het (Gods) verbond te maken.

Deze regels komen voort uit studiebijeenkomsten die decennialang gehouden werden in wat we onze ‘Leerhuizen’ noemden. Leerhuizen staan in een joodse traditie. Het staat voor een levendige en nauwkeurige studie van de heilige geschriften en dat zijn er nogal wat in de Joodse traditie want de hele Talmoed doet daaraan mee. Vanuit de rabbijnse traditie in Oost-Europa kregen ze ook in het westen meer voet aan de grond toen de secularisatie inzette. Het gaat in deze Leerhuizen om een leren dat de ziel raakt en ons vormt en dat onze levenslust en -kunst bevordert. Onze christelijke Hooge Berktgemeenschap kende een aantal begeesterde voorgangers in dit ‘joodse leren’ en deze Leerhuizen hebben dan ook in belangrijke mate onze gemeenschap mee gevormd en levensvatbaar gehouden. Hun invloed is nog duidelijk te herkennen in de het huidige ‘Schriftgesprek’ dat iedere zaterdagmorgen op ons programma staat

Momenteel leven we in tijd van transitie. Dat geldt voor onze hele samenleving en ook voor onze gemeenschap. De regels krijgen nu weer extra onze aandacht. Langs deze leefregel kijken we naar de ontwikkelingen die er plaatvinden en trachten we te onderscheiden wat er nodig is. Iedere regel komt voort uit een tekst uit Genesis:

  1. Word wie je bent: Gen. 1, 26 – 27. God maakt de mens naar Zijn evenbeeld.
  2. Broederschap, wees er niet bang voor: Gen. 4, 1 – 16. Het verhaal van Kaïn en Abel.
  3. Ga je weg: Gen. 12, 1 – 9. Het verhaal waarin God tegen Abram zegt: trek weg.
  4. Ontdek je verantwoordelijkheid: Gen. 12, 10 – 13, 8. Waar Abram verder trekt, in Egypte besluit om Saraï aan de farao te geven en bij Betel om van Lot te scheiden.
  5. Waag het (Gods) verbond te maken: Gen. 9, 13 en Gen. 15, 15 over Gods Verbond met resp. de mens en het nageslacht van Abram.

De uitleg van deze teksten is destijds vastgelegd in verslagen van die Leerhuizen en die zijn onlangs door Jan Renkema verwerkt tot een ‘grondtekst’ die nu voor ons als uitgangspunt dient. Eenmaal vertrouwd geraakt met deze teksten en hun boodschap, gaan de regels voor zichzelf spreken en zul je ze herkennen in de psalmen; liedjes; gebeden; films; romans; in de uitvoering van je plannen en opdrachten; de ontwikkelingen in je relaties, werkorganisatie of in de politiek en in de weg die je gaat door het leven en die je anderen ziet gaan. Je zult ook gaan zien hoe deze stappen niet anders kunnen dan elkaar opvolgen als je je eenmaal op het pad van ‘worden’ begeven hebt. Want dat is de essentie van deze regel: ‘menswording’ of ‘zelfkennis’, zoals dat in alle grote religieuze tradities essentie is. Eenmaal aan het ‘worden’ ontvouwt zich dit stappenplan op een of andere wijze als vanzelf. Punt is echter dat wij mensen gauw afgeleid zijn en gemakkelijk zijwegen gaan bewandelen die wellicht heel aantrekkelijk en aangenaam zijn, maar ons niet echt brengen bij dat ‘wie we werkelijk zijn’. 

Wij hebben wegwijzers nodig, bakens, en deze leefregels kunnen daar dienst in doen. Wij streven ernaar om met deze leefregel onze weg te bepalen zowel als gemeenschap als op persoonlijk niveau.

Om ons persoonlijke pad te bezien en ons daarin opnieuw te richten ontwikkelden we een retraite programma: staan in het verhaal. Tijdens deze retraite nemen we elke dag een regel. Vanuit die regel verdiepen we ons in een Bijbelverhaal; in dit geval een evangelische tekst. We besteden de ochtend hieraan opdat we de tekst goed gaan verstaan en echt tot leven komt. In de middag zullen we aan de hand van eenvoudige en dynamische werkwijze kijken naar waar wij zelf in dat verhaal staan en wat het verhaal ons daar te zeggen heeft. Gaandeweg ontvouwt de leefregel zich ín ons.

Mariek

Ga je weg II

De poort van de hemel

‘De langste reis is de reis naar binnen,’ zegt Dag Hammarskjöld in zijn boek ‘Merkstenen’. De weg naar binnen is een belangrijk aspect van onze leefregel ‘Ga je weg’. Een levenslange weg naar binnen maar dan wel in de context van deze wereld; een wereld van tijd en ruimte. Zo binnen, zo buiten. ‘Hoe leven wij in God?’ Waar kunnen we Hem hier en nu vinden?

In deze periode volgden een groep leden de colleges van Kick Bras aan het Titus Brandsma-instituut. Colleges over de natuurmystiek van Thomas Merton. Daar vonden wij een mooi antwoord op de gestelde vraag. Hij noemde het, in navolging van de geleerde Massignon, het ‘point vierge’, het maagdelijke punt.

Merton werd opgevoed door gelovige maar niet kerkelijke ouders die allebei al vroeg overleden. Hij werd door verschillende familieleden groot gebracht voor wie dat niet altijd gemakkelijk was. In New York ha hij een uitbundig uitgaansleven en was links-revolutionair georiënteerd, naar de geest van die tijd. Zijn bekering werd een feit toen hij God leerde zien als het ‘Zijn uit Zichzelf’ oftewel: het Zijn dat voorbijgaat aan alles wat zintuiglijk waarneembaar is, maar dat wél in alles en iedereen aanwezig is; zowel in de levende als in de dode materie. Door dit Zijn, deze Zijnsbron, is alles en iedereen met elkaar verbonden in het Zijn van God. Merton werd de meest beroemde monnik van de wereld.

Het maagdelijk punt is het punt waar ons ‘zijn’ raakt aan dat Goddelijke Zijn, die Zijnsbron: ‘Een punt van niets dat niet aangeraakt is door zonde of illusie, een punt van zuivere waarheid, een punt of vonk die geheel aan God toebehoort, die nooit tot onze beschikking staat, waar God ons bestaan bepaalt, ontoegankelijk voor fantasieën van onze eigen geest of agressie van onze eigen wil. Dit kleine punt van niets en van volkomen armoede is de zuivere heerlijkheid van God in ons…. Het is een pure gave. Maar de poort van de hemel is overal.’

In zijn kluis ervoer Merton elke nacht opnieuw dit ‘maagdelijk moment’ vlak voor de dageraad. Als hij in het holst van de nacht de metten had gebeden ging hij steevast naar buiten om te wachten op dit moment. Het moment waarin de stilte doorbroken zou worden door het getjirp van vogels onder een hemel die nog steeds zonder licht is. Merton noemt dat ‘een moment van ontzag en onuitsprekelijke onschuld waarin de Vader de vogels hun ogen opent’. Dan beginnen ze met Hem te spreken en vragen ze hem of het tijd is om te ‘zijn’ en antwoordt Hij ‘ja’. ‘Dan, een voor een, ontwaken ze en worden vogels. Ze manifesteren zich als vogels, beginnen te zingen. Nu zullen ze allemaal zichzelf zijn en zelfs gaan vliegen. Ja, het wonderbaarlijkste moment van de dag is dat wanneer de schepping in haar onschuld toestemming vraagt om er te ‘zijn’, weer te zijn zoals op de eerste morgen die er ooit was.’

Dit is het ‘point vierge’. Het maagdelijke moment waarin het leven opnieuw gewekt wordt, de nieuwe dag geboren wordt en we toestemming vinden om te mogen zijn wie we zijn. Het maagdelijke moment van de dageraad vinden we in de wereld buiten én binnen ons. Het zelf dat we ten diepste zijn in een moment dat steeds weer voorbijgaat en waar we steeds weer naartoe onderweg blijven. Die plaats waar ons zijn raakt aan het Goddelijke Zijn.

‘Het is een pure gave’, zegt Merton, ‘Maar de poort van de hemel is overal.’

Een toevoeging die me erg bevalt. Iedere situatie die je tegenkomt, wat het ook is dat je er aantreft of je overkomt, vormt ‘de poort van de hemel’. Dwars door de poort van wat zich hier en nu aandient, hoe heftig, donker, pijnlijk of saai het ook mag zijn gaan we onze weg naar het ‘point vierge’: dat ochtendgloren waar onze ogen geopend worden nog voordat het licht is en we in al onze onschuld durven vragen: mag ik?

Mag ik zijn? Mag ik mijn ruimte innemen? Vliegen? Zingen? Dansen? Zeggen wat ik zeggen wil? In de nacht vind je wellicht geen toestemming en op het heetst van de dag is het goed de rust te bewaren. Maar eenmaal aanbeland bij dat maagdelijke ochtendgloren, dat moment van zuivere waarheid, dat zo weer voorbij kan gaan, zul je toestemming vinden en zijn wie je ten diepste bent.

Ga je weg…

Mariek de Jong

Groene spiritualiteit Thomas Merton

Impressie van de digitale studieweek in de Kapel van De Hooge Berktgemeenschap

Elk jaar in juli organiseert het Titus Brandsma Instituut in Nijmegen een mystieke studieweek Dit jaar was dit voor de 40e keer en stond de natuurmystiek van Thomas Merton centraal. De colleges werden verzorgd door de protestantse emeritus predikant Kick Bras.

Met 20 mensen van onze gemeenschap konden wij er in onze kapel digitaal aan deelnemen.
Veel wijsheid werd ons meegedeeld, veel mooie denkbeelden, prachtige zinnen, gedichten en namen van geleerden, schrijvers en leraren uit talloze landen en diverse religieuze stromingen waardoor Merton geïnspireerd werd.

Thomas Merton
Om ‘met zichzelf de wonden van de wereld te helen’ koos Merton voor een monastiek leven. Daar wordt het hemelse vaak hoger gewaardeerd dan het aardse, maar voor Merton was al vroeg  duidelijk dat het Goddelijke mysterie ín de Schepping aanwezig is, in al het aardse, in alle materie en dat het nergens zo duidelijk aanwezig is als in de natuur.

‘De natuur is de plaats van God’s Heiligheid,’ zegt hij. Een boom is een boom en kan niet anders zijn dan God bedoeld heeft. Maar de mens is een vrijgelaten wezen. Hij kan kiezen zo te zijn als God hem bedoelde of niet. Vrijheid, dat is dan ook wat Merton steeds weer ontleent aan zijn leven in de natuur. Hij voelt zich een ‘wilde’ die met de planten, bomen en dieren in hetzelfde huis woont. Zoals de vogels in de morgen wakker worden en naar buiten te gaan, doet hij het: het opnieuw gegeven leven beamend en verlangend te leven.
God en de Schepping zijn volgens Merton niet te scheiden. Dat doet de Christelijk theologie wel en daarmee creëert het een geïsoleerd individu, een ik-ik-ik, dat basis is geworden van de westerse economie die de aarde exploiteert. Merton, die van vele theologische en religieuze markten thuis is, ziet hoe Zen en de Keltische Christendom daaraan voorbijgaan. Zen omdat het een ervaringswijsheid is zonder denkbeelden en de Keltische Spiritualiteit omdat het niet deelt in het neoplatoonse gedachtengoed en dualistische denken maar rechtstreeks aansluit op de wijsheid van de woestijnvaders. Daar preekt men ‘eerbied voor de schepping’. Dat houdt geen vergoddelijking van natuurverschijnselen in maar een besef dat God erin woont zoals Hij in ons woont.
Voor Merton is de natuur een voortdurende genade. Zijn ‘genieten van de natuur’ gaat vanzelf over in contemplatie. Hij raakt dan bewust van Gods aanwezigheid op dezelfde manier als hij zich bewust is van de bomen en andere wezens. ‘God is verweven in de stilte en de natuur’, zegt hij en: ‘het landschap gaat mij voor in gebed’.

Deze dingen en zoveel meer is ons bij herhaling uitgelegd en verteld zodat we Merton’s intense verbondenheid met de natuur steeds meer konden gaan meebeleven.

Ik noem nog één van Bras’ parels: ‘Stilte, eenzaamheid en pioniers is wat we nodig hebben als weg om persoon [mens] te worden’. Met die ‘pioniers’ wijst Merton ook naar zichzelf en het recht om te leven als monnik: een pionier in de woestijn van de eenzaamheid die dat leert kennen en vruchtbaar maakt voor anderen om erdoor geïnspireerd te raken.
Een mooie spiegel voor ons om onszelf in te bezien. Hoe zijn wij stil, eenzaam en pioniers? En niet minder belangrijk: die pioniers staan m.i. ook voor ‘studie en vorming’: vertrouwd raken met die pioniers. Hoe laten wij ons door hen inspireren en vormen.

De digitale studieweek riep veel enthousiasme op in de kring aanwezigen in onze kapel. Niet alleen vanwege de inhoud maar ook om onze gezamenlijkheid. Het was bij uitstek ‘gemeenschapsvormend’. Zo eenvoudig kan het zijn: samen studeren*.

We danken het Titus Brandsma Instituut voor de samenwerking en Kick Bras voor de inspirerende colleges en zien uit naar de mogelijkheden van volgend jaar.

We sloten af met een van de gedichten van Thomas Merton:

Eén vogel zit stil
En ziet het werk van God:
Eén blad dat omdraait,
Twee vallende bloesems,
Tien kringen op de vijver.

Alle deelnemers aan de studie-4-daagse in de Kapel kregen na afloop een zonnebloem mee naar huis als aandenken aan een mooie gezamenlijke studieweek.

Mariek

*) De tekst van de colleges is terug te vinden in het boek: ‘Onuitsprekelijk paradijs, de groene spiritualiteit van Thomas Merton’ geschreven door Kick Bras en uitgegeven door Berne Media (Link)

Wegafsluiting Hooge Berkt definitief

Gemeenschap De Hooge Berkt ligt aan de weg de Hooge Berkt. Vanaf maandag 5 juli wordt deze voor twee weken geheel afgesloten; vanaf 19 juli is de weg vanaf de aansluiting met de Stöckesweg afgesloten voor alle verkeer, met uitzondering van (brom)fietsers, motoren  en landbouwverkeer.

Dit betekent dat autoverkeer vanaf 5 juli ons alleen nog kan bereiken vanaf de Nieuwstraat.

(Klik op de plattegrond voor een vergroting)

Ga je weg I

Een leefregel

Nadat we eind vorig jaar Jezus zijn geboorte vierden en op Goede vrijdag zijn overlijden herinnerden om op Pasen te getuigen van zijn wederopstanding, bleven we net als de apostelen alleen achter. Leven, sterven, opstaan… en dan? Pinksteren: de komst van de Heilige Geest. Voor ons in gemeenschap de Hooge Berkt zijn dit de Gemeenschapsdagen.  We komen allen bij elkaar, waarvandaan dan ook, en maken elkaar deelgenoot van wat in het komende jaar onze gemeenschappelijke aandacht wil krijgen. We hernieuwen onze belofte aan elkaar en aan de Ene en vieren feest. Dit jaar was het heel wat minder feestelijk i.v.m. corona maar digitaal wisten we ons wel te verzamelen.

En daarna gaan we weer ieder ons weegs. Geïnspireerd, vernieuwd en vervuld van zijn boodschap, volgen we Jezus in de Geest. Zoals de apostelen dat deden, doen wij.

Dit jaar was onze inspiratie tweeledig. Op werelds niveau maakt veroudering en afname van het aantal leden steeds meer de noodzaak duidelijk dat we naar nieuwe wegen moeten zoeken om ons voortbestaan mogelijk te houden. Moeten we vereenvoudigen en hoe dan en waar? Daarnaast -ik zou eigenlijk beter ‘daarvóór’ of ‘daarónder’ kunnen zeggen- ligt de vraag of we ‘de leefregels’ kunnen aannemen als de verwoording van onze spiritualiteit en daarmee dus als het door ons te volgen pad.

De leefregels zijn ruim dertig jaar geleden ontstaan uit de leerhuizen die hier destijds o.l.v. Peter Schilling en Niek Werkhoven gehouden werden. Ze zijn geworteld in een vijftal passages van Genesis en worden door de gemeenschap herkend als een belangrijke inspiratiebron en als ‘eigen’. Toen we vier jaar geleden onze vijftigste verjaardag vierden gaf Jan Renkema een inleiding over die leefregel en sindsdien heeft die ons steeds meer bezig gehouden. Nu is het de vraag of wij serieus op weg gaan met deze leefregel. Gaan we haar toepassingsmogelijkheden onderzoeken en haar gebruiken? Hoe kan ze ons dienen in het vaarwater waarin we nu terecht gekomen zijn?

Ik spreek over leefregel(s) omdat het om vijf regels gaat die samen één zijn: één leefregel. Ze zijn a.h.w. aan elkaar gekoppeld en liggen in elkaar besloten. Het zijn:

  • Word wie je bent
  • Broederschap, wees er niet bang voor
  • Ga je weg
  • Ontdek je verantwoordelijkheid
  • Waag het (Gods) verbond te maken

Nu is het tijd om te gaan. Onze weg te vervolgen. Verder trekken, de zomer in, het jaar door met dat wat de Geest ons bracht. Dat is een kracht in deze regel: begeesterd raken en in beweging komen, niet stil blijven staan, zoek het nieuwe, ga het leven tegemoet, leer van het onbekende en vreemde. Zoals Abraham deed nadat God hem zei: ‘Trek weg’. (Gen.21,1)

Mariek de Jong.

Ssst! Stiltewandeling 12 juni

Hier hebben we naar uitgekeken!

Zaterdag 12 juni kan het weer, met Lilla Travaille op pad voor een stilte wandeling.

Na een korte kennismaking en inleiding wordt er ongeveer een uur in stilte gewandeld. 

  • Tijd: 10.00 tot 12.00 uur.
  • Startpunt: De Hooge Berkt, Hooge Berkt 16, Bergeijk, buiten op het plein bij de gastenontvangst.

Er is nog plaatst en deelname is gratis!

Opgeven?  Stuur een mail aan gastenontvangst@hoogeberkt.nl

Gasten welkom!

Het lijkt wel of we wakker worden uit een lange, lange winterslaap. Wat hebben we jullie, onze vrienden en gasten gemist!

Nog niet alles kan maar we zijn op de goede weg en langzaamaan kan er steeds een beetje meer. Je kunt je vanaf nu weer opgeven voor het gastenprogramma. Kijk voor de mogelijkheden bij de activiteiten. Wil je komen en/of ergens aan meedoen, stuur een mail aan gastenontvangst@hoogeberkt.nl.

We zien uit naar je komst!

Elsje Wessels maakte de foto van deze bruine korenbout, een zeldzame Libelle. Kwetsbaar en net ontwaakt!

Hoe leven wij in God? IV

Wachten

God is liefde,’ zegt Johannes en ik zou het daar graag bij laten. Dan is dat mysterie rondom God en zijn bestaan meteen opgelost. Dat is wel zo gemakkelijk. Ons jaarthema zou dan ‘hoe leven wij in liefde voor elkaar’ kunnen zijn. Dat is altijd hard nodig. Toch voegt Johannes er in dezelfde zin aan toe: ‘en wie in de liefde blijft, blijft in God en God blijft in hem.’ (1 Joh. 4, 16). Waarom dan toch? Waarom, als God liefde is, moet Hij nog een apart vernoemd worden?

In het opstel ‘De Nacht van de ziel’ van Simone Weil* kom ik hetzelfde onderscheid tegen. Zij spreekt over ‘indirecte of impliciete liefdes waarin God op verborgen wijze aanwezig is’ en daarnaast over ‘God die zijn realiteit openbaart in de ziel’. Bij mensen die ‘verbaal’ in God geloven is God nog niet doorgedrongen in de ziel. God kan zich daar wel openbaren maar alleen als de ziel al liefde kent. Door religieuze eredienst, de schoonheid van de wereld en onze naaste, komt de liefde van God op indirecte wijze in de ziel. Zo kan de ziel zich voorbereiden op ‘de komst van God’.

De ervaring van die directe liefde maakt dat je wéét dat God bestaat. Voor wie dat niet kent blijft het een raar verhaal. Openbaring? Roeping? God in mij? Volgens mij kan het zijn dat iemand die ervaring wel kent maar niet zo benoemt en zich vervolgens al helemaal niet herkent in mensen die ‘verbaal geloven’.

Het doet me denken aan Samuël die zijn meester Eli liefheeft en de eredienst in de tempel. Zijn slaapplaats is bij de ark van God. Zijn ziel kent ‘impliciete liefdes’ maar God nog niet. Als Samuël door God geroepen wordt, verwart hij Diens stem met de stem van Eli en haast zich naar zijn meester om hem te dienen. In die tijd waren er geen roepingen meer en kwamen visioenen zelden voor. Eli was oud en zijn doffe ogen konden nauwelijks zien. Het spirituele leven stond stil en toch leefden de meester en zijn leerling in God alsof Hij er wel was. Voor Eli was dat evident: hij kende God maar hoorde en zag Hem nu niet. Pas als Samuël voor de derde keer geroepen wordt en naar Eli rent, begrijpt hij dat de jongen door God bezocht wordt en onderwijst hem: ‘als je geroepen wordt moet je antwoorden: spreek, uw dienaar luistert’.

Het opstel van Weil leert ons hoe we ‘in God leven’ ook als we Hem niet ervaren: ‘De ziel die in deze toestand toch nog liefde blijft opbrengen voor het religieuze, voor de naaste, voor de schoonheid in aardse dingen (waarin God reëel maar op verborgen wijze aanwezig is), staat in alle geval op Waarheid, op de ware God. Of God zich gedurende dit leven aan de ziel wel of niet op ervaarbare wijze toont, maakt eigenlijk niets uit.’

Wij mensen kunnen God niet steeds ervaren, net zomin als dat we steeds in liefde kunnen zijn. Jezus stierf als méns aan het kruis en roept daar: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten’. Hij voelt zich van God verlaten, terwijl hij Zijn bestaan ként als geen ander.

De vraag is niet of God bestaat of niet en of Hij wel of niet in onze ziel is; de vraag is of wij ín Hem kunnen leven. Misschien is Hij even weg of is Hij er nooit geweest of komt Hij nooit weer. De vraag is of wij zozeer naar Hem blijven verlangen als Samuël dat deed zodat we God uiteindelijk zullen horen roepen. De vraag is of we kunnen wachten, wakker en steeds voorbereid op Zijn komst.

Mariek

*) Liefde is licht, religieuze teksten van Simone Weil.

De deur op een kier

De weg naar Gastvrijheid

Langzaamaan gaat onze deur van het slot en ontvangen we weer gasten, een of twee per week voorlopig. Waarom niet meer vraagt u zich wellicht af? Dat komt omdat we ons blijven houden aan de landelijke corona richtlijnen. Onze eetzaal is, net als bij restaurants in Nederland, nog gesloten. Voor een beperkte groep oudere bewoners wordt wel ’s avonds een warme maaltijd bereid die zij kunnen afhalen. Ook onze gasten kunnen daar gebruik van maken. De overige maaltijden moeten helaas nog op eigen kamer worden gebruikt.

En de vieringen in de kapel worden weer opgepakt. Met maximaal 30 personen op 1,5 meter afstand natuurlijk: ’s avonds en in het weekend op zaterdagavond en op zondag. Onze gewoonte om na een viering samen een kop koffie of thee te drinken kunnen we weer oppakken, tenminste als het buiten op het terras kan. Binnen komen we nog niet in een grotere groep samen.

De gasten die we in de afgelopen maanden zouden ontvangen, hebben inmiddels bijna allemaal bericht gehad dat onze deur weer open gaat. Via deze site blijven we u op de hoogte houden en via het mailadres gastenontvangst@hoogeberkt.nl kunt u zich aanmelden als u belangstelling hebt voor een retraite of enkele meeleefdagen.

Hoe leven wij in God? III

Wij met elkaar

Ons leven in God is een hoogst persoonlijke zaak. Het gaat er immers om ons afdalen naar de diepste laag van de ziel. Daar waar God aanwezig is, daar waar we de liefde vinden die wij en de wereld nodig hebben. Want er is nooit genoeg liefde is in deze wereld. Niet voor ons, niet voor jou, niet voor mij, niet voor de aarde, voor de vluchtelingen, voor de mensen die slachtoffer zijn van geweld, thuis en in oorlogen, en al helemaal niet genoeg voor de daders van geweld.

Leven in God, op zoek gaan naar Liefde, naar Licht, moet ieder alleen voor zichzelf doen. Niemand kan het voor een ander doen. Ik kan de juiste keuzes maken en ik anderen helpen en opnemen in de liefde van mijn hart. Zo zal ik mezelf en een ander nabij zijn maar het zal nooit genoeg zijn voor mij of een ander die niet in zichzelf die weg naar Liefde zoekt. Leven in God is ook  een persoonlijke zaak omdat het gekoppeld is aan wie we zijn en wat wij in een specifieke situatie nodig hebben en als liefdevol ervaren. Dat kan voor iedereen, ieder moment en in iedere situatie steeds weer anders zijn. Uiteindelijk gaat het steeds om míjn persoonlijke staan in de liefde, hier en nu. Míjn persoonlijke leven in God. Als het ons eenmaal te doen is om dit ‘leven in God’ vraagt het telkens weer héél onze aandacht. Vervolgens stuiten we op ons eeuwigdurend tekort want: dat kunnen we helemaal niet waarmaken.

‘Hoe leef ik in God?’ is de vraag van een dwaze volhouder tegen alle beter weten in.

Opmerkelijk is dat ons jaarthema bij dit zo persoonlijke thema over ‘wij’ spreekt: Hoe leven wij in God? Als het gaat om ieder persoonlijk antwoord op die vraag zou het ‘Hoe leef ik in God?’ moeten zijn. Mijn leven in God voltrekt zich immers in mijn ziel. Of beter gezegd: het gaat om mijn afdaling naar de diepste laag van dé ziel. Het is maar de vraag of die ziel daar nog wel van mij is. Het persoonlijke kon daar wel eens ophouden te bestaan.

Volgens mij gaat het inderdaad steeds om de vraag ‘Hoe leef ik in God’. Als ik uiteindelijk tegenover Hem sta ‘van aangezicht tot aangezicht’ zoals Petrus dat zegt, dan sta ik daar helemaal alleen. Onze vraag: ‘Hoe leven wij in God?’ wil niets afdoen aan die ongedeelde, existentiële eenzaamheid. Ze stelt ons de vraag: hoe, als gemeenschap, leven wij met elkaar het leven in God? Als we in dit leven überhaupt niet zonder anderen kúnnen leven, hoe zouden we dan, tegen beter weten in, kunnen volhouden in een onmogelijke poging in God te blijven leven? In onze onderlinge verscheidenheid en met ieder zijn eigen gebrek, blijft ons samenleven steeds een streven. Dat is voldoende conditie voor dwaze doorzetters. Ieder van ons stelt zich de vraag ‘hoe leef ik in God?’ Ieder van ons beseft de ander daarvoor nodig te hebben. Samen stellen we de vraag: Hoe lukt het ons bij elkaar te blijven opdat we elkaar op die weg houden? Hoe wijzen we elkaar die weg? Hoe bemoedigen en steunen we elkaar? Dat is ons ‘Hoe leven wij in God?’ van dit jaar.  

Mariek

Oecumene op de fiets

Een Fiets en Wandeltocht van de Kempenkerken

Zaterdag 24 april verzamelde zich een groep mensen bij de Majellakerk in Weebosch om vandaaruit een fietstocht te ondernemen naar De Acht Zaligheden. Niet om elk dorp te bezoeken, maar om de plaats te bereiken waar een achttal grote stenen zo zijn geplaatst dat de topografische ligging van de échte dorpen duidelijk wordt. 

De commissie Kempenkerk Actief had het initiatief genomen en zowaar 26 deelnemers uit de wijde omgeving hebben zich aangemeld. Door ziekte en quarantaine, van o.a. Ds Matthijs de Vries, een van de commissieleden en initiator, bleven er nog 21 over waarvan het merendeel de pedalen nam. Na een prachtige en prettige fietstocht waren we na ruim een uur trappen op de plaats van bestemming. Ook de wandelaars, die bij de Brandtoren waren gestart, waren na een niet minder prachtige wandeling gearriveerd.  In een wijde kring lagen de stenen aan onze voeten. Elke steen was voorzien van plaatsnamen en een kernwoord uit de Acht Zaligsprekingen die je in het Mattheusevangelie kunt vinden. Dat was dan ook het bijzonder aan de tocht. Dat zo maar op een openbare plek de zaligsprekingen weer konden worden gehoord en gezien. Een van ons las het Bijbelgedeelte voor en daarna bespraken we in twee- of drietallen de kernwoorden.

We genoten daarbij van de koffie en koek die door een cie. lid werd aangeboden en van onze zelf meegebrachte lunch. Mooi was dat het samenzijn tot echte ontmoetingen heeft geleid tussen mensen uit diverse kerkgemeenschappen. Ook de Hooge Berkt was met een 3-tal personen vertegenwoordigd.

Zelf ernaartoe kan altijd, de moeite waard! Die plaats kun je vinden zuidwest van Reusel aan de Grote Ring. De route kan gemakkelijk worden uitgestippeld aan de hand van de nummerbordjes.

Hans van Dijk

Fietsroute van Weebosch naar De Acht Zaligheden
Start: Gerardus Majella kerk in Weebosch. Vandaar richting knooppunt 20 en dan verder via 19 > 11 > 12 > 16 > 2 > 15 > 92 > 17 > 18 > 20. Vlak vóór knooppunt 15 vind je de Stenen der Acht Zaligheden. De route bedraagt in totaal 23 km.

Hoe leven wij in God? II

In liefde

De citaten van Chapman, in mijn vorige schrijven, geven al aan dat het ‘leven in God’ een hoogst persoonlijke zaak is. Ik herhaal hier het citaat van Chapman dat ook de vorige keer uitgangspunt was van mijn schrijven:  

‘…al die beroeringen en vertroostingen zijn uitwerkingen in het lagere deel van de ziel (oppervlakkig). In zichzelf hebben ze niet het minste belang. Wat belang heeft is het hogere deel van de ziel (het diepste(punt)), maar dat kunnen we niet voelen maar alleen weten.’

Het gaat er dus om ons afdalen naar ‘het diepste punt’ van de ziel. Naar dat diepste punt waar we ‘God aanwezig weten’, wat dat voor ieder van ons dan ook mag betekenen. Zolang we gelukkig en tevreden zijn hebben we weinig reden om aan die afdaling te beginnen. Of we zitten er al? Maar alsmaar veilig op die diepste laag in de armen van God liggen is voor de meeste van ons geen doorlopende realiteit. Integendeel, voor de meeste van ons zijn dat sporadische momenten. Hoe meer we willen leven in God hoe meer tegen onze eigen en andermans onuitstaanbaarheden oplopen.

Ik herinner me een lied uit 1970 van Rare Bird met de tekst dat onze realiteit van leven beter weergeeft: ‘And sympathy is what we need my friends, cause there is not enough love to go ‘round. No there is not enough love to go ‘round’.

Meer liefde genereren in deze wereld, dat is reden genoeg om ons de vraag te stellen ‘hoe leven wij in God?’ en om die diepere afdaling in de ziel te beginnen. Dat kan een verlangen zijn van onszelf voor onszelf maar ook een verlangen van onszelf voor de wereld. Uiteindelijk maakt dat niet uit. Wat uitmaakt is die gerichtheid op Liefde (of noem het: Licht of God). Het gaat erom dat we weten waar we naar toe willen. Dat we leren onderscheiden wat liefde op dit moment in onze huidige situatie betekent. Op welke laag we ons nu dus bevinden. In de gebeurtenissen van dit moment zullen de kansen zich voordoen om de liefde te leren kennen en om de liefde uit te dragen die we beschikbaar hebben. Een mooie gedachte om op die weg mee te nemen is deze van Merton:

Een van de sleutels tot een waarachtige, religieuze ervaring is de verscheurde bewustwording van het feit dat God ons nooit haat, hoezeer wij onszelf ook mogen haten. Deze bewustwording helpt ons het verschil tussen Zijn liefde en de onze te begrijpen. Onze liefde is een behoefte, de Zijne een gave. Opdat wij onszelf zouden kunnen beminnen is het nodig dat we het goede in onszelf ontdekken. Voor God is dat niet nodig. Hij houdt van ons, niet omdat wij goed zijn, naar omdat Hij dat is.’

Mariek

Nieuws van onze vrienden in Thorn

Leven in Corona-tijd

T’ is heel rustig leven, bijna stil leven.

Een groot contrast met de veel sociale contacten met vrienden dichtbij en veraf. En tijd, tijd genoeg om van alles te doen. Vooral zelf te leven, zelf te leven.

Van binnen komt de creativiteit op gang. Meestal in de momenten van ‘verveling’ van niet weten wat te doen, dan alleen maar even ademhalen en gaan zitten. In mij wordt dan weer een ‘projectje’ geboren, werken met hout, het huis bij te werken, de zaadjes uit de groente tuin van vorig jaar te zaaien. En met Sis samen, veel samen zijn, thuis als zij digitaal les geeft, aan het werk is. Of samen erop uit, wandelen, of fietsen, op bezoek bij haar moeder in het verzorgingshuis.        

Het gelopen jaar veel gewandeld in Midden Limburg, zo’n 50 wandelingen sinds maart 2020. Veel nieuws ontdekt, waar we tot voor kort geen oog voor hadden. De laatste tijd hebben we actieradius wat verlegd naar het zuiden van Limburg. Niet voor een hoger doel, zomaar zijn in de natuur, genieten van de lentebloesem en de zelf meegenomen koffie in de thermoskan.

Regelmatig denk ik aan Sören Kierkegaard’s uitspraak: “Al lopende worden oplossingen (voor problemen) gevonden”. Door het vele wandelen ondervind ik dit aan den lijve.

Af en toe zien we de kinderen en kleinkinderen. Ze komen op bezoek of we gaan naar hen toe. Geen knuffels, maar toch elkaar ‘live’ zien. We bellen veel en hebben videocontact. Maar niets kan vervangen wat een ‘vis-a-vis’ contact geeft.En onze vrienden hier in de Thornse ‘gemeenschap’? Even samen een kop koffie drinken of een aperitief, en dan bijpraten, met Hanneke of Maayke en Gerard. Alle contact is zo’n beetje een op een, van bubbel naar bubbel zoals dat in België gezegd wordt.

En dan die onverwachte ‘cadeautjes’, zomaar een bloemetje dan Madeleen komt brengen, aan de deur. Of een paar uur ‘chatten’ met Rie en Harrie.

Ik leer contacten anders te waarderen, meer de vreugde elkaar weer te zien toe te laten.

T’is rustig leven, stil leven…..

Jan

Hoe leven wij in God? I

Jaarthema 2021

‘Hoe leven wij in God?’ is het ons jaarthema van dit jaar: 2021. Het komt voort uit ons jaarthema van vorig jaar: ‘Aandachtig Aanwezig’. Een Trappiste monnik met wie wij daarover in gesprek raakten vertaalde dat thema voor zichzelf in: ‘hoe leef ik in God?’. Zij vergunde ons een kijkje in haar antwoord op die vraag. Zoekend naar ons eigen antwoord maakte wij de vraag die zij zich stelde tot ons nieuwe jaarthema.

In het gesprek dat we met de zuster voerde maakte een van haar onderwijzingen veel indruk op ons. Dat ging over de verwondering die zij, in haar contemplatieve leven, vaak had over het feit dat ze vanuit een wat stroeve, humeurige stemming opeens zo sprankelend en levenslustig kon worden als ze iets ging doen wat haar op het lijf geschreven stond. ‘Was het ínnerlijke gezeur en gemopper dan onecht geweest?’ vroeg ze zich dan af, ‘of klopte die vrolijke levenslust niet helemaal?’ Maar zij ervoer die zelf beide als even echt. Vanuit die ervaring wees zij ons op de gelaagdheid van ons spirituele leven. Ze legde uit dat al die innerlijke roerselen en tegenstrijdigheden tegelijkertijd plaatsvinden op verschillende lagen van ons bestaan.

Ze gaf ons de woorden van Dom John Chapman uit zijn ‘Geestelijke brieven’: ‘…al die beroeringen en vertroostingen zijn uitwerkingen in het lagere deel van de ziel (oppervlakkig). In zichzelf hebben ze niet het minste belang. Wat belang heeft is het hogere deel van de ziel (het diepste(punt), maar dat kunnen we niet voelen maar alleen weten.’

Leven in God is de kunst om je, voorbij gevoelens van ongenoegen en lust, af te stemmen op die laag waarvan je weet dat God er aanwezig is. ‘Want’, ook weer volgens Chapman: ‘dan kan de rest van onze ziel, in beroering, onrust, rebellie of ellende verkeren, dat heeft geen enkel belang, integendeel, de ‘punt van de ziel’ aanvaardt het, omarmt het, wil het…’

Ik vind het zo mooi hierin te horen dat het ín mijzelf is dat ik geliefd wordt, in alles wat ik ben. Niet van buiten af maar een deel van mij, ver weg diep in mijzelf, staat mij toe te zijn zoals ik ben; ook nu weer. In onze gemeenschap beschouwden we dit als een belangrijke aanvulling op ons jaarthema Aandachtig Aanwezig. Het geeft de geloofsbeoefening meer richting in onszelf en onze alledaagse beslommeringen. Dat we altijd opgenomen worden in een grotere liefde, groter dan wij die op dit moment kunnen ervaren. Blijvend die weg zoeken en gaan, tekens weer… hoe leven we op dit moment in God?

We weten waar we wezen willen en gaan op weg. Zoals Chapman verwoordt: ‘Op ieder ogenblik van ons leven zijn we in aanraking met God en is zijn hand op ons. Onze enige zorg moet zijn niet uit die armen te springen en te proberen op eigen benen te lopen.’

Mariek

 

In liefde op weg naar Pasen

Op het moment dat ik dit bericht schrijf staan we aan de poort van de Goede Week. Normaal gesproken ontvangen we in de goede week tal van gasten om samen met ons toe te leven naar Pasen. De tijd bij uitstek om ons geloof uit te dragen door dichtbij onze broeder en voorganger Jezus Christus te blijven. Om met hem mee te trekken op zijn lijdensweg.

Wij kennen het lijden in deze tijd; we ervaren vooral sociaal lijden, soms lichamelijk. Ook wij moeten het uithouden op onze weg zelfs als we ons van God en iedereen verlaten voelen. En toch, er is meer dan dat. Jezus geeft kleur aan het lijden. Hij gaat een weg van liefde. Zijn immense liefde, Gods liefde is notabene aan ons gericht. Dit maakt de Goede Week zo bijzonder. Het is de week van de liefde! Liefde die ons draagt naar opstanding en nieuw leven met Pasen.

Pasen, het vreugdevolle feest van Jezus verrijzenis dat we altijd uitbundig en in gemeenschap vieren, met onze leden, vrienden en gasten. Dat prachtige feest vieren we nu niet dichtbij elkaar, maar wel in innige verbondenheid met Hem en met u, waar u zich ook bevindt. Lopend in de liefde en het licht van Jezus Christus. Vol nieuwe hoop dat we elkaar in de loop van dit jaar weer zullen ontmoeten.

ZALIG PASEN!

Marjan Hoeijmakers,
vanuit de stuurgroep spiritualiteit

Klimaatalarm, een terugblik

Foto: Brabants Dagblad

Klimaatalarm de Kempen 14 maart

Ook vanuit onze gemeenschap werd er meegedaan. Hans van Dijk, Anne van Kraaij en Antoinette bezochten de markt in Eersel, waar het klimaatalarm voor de Kempen plaatsvond tussen 2-3 uur. Samen met de ruim 100 deelnemers stroomden de markt vol met spandoeken of vlaggetjes. Via de livestream deden nog eens 150 mensen mee. 

Na het eigen Kempen programma, dat bestond uit een lezing, een kwis, een statement uitgedeeld aan de gemeenteraadleden en partijvoorzitters van Groen Links, Partij van de Dieren en PvdA, werd een gedicht voorgedragen en een internationaal lied gezongen. Via een livestream was er verbinding met het centraal landelijke programma en wat elders gebeurde. Immers in het hele land waren er klimaatalarm bijeenkomsten en waren er  kerken die hun klokken luidden om de urgentie aan te geven. Om 3 uur werd een gebedsdienst aangeboden. De gebedsbijeenkomst, georganiseerd door de partners binnen Groen Gelovig is te zien op www.groengelovig.nl/klimaatalarm.

Ook in onze eigen ochtenddienst was er aandacht voor de klimaatcrisis, onze verantwoordelijkheid en de zorgen voor de toekomst.

En wat trof nou in Eersel? Het vreedzame klimaat onder de deelnemers, de zorgvuldigheid met groene stippen op de oude keitjes van deze markt dat we corona proof konden staan.  De vele posters en in het bijzonder een gedicht gemaakt door leerlingen van Riethoviuscollege. Zij benadrukten in hun gedicht dat wij, de mensen op de Markt,  nog niet de gevolgen zullen ondervinden van de klimaatcrisis  maar dat onze  kinderen en de daaropvolgende generaties de volle laag zullen krijgen als we niet als de wiedeweerga de nodige maatregelen nemen. Iedereen kan meehelpen, maar de politiek is echt aan zet. De regelgeving om een te grote  temperatuurstijging te voorkomen kan geen uitstel meer verdragen. En bovenal dat we, er met elkaar konden zijn. De een lijfelijk, de ander met het hart.

Als Hooge Berkt gemeenschap gaan we gemotiveerd verder met de leerweg die Gerard en Frank in onze gemeenschap aanbieden rond “de profeet van onze aarde”, Berry. En zo gaan we verder in de praktijk van iedere dag, op alle levensterreinen van ons leven.

Tenslotte enkele passages uit het klimaatgebed gemaakt door: A Rocha, Micha, Groene Kerken en de Laudato Si-werkgroep:

“Schepper God, U laat nooit los wat uw hand begon.
Dat zien we overal om ons heen.
De lente breekt aan.
Uw Geest ademt in al uw schepselen.
U blijft trouw aan een schepping vol schoonheid en diversiteit.
Maar door onze levensstijl behandelen wij haar respectloos.
Wij buiten uit, vervuilen en maken kapot.
Vergeef ons.
Liefdevolle God, U geeft ons hoop. 
U wilt ons mensen niet loslaten in deze tijd.
Geef ons ogen, die zien wat juist is.
Geef ons hart voor alles wat leeft.
vul ons met bewogenheid en liefde.
Heer, voed onze onrust over onrecht en vervuiling.
Help ons in te zetten voor recht en vrede.
Dat heel uw schepping weer tot bloei mag komen,
en U groot mag maken. Amen.”

Hans en Antoinette

Veertigdagentijd

Van Els ontvingen wij een meditatieve tekst, die zij geschreven heeft voor de viering van zondag 7 maart van Ekklesia Breda en die zij als goede vriendin van de gemeenschap met ons deelt:

Veertigdagentijd
Tijd van kiezen
We kunnen twee kanten op
De kant van het licht
Of de kant van het duister
Kiezen voor leven
Of kiezen voor dood
Er is geen tussenweg
Geen ‘soms’ of ‘een beetje’
God wil ons helemaal
Hart en ziel
Kiezen voor God
Is kiezen voor het licht:
Voor eerlijkheid en rechtvaardigheid
Is kiezen voor gulheid:
De kloof dichten tussen arm en rijk
Is kiezen voor bevrijding:
Losmaken wat de ander gevangen houdt
Is kiezen voor liefde:
Je naaste: vriend en vreemdeling
Kiezen voor God
Is ons hart openen
Onze handen openen
Veertigdagentijd
Tijd van geven
Brood, aan wie honger lijdt
Onderdak, aan wie verloren is
Ruimte, aan wie verdrukt is
Aandacht, aan wie vergeten is
Vertrouwen, aan wie angstig is
Troost, aan wie bedroefd is
Wie ontvangen heeft wordt een gever
Geef wat jou gegeven is
Deel wat jou ten deel gevallen is
Geven is de ander tevoorschijn kijken
Jij bent mijn broeder
Ik ben jouw zuster
Wij delen deze aarde
Een aarde van oorlog en vrede
Schaarste en overvloed
Schulden en tegoeden
Honger en vetzucht
Onderdrukking en vrijheid
Armoede en rijkdom
Waarom jij daar?
Waarom ik hier?
Veertigdagentijd
Tijd van verlangen
Verlangen naar dat visioen
Van licht dat in het donker zal schijnen
Mijn licht?
Van vrijgevigheid die schulden zal wegnemen
Mijn vrijgevigheid?
Van liefde die tranen zal drogen
Mijn liefde?
Van moed die onrechtvaardigheid zal bestrijden
Mijn moed?
Veertigdagentijd
Tijd van kiezen
Kiezen? Voor God?

Els Vis

Link naar de opname van de viering tref je hier (extern) aan.

Publicatie Oecumene

Met vreugde maken we openbaar dat de uitgave Oecumene, gave en opgave voor geïnteresseerden beschikbaar is. Deze uitgave is de vrucht van een proces waarin vijf leden van de gemeenschap zich met elkaar verdiepten in de positie en de koers in de oecumene van Gemeenschap De Hooge Berkt. Dankzij de vele gesprekken met elkaar, met de kerkleiders, met externe specialisten en met eigen leden kwam dit document tot stand. Wat wij ontvingen als gave, willen we op onze beurt ook beschikbaar stellen – in de hoop dat we met steeds meer betrokkenen samen op weg zijn in deze wereld en in deze tijd.

De uitgave Oecumene, gave en opgave is te bestellen per mail: bergeijk@hoogeberkt.nl met vermelding van aantal, voorletters, achternaam en adres. U krijgt van ons bericht over de betaling.

De prijs is € 6,00 per exemplaar + eventuele verzendkosten € 4,00 (in Nederland)

Inzage exemplaar:

Spiritualiteit in verandering

Op 13 februari 2021 overleed in Budapest pater Franz Jalics, s.J., na lang en bewogen leven. Nadat hij uit Argentinië naar Duitsland terugkeerde, begon hij in 1978 met het geven van Contemplatieve Oefeningen: meditatie en contemplatie voor ons, mensen van deze tijd.

p. Franz Jalics en de Contemplatieve Oefeningen

Pater Franz Jalics (* 16.11.1927 + 13.02.2021) maakte de Geestelijke Oefeningen van Ignatius van Loyola toegankelijk voor moderne mensen van de tijd waarin wij nu leven. Zijn grootse verdienste is de eenvoudige, maar wel diepgaande manier van bidden en leven die hem zo kenmerkt. De volgende uitspraak is kenmerkend en bijna een samenvatting van wat hem voor ogen stond: “In het hiernamaals denken wij niet meer na over God en hoeven wij ook niets meer voor Hem te doen; wij zullen Hem zien zoals Hij is”. Het is de echo van de laatste beschouwing van de Vierde Week van de Geestelijke Oefeningen, namelijk de beschouwing om tot liefde te komen. Hierin vraagt de retraitant: “Geef, Heer, dat ik U mag liefhebben, die genade is mij genoeg!” (GO 234). Deze liefde straalde p. Franz uit naar allen die hij ontmoette.

En dit is de uitnodiging van de Contemplatieve Oefeningen: verblijf met heel je zijn in deze eenvoud, in dit enkelvoudig-zijn voor het aanschijn van de Enige, in tegenwoordigheid van Jezus de Zoon. Blijf schouwen naar en in God; laat je aankijken en zie wat in jou leeft. Breng alles aan het licht. Wil er gewoon zijn, in de waarneming van wat is, nu, hier en in wat is geweest.

Boeken van Franz Jalics in het Nederlands:

  • Contemplatieve Oefeningen en inleiding in het Jezusgebed
  • De Contemplatieve weg
  • Jezus Christus als Gids. Geestelijke begeleiding in het Evangelie
  • Snippers van Licht
  • Samen groeien in geloof (vertaling in eigen beheer)
  • Website: www.haus-gries.de en de film: The two Popes

Hoe is de gemeenschap op het spoor van de Contemplatieve Oefeningen gekomen?

In 2006 deden Tineke Renkema, Lineke van der Loo en ik, Hinneni Peltenburg, de Opleiding tot Retraitebegeleider in de Oude Abdij te Drongen (B) bij de Jezuïeten. Daar spraken p. Bart van Emmerik en p. Pieter Paul Lembrechts op een keer van hun retraite die zij deden in Haus Gries in Duitsland. Het was een hele stille retraite geweest van tien dagen in een heel groot retraitehuis, ergens in Duitsland, begreep ik. Iets in hun verhaal maakte dat ik zo’n retraite in volledige stilte ook mee wilde maken. Op weg dus, naar Haus Gries te Wilhelmsthal diep in Duitsland naar het oosten. Inderdaad een groot retraitehuis, met plaats voor twintig retraitanten en een permanente staf en wisselende leefgroep en stilte, tastbare aanwezige stilte. Onvoorstelbare stilte overal: in de bossen, om het huis, in het huis, tijdens het half uurtje ‘corvee’ en vooral in de kapel tijdens de vele meditatie-uren. De Enige tastbaar aanwezig in de eucharistie, tijdens de deel-ronden na een dag van meditaties, tijdens de persoonlijke begeleiding…. 
Na mijn thuiskomst werd op haar beurt Lilla geraakt door mijn verhaal en zo kwam het dat zij haar weg vond naar Haus Gries.
Haus Gries is een plaats van de mogelijke ontmoeting met de Enige in de stilte, in jezelf, in en voor degenen met wie je op dat ogenblik er bent.

Het jaar erop hoorde ik dat de Contemplatieve Oefeningen ook in Nederland waren te volgen, verzorgd en geleid door Theresia de Meijer, met assistentie van een of twee personen. Theresia is zelf lange jaren in de leer is geweest bij p. Jalics. Zij werd door hem gevraagd om de Contemplatieve Oefeningen in Nederland te beginnen.

Nu is ook Lilla, na geregeld en systematisch zichzelf te hebben ondergedompeld in de Contemplatieve Oefeningen, in de Gemeenschap de Hooge Berkt begonnen deze indringende vorm van bezinning, stilte, gebed en meditatie aan te bieden, zoals iedere retraitebegeleider dit persoonlijk vorm geeft. Ook in onze gemeenschap is het mogelijk om de Contemplatieve Oefeningen te volgen.

Zie voor het aanbod op deze website bij Retraite & Bezinning:

Hinneni Peltenburg

Lichtpuntjes in Corona-tijd!

In de gemeenschap worden er vaak mooie kunstwerken gemaakt, dat is echt ook iets waar de gemeenschap om bekend staat! Maar deze willen we jullie ook zeker niet onthouden, vooral ook vanwege het mooie verhaal! Het is een quilt van Charlotte Geers, zij schrijft:

Kleurrijke kakafonie

Dit heeft mij de afgelopen maanden deugd gedaan: werken met een kakafonie aan kleuren! Ze accorderen volstrekt niet met elkaar, of toch?

Met dank aan Marjan Hoeijmakers die voor een ontwikkelingsproject in Congo was. Marjan verzamelde daar lokaal restjes stof. En kijk dit is er van gemaakt! Stoffen die trouwens gemaakt worden hier in Nederland, in Helmond! En zo is de kring weer rond en geeft weer kleur aan de veelzijdigheid van onze gemeenschap! Mooi hè?!

Aandachtig aanwezig VII

In gemeenschap

Literatuur: Exodus boek van de bevrijding van de auteur Jonathan Sacks, 2019.

Het boek ‘Exodus, boek van de bevrijding’ van Jonathan Sacks, gaf Heleen mij te leen met het dringende advies het te lezen. Een aanbeveling die ik even dringend kan herhalen.
In tal van beschouwingen doorgrondt Sacks het boek Exodus tot op haar essentiële betekenis voor alle samenlevingen in alle tijden. En dus leken sommige stukken precies geschreven te zijn voor mij en ons in gemeenschap hier op dit moment. Dwars doorheen al onze perikelen rondom huurcontracten, huisvesting, ziekte en krappe bezetting ging ik steeds beter verstaan dat wij als gemeenschap, gemeenschap kunnen blíjven als we het huis van God blijven bouwen, zowel in de geest als in de stenen, naar Zijn voorbeeld.

Sacks beweert dat mensen in aanleg moreel gevoel hebben en natuurlijke gevoelens van empathie en sympathie. Dus ja: ‘de meeste mensen deugen’. Maar daarnaast, zegt hij, zijn we ook sociale dieren en dat maakt dat de processen in samenlevingen anders verlopen dan bij individuele mensen. Zo kan het gebeuren dat we ‘en masse’ anders handelen dan dat we zouden doen wanneer we alleen zijn. Dat hebben we in het verleden meerdere malen meegemaakt en, zoals Sacks opmerkt, maken we het nu weer mee in onze multiculturele samenlevingen. We ontdekken steeds meer dat tolerantie alleen niet genoeg is. Tolerantie negeert namelijk de verschillen terwijl een streven naar ‘multiculturisme’ er bij ieder punt een kwestie van maakt.

Zoals het in grote samenlevingen is, zo kan het ook zijn in kleine samenlevingen als de onze. Ook in onze gemeenschap neemt de onderlinge verscheidenheid toe en het ziet ernaar uit dat dat in de toekomst niet minder wordt. Wij kunnen dus leren van Sacks die zich afvraagt waar het bij de opbouw van een natie feitelijk om gaat. Sacks verwijst ons naar Mozes; die kent het antwoord op deze vraag. Mozes namelijk smeedt een samenhangend geheel uit een losse groep van ontsnapte slaven, weerbarstige lui, afkomstig uit zeer verschillende clans en families. Ze klagen steen en been en stellen hem voortdurend op de proef. De gemeenschap die Mozes daarvan smeedt heeft zó’n krachtige identiteit dat het, verstrooid en zwervend over de hele wereld, al meer dan 3.000 jaar als de natie blijft bestaan die toen gevormd werd. Stukje bij beetje ontrafelt Sacks de geheimen van Mozes*.

Dat geheim van Mozes is even simpel als geniaal en iedereen kent het. Mozes verwijst naar God en hij openbaart ons Diens woord. God belooft ons een eigen land en geeft ons de opdracht Zijn huis te bouwen. Vrijheid en verantwoordelijkheid. De aanwijzingen voor de bouw van Gods huis zijn zeer specifiek en gedetailleerd. Je zou kunnen zeggen dat God met zijn instructies van ieder punt een kwestie maakt. We bouwen dat huis naar het voorbeeld dat ons door God gegeven is. Dat wil zeggen we bouwen Zijn aardse woning zoals Hem dat voor ogen staat in de hemel; zo boven zo beneden. En we bouwen het volgens het principe: ‘zo binnen, zo buiten’: binnen is ín onszelf, daar waar wij ‘weten’. Zoals het ín ons is brengen we het in de materiele werkelijkheid. Zo bouwen we het sámen, met elkaar, iedereen doet mee. En in dat meedoen ligt  het tweede deel van Mozes’ geheim. Dat is dat iedereen iets mee moet brengen voor God. Dat wil dus zeggen dat iedereen investeert. Daarbij blijkt dat iedereen iets anders te geven heeft en dat elke bijdrage gewaardeerd wordt.

We bouwen onze gemeenschap met de talenten en middelen die ieder van ons ter beschikking heeft; die brengen we met zijn allen samen. Zo brengt het huis dat we bouwen ons samen, het wordt van iedereen en iedereen wordt medeverantwoordelijk.
Grondgedachte hierbij is dat niemand individueel alle noodzakelijke middelen heeft om te overleven; mensen hebben een samenleving nodig,  hebben elkaar nodig. Juist vanwege die verschillen, vanwege dat anders zijn van die ander.
Een simpel geheim dus: samen werken aan de bouw van Gods huis en daarin geven wat juist jíj te geven hebt. Samen leven en werken met die verschillen is ook erg moeilijk. Het succes van Mozes en zijn volk is daarom dan ook geniaal.

Sacks zegt: ‘er zijn leiders nodig die het handelen van mensen reguleren zodat de natuurlijke variëteit gecompenseerd wordt door uniformiteit van de wetgeving en de samenleving goed geordend raakt’. ‘Leiders,’ zegt hij ‘zijn mensen die een samenleving kunnen opbouwen’. En: ‘Te veel gezag bedreigt de individualiteit en bij te weinig dreigt de anarchie’. Evenwicht is alles. Dat is een spanningsveld dat wij, in onze gemeenschap die zo aan het veranderen is, heel goed kennen.

Aandachtig aanwezig zijn in gemeenschap beweegt ieder van ons. Zo bewegend bewegen we elkaar en raken alle niveaus en alle deelaspecten van de gemeenschap bewogen. Op die manier roepen we onszelf en elkaar steeds weer op tot aandachtige aanwezigheid en blijven we een levende gemeenschap die antwoordt op wat de gegeven omstandigheden van ons vragen. Daarbij brengt het ieder persoonlijk steeds weer bij de vraag: ‘waar sta ik nu in deze gemeenschap?’ Hoe bouw ik mee aan dit huis, wat breng ik in van mijzelf?

Sacks zet het volk rond Aäron en de gemeenschap van Mozes naast elkaar. Hij beschrijft het volk, dat samen is vanwege een belofte naar vrijheid maar dat wezenlijk ontworteld is en zonder innerlijke samenhang. Dat volk raakt in een impasse door de afwezigheid van Mozes en verwordt tot een losse menigte, tot gepeupel dat zich om Aäron verzamelt en van hem eisen dat hij een god maakt die voor hen uit gaat. Ná die toestand met dat gouden kalf gaat Mozes voor de tweede maal de berg op, komt terug met de stenen tafelen en is het Mózes die de hele gemeenschap van Israël verzamelt in de geboden en opdracht van de Heer.

Mozes kent Gods woord maar kan niet zonder Aäron. Dat werd al duidelijk bij de brandende braamstruik. Aäron kan spreken en voorgaan maar kan dat niet zonder Mozes. Dat wordt hier aan de voet van de berg duidelijk. De vraag is wat doet het volk? Dat is de vraag die ik me steeds stel bij aandachtig aanwezig als gemeenschapslid: waar ben ik ontworteld en ontredderd en verzamel ik me voor een oplossing rondom Aäron, en waar open ik me voor Mozes met ‘de boodschap van God’ en biedt ik mijn talenten aan om deel uit te maken van de gemeenschap die Zijn huis bouwt?

Mariek de Jong

*) Voor een uitvoerige en boeiende uiteenzetting hierover zie hoofdstukken X en XI in ‘Exodus, boek van bevrijding’ van Jonathan Sacks. Dit boek is een deel uit de serie ‘Verbond en dialoog, joodse lezing van de Tora’, Uitgeverij Skandalon.

Aandachtig aanwezig VI

In de blik van de ander

Nu wordt het echt spannend: aandachtig aanwezig zijn in ons contact met andere mensen.
Als je met Lilla meegaat op haar stiltewandelingen zal ze instructies geven om aandachtig aanwezig te zijn in de natuur. Zet je zintuigen aan: hoor, zie, voel, ruik en proef als dat kan. God is immers overal en in alles; laat wat om je heen is bij je binnen komen. Tot hier toe is het nog wel te doen, dat beoefenen van aandachtige aanwezigheid. Alhoewel, als ik het aantal keren in ogenschouw neem dat mijn aandacht afdwaalt, blijkt wel hoe vreselijk moeilijk het voor mij is.

Een paar maanden geleden las ik een citaat van Merton dat mij niet loslaat. Sindsdien hebben deze oefeningen voor mij aan betekenis gewonnen. Merton zegt:
“In alle dingen is een onuitputtelijke tederheid en zuiverheid, een stilte die een bron is voor handelen en vreugde. Zij borrelt op uit een woordeloze vriendelijkheid en stroomt naar mij toe vanuit onzichtbare wortels van alles wat geschapen is. Ze verwelkomt mij liefdevol en groet mij met een onbeschrijflijke bescheidenheid.”

Dat is natuurlijk niet veel anders dan: God is overal en in alles. Maar het zegt mij zoveel meer. Hier lag voor mij een belangrijke uitdaging. Ik wilde immers wel een lieve oude mevrouw worden. Het duurde een aantal weken voordat ik begreep dat het niet zo is dat ikzélf tederder, vriendelijker of zuiverder hoef te worden dan dat ik ben, maar dat ik zou uitkijken naar de tederheid en zuiverheid in het andere en, meer nog  -en dáár wordt het spannend- in dé ander. De bedoeling is mij te richten op de tederheid in mijn medemensen. En dat ook nog in al hun hoedanigheden. In principe dan; als een streven dus. Misschien kun je soms het beste even een ommetje maken en misschien kan het in een voorkomend geval zelfs beter zijn om voorlopig of helemaal niet meer terug te komen. Als een streven dus.

Neem een voorbeeld aan Mozes toen God, na die toestand met dat gouden kalf, zo woedend was dat Hij vond dat Mozes Hem maar met rust moesten laten met Zijn alles verterende woede. Anders liep het niet goed af. Maar Mozes bleef en hij bleef zoeken naar ‘de zachtheid van het Aanschijn van God’ (Ex.32,11). Hoe ontroerend! Kijk naar Jezus die, tegen de heersende normen in, niet ophoudt te zoeken naar de zachtheid in tollenaars, farizeeën, Schriftgeleerden en alle andere zondaars. Over dit zoeken preekte Tineke Renkema vorig jaar september. Dat vertelde ze me toen ik dit onderwerp ter sprake bracht. Zij zei daarover:
“… het gaat erom onze liefde zo te laten groeien dat de grond waarop wij staan stevig genoeg is om ons met het verlorene in te laten en het daarom niet meer nodig hebben om ons af te keren”.

Ik verstond mijn les in dit alles. De les van: al doende leert men. De kunst van liefhebben ontstaat ín en dóór het liefhebben. Het werd de hoogste tijd dat ik begon met die zoektocht naar die woordeloze vriendelijkheid in de ander, opdat die onuitputtelijke tederheid en zuiverheid en stilte, vanuit die anderen naar míj zou toestromen. Nou, het lukte van geen kanten! Het tegendeel leek meer het geval met al die rappe automatismen en vanzelfsprekendheden die vaak samengaan met het alledaagse werk en de routineuze doelen van onze samenkomsten. Maar oké, dat begreep ik ook wel. Je moet niet meteen bij het moeilijkste beginnen. Die tederheid is overal: in de lucht, de bomen, het gras, een bloem op een vaas, een achtergelaten vest op een plaats waar die niet thuis hoort, een paard dat zijn hoofd schudt, een blaffende hond, een boze broer, het gezicht van een pasgeboren baby, de korte, knikkende groet die we met elkaar uitwisselen… in alles, ligt die onuitputtelijke tederheid en zuiverheid… Daar kon ik altijd en overal mee oefenen en dan zou ik wel met kleine beetjes verder komen, dacht ik.

Toen kreeg ik Grote Hulp. Ik werd al een tijdje (nu ik het erover heb, misschien wel net zo lang als door het citaat van Merton) aangetrokken door de icoon van Christus Pantocrator, in onze kapel. Nu niet direct het toonbeeld van vreugde en vriendelijkheid, maar stilte? Ja. En zuiverheid? Ja. Ik koos Hem voor de oefening ‘Je gezien weten door de Ene’*.

Hij is de Ander: de optelsom van alle mensen, door de eeuwen heen overal op aarde; maar Hij is ook: die ene individuele ander; de medemens die ik nu hier ontmoet. Stel je voor: Hij kijkt hier naar me, op het diepste punt van zijn lijdensweg, zoals toen Veronica zijn gezicht droogde met een doek. Stel je voor: Hij kijkt nu naar me, op een willekeurig moment tijdens zijn onderwijzingen en wat Hij zegt is speciaal voor mij bedoeld. Stel je voor: Hij ziet me niet eens, maar Hij ziet het geheel van Zijn missie waar ik slechts een hele kleine schakel in ben. Stel je niets voor en kijk toch naar Hem en zoek zijn tederheid, voor jouzelf, voor wat jij hier nu nodig hebt.

Ik kijk. Menig keer sla ik mijn ogen neer. Die neutrale blik waarin alles mag zijn zoals het is. Geen oordeel, geen voorkeur, geen afkeuring. Ik kan Hem niet behagen, niet tot wanhoop drijven. Enkel die vraag naar ‘wat is’. Soms keer ik naar binnen: ‘wat is er in mij?’ Soms blijf ik doelbewust kijken om te zien wat het me doet. Soms zoek ik een gebed of zomaar wat woorden of ik draai me van Hem af, zoek mijn weg in de kapel en kom later nog eens terug. Maar al te vaak, eigenlijk toch wel meestal, vergeet ik Hem en loop langs zonder op te zien.

Zo gaat het toch? Aandachtig aanwezig zijn in de blik van de Ene/de Ander blijkt niet veel anders te gaan dan aandachtig aanwezig zijn in de blik van die ene andere mens. Die blik waarvan Levinas al zei dat dáár de werkelijkheid in verscholen ligt. Mijn ‘spiegel’ waarin mij in waarheid verteld wordt wie ik ben… Die lieve oude mevrouw laat dus nog even op zich wachten…

Maar soms is daar opeens het moment, het kondigt zich niet aan, kan zomaar opeens ontstaan…  en dan dansen we in het aanschijn van die ene Ander die in ieder ander is.  

Mariek de Jong

*) Zie eerdere bijdragen van Aandachtig aanwezig deel 4 en deel 5

Licht aan het einde van de tunnel!

Moedig stroopte Jan Fransen, ons oudste en vitaal lid van onze gemeenschap, de mouw van zijn overhemd op om ‘de Prik’ te ondergaan. Als lid van de werkgroep PenC was ik speciaal uitgenodigd dit evenement van deze 97-jarige bij te wonen.

Jan vindt het belangrijk dat we hier allemaal weer een beetje hoop van krijgen. Dat het ‘prikken’ is begonnen. Want hoe langer de pandemie duurt hoe meer we verlangen weer samen te kunnen zijn, weer samen te kunnen bidden in onze kapel en eindelijk weer eens uitgebreid onze verre vrienden te kunnen ontmoeten en daarvan samen te genieten!

De lock-down brengt ons als geloofsgemeenschap behoorlijk uit ons doen nu we al zo lang niet samen kunnen komen met alle mensen die er in ons hart dragen en met wie we het samenzijn nu al zo lang moeten missen. We zien uit naar de nieuwe Bevrijdingsdag, verlost van het juk ‘corona’!

NB: en voor wie volgen: alle lof voor logistiek en comfort GGD priklocatie Eindhoven!

Aandachtig aanwezig V

Aandachtig aanwezig in gebed

Literatuur:
Het spirituele leven, mystiek voor het dagelijks bestaan van de auteur Evelyn Underhill, 2019;
We zijn al één, Woorden voor elke dag van het jaar van de auteur Thomas Merton, 2018

Op zondag, na de Hemelvaart van Jezus, toen we ons verweesd verzamelden, ieder bij zijn computerscherm vanwege corona, preekte Jan Renkema: ‘Wat doen wij als de dingen moeilijk en zwaar worden? Dan zijn we vaak geneigd om de problemen aan te kijken op menselijke ooghoogte.’ Hij wees ons erop dat Jezus ‘begint met zijn ogen op te slaan naar de hemel’ en zijn gebed aanvangt met het woord ‘Vader’. Daarmee verwees Jan naar de oneindigheid waarop we ons kunnen richten en naar het diepe mysterie van de intimiteit waarin we ons begeven met ‘onze Vader’.

Je krijgt altijd de dingen aangereikt die je nodig hebt. Daarvan ben ik inmiddels overtuigd.
En hardhorende mensen krijgen het net zo vaak aangereikt als ze het nodig hebben om het te horen. Deze maand citeerde ik in mijn schrift, zoals ik graag doe als ik iets lees dat voor mij op dat moment van belang is, van Evelyn Underhill: ‘Wat aanbidding inhoudt is de naar boven en buiten gerichte blik van deemoedige en vreugdevolle lofprijzing….’ Je naar bóven en buíten richten. Ik herinner me Psalm 121: ‘Ik sla mijn ogen op naar de bergen, van waar komt mijn hulp?’ en Psalm 123: ‘Naar U Heer sla ik mijn ogen op, naar U die in de hemel troont’. Maar ook in ons dagelijks uitgesproken gebed: ’Onze Vader die in de hemel woont.’ Met deze woorden laten we die menselijke ooghoogte los en plaatsen onszelf in een ander, groter perspectief. Daar kan dan alleen nog op volgen: ‘Uw Naam worden geheiligd’.

Ik citeerde verder van Underhill: ‘Aanbidden is staan voor die Naam’; ‘Aanbidden is niet een moeilijke religieuze oefening maar een innerlijke houding.’ En: ‘Aanbidden zuivert ons van eigenwaan.’ In haar consequente gebruik van het woord ‘aanbidden’ i.p.v. ‘bidden’ werd ik mij er bewust van dat ‘aanbidding’ het gebed ís. Met het ‘Onze Vader die in de hemel zijt’ richten we onszelf op die oneindige realiteit. Met ‘Uw Naam worde geheiligd’ begeven we ons in het diepe mysterie van die intimiteit .

Underhill schrijft dat de vraag ‘Kunnen we niet beter voor praktische en concrete dingen bidden?’ haar vaak gesteld wordt. Zij antwoordt daarop: ‘Aanbidding is juist bidden om extreem praktische dingen’ en: ‘Het verbreedt onze horizon, doet ons eigenbelang opgaan in een groter geheel van de werkelijkheid’… ‘En wat meer is, elk aspect, zelfs het meest huiselijke, van ons praktische leven kan deel uitmaken van dit [ons] antwoord, deze aanbidding, dit complete leven.

Nog een keer maar dan anders. Het móet, die herhaling, nu door een andere grote meester. Uit ‘We zijn al één’ van Merton citeerde ik:
‘Strikt genomen is mijn gebed heel eenvoudig. Het concentreert zich helemaal op de aandacht voor de aanwezigheid van God en op zijn liefde. Het is dus geconcentreerd op geloofsvertrouwen, want dat is het enige waardoor wij God kunnen kennen. Je zou kunnen zeggen dat dit aan mijn meditatie het karakter geeft dat door de profeet wordt beschreven als ‘voor God staan alsof je Hem zag’.

Zover gaat ons jaarthema ‘Aandachtig Aanwezig – zijn’. Aandachtig Aanwezig – zijn in het aangezicht van God, buiten en boven mij. Onze Vader in de hemel, mysterieus en intiem. Wat vraagt dat van me? Hoe vaak word ik me in het huis van mijn hemelse Vader bewust gewaar van zijn aanwezigheid? En waar ben ik niet in Zijn huis?

Oefening baart kunst. De oefening die Theresa van Avila ons op grond van haar gebedspraktijk aan de hand doet en die ik in de vorige bijdrage van (zie deel 4) aanhaalde, is precies wat ook Underhill en Merton doen. Merton verwoordt dat zo:
‘Bidden is niet ‘nadenken over’ iets, maar een direct zoeken naar het Gelaat van de Onzichtbare, dat je niet kunt ontdekken, behalve wanneer je jezelf verliest in Hem die onzichtbaar is.’

Mariek de Jong

Aandachtig aanwezig IV

Over zien en gezien worden

Aandachtig Aanwezig, wanneer ben je dat? Daar kunnen we in een kéér het antwoord op geven: zo goed als nooit! Helemaal aandachtig aanwezig zijn lukt ons niet. Soms lukt het me even om aandachtig aanwezig te zijn in heel de keuken: ik ervaar haar ruimte, de andere aanwezigen, het moment in het kookproces, de wortels die ik in mijn handen heb en de geluiden die van buiten doordringen. Mooi hoor. Bij momenten kan ik me dan ook bewust zijn van de gemeenschap waarin die keuken zich bevindt, mijn teamgenoten die werkzaam zijn in de Lavra* en tuin en van anderen die op hun appartement verblijven of op stap zijn gegaan. Dan weet ik van de mensen die in het dorp wonen en buiten Bergeijk… maar tegen die tijd is mijn aandacht waarschijnlijk al weer geheel opgeslokt door de gehaktballen waar ik mee bezig ben. Dat kan overigens heel noodzakelijk en zinvol zijn, om je volledige aandacht in het gehakt te brengen maar dan is die dus daar en niet ergens anders. En, dat is een feit, veelal is mijn aandacht in allerlei muizenissen die weinig met de keuken van doen hebben en is ze ook in die muizenissen maar half aanwezig en is ze eigenlijk overal en nergens.

Er zijn, in mijn ogen maar weinig, maar toch, mensen die de gehele gemeenschap in hun aandacht kunnen houden. Ze omvatten die in alle gelaagdheden en op alle deelterreinen. Dat wil niet zeggen dat ze er alles vanaf weten of er voortdurend met hun aandacht in aanwezig zijn (ze maken misschien ook wel eens gehaktballen) maar ze kunnen het geheel omvatten en weten wat er op al die terreinen omgaat. Ik dank God en de gemeenschap dat dat van mij niet gevraagd wordt want ik zou er horendol van worden en dat demonstreert al hoe weinig aandachtig aanwezig ik kan zijn. Ik ben een randfiguur d.w.z. ik vertoef graag ergens aan de kantlijn van de gemeenschap (van het midden uit gezien) en heb dan het liefst een plaatsje aan het raam zodat ik goed kan zien wat er buiten de gemeenschap is. Het  maakt niet veel uit waar je staat of zit. Je hoeft niet perse in het midden te staan om aandachtig aanwezig te kunnen zijn en je hoeft ook niet alsmaar het geheel in je aandacht te hebben. Het is goed om je aandacht precies op de plaats te hebben waar je staat; jouw plaats binnen het grotere geheel. Het kan niet anders dan dat je je dan bewust zult worden van het geheel.

Soms dans ik in de kapel en dan zijn er momenten dat ik de beleving heb volledig aandachtig aanwezig te zijn, volledig in de zin van: met heel míjn vermogen tot aandacht, voor zover als die voor mij op dít moment in déze omgeving reikt. Dat laatste is wel een belangrijke toevoeging. Ik voel dan dat ik in verbinding ben met wat ín mij is en buiten mij is en dan ‘stroomt het’ zogezegd en word ik mijn dans. Maar ik vrees dat als jij op dat moment binnenkomt het ‘volledige’ van die aandachtige aanwezigheid toch aardig gereduceerd raakt. Trouwens: jij hoeft niet eens binnen te komen. Ik hoef me alleen maar voor te stellen dat je binnenkomt.

Ja, en dan is dat vermogen van mij -die ruimte waarin ik aandachtig aanwezig kan zijn- ook nog eens een rekbaar begrip. Niet alleen is het afhankelijk van de externe factoren zoals die hier en nu plaatsvinden, maar het is ook gerelateerd aan mijn mogelijke groei.
Er is dus nog ruimte die ik ook ben maar die ik niet in beslag neem; waar ik niet aandachtig aanwezig ben. Dat is mijn mogelijkheid tot groei, de rekkelijkheid naar wie ik worden kan.
Er zijn momenten geweest dat ik ervoer dat die ‘potentiële’ innerlijke ruimte, vele malen groter is dan dat ik mezelf ken.
Ik kreeg zelfs de indruk dat die ‘ik’ die ik nog niet ken en niet ben, op zichzelf al vele malen groter is dan dat wat ik tot nu toe geworden ben.
Ik vrees dan ook dat er van mijn ‘worden wie ik ben’ in dit leven maar weinig terecht komt. Voor mij een reden om te doen wat ik kan want anders komt er helemaal niets van terecht. Dan zit er niets anders op dan te zorgen dat ik wakker blijf en mij beoefen in die aandachtige aanwezigheid.

Gelegenheid is er genoeg. Zuster Katharina onderwees ons: ‘wil wat je doet’ en zet ons zo ertoe aan om aandachtig aanwezig te zijn in wat we op dit moment doen. Evelyn Underhill** liet ons zien dat juist de kleinste alledaagse huishoudelijke klussen, de grootste uitdaging bieden en zodoende een spirituele waarde krijgen. Tish Warren*** beweert niet anders en wijst daarbij op onze gewoontes en automatismen die als oefengebied een onuitputtelijke bron vormen.

Ik weet er nog een: een oefening die heel eenvoudig is en die niet ophoudt ons te trainen in aandachtige aanwezigheid. Ze komt van Theresa van Avila.

De oefening heet: ‘zie Hem naar jou kijken’ (mira qua te mira).

Het gaat zo:
‘Denk dat Jezus voor je staat…
Hij kijkt naar je…
zie Hem naar jou kijken…
liefdevol en nederig.’

Die oefening kunnen we de hele dag doen. Waar we ook gaan of staan. Zo eenvoudig als die is. Begin eraan en we ontdekken meteen ons oneindige tekort. Wellicht verliezen we ons in beschouwingen over dat ‘liefdevol en nederig’. Het gaat erom dat je je gezien voelt in de blik van iemand die jou ten diepste kent en oneindig liefheeft. Het gaat erom dat je in de ervaring/beleving komt van: ‘Ik ben lief, ik word liefgehad, ik maak deel uit van het mysterie van liefde’. En als we ons niet verliezen in allerlei bedenkingen dan is de kans groot dat we vergeten om de oefening te doen. Keer op keer zal iets onze aandacht hiervan wegleiden en vergeten we dat we die oefening aan het doen zijn en al snel vergeten we hem helemaal. Daarom is het een hele moeilijke oefening, zoals al die oefeningen in aandachtige aanwezigheid blijken te zijn.

In onze gemeenschappelijke gerichtheid op de Ene, die in ons is en in wie wij worden, helpen wij elkaar om niet te vergeten aandachtig aanwezig te zijn. Door elkaar te herinneren aan ons gemeenschappelijk streven, bieden we elkaar de mogelijkheid te worden wie we ten diepste zijn. Hoe doen wij dat? Hoe herinneren wij elkaar aan die alledaagse en voor het oprapen liggende mogelijkheden om aandachtige aanwezigheid te beoefenen?

Mariek de Jong

*) Lavra is de naam van de huiskamer van Gemeenschap de Hooge Berkt.
**) Zie AANDACHTIG AANWEZIG deel 2 en deel 3
  Het spirituele leven, mystiek voor het dagelijks bestaan van de auteur Evelyn Underhill, 2019
***) Zie AANDACHTIG AANWEZIG deel 2 en deel 3
  Liturgie van het alledaagse, Heilige gebruiken in het gewone leven van de auteur Tish Warren, 2018

Aandachtig aanwezig III

Over liturgie van het alledaagse

Literatuur:
Liturgie van het alledaagse, Heilige gebruiken in het gewone leven van de auteur Tish Warren, 2018;
Het spirituele leven, mystiek voor het dagelijks bestaan van de auteur Evelyn Underhill, 2019

In mijn vorige bijdrage had ik het over het ‘goede doen’ waar wij mensen, door onze geaardheid, toe geneigd zijn. Vanuit de ‘kleine onderbouwing’ van Evelyn Underhill kunnen we een stap maken naar, zoals zij dat noemt het: ‘… voortdurend aanbieden van onze wil aan God, zodat de praktische plichten, die het grootste deel van onze dag vullen, in Hem worden opgenomen en zo spirituele waarde krijgen.’

Nu is dat voor niemand onder ons nieuw. In onze gemeenschapsdagen in 2019 gingen we er nog eens uitvoerig mee aan de slag: hoe maken wij van ons alledaagse werk ons spirituele Werk? Hoe beoefenen we ons geloof in ons alledaagse werk? We deden tijdens die dagen ons gewone werk en verweefden daarin oefeningen waarmee we onze ‘aandacht en bewust-zijn’ konden trainen. We kunnen daar nieuwe oefenterreinen en aandachtsgebieden aan toevoegen.

Tish Warren komt ons daarbij tegemoet. Vanuit een heel andere hoek dan die van Evelyn Underhill waait bij haar eenzelfde wind. In haar boek Liturgie van het alledaagse nodigt ze ons uit ‘de heiligheid te ontdekken in elke dag van ons leven’. Zij is een hedendaagse vrouw en priester in de Anglicaanse Kerk in Noord Amerika.

Christenen, zegt ze, benadrukken dat we met ons werk God dienen. Dus willen we werken en zoeken we werk in het evangeliseren, het bevorderen van sociale gerechtigheid, het scheppen van schoonheid of ontwikkelen we vakkundigheid. En we zoeken het in de innerlijke houding waarmee we het werk doen: vrolijk, dankbaar, met voldoening, vrijgevig en met een door het evangelie veranderd hart. Dit zijn zeker allemaal belangrijke manieren om God te dienen, zegt Warren, maar we redden het niet om elk van deze boodschappen op hetzelfde moment uit te voeren. Dus raken Christenen verward over hoe ze door hun werk God dienen of ze halen er één of twee punten uit en maken die tot een maatstaf van waaruit ze zichzelf en anderen beoordelen. En dat terwijl we iedere dag voornamelijk allerlei alledaagse klussen doen die niets met die verheven zaken te maken hebben, we daarin grotendeels gedreven worden door gewoonte en routine en het meestal onbewust doen.

Net als Underhill merkt Warren op dat christenen geloven dat zij ‘Gods volk’ kunnen worden door zich af te scheiden van een hedendaagse cultuur en ons terug te trekken in bepaalde vormen van kunst, muziek… liturgie. In haar boek laat ze zien dat het juist die alledaagse gewoonten en gebruiken zijn die grondstof zijn voor een ‘liturgie in het gewone leven’. Ook zíj verwijst naar Augustinus als ze beweert dat wij tot Gods volk worden ‘door gewoonten en gebruiken te ontwikkelen die onze liefde en ons verlangen richten op God.’ Want ook in onze gewoontes en gebruiken kunnen we worden wie we ten diepste zijn.

Het is duidelijk hoeveel ‘aandachtige aanwezigheid’ er nodig is om onszelf te betrappen op minder vruchtbare gewoontes en gebruiken en die om te vormen naar ‘Gods diensten’. Tish Warren is even open als ontwapenend als zij ons daarin, ter lering ende vermaak, voorgaat. Eerlijk, niet zonder humor en zelfspot en kritisch naar haar kerk, cultuur en tijdsgeest, laat zij zien hoe zij tot een liturgie van het alledaagse komt: ‘s morgens bij het opmaken van haar bed, bij het tandenpoetsen, als ze haar sleutels kwijtraakt, ruzie maakt met haar man, haar e-mails moet checken, in de file staat, een vriendin belt enz. Allemaal vreselijk alledaags en herkenbaar. Telkens weet zij dat alledaagse in een breder perspectief te plaatsen en bruggen te slaan naar oude leermeesters en het evangelie, van waaruit we richting en raad krijgen op onze weg.

Een heel toegankelijk en pretentieloos boek dat, onwillekeurig bijna, aanzet tot navolging. Er is altijd nog wel wat te doen, nietwaar?

Mariek de Jong

Online oecumenische viering in de Week van Gebed

#Blijf in mijn liefde

Woensdag 20 januari wordt er door de gezamenlijke kerken van Bergeijk een oecumenische viering voor de week van gebed voor de Eenheid van de Christenen gehouden.

Vanwege de beperkingen die er zijn zal het een livestreamviering zijn vanuit het PKN kerkje in Bergeijk. Via hun website https://pkn-bergeijk.nl/ is de viering vanaf 19.30 uur te volgen.

Thema van deze internationale Week van gebed en ook van deze dienst is: #Blijf in mijn liefde, naar een woord van Jezus. Een oproep die in deze tijd buitengewoon actueel is: het gaat om verbondenheid met elkaar, vanuit de liefde van God voor mensen. Alleen in verbondenheid kunnen we deze moeilijke tijd, in de wereld en in ons eigen leven, dragen. De maatregelen rondom het Covid19-virus en de situatie in de wereld dagen ons uit om op nieuwe manieren verbinding te zoeken en te bewaren.

Aansluitend zal onze Joke van der Neut een lezing houden over gemeenschap van de zusters van Grandchamp, een protestants-oecumenisch klooster in Zwitserland, die de internationale week van gebed om eenheid van dit jaar hebben voorbereid. Ook deze lezing is via de website van de PKN Bergeijk te volgen.

Hoewel we het betreuren dat we niet fysiek kunnen samenkomen, hopen we via de livestream toch verbonden te zijn met elkaar, in deze bijzondere viering van Gebed om eenheid.

Aandachtig aanwezig II

Over het alledaagse spirituele leven

Literatuur:
Het spirituele leven, mystiek voor het dagelijks bestaan van de auteur Evelyn Underhill, 2019;
De meeste mensen deugen van de auteur Rutger Bregman, 2019

Eén van de meest fundamentele vragen over spiritueel leven betreft de natuur van God. Dit stelt Evelyn Underhill in haar boekje Het spirituele leven, mystiek voor het dagelijks bestaan. Vervolgens stelt zij de veel gestelde vraag of Christenen het woord Werkelijkheid en andere onpersoonlijke of filosofische termen kunnen gebruiken als synoniem voor God.

Evelyn Underhill is een Britse mystica, geboren in 1875 en schrijfster van vele boeken. Zuster Katharina, stuurde me een artikeltje over dit boekje, uit het tijdschrift ‘Tertio’. Het lag een tijdlang bij ons op de leestafel en Theo, een broeder in de gemeenschap,  daagde me uit het gesprek met hem aan te gaan over dit boekje. Het is een klein boekje, telt nog geen 70 bladzijden, maar die lees je niet zomaar op een zondagmiddag weg. Ik niet, tenminste. Gelukkig is het opgedeeld in een inleiding en vier delen. In het laatste deel stelt Underhill bovenstaande vraag en ze voegt daar het antwoord van Augustinus aan toe:

‘God is de enige werkelijkheid en wij zijn alleen werkelijkvoor zover wij in Hem opgenomen zijn en Hij in ons’.

Hoe is die werkelijkheid dan? Goed of kwaad? Dat is een vraag die daaruit voortkomt en Underhill stelt allereerst dat spiritualiteit het kwaad niet verklaart maar een weg biedt om ermee om te gaan. Daarna merkt ze op dat we, in deze verwarde wereld, een voortdurend streven zien naar waarheid, goedheid en volmaaktheid. Steeds weer zien we dat de mensen die zich daarvoor inzetten, gesteund en aangemoedigd worden door een spirituele macht die levenskracht geeft, de wil sterkt en het karakter zuivert. Dus ja, dan zijn zelfopoffering, liefde en tederheid eigenschappen van de Werkelijkheid, van God, van ons.

Het is wel leuk om hier een ander boek te vermelden, dat bij ons op de leestafel lag en door meerdere mensen in de gemeenschap gelezen is, namelijk: De meeste mensen deugen. Hierin komt Rutger Bregman, vanuit een heel andere invalshoek (die van wetenschappelijk onderzoek en evolutietheorie) tot de conclusie dat de menselijk soort overleeft, níet omdat hij de sterkste en slimste is, maar omdat hij de vriendelijkste is en het goede wil. Net als in het evangelie zien we ook bij Bregman dat het de machthebbers onder ons beter uitkomt als we het tegendeel geloven.

Wij zijn dus ‘goed’ nog voordat we iets goeds doen. Ook al kan het in het leven gaandeweg wat anders gaan lopen; het ‘goede’ zit in onze aard. Dan ligt het dus zeer voor de hand dat wij de verlossing van de wereld als taak hebben. Dat wordt in het Christendom immers steeds benadrukt: spiritueel leven gaat samen met verantwoordelijkheid; met een roeping. Die roeping begint bij de vraag: hoe weten we wat de wil van God is? Of, zoals wij dat zeggen in onze leefregel*: ‘ontdek je verantwoordelijkheid’.

Ja, en dan zitten we nog alsmaar aan het begin. Dit is maar een klein beetje onderbouwing. Van belang om niet te vergeten want, zo beweert Underhill: ‘Mensen van nu zijn hulpeloos, snel afgeleid, niet in staat om te interpreteren wat er gebeurt en erg bezorgd over wat komen gaat; dit komt omdat het eeuwige hen geen houvast meer biedt.’ In haar boekje ontvouwt zij hoe dat houvast gevonden kan worden en wat spiritueel leven inhoudt. Ze omschrijft de relatie van mens tot God volgens de begrippen: aanbidden, je toevertrouwen en meewerken (ontleent aan De Bérulle, Franse kardinaal in de 17de eeuw).

Steeds benadrukt ze dat het niet gaat om een beweging uít die alledaagse werkelijkheid naar de hemelse, maar dat het juist gaat om het aanvaarden ván en leven ín die werkelijkheid en dat dan van het kleinste huishoudelijke klusje tot de grootste uitdaging.

‘Wat van ons gevraagd wordt,’ zegt zij, ‘is niet noodzakelijkerwijs een grote hoeveelheid tijd gewijd aan wat wij als spirituele taken beschouwen. Nee, wat gevraagd wordt is het voortdurend aanbieden van onze wil aan God, zodat de praktische plichten, die het grootste deel van onze dag vullen, in Hem worden opgenomen en zo spirituele waarde krijgen.’

‘Wij zijn altijd aan het bidden als we onze plicht doen en die zien als werk voor God’ pere Grou.

Mariek de Jong

*) De leefregel van Gemeenschap de Hooge Berkt wordt verwoordt in Babels Stromen, zie hier.

Mat. 2, 1 – 12

Je weerstand doorbreken, onszelf verliezen en ingaan op de uitnodiging

Vorige week zondag hebben we al gehoord dat Jezus volgens het evangelie van Marcus op weg is naar Jeruzalem en dat hij, ondanks het lijden dat hem te wachten staat, trouw wil blijven aan zijn roeping. Dat is geen gemakkelijke weg, maar wel een radicale keuze. Iets van die radicaliteit horen we nu in het evangelie van vandaag.

In het begin van het verhaal komt er een jongeman naar Jezus toe en vraagt: Wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven? In die vraag hoor je een verlangen, een echt verlangen naar goed en rechtvaardig leven, of om het met de woorden van de eerste lezing te zeggen: een verlangen naar de geest van wijsheid die alles te boven gaat. Jezus geeft hem dan als antwoord de Tien Woorden, zoals Mozes die al heeft gegeven, en vooral wat hij moet doen tegenover zijn naaste: niet doden, geen echtbreuk plegen, niet stelen enz.

Dat op zich is dus al een goede richting: dat je leert als een goed mens te leven, in de juiste verhouding tot je medemens en tot God. Maar de jongeman deed dit al en zoekt een weg verder. Op dat moment kijkt Jezus hem liefdevol aan en zegt:
Aan één ding ontbreekt het je nog: ga verkopen al wat je bezit en geef hetaan de armen, en je zult een schat in de hemel hebben. Kom dan terug om mij te volgen.

Jezus roept hem op tot een keuze: enerzijds alles los te laten wat hij bezat en anderzijds te leren delen in de goddelijke liefde, die Jezus zelf present stelde. Dat is inderdaad een radicale keuze, die niet zomaar voor iedereen geldt, maar die Jezus hier persoonlijk tegen deze man richt. Jammer genoeg gaat hij er niet op in, omdat hij veel bezittingen heeft.

Op die keuze gaat het evangelie verder, wanneer Jezus spreekt tot zijn leerlingen. De jongeman was rijk en kwam er niet toe om alles te verkopen. Hij was bezet, bezeten. Jezus laat nu horen: Wat is het toch moeilijk voor een rijke om binnen te gaan in het koninkrijk van God. Wat is dat toch? We kennen die ervaring wel. Als je rijk bent en veel geld hebt om allerlei dingen te kopen, heb je ook macht tegenover andere mensen en trek je gemakkelijk veel vrienden aan. Je staat in feite zelf in het centrum. Hoe anders is het, als je je leven laat bepalen door een ander, als je bereid bent iemand te volgen die je inspireert. Dan gaat het om andere waarden, zoals solidariteit, rechtvaardigheid of gemeenschap. Jezus wijst erop hoe moeilijk het is, ja bijna onmogelijk, zeker als je rijk bent, om op die roep in te kunnen gaan. Toch zijn er mensen die de roep horen, ook onder ons. Die los laten wat ze daar, elders, aan leven hebben opgebouwd en bereid zijn dat op te geven om te verhuizen hier naar toe, naar deze gemeenschap en de weg van de goddelijke liefde te gaan, met alle onzekerheid die dat meebrengt. Ik heb respect voor hen.

Die oproep om alles los te laten geldt niet alleen voor jongeren die nog een groot deel van hun leven voor zich hebben, of voor mensen die pas begonnen zijn de weg van Jezus te volgen. Die oproep wordt vandaag ook tot ons gericht, die al geraakt zijn door Jezus en begonnen zijn aan die weg van de liefde. Wat wordt er dan tot ons gezegd? Toen ik de oproep hoorde: Aan één ding ontbreekt het je nog, voelde ik eerst een weerstand. Wat moet ik nu weer loslaten, wat is er dat mij tegen houdt om die weg van Jezus verder te gaan? Dat is misschien niet zo radicaal en toch.

Ik denk concreet bijvoorbeeld aan de veranderingen binnen de gemeenschap vanwege een nieuwe structuur. We worden uitgenodigd mee te gaan in de nieuwe dagteams, maar er is ook weerstand om de goede band met iemand zomaar los te laten en weer nieuwe contacten met anderen te maken. Ik denk ook aan onze samenleving, met nieuwe bepalingen vanuit het klimaatakkoord. We zullen grote veranderingen meemaken, en moeten gaan kiezen voor minder gas in onze woning en minder benzine voor de auto. Om tot de juiste houding te komen wordt van ons gevraagd een omslag te maken in denken en doen.

Hoe dan ook, ik denk dat het mogelijk is om de weerstand te doorbreken, onszelf te verliezen en in te gaan op de uitnodiging. Als die jongeman in de ogen van Jezus had gekeken en de liefde gevoeld, had hij die stap misschien kunnen maken. Of zoals op het eind Petrus kon zeggen: Wij hebben toch maar alles achter gelaten. Bidden wij om die geest van wijsheid.

Luc. 2, 15 – 21

Je weerstand doorbreken, onszelf verliezen en ingaan op de uitnodiging

Vorige week zondag hebben we al gehoord dat Jezus volgens het evangelie van Marcus op weg is naar Jeruzalem en dat hij, ondanks het lijden dat hem te wachten staat, trouw wil blijven aan zijn roeping. Dat is geen gemakkelijke weg, maar wel een radicale keuze. Iets van die radicaliteit horen we nu in het evangelie van vandaag.

In het begin van het verhaal komt er een jongeman naar Jezus toe en vraagt: Wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven? In die vraag hoor je een verlangen, een echt verlangen naar goed en rechtvaardig leven, of om het met de woorden van de eerste lezing te zeggen: een verlangen naar de geest van wijsheid die alles te boven gaat. Jezus geeft hem dan als antwoord de Tien Woorden, zoals Mozes die al heeft gegeven, en vooral wat hij moet doen tegenover zijn naaste: niet doden, geen echtbreuk plegen, niet stelen enz.

Dat op zich is dus al een goede richting: dat je leert als een goed mens te leven, in de juiste verhouding tot je medemens en tot God. Maar de jongeman deed dit al en zoekt een weg verder. Op dat moment kijkt Jezus hem liefdevol aan en zegt:
Aan één ding ontbreekt het je nog: ga verkopen al wat je bezit en geef hetaan de armen, en je zult een schat in de hemel hebben. Kom dan terug om mij te volgen.

Jezus roept hem op tot een keuze: enerzijds alles los te laten wat hij bezat en anderzijds te leren delen in de goddelijke liefde, die Jezus zelf present stelde. Dat is inderdaad een radicale keuze, die niet zomaar voor iedereen geldt, maar die Jezus hier persoonlijk tegen deze man richt. Jammer genoeg gaat hij er niet op in, omdat hij veel bezittingen heeft.

Op die keuze gaat het evangelie verder, wanneer Jezus spreekt tot zijn leerlingen. De jongeman was rijk en kwam er niet toe om alles te verkopen. Hij was bezet, bezeten. Jezus laat nu horen: Wat is het toch moeilijk voor een rijke om binnen te gaan in het koninkrijk van God. Wat is dat toch? We kennen die ervaring wel. Als je rijk bent en veel geld hebt om allerlei dingen te kopen, heb je ook macht tegenover andere mensen en trek je gemakkelijk veel vrienden aan. Je staat in feite zelf in het centrum. Hoe anders is het, als je je leven laat bepalen door een ander, als je bereid bent iemand te volgen die je inspireert. Dan gaat het om andere waarden, zoals solidariteit, rechtvaardigheid of gemeenschap. Jezus wijst erop hoe moeilijk het is, ja bijna onmogelijk, zeker als je rijk bent, om op die roep in te kunnen gaan. Toch zijn er mensen die de roep horen, ook onder ons. Die los laten wat ze daar, elders, aan leven hebben opgebouwd en bereid zijn dat op te geven om te verhuizen hier naar toe, naar deze gemeenschap en de weg van de goddelijke liefde te gaan, met alle onzekerheid die dat meebrengt. Ik heb respect voor hen.

Die oproep om alles los te laten geldt niet alleen voor jongeren die nog een groot deel van hun leven voor zich hebben, of voor mensen die pas begonnen zijn de weg van Jezus te volgen. Die oproep wordt vandaag ook tot ons gericht, die al geraakt zijn door Jezus en begonnen zijn aan die weg van de liefde. Wat wordt er dan tot ons gezegd? Toen ik de oproep hoorde: Aan één ding ontbreekt het je nog, voelde ik eerst een weerstand. Wat moet ik nu weer loslaten, wat is er dat mij tegen houdt om die weg van Jezus verder te gaan? Dat is misschien niet zo radicaal en toch.

Ik denk concreet bijvoorbeeld aan de veranderingen binnen de gemeenschap vanwege een nieuwe structuur. We worden uitgenodigd mee te gaan in de nieuwe dagteams, maar er is ook weerstand om de goede band met iemand zomaar los te laten en weer nieuwe contacten met anderen te maken. Ik denk ook aan onze samenleving, met nieuwe bepalingen vanuit het klimaatakkoord. We zullen grote veranderingen meemaken, en moeten gaan kiezen voor minder gas in onze woning en minder benzine voor de auto. Om tot de juiste houding te komen wordt van ons gevraagd een omslag te maken in denken en doen.

Hoe dan ook, ik denk dat het mogelijk is om de weerstand te doorbreken, onszelf te verliezen en in te gaan op de uitnodiging. Als die jongeman in de ogen van Jezus had gekeken en de liefde gevoeld, had hij die stap misschien kunnen maken. Of zoals op het eind Petrus kon zeggen: Wij hebben toch maar alles achter gelaten. Bidden wij om die geest van wijsheid.

Aandachtig aanwezig I

Een gesprek met zr. Katharina

Ik leef met de vraag hoe wij als Gemeenschap de Hooge Berkt ons alledaagse werk meer zouden kunnen gaan beleven als ‘een oefening in geloof’. Dat wil zeggen dat ik me afvroeg hoe ons dat werk onze contemplatieve grondhouding zou kunnen versterken. Hoe maak je van werk gebed? Zo zou je het ook kunnen zeggen. Tijdens onze gemeenschapsdagen van 2019 hadden wij hier over gesproken en een hele dag, met tal van oefeningen, geëxperimenteerd tijdens het koken, poetsen, klussen en tuinieren. ‘Werken aan onze identiteit’ was het thema van die gemeenschapsdagen. En o.a. daaruit volgde ons jaarthema voor 2020 ‘Aandachtig Aanwezig’.

Ik zocht contact met zr. Katharina. Zij is abdis van een contemplatief klooster. Ik had haar leren kennen tijdens een retraite. Zuster Katharina liet zich informeren over de aard van onze gemeenschap en ik gaf stukjes geschiedenis en vertelde over de recente ontwikkelingen rondom dit onderwerp. Na mijn uitleg gingen haar vragen naar de termen: aandacht, bewustzijn en contemplatie. Het ging om een idee te krijgen hoe het beoefenen van aandacht en bewustzijn er concreet uit kan zien. Ik verwees naar mogelijkheden om bewustzijn te trainen, en discipline, stilte te bewaren, oefeningen in concentratie en focus, ademhalingsoefeningen, ons aanbod in Babels stromen, steeds beter leren luisteren b.v. in liturgie en ontmoetingsavonden, allerlei oefeningen waarmee we ons geestelijk leven vormen. Ik gaf haar een voorbeeld van oefenen van bewuste aanwezigheid in de keuken tijdens de afwas. Als je daar steeds probeert in verbinding te blijven met het geheel (anderen-werk-ruimte) zou het volume aanzienlijk dalen en het werk meer ‘gebed’ kunnen worden. Dan gaat niemand op de ‘automatische piloot’, kunnen twee afdrogers zich niet geheel verliezen in een geanimeerd gesprek, de afwasser enkel in zijn eigen werk en lopen we elkaar niet voor de voeten of in de weg. Niet dat het nu allemaal ‘verkeerd’ maar vanwege de unieke kans om samen ‘aandachtige aanwezigheid’ te beoefenen.

‘Dat is de reden’, zei zuster Katharina, ‘dat wij de afwas in stilte doen’. – Terzijde: Nu wil ik niet zeggen dat wij dat ook moeten doen! Integendeel, maar wél kijken naar de uitdaging om zonder zo’n regel samen het geestelijk klimaat te bevorderen tijdens de afwas. Dit is maar een voorbeeld.

Vervolgens vroeg de zuster of ik dacht dat zij dan zo vol aandacht en bewust hun werk deden maar we kwamen uit op de noemer dat het niet zozeer om het resultaat gaat als wel onze intentie en inzet om ons geloof in ons alledaagse werk te beoefenen.

Zuster Katharina verblijde mij met een aantal mooie reflecties die ik hier graag wil weergeven:

Als eerste viel het haar op dat ik over dit onderwerp sprak vanuit een totaal andere achtergrond dan waar zij zich bevindt. Het gaat, volgens haar, in eerste instantie om de fundamentele richting die gekozen is en daarin wijkt de Hooge Berkt af van de Trappistinnnen. In óns gemeenschapsleven staat het sociale aspect meer op de voorgrond, vanuit die behoefte is ze ook ontstaan, terwijl zíj resoluut in stilte samenleven en vóór alles de weg naar binnen verkozen hebben. Zij doet de interessante waarneming dat bij hen steeds meer het tekort aan onderlinge verbondenheid en ondersteuning in het gaan van die geloofsweg opvalt, en dat bij ons het sociale aspect ten koste dreigt te gaan van het zich verdiepende. Beide tendenties vallen niet zomaar radicaal te combineren, wist ze, maar we voelden ieder op onze eigen manier aan hoe verschillend we ons in dit spanningsveld bewegen.

Vervolgens vertelde de zuster dat zij niet spraken over ‘aandacht’ en ‘bewustzijn’ maar over ‘Memoria Deï’. Maar natuurlijk lukt het ons niet om aldoor aan God te denken en dat moet ook niet zo zijn, voegde zij er aan toe. Net zo min als dat we volledig in beslag genomen moeten worden door onze partner of andere geliefden. Het gaat er niet om dat je die aldoor vooraan in je gedachten hebt maar om ‘een zachte ondertoon’, een weten dat je staat op het fundament van die liefde en genegenheid. Dat is in feite waar het in die geloofsbeoefening om gaat.

Het verband van geloofsbeoefening met het dagelijkse werk vatte ze samen met: ‘het gaat er niet om dat je doet wat je wílt doen, maar dat je wílt wat je doet’. Ons dat herinneren tijdens ons werk is al de mooiste oefening die ik me voor ons bedenken kan.

En als laatste merkte ze op dat het ‘in zes stukken snijden van de dag’ (waardoor zij steeds blokken van twee uur voor hun activiteiten hebben) volgens haar bij uitstek heilzaam en productief is. Ze hoort vaak van mensen dat ze zich dat niet kunnen voorstellen maar ze zegt dat juist die discipline hun innerlijk leven verzameld en gericht houdt.

Wij waren beide verheugd in ons gesprek en zuster Katharina was bereid om hier verder met ons over in gesprek te geraken. Een week of zo later stuurde ze me een artikel over het boekje van Evelyn Underhill: “Het spirituele leven, mystiek voor het alledaagse”.

Mariek de Jong

Klokken luiden het nieuwe jaar in

De jaarwisseling zal dit jaar echt anders zijn. Anders dan gewend en anders dan we zouden wensen. Juist op dat moment willen we de hoop op een gezond en gelukkig nieuw jaar met elkaar delen en toewensen.

Zonder vuurwerk zal het ook een stille jaarwisseling zijn. Daarom sluiten we als Hooge Berkt gemeenschap aan bij een landelijk verzoek om klokslag 24.00 uur de klokken tien minuten te luiden. Mag het een teken van verbondenheid, steun en saamhorigheid zijn onderling en met andere kerken en gemeenschappen.

Gezondheid en nabijheid in 2021!

Joh. 1, 1 – 18

Je weerstand doorbreken, onszelf verliezen en ingaan op de uitnodiging

Vorige week zondag hebben we al gehoord dat Jezus volgens het evangelie van Marcus op weg is naar Jeruzalem en dat hij, ondanks het lijden dat hem te wachten staat, trouw wil blijven aan zijn roeping. Dat is geen gemakkelijke weg, maar wel een radicale keuze. Iets van die radicaliteit horen we nu in het evangelie van vandaag.

In het begin van het verhaal komt er een jongeman naar Jezus toe en vraagt: Wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven? In die vraag hoor je een verlangen, een echt verlangen naar goed en rechtvaardig leven, of om het met de woorden van de eerste lezing te zeggen: een verlangen naar de geest van wijsheid die alles te boven gaat. Jezus geeft hem dan als antwoord de Tien Woorden, zoals Mozes die al heeft gegeven, en vooral wat hij moet doen tegenover zijn naaste: niet doden, geen echtbreuk plegen, niet stelen enz.

Dat op zich is dus al een goede richting: dat je leert als een goed mens te leven, in de juiste verhouding tot je medemens en tot God. Maar de jongeman deed dit al en zoekt een weg verder. Op dat moment kijkt Jezus hem liefdevol aan en zegt:
Aan één ding ontbreekt het je nog: ga verkopen al wat je bezit en geef hetaan de armen, en je zult een schat in de hemel hebben. Kom dan terug om mij te volgen.

Jezus roept hem op tot een keuze: enerzijds alles los te laten wat hij bezat en anderzijds te leren delen in de goddelijke liefde, die Jezus zelf present stelde. Dat is inderdaad een radicale keuze, die niet zomaar voor iedereen geldt, maar die Jezus hier persoonlijk tegen deze man richt. Jammer genoeg gaat hij er niet op in, omdat hij veel bezittingen heeft.

Op die keuze gaat het evangelie verder, wanneer Jezus spreekt tot zijn leerlingen. De jongeman was rijk en kwam er niet toe om alles te verkopen. Hij was bezet, bezeten. Jezus laat nu horen: Wat is het toch moeilijk voor een rijke om binnen te gaan in het koninkrijk van God. Wat is dat toch? We kennen die ervaring wel. Als je rijk bent en veel geld hebt om allerlei dingen te kopen, heb je ook macht tegenover andere mensen en trek je gemakkelijk veel vrienden aan. Je staat in feite zelf in het centrum. Hoe anders is het, als je je leven laat bepalen door een ander, als je bereid bent iemand te volgen die je inspireert. Dan gaat het om andere waarden, zoals solidariteit, rechtvaardigheid of gemeenschap. Jezus wijst erop hoe moeilijk het is, ja bijna onmogelijk, zeker als je rijk bent, om op die roep in te kunnen gaan. Toch zijn er mensen die de roep horen, ook onder ons. Die los laten wat ze daar, elders, aan leven hebben opgebouwd en bereid zijn dat op te geven om te verhuizen hier naar toe, naar deze gemeenschap en de weg van de goddelijke liefde te gaan, met alle onzekerheid die dat meebrengt. Ik heb respect voor hen.

Die oproep om alles los te laten geldt niet alleen voor jongeren die nog een groot deel van hun leven voor zich hebben, of voor mensen die pas begonnen zijn de weg van Jezus te volgen. Die oproep wordt vandaag ook tot ons gericht, die al geraakt zijn door Jezus en begonnen zijn aan die weg van de liefde. Wat wordt er dan tot ons gezegd? Toen ik de oproep hoorde: Aan één ding ontbreekt het je nog, voelde ik eerst een weerstand. Wat moet ik nu weer loslaten, wat is er dat mij tegen houdt om die weg van Jezus verder te gaan? Dat is misschien niet zo radicaal en toch.

Ik denk concreet bijvoorbeeld aan de veranderingen binnen de gemeenschap vanwege een nieuwe structuur. We worden uitgenodigd mee te gaan in de nieuwe dagteams, maar er is ook weerstand om de goede band met iemand zomaar los te laten en weer nieuwe contacten met anderen te maken. Ik denk ook aan onze samenleving, met nieuwe bepalingen vanuit het klimaatakkoord. We zullen grote veranderingen meemaken, en moeten gaan kiezen voor minder gas in onze woning en minder benzine voor de auto. Om tot de juiste houding te komen wordt van ons gevraagd een omslag te maken in denken en doen.

Hoe dan ook, ik denk dat het mogelijk is om de weerstand te doorbreken, onszelf te verliezen en in te gaan op de uitnodiging. Als die jongeman in de ogen van Jezus had gekeken en de liefde gevoeld, had hij die stap misschien kunnen maken. Of zoals op het eind Petrus kon zeggen: Wij hebben toch maar alles achter gelaten. Bidden wij om die geest van wijsheid.

Aandachtig aanwezig; inleiding

Inleiding op het thema

In het jaar 2020 was Aandachtig Aanwezig  het jaarthema van onze Hooge Berkt gemeenschap. Zo’n jaarthema komt voort uit wat er in het voorafgaande jaar leefde en, met name in onze gemeenschapsdagen, naar voren komt. De gemeenschapsdagen vinden altijd plaats met Pinksteren. Op deze dagen komen alle leden bij elkaar voor gezamenlijke scholing, activiteiten, gesprekken en feest. Pinksteren immers wordt in de Christelijke traditie gezien als feest van gemeenschap. Op die dag stort de Geest zich over ons uit, komen onze tongen los en blijken we elkaar te kunnen verstaan. Zo is het verhaal en zo is ons streven alle dagen van het jaar maar in het bijzonder met de Pinksteren. Tegen het eind van het jaar krijgen we een beeld van wat ons momenteel het meest bezighoudt en proberen dat te vangen in de verwoording van een jaarthema.

Dit jaar 2020 was het jaar van de uitbraak van het coronavirus. Vanwege de maatregelen die getroffen werden konden grotere bijeenkomsten niet plaatsvinden. In de stilte van die periode tijdens de eerste coronagolf ontstonden deze stukjes met de titel Aandachtig Aanwezig.

De serie begon met een vraaggesprek met zuster Katharina, een kloosterlinge die teruggetrokken leeft in stilte en gebed. We vroegen haar vervolgens deze stukjes te lezen en haar reactie en ervaringen te geven. Zo eindigden we deze serie dus ook in gesprek met haar. Een van de centrale gedachten die ze ons toen meegaf kwam voort vanuit de vraag hoe het kan dat we zo van gemoed kunnen veranderen en in een sombere bui opeens kunnen openspringen als iets of iemand ons weer in verbinding brengt met wat ons ten diepste drijft. Zij verwoordde het zo:

‘… er is een diepe onderstroom, en die is er altijd, waar God in mij woont, mij richting schenkt, zin geeft aan mijn leven, mijn hart vervult met liefde en vreugde. Daar ben ik bij hem en is hij in mij. Maar daarboven bevinden zich allerlei menselijke lagen die last hebben van hartstochten, klein menselijkheid, stormen… Als we het hebben over aandachtig aanwezig zijn, over welke laag praten we dan ? Op welk niveau situeren we ons? Hoe verhouden die zich dan tot elkaar?’

Dat zijn de vragen die ze stelt en die wellicht vooraf dienen te gaan aan deze zeven stukjes over Aandachtig Aanwezig zijn. De zuster citeerde Dom John Chapman: “Op ieder ogenblik van ons leven zijn wij in aanraking met God en is zijn hand op ons. Onze enige zorg moet zijn niet uit die armen te springen en te proberen op eigen benen te lopen.”

Toen legde ze ons uit:

‘We zitten dus in de typisch christelijke spanning tussen enerzijds inspanningen doen, technieken gebruiken om aandachtig aanwezig te zijn en anderzijds overgave: het is zoals het is en zo is het goed! We moeten die gelaagdheid goed voor ogen houden als we het over ons thema hebben, want dit kan ons letterlijk veel koppijn besparen’.

Deze serie over Aandachtig Aanwezig zijn, zijn geschreven als herinnering aan mogelijkheden voor ons zoeken als wij, zoals meestal wellicht, weer eens op onze eigen benen proberen te lopen. Ons verlangen weer in Zijn armen te liggen zal ons daar weer brengen, op Zijn tijd.

Mariek de Jong

Kerstwens

Hoop wordt geboren, opnieuw en opnieuw...

Welke Kerstwens durven wij elkaar te geven dit jaar?

De Kerstdagen zijn donker en dreigend. Zolang al zonder echte nabijheid. Met Kerstvieringen, die alleen op digitale afstand bezocht kunnen worden. Het Licht, het Geboortefeest, waar wij zo verlangend naar uitgekeken hebben in de Adventstijd, kunnen we niet gezamenlijk opwachten in de kapel. Een ongekende ervaring. Tussen hoop en vrees, vieren we het dit jaar thuis. Liturgie in huis. Met hoogstens een paar mensen. Zo goed als opgesloten op onze woonplek, zoeken we verbinding en bemoedigen we elkaar. Via social media, de post, een telefoontje. Of met een één op één bezoekje. Juist in dat omzien naar elkaar lijkt het Licht geboren te worden in deze dagen. Al die contacten zijn lichtpuntjes om het donker te weerstaan. Lichtjes waar we in normale tijden door omgeven worden in de kapel op Kerstavond, omdat we vieren dat er iets nieuws begint.

Ik, zegt Hij, ga iets nieuws beginnen. Het is al begonnen, merk je het niet?

Vrede en alle goeds wensen wij iedereen toe in deze Kerstdagen. Laten wij in alles wat we doen en meemaken verbonden blijven met elkaar. Houd moed en vertrouwen: het is al begonnen.

Namens het bestuur
Judi Wiepkema, voorzitter

Bonhoeffer Docufilm

Een samenwerkingsproject van de protestantse Kempenkerken en de Hooge Berkt.

In de afgelopen weken is er door een aantal enthousiaste mensen intensief samengewerkt om een Docufilm te maken over het leven en werken van Dietrich Bonhoeffer. Vanuit de Hooge Berkt Gemeenschap hebben Mariek de Jong vanuit het Verdiep en Hans van Dijk als lid van Werkgroep Kempenkerken daaraan meegewerkt.

2020 Was het Bonhoeffer jaar vanwege zijn executie op  9 april 1945 door de Nazi’s, nu 75 jaar geleden.

Het is een stevig verhaal geworden met een originele opening waar twee meiden uit Castricum iets over hun school, het ‘Bonhoeffer college’, vertellen.

Naast andere bijdragen is er ook inbreng van Hans die vertelt over het leven van Bonhoeffer en van Mariek die een link legt tussen onze thema’s van Babels stromen en het leven van Bonhoeffer die veel voor haar is gaan betekenen.

Het idee om deze Docufilm te maken is ontstaan toen bleek dat de geplande voorstelling over Bonhoeffer door Kees van der Zwaard in het najaar niet door kon gaan. Als nieuwe datum is nu donderdag 15 april gepland.

Zie de film dus ook als een opstapje naar dat gebeuren.

Hans van Dijk

Luc. 1, 26 – 38

Je weerstand doorbreken, onszelf verliezen en ingaan op de uitnodiging

Vorige week zondag hebben we al gehoord dat Jezus volgens het evangelie van Marcus op weg is naar Jeruzalem en dat hij, ondanks het lijden dat hem te wachten staat, trouw wil blijven aan zijn roeping. Dat is geen gemakkelijke weg, maar wel een radicale keuze. Iets van die radicaliteit horen we nu in het evangelie van vandaag.

In het begin van het verhaal komt er een jongeman naar Jezus toe en vraagt: Wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven? In die vraag hoor je een verlangen, een echt verlangen naar goed en rechtvaardig leven, of om het met de woorden van de eerste lezing te zeggen: een verlangen naar de geest van wijsheid die alles te boven gaat. Jezus geeft hem dan als antwoord de Tien Woorden, zoals Mozes die al heeft gegeven, en vooral wat hij moet doen tegenover zijn naaste: niet doden, geen echtbreuk plegen, niet stelen enz.

Dat op zich is dus al een goede richting: dat je leert als een goed mens te leven, in de juiste verhouding tot je medemens en tot God. Maar de jongeman deed dit al en zoekt een weg verder. Op dat moment kijkt Jezus hem liefdevol aan en zegt:
Aan één ding ontbreekt het je nog: ga verkopen al wat je bezit en geef hetaan de armen, en je zult een schat in de hemel hebben. Kom dan terug om mij te volgen.

Jezus roept hem op tot een keuze: enerzijds alles los te laten wat hij bezat en anderzijds te leren delen in de goddelijke liefde, die Jezus zelf present stelde. Dat is inderdaad een radicale keuze, die niet zomaar voor iedereen geldt, maar die Jezus hier persoonlijk tegen deze man richt. Jammer genoeg gaat hij er niet op in, omdat hij veel bezittingen heeft.

Op die keuze gaat het evangelie verder, wanneer Jezus spreekt tot zijn leerlingen. De jongeman was rijk en kwam er niet toe om alles te verkopen. Hij was bezet, bezeten. Jezus laat nu horen: Wat is het toch moeilijk voor een rijke om binnen te gaan in het koninkrijk van God. Wat is dat toch? We kennen die ervaring wel. Als je rijk bent en veel geld hebt om allerlei dingen te kopen, heb je ook macht tegenover andere mensen en trek je gemakkelijk veel vrienden aan. Je staat in feite zelf in het centrum. Hoe anders is het, als je je leven laat bepalen door een ander, als je bereid bent iemand te volgen die je inspireert. Dan gaat het om andere waarden, zoals solidariteit, rechtvaardigheid of gemeenschap. Jezus wijst erop hoe moeilijk het is, ja bijna onmogelijk, zeker als je rijk bent, om op die roep in te kunnen gaan. Toch zijn er mensen die de roep horen, ook onder ons. Die los laten wat ze daar, elders, aan leven hebben opgebouwd en bereid zijn dat op te geven om te verhuizen hier naar toe, naar deze gemeenschap en de weg van de goddelijke liefde te gaan, met alle onzekerheid die dat meebrengt. Ik heb respect voor hen.

Die oproep om alles los te laten geldt niet alleen voor jongeren die nog een groot deel van hun leven voor zich hebben, of voor mensen die pas begonnen zijn de weg van Jezus te volgen. Die oproep wordt vandaag ook tot ons gericht, die al geraakt zijn door Jezus en begonnen zijn aan die weg van de liefde. Wat wordt er dan tot ons gezegd? Toen ik de oproep hoorde: Aan één ding ontbreekt het je nog, voelde ik eerst een weerstand. Wat moet ik nu weer loslaten, wat is er dat mij tegen houdt om die weg van Jezus verder te gaan? Dat is misschien niet zo radicaal en toch.

Ik denk concreet bijvoorbeeld aan de veranderingen binnen de gemeenschap vanwege een nieuwe structuur. We worden uitgenodigd mee te gaan in de nieuwe dagteams, maar er is ook weerstand om de goede band met iemand zomaar los te laten en weer nieuwe contacten met anderen te maken. Ik denk ook aan onze samenleving, met nieuwe bepalingen vanuit het klimaatakkoord. We zullen grote veranderingen meemaken, en moeten gaan kiezen voor minder gas in onze woning en minder benzine voor de auto. Om tot de juiste houding te komen wordt van ons gevraagd een omslag te maken in denken en doen.

Hoe dan ook, ik denk dat het mogelijk is om de weerstand te doorbreken, onszelf te verliezen en in te gaan op de uitnodiging. Als die jongeman in de ogen van Jezus had gekeken en de liefde gevoeld, had hij die stap misschien kunnen maken. Of zoals op het eind Petrus kon zeggen: Wij hebben toch maar alles achter gelaten. Bidden wij om die geest van wijsheid.

Joh. 1, 6 – 8 + 19 – 28

Je weerstand doorbreken, onszelf verliezen en ingaan op de uitnodiging

Vorige week zondag hebben we al gehoord dat Jezus volgens het evangelie van Marcus op weg is naar Jeruzalem en dat hij, ondanks het lijden dat hem te wachten staat, trouw wil blijven aan zijn roeping. Dat is geen gemakkelijke weg, maar wel een radicale keuze. Iets van die radicaliteit horen we nu in het evangelie van vandaag.

In het begin van het verhaal komt er een jongeman naar Jezus toe en vraagt: Wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven? In die vraag hoor je een verlangen, een echt verlangen naar goed en rechtvaardig leven, of om het met de woorden van de eerste lezing te zeggen: een verlangen naar de geest van wijsheid die alles te boven gaat. Jezus geeft hem dan als antwoord de Tien Woorden, zoals Mozes die al heeft gegeven, en vooral wat hij moet doen tegenover zijn naaste: niet doden, geen echtbreuk plegen, niet stelen enz.

Dat op zich is dus al een goede richting: dat je leert als een goed mens te leven, in de juiste verhouding tot je medemens en tot God. Maar de jongeman deed dit al en zoekt een weg verder. Op dat moment kijkt Jezus hem liefdevol aan en zegt:
Aan één ding ontbreekt het je nog: ga verkopen al wat je bezit en geef hetaan de armen, en je zult een schat in de hemel hebben. Kom dan terug om mij te volgen.

Jezus roept hem op tot een keuze: enerzijds alles los te laten wat hij bezat en anderzijds te leren delen in de goddelijke liefde, die Jezus zelf present stelde. Dat is inderdaad een radicale keuze, die niet zomaar voor iedereen geldt, maar die Jezus hier persoonlijk tegen deze man richt. Jammer genoeg gaat hij er niet op in, omdat hij veel bezittingen heeft.

Op die keuze gaat het evangelie verder, wanneer Jezus spreekt tot zijn leerlingen. De jongeman was rijk en kwam er niet toe om alles te verkopen. Hij was bezet, bezeten. Jezus laat nu horen: Wat is het toch moeilijk voor een rijke om binnen te gaan in het koninkrijk van God. Wat is dat toch? We kennen die ervaring wel. Als je rijk bent en veel geld hebt om allerlei dingen te kopen, heb je ook macht tegenover andere mensen en trek je gemakkelijk veel vrienden aan. Je staat in feite zelf in het centrum. Hoe anders is het, als je je leven laat bepalen door een ander, als je bereid bent iemand te volgen die je inspireert. Dan gaat het om andere waarden, zoals solidariteit, rechtvaardigheid of gemeenschap. Jezus wijst erop hoe moeilijk het is, ja bijna onmogelijk, zeker als je rijk bent, om op die roep in te kunnen gaan. Toch zijn er mensen die de roep horen, ook onder ons. Die los laten wat ze daar, elders, aan leven hebben opgebouwd en bereid zijn dat op te geven om te verhuizen hier naar toe, naar deze gemeenschap en de weg van de goddelijke liefde te gaan, met alle onzekerheid die dat meebrengt. Ik heb respect voor hen.

Die oproep om alles los te laten geldt niet alleen voor jongeren die nog een groot deel van hun leven voor zich hebben, of voor mensen die pas begonnen zijn de weg van Jezus te volgen. Die oproep wordt vandaag ook tot ons gericht, die al geraakt zijn door Jezus en begonnen zijn aan die weg van de liefde. Wat wordt er dan tot ons gezegd? Toen ik de oproep hoorde: Aan één ding ontbreekt het je nog, voelde ik eerst een weerstand. Wat moet ik nu weer loslaten, wat is er dat mij tegen houdt om die weg van Jezus verder te gaan? Dat is misschien niet zo radicaal en toch.

Ik denk concreet bijvoorbeeld aan de veranderingen binnen de gemeenschap vanwege een nieuwe structuur. We worden uitgenodigd mee te gaan in de nieuwe dagteams, maar er is ook weerstand om de goede band met iemand zomaar los te laten en weer nieuwe contacten met anderen te maken. Ik denk ook aan onze samenleving, met nieuwe bepalingen vanuit het klimaatakkoord. We zullen grote veranderingen meemaken, en moeten gaan kiezen voor minder gas in onze woning en minder benzine voor de auto. Om tot de juiste houding te komen wordt van ons gevraagd een omslag te maken in denken en doen.

Hoe dan ook, ik denk dat het mogelijk is om de weerstand te doorbreken, onszelf te verliezen en in te gaan op de uitnodiging. Als die jongeman in de ogen van Jezus had gekeken en de liefde gevoeld, had hij die stap misschien kunnen maken. Of zoals op het eind Petrus kon zeggen: Wij hebben toch maar alles achter gelaten. Bidden wij om die geest van wijsheid.

Bevestiging Petra Speelman

Op zondag 6 december is ds. Petra Speelman in de Protestantse Kerk van Bergeijk bevestigd als predikant met een bijzondere opdracht als gastpredikant voor onze gemeenschap.

Zie onderstaande video voor de integrale uitzending van deze dienst.

Oecumenische Adventsvieringen in December

De pandemie ervaren we als een ‘donkere’ tijd van afwachten tot het voorbij is. De machteloosheid maakt ons onzeker. Zal het leven ooit weer zo worden als het was? Advent betekent dat het bijna Kerst is. We leven toe naar het doorbreken van Zijn Licht en bidden in de tussentijd om moed en uithoudingsvermogen. In de 3 oecumenische Adventsvieringen worden we bemoedigd op die weg.

Zie uit naar de Heer, houd moedig stand

Deze vieringen worden dit jaar gehouden, op 2, 9 en 16 december in de Protestantse kerk van Bergeijk, om 19:30 uur. Als je aanwezig wilt zijn kun je van te voren reserveren via kerkdienstenbergeijk@gmail.com.

De dienst zal ook in onze eigen kapel te volgen zijn via een livestream verbinding. Via de website van de Protestantse Gemeente Bergeijk www.pkn-bergeijk.nl kun je deze livestream ook thuis volgen.

De vieringen zijn voorbereid door de Protestantse Gemeente in Bergeijk, de Parochie Bernardus van Clairvaux, en door onze gemeenschap.

Vanuit de voorbereidingsgroep: ds. Matthijs de Vries en Petra Speelman

Heilige Nachten

Aan het begin van de advent, begint ook mijn voorbereiding op ons jaarlijks terugkerend programma van de Heilige Nachten. De periode van de Heilige Nachten begint in de nacht van 24 op 25 december, bij de geboorte van Christus en duurt tot 6 januari, de dag dat drie koningen uit het Oosten het Licht zagen. Deze periode verwijst naar ‘de Epifanie’ wat ‘openbaring’ betekent: een diep inwerkende en misschien nog verwarrende boodschap vanuit de spirituele dimensie. Driekoningen wordt ook wel het feest van de Epifanie genoemd. Deze koningen zagen de voortekenen van de geboorte van een nieuwe koning, groter dan zij. Hem wilden zij zien, ze trokken weg uit hun streek en mochten dit nieuwe Leven, noem het Licht, een pasgeboren baby, aanschouwen.  

De nachten van Kerstavond tot Driekoningen zijn de langste, donkerste en stilste nachten van het jaar. Hele geschikte nachten dus voor openbaringen. In ons programma zijn we erop uit om zó ontvankelijk te worden in die stille duisternis dat de boodschappen ons weten te bereiken. Als we wakker worden kunnen we uit de stroom van de vage en verwarrende gewaarwordingen de boodschap destilleren die voor ons bedoeld is. Ieder jaar opnieuw worden we door dit proces verrast en beloond voor de moeite die we deden. Precies zoals de drie Koningen zullen ook wij het Licht zien op 6 januari in onze slotbijeenkomst. Een nieuw leven dat in het komende jaar wil uitgroeien en ons, in de soms verwarrende omstandigheden, zal helpen koers te houden naar verwezenlijking van onze diepste verlangen.  

Meer informatie hierover vindt u in dit programmaoverzicht.

Mariek de Jong

Advent: Maak ruimte, Hij komt in ons bestaan

Met dit thema willen we in de komende weken leven en toeleven naar het feest van Kerst.
Een beweging die wij zullen maken opdat we Hem kunnen ontvangen in ons leven, in onszelf, in onze wereld. Hoe maken we ruimte? Wat ruim je op en waar doe je afstand van om ruimte te maken voor de Heer? In je leven, in je hart … Kan het open breken? Om licht binnen te laten… Vanuit de Schrift worden handreikingen gedaan die betekenis hebben in ons leven hier en nu.

Verbeelding​

In het midden van het liturgisch centrum zal een wereldbol staan met de Adventskaarsen in de 4 windrichtingen. De aarde en ons leven, kent chaos. De bron van licht wordt vaak afgedekt. Dit wordt verbeeld met stukken boomschors. 

Gaande de weken zal het licht echter steeds verder doorbreken, totdat we op Kerstavond het Licht mogen verwelkomen.

Van harte welkom in de vieringen.

Voor deelname aan de Lichtdienst op zaterdagavonden om 19.15 uur en de zondagsviering om 11.00 uur maken we gebruik van een intekenlijst en vragen we je om je aan te melden. 
Bellen kan dagelijks tussen 9.00-11.00, 15.00-16.00 en 20.00-21.00 uur op nummer 0497 551 720.

Ieder een gezegende adventstijd toegewenst

Aanmelden voor de vieringen

In onze vieringen is volgens de richtlijn van de overheid en kerken plaats voor maximaal 30 personen. 

Voor deelname aan de Lichtdienst op zaterdagavond om 19.15 uur en de zondagsviering om 11.00 uur gebruiken wij een intekenlijst. Wil je een van deze vieringen bijwonen dan vragen wij je om je hiervoor aan te melden zodat we je naam op de lijst kunnen zetten. Voor de andere vieringen is dat niet nodig omdat we dan met minder dan 30 personen bij elkaar zijn.

Bellen kan dagelijks tussen 9.00-11.00, 15.00-16.00 en 20.00-21.00 uur op nummer 0497 551 720.

Facebook-pagina weer met nieuw elan!

We blijven graag in verbinding met ons netwerk, juist nu we door de omstandigheden van de tijd, zovelen niet kunnen ontvangen en ontmoeten.

De werkgroep publiciteit heeft daarom ook de Facebook pagina weer nieuw leven ingeblazen. Regelmatig komen er nu berichten over hoe het de gemeenschap vergaat, waar we mee bezig zijn, inspirerende artikelen over mensen en dingen die ons op dit moment bezig houden. De redactie is ook volop bezig met nieuwe inhoud onder meer over de tijd in het kerkelijk jaar. Met zowel lichtvoetige als inhoudelijke berichten proberen we het leuk en inspirerend voor je te maken om ons te volgen op onze Facebook pagina. 

Kijk eens op Gemeenschap De Hooge Berkt, volg ons, en like ons! Binnenkort kun je ook meepraten op de Facebook community van De Gemeenschap de Hooge Berkt. Hiermee heb je dus ook interactie mogelijkheid!

Stuur ons graag alvast ideeën en tips wat je graag zou willen lezen om in contact te blijven.
Je kunt ons bereiken op het mailadres penc@hoogeberkt.nl.

Wegafsluiting Hooge Berkt

Het is de bedoeling dat in 2021 een deel van de Hooge Berkt, de straat waaraan de Gemeenschap de Hooge Berkt te vinden is, fietspad wordt met ruimte voor bestemmingsverkeer. 

In verband met de voorbereidende werkzaamheden in het grote herstructureringsplan is het westelijke deel van de Hooge Berkt een paar weken afgesloten. De gemeenschap, Hooge Berkt 16 en de nabij gelegen woningen blijven vanaf de kant van het dorp bereikbaar.

Op adem komen na verlies

‘Het kabinet wil gezamenlijk stil staan bij de gevolgen van de coronacrisis, en trapt op 6 oktober een periode af waarin we als Nederlanders ‘aandacht voor elkaar’ hebben’.

Hoe belangrijk aandacht is voor de ander onderschrijft Heleen als verlies- en rouwtherapeute en lid van de Hooge Berkt gemeenschap. Haar aanbod: ‘Op adem komen na verlies‘ is een nieuwe activiteit in het programma aanbod van De Hooge Berkt Gemeenschap. Dit aanbod beantwoordt aan een behoefte gezien het feit dat er al verschillende gasten voor deze begeleiding geweest zijn of zich gemeld hebben voor een begeleiding in de komende weken.

Heleen heeft met de deelnemers elke dag een gesprek waar met name de vraag centraal staat: ‘Hoe staat het met je ziel na dat wat je hebt meegemaakt? En wat heeft je ziel vandaag voor zorg of aandacht nodig?’ Er gebeurt heel veel in korte tijd omdat iemand zich even kan en mag focussen op het eigen proces.

Heleen heeft in haar eigen leven geleerd wat ze ook ervaart in haar begeleidingsprocessen namelijk dat ‘aandacht’ de hefboom tot verandering is. Gebeurtenissen zijn niet meer te veranderen maar wel de manier waarop je ermee omgaat. Dat kan als er een warm en liefdevol licht op mag schijnen. Alleen dan kan er iets nieuws geboren worden. Het is de weg tot heling en innerlijke groei.
Het is kostbaar dat wij als gemeenschap met elkaar hier een gastvrije bedding

Heleen: “Zie je het even niet meer zitten, geef het aandacht en vraag aandacht voor dát waar je mee zit…”

Een heilige op het bankje bij de kapel

Tijdens de vredesweek stond er een donkere heilige in een plastic nis op het bankje bij de kapel. Niemand weet wie zij is of waar zij vandaan komt. 

De donkere madonna werd gevonden bij de dump. Haar onderdak en voetstuk werden daarna gemaakt van restmateriaal, gevonden in de Gulden Driehoek. Bij het maken van de plastic nis kwamen herinneringen boven aan de door illegalen gebouwde plastic kapel in de Jungle van Sangatte bij Calais van een paar jaar geleden. De gammele kapel van deze niet gewenste mensen stond daar als indringend teken van Hoop, Geloof en Liefde in de meest onbeschermde en mensonterende omstandigheden. Stand houden als je wordt veracht. 

Maria in haar plastic onderkomen staat symbool voor de kwetsbare vreemdeling(e) en roept op betrokken en verbonden te blijven met hen, die zo moeten leven, waar ook ter wereld. Het leek ons een passend beeld bij de kapel in de vredesweek. Ondertussen heeft Maria een onderkomen gevonden bij een van de leden thuis in de tuin.

Vredesweek 2020

Van 19 t/m 27 september is het de nationale vredesweek, een actieweek georganiseerd door PAX die dit al meer dan 50 jaar initieert. 

Door de werkgroep liturgie zijn er teksten en gebeden voorbereid voor de vieringen op zondag en door de week. Vooraan In de kapel ligt de regenboogdoek en op de beide zondagen worden de regenboogkaarsen ontstoken. Zo sluiten wij als gemeenschap op onze eigen manier biddend en in stilte aan bij de vredesweek en het verlangen naar vrede tussen mensen en vrede in de wereld.

Op bezoek in de Achelse kluis

Vanuit de gedachte dat we als leefgemeenschappen elkaars ‘buren’ zijn hebben enkele leden van de Hooge Berkt gemeenschap op 3 september jl. een bezoek gebracht aan de nieuwe katholieke gemeenschap Fazenda die in 2018 in de Achelse kluis haar intrek heeft genomen. 

Aan tafel met de andere huisgenoten vertelde begeleider Jan over het ontstaan van de gemeenschap Fazenda da Esperança: boerderij van de hoop. Hoe het ooit was begonnen met een impuls van frère Hans, een Duitse Franciscaanse missionaris die een Braziliaanse straat-vriend in huis te nam en hielp om van zijn drugsverslaving af te komen. Nu, in 2020 zijn er wereldwijd 140 huizen, families van hoop, waar verslaafden een veilige bedding vinden om van hun verslaving te genezen. Zij leven van giften en wat zij zelf aan inkomsten genereren. Wij waren onder de indruk van de warme ontvangst en het persoonlijke getuigenis van Jan Cosemans. De huisgenoten van Fazenda zien er naar uit om ons in Bergeijk een tegenbezoek te brengen. Wordt vervolgd.

Voor wie nader wil kennismaken met deze gemeenschap is er elke zondagmiddag een open ontvangst in de refter van de Fazenda van 15.00 – 17.00 uur. Gasten zijn ook welkom bij de eucharistieviering op woensdag om 17.30 uur en zondag om 17.00 uur. Meer weten: www.achelsekluis.org/nl/fazenda-da-esperanca

Joke, Sybe en Jules

‘God lezen in het alledaagse leven’; zet je eerste stappen als pelgrim!

De Gemeenschap de Hooge Berkt organiseert een stiltedag op 12 september. De werkgroep contemplatieve spiritualiteit onder leiding van Lilla Travaille, gaf deze dag het thema ‘stilte’ mee. De stilte nodigt uit om met alle zintuigen betrokken en opmerkzaam aanwezig te zijn. De handreikingen die je meekrijgt dienen om te groeien in de gevoeligheid voor de aanwezigheid van jezelf, de ander en van de Eeuwige. 

Het programma begint om 9.30 met een kennismaking en uitleg van de dag. Er is dan een stiltewandeling in de omliggende bossen en velden. Je kunt vervolgens als je wilt een schriftgesprek volgen. Daarna is er een lunchpauze.

Hierna volgt een contemplatieve meditatie in de kapel. Programma is dan afgelopen na een deelrond onder de deelnemers; het is dan ongeveer 15.00 uur.

Benodigdheden: wandelschoenen voor de stiltewandeling en warme kleding/sokken tijdens de meditaties in de kapel. De kosten voor de dag voor lunch en koffie zijn € 15 p.p. Wil je meer weten van deze bijzondere en laagdrempelige dag? Lees dan hier verder.

Zomer, vakantie, stilte

Fijne vakantie allemaal! Wij  genieten van het mooie Brabantse land en van onze prachtige tuin! Ja en we hebben binnenkort weer veel nieuw gastenaanbod!

En: je bent altijd welkom op de koffie.

We zijn jarig: 53 jaar!

Op 9 juli vierden we de officiële geboortedag van onze gemeenschap. In 1967 werd het startschot gegeven van een voortdurende ontdekkingstocht in samenleven. 

Vandaag bracht iedereen een eigen bloem mee, om zo de veelkleurigheid van onze gemeenschap vorm te geven.

Joh. 3, 16 – 18

Je weerstand doorbreken, onszelf verliezen en ingaan op de uitnodiging

Vorige week zondag hebben we al gehoord dat Jezus volgens het evangelie van Marcus op weg is naar Jeruzalem en dat hij, ondanks het lijden dat hem te wachten staat, trouw wil blijven aan zijn roeping. Dat is geen gemakkelijke weg, maar wel een radicale keuze. Iets van die radicaliteit horen we nu in het evangelie van vandaag.

In het begin van het verhaal komt er een jongeman naar Jezus toe en vraagt: Wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven? In die vraag hoor je een verlangen, een echt verlangen naar goed en rechtvaardig leven, of om het met de woorden van de eerste lezing te zeggen: een verlangen naar de geest van wijsheid die alles te boven gaat. Jezus geeft hem dan als antwoord de Tien Woorden, zoals Mozes die al heeft gegeven, en vooral wat hij moet doen tegenover zijn naaste: niet doden, geen echtbreuk plegen, niet stelen enz.

Dat op zich is dus al een goede richting: dat je leert als een goed mens te leven, in de juiste verhouding tot je medemens en tot God. Maar de jongeman deed dit al en zoekt een weg verder. Op dat moment kijkt Jezus hem liefdevol aan en zegt:
Aan één ding ontbreekt het je nog: ga verkopen al wat je bezit en geef hetaan de armen, en je zult een schat in de hemel hebben. Kom dan terug om mij te volgen.

Jezus roept hem op tot een keuze: enerzijds alles los te laten wat hij bezat en anderzijds te leren delen in de goddelijke liefde, die Jezus zelf present stelde. Dat is inderdaad een radicale keuze, die niet zomaar voor iedereen geldt, maar die Jezus hier persoonlijk tegen deze man richt. Jammer genoeg gaat hij er niet op in, omdat hij veel bezittingen heeft.

Op die keuze gaat het evangelie verder, wanneer Jezus spreekt tot zijn leerlingen. De jongeman was rijk en kwam er niet toe om alles te verkopen. Hij was bezet, bezeten. Jezus laat nu horen: Wat is het toch moeilijk voor een rijke om binnen te gaan in het koninkrijk van God. Wat is dat toch? We kennen die ervaring wel. Als je rijk bent en veel geld hebt om allerlei dingen te kopen, heb je ook macht tegenover andere mensen en trek je gemakkelijk veel vrienden aan. Je staat in feite zelf in het centrum. Hoe anders is het, als je je leven laat bepalen door een ander, als je bereid bent iemand te volgen die je inspireert. Dan gaat het om andere waarden, zoals solidariteit, rechtvaardigheid of gemeenschap. Jezus wijst erop hoe moeilijk het is, ja bijna onmogelijk, zeker als je rijk bent, om op die roep in te kunnen gaan. Toch zijn er mensen die de roep horen, ook onder ons. Die los laten wat ze daar, elders, aan leven hebben opgebouwd en bereid zijn dat op te geven om te verhuizen hier naar toe, naar deze gemeenschap en de weg van de goddelijke liefde te gaan, met alle onzekerheid die dat meebrengt. Ik heb respect voor hen.

Die oproep om alles los te laten geldt niet alleen voor jongeren die nog een groot deel van hun leven voor zich hebben, of voor mensen die pas begonnen zijn de weg van Jezus te volgen. Die oproep wordt vandaag ook tot ons gericht, die al geraakt zijn door Jezus en begonnen zijn aan die weg van de liefde. Wat wordt er dan tot ons gezegd? Toen ik de oproep hoorde: Aan één ding ontbreekt het je nog, voelde ik eerst een weerstand. Wat moet ik nu weer loslaten, wat is er dat mij tegen houdt om die weg van Jezus verder te gaan? Dat is misschien niet zo radicaal en toch.

Ik denk concreet bijvoorbeeld aan de veranderingen binnen de gemeenschap vanwege een nieuwe structuur. We worden uitgenodigd mee te gaan in de nieuwe dagteams, maar er is ook weerstand om de goede band met iemand zomaar los te laten en weer nieuwe contacten met anderen te maken. Ik denk ook aan onze samenleving, met nieuwe bepalingen vanuit het klimaatakkoord. We zullen grote veranderingen meemaken, en moeten gaan kiezen voor minder gas in onze woning en minder benzine voor de auto. Om tot de juiste houding te komen wordt van ons gevraagd een omslag te maken in denken en doen.

Hoe dan ook, ik denk dat het mogelijk is om de weerstand te doorbreken, onszelf te verliezen en in te gaan op de uitnodiging. Als die jongeman in de ogen van Jezus had gekeken en de liefde gevoeld, had hij die stap misschien kunnen maken. Of zoals op het eind Petrus kon zeggen: Wij hebben toch maar alles achter gelaten. Bidden wij om die geest van wijsheid.

Viering Pinksteren

Voor het eerst in de geschiedenis van Gemeenschap De Hooge Berkt zijn er in de Goede Week en de periode tot Pinksteren geen openbare vieringen in onze Gulden Driehoek: kapel, ontvangstruimte en eetzaal. We zoeken wereldwijd naar nieuwe mogelijkheden van verbinding. In onze gemeenschap hebben we besloten om met een kleine groep deze periode op een eenvoudige wijze te vieren (met inachtneming van de richtlijnen inzake Covid-19) en de opnames openbaar ter beschikking te stellen. Zo kunt u, die dit leest, met ons meevieren. We hopen en bidden dat we elkaar weer in goede gezondheid in de Gulden Driehoek mogen ontmoeten.

De gehouden overweging kunt u ook hier nalezen.

Joh. 20, 19 – 23

Je weerstand doorbreken, onszelf verliezen en ingaan op de uitnodiging

Vorige week zondag hebben we al gehoord dat Jezus volgens het evangelie van Marcus op weg is naar Jeruzalem en dat hij, ondanks het lijden dat hem te wachten staat, trouw wil blijven aan zijn roeping. Dat is geen gemakkelijke weg, maar wel een radicale keuze. Iets van die radicaliteit horen we nu in het evangelie van vandaag.

In het begin van het verhaal komt er een jongeman naar Jezus toe en vraagt: Wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven? In die vraag hoor je een verlangen, een echt verlangen naar goed en rechtvaardig leven, of om het met de woorden van de eerste lezing te zeggen: een verlangen naar de geest van wijsheid die alles te boven gaat. Jezus geeft hem dan als antwoord de Tien Woorden, zoals Mozes die al heeft gegeven, en vooral wat hij moet doen tegenover zijn naaste: niet doden, geen echtbreuk plegen, niet stelen enz.

Dat op zich is dus al een goede richting: dat je leert als een goed mens te leven, in de juiste verhouding tot je medemens en tot God. Maar de jongeman deed dit al en zoekt een weg verder. Op dat moment kijkt Jezus hem liefdevol aan en zegt:
Aan één ding ontbreekt het je nog: ga verkopen al wat je bezit en geef hetaan de armen, en je zult een schat in de hemel hebben. Kom dan terug om mij te volgen.

Jezus roept hem op tot een keuze: enerzijds alles los te laten wat hij bezat en anderzijds te leren delen in de goddelijke liefde, die Jezus zelf present stelde. Dat is inderdaad een radicale keuze, die niet zomaar voor iedereen geldt, maar die Jezus hier persoonlijk tegen deze man richt. Jammer genoeg gaat hij er niet op in, omdat hij veel bezittingen heeft.

Op die keuze gaat het evangelie verder, wanneer Jezus spreekt tot zijn leerlingen. De jongeman was rijk en kwam er niet toe om alles te verkopen. Hij was bezet, bezeten. Jezus laat nu horen: Wat is het toch moeilijk voor een rijke om binnen te gaan in het koninkrijk van God. Wat is dat toch? We kennen die ervaring wel. Als je rijk bent en veel geld hebt om allerlei dingen te kopen, heb je ook macht tegenover andere mensen en trek je gemakkelijk veel vrienden aan. Je staat in feite zelf in het centrum. Hoe anders is het, als je je leven laat bepalen door een ander, als je bereid bent iemand te volgen die je inspireert. Dan gaat het om andere waarden, zoals solidariteit, rechtvaardigheid of gemeenschap. Jezus wijst erop hoe moeilijk het is, ja bijna onmogelijk, zeker als je rijk bent, om op die roep in te kunnen gaan. Toch zijn er mensen die de roep horen, ook onder ons. Die los laten wat ze daar, elders, aan leven hebben opgebouwd en bereid zijn dat op te geven om te verhuizen hier naar toe, naar deze gemeenschap en de weg van de goddelijke liefde te gaan, met alle onzekerheid die dat meebrengt. Ik heb respect voor hen.

Die oproep om alles los te laten geldt niet alleen voor jongeren die nog een groot deel van hun leven voor zich hebben, of voor mensen die pas begonnen zijn de weg van Jezus te volgen. Die oproep wordt vandaag ook tot ons gericht, die al geraakt zijn door Jezus en begonnen zijn aan die weg van de liefde. Wat wordt er dan tot ons gezegd? Toen ik de oproep hoorde: Aan één ding ontbreekt het je nog, voelde ik eerst een weerstand. Wat moet ik nu weer loslaten, wat is er dat mij tegen houdt om die weg van Jezus verder te gaan? Dat is misschien niet zo radicaal en toch.

Ik denk concreet bijvoorbeeld aan de veranderingen binnen de gemeenschap vanwege een nieuwe structuur. We worden uitgenodigd mee te gaan in de nieuwe dagteams, maar er is ook weerstand om de goede band met iemand zomaar los te laten en weer nieuwe contacten met anderen te maken. Ik denk ook aan onze samenleving, met nieuwe bepalingen vanuit het klimaatakkoord. We zullen grote veranderingen meemaken, en moeten gaan kiezen voor minder gas in onze woning en minder benzine voor de auto. Om tot de juiste houding te komen wordt van ons gevraagd een omslag te maken in denken en doen.

Hoe dan ook, ik denk dat het mogelijk is om de weerstand te doorbreken, onszelf te verliezen en in te gaan op de uitnodiging. Als die jongeman in de ogen van Jezus had gekeken en de liefde gevoeld, had hij die stap misschien kunnen maken. Of zoals op het eind Petrus kon zeggen: Wij hebben toch maar alles achter gelaten. Bidden wij om die geest van wijsheid.

Onze eerste Postzegel

De eerste postzegel van onze Gemeenschap is een feit!

Heeft u de postzegel al gezien? 

De postzegel heeft weliswaar geen enkele officieel erkende waarde in het Nederlands postverkeer, maar onderons is zij van ongekende waarde:   

  • Een postzegel, of je hem nu likt of plakt, staat symbool voor het vertrouwen in communicatie dat jouw bericht aankomt. Het staat voor verlangen, verbinding en de helende kracht van onze gemeenschap! Hier ben ik! Met de Pinksterwens van het bestuur aan de leden en de geregistreerde vrienden omlijst deze zegel de boodschap van bemoediging en verbond!
  • Een postzegel kun je alleen maar uitbrengen als je statuur hebt, met andere woorden dat je iets moois hebt opgebouwd waar je trots en dankbaar voor bent.

Daarom staat deze postzegel voor de vreugde van de verbindingen die onze statuur ons brengt in meer dan 50 jaar gemeenschap:

  • De waarde: 1 Gulden Driehoek Δ, met dank aan de bedenker van de naam van onze gemeenschappelijke plek, De Gulden Driehoek, Jan Renkema!
  • Het bloemetje, gefotografeerd in onze eigen Gulden Driehoek, is het klein bescheiden helder blauwe Vergeet-me-nietje. Zo weet je dat je niet wordt vergeten.

Glimlach om deze zegel en zie het maar als een medaille voor jarenlange inzet, trouw en verbinding.

Met een knipoog,

Publiciteit & Communicatie

Viering zevende zondag van Pasen

Voor het eerst in de geschiedenis van Gemeenschap De Hooge Berkt zijn er in de Goede Week en de periode tot Pinksteren geen openbare vieringen in onze Gulden Driehoek: kapel, ontvangstruimte en eetzaal. We zoeken wereldwijd naar nieuwe mogelijkheden van verbinding. In onze gemeenschap hebben we besloten om met een kleine groep deze periode op een eenvoudige wijze te vieren (met inachtneming van de richtlijnen inzake Covid-19) en de opnames openbaar ter beschikking te stellen. Zo kunt u, die dit leest, met ons meevieren. We hopen en bidden dat we elkaar weer in goede gezondheid in de Gulden Driehoek mogen ontmoeten.

De gehouden overweging kunt u ook hier nalezen.

Joh. 17, 1 – 11

Je weerstand doorbreken, onszelf verliezen en ingaan op de uitnodiging

Vorige week zondag hebben we al gehoord dat Jezus volgens het evangelie van Marcus op weg is naar Jeruzalem en dat hij, ondanks het lijden dat hem te wachten staat, trouw wil blijven aan zijn roeping. Dat is geen gemakkelijke weg, maar wel een radicale keuze. Iets van die radicaliteit horen we nu in het evangelie van vandaag.

In het begin van het verhaal komt er een jongeman naar Jezus toe en vraagt: Wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven? In die vraag hoor je een verlangen, een echt verlangen naar goed en rechtvaardig leven, of om het met de woorden van de eerste lezing te zeggen: een verlangen naar de geest van wijsheid die alles te boven gaat. Jezus geeft hem dan als antwoord de Tien Woorden, zoals Mozes die al heeft gegeven, en vooral wat hij moet doen tegenover zijn naaste: niet doden, geen echtbreuk plegen, niet stelen enz.

Dat op zich is dus al een goede richting: dat je leert als een goed mens te leven, in de juiste verhouding tot je medemens en tot God. Maar de jongeman deed dit al en zoekt een weg verder. Op dat moment kijkt Jezus hem liefdevol aan en zegt:
Aan één ding ontbreekt het je nog: ga verkopen al wat je bezit en geef hetaan de armen, en je zult een schat in de hemel hebben. Kom dan terug om mij te volgen.

Jezus roept hem op tot een keuze: enerzijds alles los te laten wat hij bezat en anderzijds te leren delen in de goddelijke liefde, die Jezus zelf present stelde. Dat is inderdaad een radicale keuze, die niet zomaar voor iedereen geldt, maar die Jezus hier persoonlijk tegen deze man richt. Jammer genoeg gaat hij er niet op in, omdat hij veel bezittingen heeft.

Op die keuze gaat het evangelie verder, wanneer Jezus spreekt tot zijn leerlingen. De jongeman was rijk en kwam er niet toe om alles te verkopen. Hij was bezet, bezeten. Jezus laat nu horen: Wat is het toch moeilijk voor een rijke om binnen te gaan in het koninkrijk van God. Wat is dat toch? We kennen die ervaring wel. Als je rijk bent en veel geld hebt om allerlei dingen te kopen, heb je ook macht tegenover andere mensen en trek je gemakkelijk veel vrienden aan. Je staat in feite zelf in het centrum. Hoe anders is het, als je je leven laat bepalen door een ander, als je bereid bent iemand te volgen die je inspireert. Dan gaat het om andere waarden, zoals solidariteit, rechtvaardigheid of gemeenschap. Jezus wijst erop hoe moeilijk het is, ja bijna onmogelijk, zeker als je rijk bent, om op die roep in te kunnen gaan. Toch zijn er mensen die de roep horen, ook onder ons. Die los laten wat ze daar, elders, aan leven hebben opgebouwd en bereid zijn dat op te geven om te verhuizen hier naar toe, naar deze gemeenschap en de weg van de goddelijke liefde te gaan, met alle onzekerheid die dat meebrengt. Ik heb respect voor hen.

Die oproep om alles los te laten geldt niet alleen voor jongeren die nog een groot deel van hun leven voor zich hebben, of voor mensen die pas begonnen zijn de weg van Jezus te volgen. Die oproep wordt vandaag ook tot ons gericht, die al geraakt zijn door Jezus en begonnen zijn aan die weg van de liefde. Wat wordt er dan tot ons gezegd? Toen ik de oproep hoorde: Aan één ding ontbreekt het je nog, voelde ik eerst een weerstand. Wat moet ik nu weer loslaten, wat is er dat mij tegen houdt om die weg van Jezus verder te gaan? Dat is misschien niet zo radicaal en toch.

Ik denk concreet bijvoorbeeld aan de veranderingen binnen de gemeenschap vanwege een nieuwe structuur. We worden uitgenodigd mee te gaan in de nieuwe dagteams, maar er is ook weerstand om de goede band met iemand zomaar los te laten en weer nieuwe contacten met anderen te maken. Ik denk ook aan onze samenleving, met nieuwe bepalingen vanuit het klimaatakkoord. We zullen grote veranderingen meemaken, en moeten gaan kiezen voor minder gas in onze woning en minder benzine voor de auto. Om tot de juiste houding te komen wordt van ons gevraagd een omslag te maken in denken en doen.

Hoe dan ook, ik denk dat het mogelijk is om de weerstand te doorbreken, onszelf te verliezen en in te gaan op de uitnodiging. Als die jongeman in de ogen van Jezus had gekeken en de liefde gevoeld, had hij die stap misschien kunnen maken. Of zoals op het eind Petrus kon zeggen: Wij hebben toch maar alles achter gelaten. Bidden wij om die geest van wijsheid.

Viering Hemelvaart

Voor het eerst in de geschiedenis van Gemeenschap De Hooge Berkt zijn er in de Goede Week en de periode tot Pinksteren geen openbare vieringen in onze Gulden Driehoek: kapel, ontvangstruimte en eetzaal. We zoeken wereldwijd naar nieuwe mogelijkheden van verbinding. In onze gemeenschap hebben we besloten om met een kleine groep deze periode op een eenvoudige wijze te vieren (met inachtneming van de richtlijnen inzake Covid-19) en de opnames openbaar ter beschikking te stellen. Zo kunt u, die dit leest, met ons meevieren. We hopen en bidden dat we elkaar weer in goede gezondheid in de Gulden Driehoek mogen ontmoeten.

De gehouden overweging kunt u hier nalezen.

Viering zesde zondag van Pasen

Voor het eerst in de geschiedenis van Gemeenschap De Hooge Berkt zijn er in de Goede Week en de periode tot Pinksteren geen openbare vieringen in onze Gulden Driehoek: kapel, ontvangstruimte en eetzaal. We zoeken wereldwijd naar nieuwe mogelijkheden van verbinding. In onze gemeenschap hebben we besloten om met een kleine groep deze periode op een eenvoudige wijze te vieren (met inachtneming van de richtlijnen inzake Covid-19) en de opnames openbaar ter beschikking te stellen. Zo kunt u, die dit leest, met ons meevieren. We hopen en bidden dat we elkaar weer in goede gezondheid in de Gulden Driehoek mogen ontmoeten.

Foto: Merel den Daas

De gehouden overweging kunt u ook hier nalezen.

Joh. 14, 15 – 21

Je weerstand doorbreken, onszelf verliezen en ingaan op de uitnodiging

Vorige week zondag hebben we al gehoord dat Jezus volgens het evangelie van Marcus op weg is naar Jeruzalem en dat hij, ondanks het lijden dat hem te wachten staat, trouw wil blijven aan zijn roeping. Dat is geen gemakkelijke weg, maar wel een radicale keuze. Iets van die radicaliteit horen we nu in het evangelie van vandaag.

In het begin van het verhaal komt er een jongeman naar Jezus toe en vraagt: Wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven? In die vraag hoor je een verlangen, een echt verlangen naar goed en rechtvaardig leven, of om het met de woorden van de eerste lezing te zeggen: een verlangen naar de geest van wijsheid die alles te boven gaat. Jezus geeft hem dan als antwoord de Tien Woorden, zoals Mozes die al heeft gegeven, en vooral wat hij moet doen tegenover zijn naaste: niet doden, geen echtbreuk plegen, niet stelen enz.

Dat op zich is dus al een goede richting: dat je leert als een goed mens te leven, in de juiste verhouding tot je medemens en tot God. Maar de jongeman deed dit al en zoekt een weg verder. Op dat moment kijkt Jezus hem liefdevol aan en zegt:
Aan één ding ontbreekt het je nog: ga verkopen al wat je bezit en geef hetaan de armen, en je zult een schat in de hemel hebben. Kom dan terug om mij te volgen.

Jezus roept hem op tot een keuze: enerzijds alles los te laten wat hij bezat en anderzijds te leren delen in de goddelijke liefde, die Jezus zelf present stelde. Dat is inderdaad een radicale keuze, die niet zomaar voor iedereen geldt, maar die Jezus hier persoonlijk tegen deze man richt. Jammer genoeg gaat hij er niet op in, omdat hij veel bezittingen heeft.

Op die keuze gaat het evangelie verder, wanneer Jezus spreekt tot zijn leerlingen. De jongeman was rijk en kwam er niet toe om alles te verkopen. Hij was bezet, bezeten. Jezus laat nu horen: Wat is het toch moeilijk voor een rijke om binnen te gaan in het koninkrijk van God. Wat is dat toch? We kennen die ervaring wel. Als je rijk bent en veel geld hebt om allerlei dingen te kopen, heb je ook macht tegenover andere mensen en trek je gemakkelijk veel vrienden aan. Je staat in feite zelf in het centrum. Hoe anders is het, als je je leven laat bepalen door een ander, als je bereid bent iemand te volgen die je inspireert. Dan gaat het om andere waarden, zoals solidariteit, rechtvaardigheid of gemeenschap. Jezus wijst erop hoe moeilijk het is, ja bijna onmogelijk, zeker als je rijk bent, om op die roep in te kunnen gaan. Toch zijn er mensen die de roep horen, ook onder ons. Die los laten wat ze daar, elders, aan leven hebben opgebouwd en bereid zijn dat op te geven om te verhuizen hier naar toe, naar deze gemeenschap en de weg van de goddelijke liefde te gaan, met alle onzekerheid die dat meebrengt. Ik heb respect voor hen.

Die oproep om alles los te laten geldt niet alleen voor jongeren die nog een groot deel van hun leven voor zich hebben, of voor mensen die pas begonnen zijn de weg van Jezus te volgen. Die oproep wordt vandaag ook tot ons gericht, die al geraakt zijn door Jezus en begonnen zijn aan die weg van de liefde. Wat wordt er dan tot ons gezegd? Toen ik de oproep hoorde: Aan één ding ontbreekt het je nog, voelde ik eerst een weerstand. Wat moet ik nu weer loslaten, wat is er dat mij tegen houdt om die weg van Jezus verder te gaan? Dat is misschien niet zo radicaal en toch.

Ik denk concreet bijvoorbeeld aan de veranderingen binnen de gemeenschap vanwege een nieuwe structuur. We worden uitgenodigd mee te gaan in de nieuwe dagteams, maar er is ook weerstand om de goede band met iemand zomaar los te laten en weer nieuwe contacten met anderen te maken. Ik denk ook aan onze samenleving, met nieuwe bepalingen vanuit het klimaatakkoord. We zullen grote veranderingen meemaken, en moeten gaan kiezen voor minder gas in onze woning en minder benzine voor de auto. Om tot de juiste houding te komen wordt van ons gevraagd een omslag te maken in denken en doen.

Hoe dan ook, ik denk dat het mogelijk is om de weerstand te doorbreken, onszelf te verliezen en in te gaan op de uitnodiging. Als die jongeman in de ogen van Jezus had gekeken en de liefde gevoeld, had hij die stap misschien kunnen maken. Of zoals op het eind Petrus kon zeggen: Wij hebben toch maar alles achter gelaten. Bidden wij om die geest van wijsheid.

Viering vijfde zondag van Pasen

Voor het eerst in de geschiedenis van Gemeenschap De Hooge Berkt zijn er in de Goede Week en de periode tot Pinksteren geen openbare vieringen in onze Gulden Driehoek: kapel, ontvangstruimte en eetzaal. We zoeken wereldwijd naar nieuwe mogelijkheden van verbinding. In onze gemeenschap hebben we besloten om met een kleine groep deze periode op een eenvoudige wijze te vieren (met inachtneming van de richtlijnen inzake Covid-19) en de opnames openbaar ter beschikking te stellen. Zo kunt u, die dit leest, met ons meevieren. We hopen en bidden dat we elkaar weer in goede gezondheid in de Gulden Driehoek mogen ontmoeten.

De gehouden overweging kunt u ook hier nalezen.

Joh. 14, 1 – 12

Je weerstand doorbreken, onszelf verliezen en ingaan op de uitnodiging

Vorige week zondag hebben we al gehoord dat Jezus volgens het evangelie van Marcus op weg is naar Jeruzalem en dat hij, ondanks het lijden dat hem te wachten staat, trouw wil blijven aan zijn roeping. Dat is geen gemakkelijke weg, maar wel een radicale keuze. Iets van die radicaliteit horen we nu in het evangelie van vandaag.

In het begin van het verhaal komt er een jongeman naar Jezus toe en vraagt: Wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven? In die vraag hoor je een verlangen, een echt verlangen naar goed en rechtvaardig leven, of om het met de woorden van de eerste lezing te zeggen: een verlangen naar de geest van wijsheid die alles te boven gaat. Jezus geeft hem dan als antwoord de Tien Woorden, zoals Mozes die al heeft gegeven, en vooral wat hij moet doen tegenover zijn naaste: niet doden, geen echtbreuk plegen, niet stelen enz.

Dat op zich is dus al een goede richting: dat je leert als een goed mens te leven, in de juiste verhouding tot je medemens en tot God. Maar de jongeman deed dit al en zoekt een weg verder. Op dat moment kijkt Jezus hem liefdevol aan en zegt:
Aan één ding ontbreekt het je nog: ga verkopen al wat je bezit en geef hetaan de armen, en je zult een schat in de hemel hebben. Kom dan terug om mij te volgen.

Jezus roept hem op tot een keuze: enerzijds alles los te laten wat hij bezat en anderzijds te leren delen in de goddelijke liefde, die Jezus zelf present stelde. Dat is inderdaad een radicale keuze, die niet zomaar voor iedereen geldt, maar die Jezus hier persoonlijk tegen deze man richt. Jammer genoeg gaat hij er niet op in, omdat hij veel bezittingen heeft.

Op die keuze gaat het evangelie verder, wanneer Jezus spreekt tot zijn leerlingen. De jongeman was rijk en kwam er niet toe om alles te verkopen. Hij was bezet, bezeten. Jezus laat nu horen: Wat is het toch moeilijk voor een rijke om binnen te gaan in het koninkrijk van God. Wat is dat toch? We kennen die ervaring wel. Als je rijk bent en veel geld hebt om allerlei dingen te kopen, heb je ook macht tegenover andere mensen en trek je gemakkelijk veel vrienden aan. Je staat in feite zelf in het centrum. Hoe anders is het, als je je leven laat bepalen door een ander, als je bereid bent iemand te volgen die je inspireert. Dan gaat het om andere waarden, zoals solidariteit, rechtvaardigheid of gemeenschap. Jezus wijst erop hoe moeilijk het is, ja bijna onmogelijk, zeker als je rijk bent, om op die roep in te kunnen gaan. Toch zijn er mensen die de roep horen, ook onder ons. Die los laten wat ze daar, elders, aan leven hebben opgebouwd en bereid zijn dat op te geven om te verhuizen hier naar toe, naar deze gemeenschap en de weg van de goddelijke liefde te gaan, met alle onzekerheid die dat meebrengt. Ik heb respect voor hen.

Die oproep om alles los te laten geldt niet alleen voor jongeren die nog een groot deel van hun leven voor zich hebben, of voor mensen die pas begonnen zijn de weg van Jezus te volgen. Die oproep wordt vandaag ook tot ons gericht, die al geraakt zijn door Jezus en begonnen zijn aan die weg van de liefde. Wat wordt er dan tot ons gezegd? Toen ik de oproep hoorde: Aan één ding ontbreekt het je nog, voelde ik eerst een weerstand. Wat moet ik nu weer loslaten, wat is er dat mij tegen houdt om die weg van Jezus verder te gaan? Dat is misschien niet zo radicaal en toch.

Ik denk concreet bijvoorbeeld aan de veranderingen binnen de gemeenschap vanwege een nieuwe structuur. We worden uitgenodigd mee te gaan in de nieuwe dagteams, maar er is ook weerstand om de goede band met iemand zomaar los te laten en weer nieuwe contacten met anderen te maken. Ik denk ook aan onze samenleving, met nieuwe bepalingen vanuit het klimaatakkoord. We zullen grote veranderingen meemaken, en moeten gaan kiezen voor minder gas in onze woning en minder benzine voor de auto. Om tot de juiste houding te komen wordt van ons gevraagd een omslag te maken in denken en doen.

Hoe dan ook, ik denk dat het mogelijk is om de weerstand te doorbreken, onszelf te verliezen en in te gaan op de uitnodiging. Als die jongeman in de ogen van Jezus had gekeken en de liefde gevoeld, had hij die stap misschien kunnen maken. Of zoals op het eind Petrus kon zeggen: Wij hebben toch maar alles achter gelaten. Bidden wij om die geest van wijsheid.

We herdenken 4 en 5 mei

Op 4 en 5 mei herdenken we dat het 75 jaar geleden is, dat er een einde kwam aan de bezetting door nazi-Duitsland en heel Nederland eindelijk bevrijd was. Op 4 mei herdenken we hen die in en na de oorlog gevallen of gedood zijn en omgekomen door honger en uitputting. Ook degenen die na 1945 zijn gesneuveld of omgekomen in dienst van Nederland worden hierbij herdacht.

Eén van hen is Bas de Wit. In 1992 kwam hij om bij een ongeluk op 5 mei, na het bevrijdingsdefilé op Curaçao. Hij was daar als marinier gestationeerd en 22 jaar jong. Bas’ familie is sinds 1988 betrokken bij onze gemeenschap, De Hooge Berkt. Het was dan ook een enorme schok, dat hun jongste zoon om het leven was gekomen.

Zijn begrafenis gebeurde met militaire eer. Daarbij lag een grote Nederlandse vlag over zijn kist. Hierop besloot de familie, die de vlag als aandenken mee naar huis kreeg, om deze te schenken aan de gemeenschap. Al 28 jaar wappert op 4 en 5 mei, op Koningsdag en ook op hoogtijdagen van de gemeenschap deze vlag aan de hoge mast bij de ingang van Hooge Berkt 16.

Opdat wij niet vergeten…

Viering vierde zondag van Pasen

Voor het eerst in de geschiedenis van Gemeenschap De Hooge Berkt zijn er in de Goede Week en de periode tot Pinksteren geen openbare vieringen in onze Gulden Driehoek: kapel, ontvangstruimte en eetzaal. We zoeken wereldwijd naar nieuwe mogelijkheden van verbinding. In onze gemeenschap hebben we besloten om met een kleine groep deze periode op een eenvoudige wijze te vieren (met inachtneming van de richtlijnen inzake Covid-19) en de opnames openbaar ter beschikking te stellen. Zo kunt u, die dit leest, met ons meevieren. We hopen en bidden dat we elkaar weer in goede gezondheid in de Gulden Driehoek mogen ontmoeten.

De gehouden overweging kunt u ook hier nalezen.

Joh. 10, 1 – 10

Je weerstand doorbreken, onszelf verliezen en ingaan op de uitnodiging

Vorige week zondag hebben we al gehoord dat Jezus volgens het evangelie van Marcus op weg is naar Jeruzalem en dat hij, ondanks het lijden dat hem te wachten staat, trouw wil blijven aan zijn roeping. Dat is geen gemakkelijke weg, maar wel een radicale keuze. Iets van die radicaliteit horen we nu in het evangelie van vandaag.

In het begin van het verhaal komt er een jongeman naar Jezus toe en vraagt: Wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven? In die vraag hoor je een verlangen, een echt verlangen naar goed en rechtvaardig leven, of om het met de woorden van de eerste lezing te zeggen: een verlangen naar de geest van wijsheid die alles te boven gaat. Jezus geeft hem dan als antwoord de Tien Woorden, zoals Mozes die al heeft gegeven, en vooral wat hij moet doen tegenover zijn naaste: niet doden, geen echtbreuk plegen, niet stelen enz.

Dat op zich is dus al een goede richting: dat je leert als een goed mens te leven, in de juiste verhouding tot je medemens en tot God. Maar de jongeman deed dit al en zoekt een weg verder. Op dat moment kijkt Jezus hem liefdevol aan en zegt:
Aan één ding ontbreekt het je nog: ga verkopen al wat je bezit en geef hetaan de armen, en je zult een schat in de hemel hebben. Kom dan terug om mij te volgen.

Jezus roept hem op tot een keuze: enerzijds alles los te laten wat hij bezat en anderzijds te leren delen in de goddelijke liefde, die Jezus zelf present stelde. Dat is inderdaad een radicale keuze, die niet zomaar voor iedereen geldt, maar die Jezus hier persoonlijk tegen deze man richt. Jammer genoeg gaat hij er niet op in, omdat hij veel bezittingen heeft.

Op die keuze gaat het evangelie verder, wanneer Jezus spreekt tot zijn leerlingen. De jongeman was rijk en kwam er niet toe om alles te verkopen. Hij was bezet, bezeten. Jezus laat nu horen: Wat is het toch moeilijk voor een rijke om binnen te gaan in het koninkrijk van God. Wat is dat toch? We kennen die ervaring wel. Als je rijk bent en veel geld hebt om allerlei dingen te kopen, heb je ook macht tegenover andere mensen en trek je gemakkelijk veel vrienden aan. Je staat in feite zelf in het centrum. Hoe anders is het, als je je leven laat bepalen door een ander, als je bereid bent iemand te volgen die je inspireert. Dan gaat het om andere waarden, zoals solidariteit, rechtvaardigheid of gemeenschap. Jezus wijst erop hoe moeilijk het is, ja bijna onmogelijk, zeker als je rijk bent, om op die roep in te kunnen gaan. Toch zijn er mensen die de roep horen, ook onder ons. Die los laten wat ze daar, elders, aan leven hebben opgebouwd en bereid zijn dat op te geven om te verhuizen hier naar toe, naar deze gemeenschap en de weg van de goddelijke liefde te gaan, met alle onzekerheid die dat meebrengt. Ik heb respect voor hen.

Die oproep om alles los te laten geldt niet alleen voor jongeren die nog een groot deel van hun leven voor zich hebben, of voor mensen die pas begonnen zijn de weg van Jezus te volgen. Die oproep wordt vandaag ook tot ons gericht, die al geraakt zijn door Jezus en begonnen zijn aan die weg van de liefde. Wat wordt er dan tot ons gezegd? Toen ik de oproep hoorde: Aan één ding ontbreekt het je nog, voelde ik eerst een weerstand. Wat moet ik nu weer loslaten, wat is er dat mij tegen houdt om die weg van Jezus verder te gaan? Dat is misschien niet zo radicaal en toch.

Ik denk concreet bijvoorbeeld aan de veranderingen binnen de gemeenschap vanwege een nieuwe structuur. We worden uitgenodigd mee te gaan in de nieuwe dagteams, maar er is ook weerstand om de goede band met iemand zomaar los te laten en weer nieuwe contacten met anderen te maken. Ik denk ook aan onze samenleving, met nieuwe bepalingen vanuit het klimaatakkoord. We zullen grote veranderingen meemaken, en moeten gaan kiezen voor minder gas in onze woning en minder benzine voor de auto. Om tot de juiste houding te komen wordt van ons gevraagd een omslag te maken in denken en doen.

Hoe dan ook, ik denk dat het mogelijk is om de weerstand te doorbreken, onszelf te verliezen en in te gaan op de uitnodiging. Als die jongeman in de ogen van Jezus had gekeken en de liefde gevoeld, had hij die stap misschien kunnen maken. Of zoals op het eind Petrus kon zeggen: Wij hebben toch maar alles achter gelaten. Bidden wij om die geest van wijsheid.

De Ruif zonder eters…

Afgelopen week is de vloer van de Ruif gerenoveerd. De oude vloer was niet goed meer schoon te krijgen, zodat een nieuwe afdeklaag geen overbodige luxe is. Er was een kleine verhuizing voor nodig om de behandeling mogelijk te maken. En natuurlijk kon er de afgelopen week ook geen gebruik gemaakt worden van de keuken en de eetruimte, zodat iedereen thuis aan het kokkerellen is gegaan. Sommigen aten thuis, anderen bestelden het eten en warmden het op in de magnetron.

De eetzaal was intussen veranderd in een toonzaal van potten en pannen, kruiden en keukenmachines. In de keuken werd de warmkast opgehangen aan de balken, omdat die te groot en te zwaar was om te verzetten.

De nieuwe laag op de vloer heeft een fris geel kleurtje gekregen: ei met een vleugje kerrie en op kleur gebracht met kurkuma.

Op zaterdag 2 mei worden keuken en eetzaal weer in gebruik genomen en kan er – momenteel door maximaal zestien mensen – op afstand met elkaar worden gegeten.

Klokken van Hoop – vervolg

De Klokken van hoop stoppen met gezamenlijk luiden op 5 mei.

We zijn met de initiatiefnemers dankbaar dat we met elkaar met het luiden van de klokken op woensdagavond hoop konden uitzenden en verbondenheid gestalte konden geven.

Met de klokken van hoop hebben we gewild dat mensen de hoop niet zouden verliezen. De fase waarin alles ‘normaal’ is zal misschien nog een tijd op zich laten wachten, maar de tijd om daar te komen gaat beginnen. Om te beginnen met de kinderen die weer naar school gaan. Dat is een hoopvol teken!

Er is daarom besloten dat het goed is om ‘klokken van hoop’ voor nu te beëindigen. Woensdag 29 april a.s. zal de laatste ‘woensdagavond-luiding’ zijn. De slotluiding zal plaatsvinden op Bevrijdingsdag (dinsdag 5 mei): we luiden dan nog eenmaal de ‘klokken van hoop en troost’ voor ons land van 12.00-12.15 uur.

Viering derde zondag van Pasen

Voor het eerst in de geschiedenis van Gemeenschap De Hooge Berkt zijn er in de Goede Week en de periode tot Pinksteren geen openbare vieringen in onze Gulden Driehoek: kapel, ontvangstruimte en eetzaal. We zoeken wereldwijd naar nieuwe mogelijkheden van verbinding. In onze gemeenschap hebben we besloten om met een kleine groep deze periode op een eenvoudige wijze te vieren (met inachtneming van de richtlijnen inzake Covid-19) en de opnames openbaar ter beschikking te stellen. Zo kunt u, die dit leest, met ons meevieren. We hopen en bidden dat we elkaar weer in goede gezondheid in de Gulden Driehoek mogen ontmoeten.

De gehouden overweging kunt u ook hier nalezen.

Joh. 20, 19 – 31

Je weerstand doorbreken, onszelf verliezen en ingaan op de uitnodiging

Vorige week zondag hebben we al gehoord dat Jezus volgens het evangelie van Marcus op weg is naar Jeruzalem en dat hij, ondanks het lijden dat hem te wachten staat, trouw wil blijven aan zijn roeping. Dat is geen gemakkelijke weg, maar wel een radicale keuze. Iets van die radicaliteit horen we nu in het evangelie van vandaag.

In het begin van het verhaal komt er een jongeman naar Jezus toe en vraagt: Wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven? In die vraag hoor je een verlangen, een echt verlangen naar goed en rechtvaardig leven, of om het met de woorden van de eerste lezing te zeggen: een verlangen naar de geest van wijsheid die alles te boven gaat. Jezus geeft hem dan als antwoord de Tien Woorden, zoals Mozes die al heeft gegeven, en vooral wat hij moet doen tegenover zijn naaste: niet doden, geen echtbreuk plegen, niet stelen enz.

Dat op zich is dus al een goede richting: dat je leert als een goed mens te leven, in de juiste verhouding tot je medemens en tot God. Maar de jongeman deed dit al en zoekt een weg verder. Op dat moment kijkt Jezus hem liefdevol aan en zegt:
Aan één ding ontbreekt het je nog: ga verkopen al wat je bezit en geef hetaan de armen, en je zult een schat in de hemel hebben. Kom dan terug om mij te volgen.

Jezus roept hem op tot een keuze: enerzijds alles los te laten wat hij bezat en anderzijds te leren delen in de goddelijke liefde, die Jezus zelf present stelde. Dat is inderdaad een radicale keuze, die niet zomaar voor iedereen geldt, maar die Jezus hier persoonlijk tegen deze man richt. Jammer genoeg gaat hij er niet op in, omdat hij veel bezittingen heeft.

Op die keuze gaat het evangelie verder, wanneer Jezus spreekt tot zijn leerlingen. De jongeman was rijk en kwam er niet toe om alles te verkopen. Hij was bezet, bezeten. Jezus laat nu horen: Wat is het toch moeilijk voor een rijke om binnen te gaan in het koninkrijk van God. Wat is dat toch? We kennen die ervaring wel. Als je rijk bent en veel geld hebt om allerlei dingen te kopen, heb je ook macht tegenover andere mensen en trek je gemakkelijk veel vrienden aan. Je staat in feite zelf in het centrum. Hoe anders is het, als je je leven laat bepalen door een ander, als je bereid bent iemand te volgen die je inspireert. Dan gaat het om andere waarden, zoals solidariteit, rechtvaardigheid of gemeenschap. Jezus wijst erop hoe moeilijk het is, ja bijna onmogelijk, zeker als je rijk bent, om op die roep in te kunnen gaan. Toch zijn er mensen die de roep horen, ook onder ons. Die los laten wat ze daar, elders, aan leven hebben opgebouwd en bereid zijn dat op te geven om te verhuizen hier naar toe, naar deze gemeenschap en de weg van de goddelijke liefde te gaan, met alle onzekerheid die dat meebrengt. Ik heb respect voor hen.

Die oproep om alles los te laten geldt niet alleen voor jongeren die nog een groot deel van hun leven voor zich hebben, of voor mensen die pas begonnen zijn de weg van Jezus te volgen. Die oproep wordt vandaag ook tot ons gericht, die al geraakt zijn door Jezus en begonnen zijn aan die weg van de liefde. Wat wordt er dan tot ons gezegd? Toen ik de oproep hoorde: Aan één ding ontbreekt het je nog, voelde ik eerst een weerstand. Wat moet ik nu weer loslaten, wat is er dat mij tegen houdt om die weg van Jezus verder te gaan? Dat is misschien niet zo radicaal en toch.

Ik denk concreet bijvoorbeeld aan de veranderingen binnen de gemeenschap vanwege een nieuwe structuur. We worden uitgenodigd mee te gaan in de nieuwe dagteams, maar er is ook weerstand om de goede band met iemand zomaar los te laten en weer nieuwe contacten met anderen te maken. Ik denk ook aan onze samenleving, met nieuwe bepalingen vanuit het klimaatakkoord. We zullen grote veranderingen meemaken, en moeten gaan kiezen voor minder gas in onze woning en minder benzine voor de auto. Om tot de juiste houding te komen wordt van ons gevraagd een omslag te maken in denken en doen.

Hoe dan ook, ik denk dat het mogelijk is om de weerstand te doorbreken, onszelf te verliezen en in te gaan op de uitnodiging. Als die jongeman in de ogen van Jezus had gekeken en de liefde gevoeld, had hij die stap misschien kunnen maken. Of zoals op het eind Petrus kon zeggen: Wij hebben toch maar alles achter gelaten. Bidden wij om die geest van wijsheid.

Viering Pasen

Voor het eerst in de geschiedenis van Gemeenschap De Hooge Berkt zijn er in de Goede Week en met Pasen geen openbare vieringen in onze Gulden Driehoek: kapel, ontvangstruimte en eetzaal. We zoeken wereldwijd naar nieuwe mogelijkheden van verbinding. In onze gemeenschap hebben we besloten om met een kleine groep de Goede Week op een eenvoudige wijze te vieren (met inachtneming van de richtlijnen inzake Covid-19) en de opnames openbaar ter beschikking te stellen. Zo kunt u, die dit leest, met ons meevieren. We hopen en bidden dat we elkaar weer in goede gezondheid in de Gulden Driehoek mogen ontmoeten.

Viering Goede Vrijdag

Voor het eerst in de geschiedenis van Gemeenschap De Hooge Berkt zijn er in de Goede Week en met Pasen geen openbare vieringen in onze Gulden Driehoek: kapel, ontvangstruimte en eetzaal. We zoeken wereldwijd naar nieuwe mogelijkheden van verbinding. In onze gemeenschap hebben we besloten om met een kleine groep de Goede Week op een eenvoudige wijze te vieren (met inachtneming van de richtlijnen inzake Covid-19) en de opnames openbaar ter beschikking te stellen. Zo kunt u, die dit leest, met ons meevieren. We hopen en bidden dat we elkaar weer in goede gezondheid in de Gulden Driehoek mogen ontmoeten.

Lied dat gezongen wordt door Koos van Etten, muziek en begeleiding door Sybe Travaille

De hand van de Enige

Tekst: naar Jesaja en Daniel

De Heer leert mij als een leerling te spreken
opdat ik vermoeiden te woord kan staan.
Hij wekt mij iedere morgen, Hij wekt mijn oor
opdat ik als een leerling luister.

Waarom was er niemand toen ik kwam,
waarom antwoordde niemand toen ik riep.
Hij was iemand, van wie wij onze blik afwenden,
een paria, door ons niet geacht.

Wij allen zwierven als schapen, ieder ging zijn eigen weg,
maar de Enige legde hem het kwaad van ons allen ten laste.
Om onze op